top of page
This time it's Hudson

Hudson Italia (1954–1955): Een Samensmelting van Italiaans Design en Amerikaanse Kracht

​

In de vroege jaren 50 heerste er in de Amerikaanse auto-industrie een enorme fascinatie voor Italiaanse stijl en flair. Grote merken zoals Packard, Nash, GM, Ford en Chrysler lieten zich inspireren door ontwerpers als Bertone, Pinin Farina en Touring om hun modellen een exclusief en sportief karakter te geven. Hudson, een kleiner merk dat zijn positie wilde behouden, zocht eveneens naar manieren om indruk te maken en besloot een samenwerking aan te gaan met Carrozzeria Touring in Italië. Het doel was een compacte, elegante sportcoupé te ontwikkelen die Hudsons imago zou verbeteren en een statement zou maken op internationale shows.

Hudson had in die periode verschillende productontwikkelingsprogramma’s lopen: de Hornet, de Jet en een experimenteel project dat de Hudson Italia zou worden. Het oorspronkelijke concept werd omschreven als een “snelle, sportieve auto gebaseerd op de Hornet,” bedoeld om Hudsons merkbekendheid te vergroten en te experimenteren met innovatieve styling. Het idee was een Europese GT-coupé die qua uitstraling en luxe kon concurreren met auto’s als de Nash-Healey, Kaiser Darrin en zelfs toekomstige Corvettes en Thunderbirds.

Ontwerpchef Frank Spring kreeg de opdracht om dit concept uit te werken, maar vanwege beperkt budget en praktische beperkingen moest hij het project uitvoeren op basis van het Jet-platform in plaats van de Hornet. Het Jet-chassis bood een recente, betaalbare basis voor het experiment, terwijl het conceptidee nog steeds Hornet-achtig was in geest en ambitie: een sportieve, prestigieuze en opvallende auto. Zo ontstond de kern van de Hudson Italia: een Hornet-inspiratie, Jet-techniek, en Italiaanse flair.

De Hudson Italia was de droom van Hudsons gerespecteerde chef-stylist Frank Spring. Schrijver Michael Lamm suggereerde dat de Italia een “adempauze” bood voor Spring, die diep teleurgesteld was over de Jet. Volgens Roy Chapin: “Een andere reden is dat iemand bij Hudson-president Edward Barit overtuigde dat we een moderner imago moesten hebben.”

 

Bouw in Italië en samenwerking met Carrozzeria Touring

Omdat Hudson onvoldoende kapitaal had om een volledig nieuw model te ontwikkelen, werd besloten het prototype in Milaan te laten bouwen door Carrozzeria Touring. Een volledige Hudson Jet werd verscheept naar Italië, waar Carlo Felice Bianchi Anderloni en zijn team een geheel nieuwe carrosserie vormden over een staalbuisframe, bedekt met lichtgewicht aluminiumpanelen (superleggera). Deze constructie was uitzonderlijk voor die tijd en combineerde Italiaanse designinnovatie met Amerikaanse techniek. Het aluminium exterieur van de Italia werd vervaardigd door Carrozzeria Touring in een, zoals Ed Barits zoon zich herinnerde, “een gat-in-de-muur bedrijfje aan een smal straatje in Turijn, met een soort productielijn die zich kronkelde door een reeks oude, vervallen gebouwen.” Dat is pas echt Italiaans!

Het werk werd uitgevoerd onder het nauwlettend toezicht van Spring en Hudsons vice-president Stuart Baits, en de Italia werd het enige project dat Carrozzeria Touring voor een Amerikaanse autofabrikant bouwde. De kosten voor Hudson werden destijds geschat op $28.000, een aanzienlijk bedrag in die jaren, wat de ambitie en exclusiviteit van het project benadrukte.

Na voltooiing van het prototype in september 1953 reed Spring met zijn vrouw rond in Italië om het voertuig te testen. Het werd vervolgens naar de Verenigde Staten verscheept en bij verschillende Hudson-dealers getoond, waar het enthousiasme bij klanten groot was. Het prototype, aanvankelijk onder de naam “Super Jet” gepresenteerd, toonde talrijke innovatieve kenmerken, waaronder een aluminium carrosserie, wrap-around voorruit en deuren die 14 inch in het dak waren uitgesneden (“aircraft doors”) voor eenvoudig in- en uitstappen.

 

Introductie op beurzen en publieke reactie

Het prototype werd voltooid in 1953 en verscheen op diverse autoshows, waaronder de International Sports Car Show van 1954. De publieke reactie was positief; men prees de gestroomlijnde, futuristische vormgeving en de Europese flair. Dealers waren echter minder enthousiast, deels door de hoge prijs van de Italia en deels omdat de auto niet was uitgerust met de krachtigere Hornet-motor. Uiteindelijk werden slechts ongeveer 19 orders geplaatst.

Hudson beschreef de auto als veilig en geavanceerd: het extreem lage zwaartepunt, de ‘Monobilt’-constructie van carrosserie en frame, en uitstekende bochten- en remcapaciteiten gaven de Italia een gedurfd, maar betrouwbaar karakter. Het oorspronkelijke idee was ook een auto te creëren die geschikt was voor deelname aan races zoals de Carrera Panamericana, en die kon concurreren met andere sportieve tweezits auto’s. Dit terwijl de Italia zelf een vierzitter is.

 

Verkoopkansen, fusie Hudson/Nash en gevolgen

De Hudson Italia werd geprijsd op $4.350–$4.800, hoger dan een Cadillac Coupé de Ville van die tijd. De hoge prijs, gecombineerd met de fusie van Hudson met Nash op 14 januari 1954, zorgde ervoor dat de Italia commercieel geen succes werd. In mei 1954 stuurde AMC brieven naar dealers met een deadline voor al betaalde orders voor de Italia.

Hoewel managers van AMC hadden toegezegd nog 15 Italia’s te bouwen, was er geen intentie om verdere marketinginspanningen te doen. Touring weigerde bovendien carrosseriedelen en sierlijsten te leveren, waardoor Rod Y. Chapin Jr. werd bevolen de overgebleven auto’s “weg te doen.” Toen hij bestuurslid was van AMC zou hij gezegd hebben "Well , I got rid of them. Shows what a good salesman I was, but I don't believe it. The research and development figure for the Italia [sources had quoted $28,000] sounds like our racing budget in those days."

De meeste auto’s werden uiteindelijk gekocht door verzamelaars in Zuid-Californië en zijn sindsdien weinig van eigenaar veranderd. Niet iedereen liet de auto origineel. Serienummer 24 werd bijvoorbeeld door eigenaar Trevor James Constable voorzien van een Chevrolet V8 met vierbak. Slechts 26 auto’s werden gebouwd, inclusief 1 prototype. Wat net na de merger ook niet meehielp was het feit dat de orphan auto's van Hudson/Nash werden overgeslagen door het kopend publiek en ze erg snel in waarde daalde.

De Italia werd gekarakteriseerd als Hudsons “laatste poging tot een imago-verhogende knaller.” Hoewel de Italia er niet in slaagde om Hudson commercieel te redden, werd de auto zeer gewild onder klassieke autoverzamelaars. Eigenaren worden regelmatig uitgenodigd op prestigieuze autoshows en de auto’s ontvangen vaak speciale onderscheidingen. De Italia was Hudsons moonshot – een gestroomlijnde, futuristische coupé zoals geen enkele andere Amerikaanse auto in de jaren ’50.

 

Gelijktijdige ontwikkeling van de X-161 Sedan/prototype

Een vierdeurs prototype, de X-161, werd gebouwd om productie-opties te testen met de Hornet-motor, maar kwam nooit op de markt. 161 stond voor het 161e prototype van Spring. Deze auto was gebaseerd op de grotere Hornet en werd ook bij Carrozzeria Touring gebouwd en zou de opvolger kunnen worden van de stepdown modellen die inmiddels aardig verouderd waren.Er zou echter nooit een plan zijn geweest er iets anders in te bouwen dan een lijn 6 cilinder motor. Het prototype werd beschouwd als de laatste echte Hudson. Door de fusie van Hudson en Nash liep het slecht af met het model. Het zou de fabriek van Touring niet moeten verlaten; Frank Spring kocht het model uiteindelijk toch. In de jaren 60 werd de auto als hondenhok gebruikt in een tuin in Los Angeles. In 1972 is de auto voor het laatst op de weg geweest getuige een sticker van de staat New York, waarna het na 35 jaar gered werd. Inmiddels zat er wel degelijk een V8 in, nog een Cadillac motor ook nog. Het model bestaat nog steeds.

 

De Hudson Italia: exterieur, interieur en design

 

Exterieur en design

Belangrijke designkenmerken van de Hudson Italia:

  • 10 inch lager dan de Jet voor een sportieve, laaggeplaatste uitstraling

  • V-vormige ventilatiesleuven boven de koplampen en in de achterste spatborden voor remkoeling

  • Deuren 14 inch in het dak uitgesneden (“aircraft doors”) voor gemakkelijk in- en uitstappen

  • Wrap-around voorruit, vooruitstrevend voor de tijd

  • Drie gestapelde chromen buizen bij de achterlichten

  • Frontbumper met omgekeerde V die de grille overlapt

  • Borrani spaakwielen

  • Handgemaakt aluminium exterieur door Carrozzeria Touring

De Hudson Italia was dramatisch en elegant, een contrast met de conservatieve Jet. Het interieur bood ergonomisch geavanceerde, anatomisch gevormde bucket seats in rood-wit leer, verstelbaar en met doorstroomventilatie. Het dashboard was diep-rood, gecombineerd met Italiaans tapijt passend bij de “Italian Cream” exterieurkleur. Rode leren veiligheidsgordels bevestigd aan de stoelen waren een noviteit. De Italia had de eerste doorstroomventilatie in de industrie waardoor de ventilatie raampjes konden vervallen.

 

Interieur en comfort

  • Radio (nog niet eens standaard in Cadillacs)

  • Anatomisch gevormde bucket seats met drie schuimlagen

  • Twee afzonderlijke rugkussens voor schouders en onderrug

  • Stoelen “ademden” via luchtsporen tussen kussens

  • Niet-reflecterend rood dashboard

  • Italiaans tapijt op de vloer

Het interieur bood de meest anatomisch correcte stoelen tot dan toe, verstelbaar voorwaarts/achterwaarts en in hoek, met twee afzonderlijke kussens van variërende dichtheid voor rug en zitvlak.

 

Technische Specificaties

Kenmerk                             Specificatie

Motor                                  3,3 liter L6 (Twin H), zijklep lijnmotor

Vermogen                           114 pk @ 4.000 tpm

Koppel                                 214 Nm @ 1.400 tpm

Transmissie                        3-versnellingsbak, column-shift

Gewicht                               2.710 pond (1.229 kg)

Wielbasis                            105 inch (2.667 mm)

Hoogte                                52,8 inch (1.341 mm)

Topsnelheid                       ±145 km/u

Acceleratie                         0-60 mph 14–15 sec

Productie                            1953–1954, slechts 26 stuks

Overlevenden                    21 bekend

Basis                                    Hudson Jet chassis en aandrijving

 

Collectibility en Legacy

De Hudson Italia wordt erkend als een zeldzaam en gewild verzamelobject. De voertuigen verschijnen op prestigieuze concoursen zoals Pebble Beach Concours d’Elegance en Villa d’Este, en winnen vaak prijzen voor design en authenticiteit. Chassis IT-10011 werd bijvoorbeeld onderdeel van de Harrah Collection en heeft mogelijk ooit aan Liberace toebehoord.

De Italia staat bekend als Hudsons “laatste poging tot een imago-verhogende knaller” en is een van de weinig Amerikaanse auto’s met Italiaanse ontwerpkunst. De combinatie van zeldzaamheid, design, techniek en luxe maakt hem tot een van de meest waardevolle klassieke auto’s uit de VS. Van de 26 geproduceerde exemplaren zijn er nog 21 bekend, met serienummers 5, 6, 8, 9 en 10 onbekend. Twee zouden in Europa terecht zijn gekomen; exemplaar #7 stond op de Paris Motor Show van 1954 en bleef later jarenlang in Zweden voordat het naar Californië werd gebracht.

​

De Hudson Italia is meer dan een auto: het is een symbool van innovatie, durf en samenwerking tussen Amerikaanse merken en Italiaanse ontwerpers. Met zijn beperkte productie, geavanceerde ergonomie, futuristisch design en indrukwekkende prestaties is het een unieke auto die de geschiedenis van de Amerikaanse auto-industrie definieert en een blijvende inspiratiebron voor liefhebbers en verzamelaars wereldwijd.

​

Mario & Aldo Andretti en de Hudson

De grootste racefamilie uit de geschiedenis begon met een muntje. In het voorjaar van 1959 rolden Mario en Aldo Andretti hun rode Hudson Hornet de Nazareth Speedway in Pennsylvania op. De tweeling verscheen in strakke racepakken, klaar om te laten zien dat ze er bij hoorden – jong, onervaren, maar met ambities groter dan wie dan ook op de oval.

​

Mario en Aldo Andretti werden geboren in de winter van 1940 in Montona, een plaats die destijds tot Italië behoorde en later tot Joegoslavië. Hun jeugd werd vroeg op de proef gesteld: tijdens en na de Tweede Wereldoorlog verloor hun familie bijna alles en belandde zij in een vluchtelingenkamp in Lucca, Italië. Juist daar maakten de jongens hun eerste ervaringen met motoren en snelheid mee, wat een zaadje plantte voor hun latere passie voor racen.

 

In 1955 verhuisde de familie naar Nazareth, Pennsylvania, in de Verenigde Staten. Ze spraken aanvankelijk alleen Italiaans, liepen achter in school en vonden hun eerste ontsnapping in de nabijgelegen dirt oval racetrack. Mario herinnert zich die eerste ontmoeting nog levendig: het was op een zondagavond, tijdens hun eerste weken in Amerika, toen ze van een afstand de lichten van de racebaan zagen en de zware brul van motoren hoorden. De adrenaline en fascinatie waren onmiddellijk; het voelde alsof alles precies op zijn plek viel. Aldo en Mario keken elkaar aan en wisten meteen: dit was wat ze wilden doen.

 

Om hun dromen te verwezenlijken werkten de broers bij het Sunoco-tankstation van hun oom Louie, wat hen de kans gaf mensen in de racewereld te leren kennen, waaronder de promotor van het circuit.

 

Het bouwen van de racewagen zelf was een combinatie van passie, vrienden en praktische kennis. Zoals Mario later beschreef: Aldo ging de baan op en won direct de heat en de feature, maar dat gebeurde niet door een wonder. Ze hadden gewoon beter werk geleverd dan ze aanvankelijk hadden gedacht, dankzij de groep vrienden die ze hadden verzameld om de auto te bouwen. Een van hen stuurde hen in de juiste richting om een Hudson te maken. Hudsons waren toen erg succesvol in NASCAR, vooral op de dirt tracks.

Mario Andretti noemt een vriend, bijgenaamd Charlie, een “science-minded buddy”, die hen hielp het project slimmer en systematischer aan te pakken dan andere jonge racers. Via deze vriend kwamen ze in contact met een NASCAR-team dat Hudsons reed en uitgebreide afstemmingsgegevens voor dat model had ontwikkeld. Omdat het team stopte met racen, konden de broers deze professionele setup-informatie – over wielbasis, ophanging, afstelling en andere technische details – aanschaffen en gebruiken om hun eigen Hudson optimaal af te stellen. Naast deze kennis kregen ze ook lokale hulp bij het bouwen van de auto, maar de NASCAR-gegevens gaven hen een cruciale voorsprong op andere beginnende coureurs op de dirt tracks.

 

Ze vonden de carrosserie van een oude 1948 Hudson Hornet in een junkyard en haalden die naar hun werkplaats om om te bouwen tot racewagen. Voor de motor en andere benodigde onderdelen wendden ze zich tot de J.C. Whitney‑catalogus, waar ze een geschikt zescilinderblok en race‑onderdelen konden bestellen. Op die manier konden de broers en hun vrienden een complete, race Hudson opbouwen, waarbij ze de gebruikte body combineerden met een via de catalogus verkregen motor. Deze combinatie van tweedehands en nieuw maakte het voor jonge, beginnende racers mogelijk om competitief te zijn zonder veel geld uit te geven. Door hun kennis van Speed Age-magazines wisten ze dat de Hudson, met zijn unieke wielophanging, uitzonderlijk goed presteerde op hoge snelheid, vooral op de ovals. Zo begon hun avontuur met hun eerste echte racewagen.

 

In de lente van 1959 namen ze hun race Hudson mee naar de Nazareth Speedway. Omdat ze pas negentien jaar waren, mochten ze officieel nog niet racen. Vastberaden om toch mee te kunnen doen, logen ze over hun leeftijd en hun ervaring. Ze vertelden de promotors dat ze in Italië in Formula Junior hadden gereden, hoewel dat helemaal niet waar was. Deze fictieve achtergrond werd deels versterkt door een verhaal dat door de bekende autosportjournalist Chris Economaki werd verspreid: hij vermeldde dat Mario Andretti in Italië Formula Junior had gereden, en dat verhaal zorgde ervoor dat de promotors hen serieuzer namen en hen toestonden te racen. Het duurde nog geruime tijd voordat deze mythe ontkracht werd.

 

Om hun leugens geloofwaardig te maken, kreeg het jonge duo hulp van hun lokale krant, die geboortedata op licenties aanpaste en valse ID’s verstrekte, zodat het leek alsof ze oud genoeg waren om legaal deel te nemen. Hun vader had geen idee van hun deelname en was totaal niet betrokken bij dit plan. Door deze combinatie van valse identiteit, overdreven racetechnische ervaring en steun van lokale contacten konden de broers hun debuut maken op de oval, ondanks hun jeugdige leeftijd en gebrek aan officiële ervaring.

 

Er moest een beslissing worden genomen wie van de twee de eerste race zou rijden. Mario gooide een muntje en Aldo won. Hij startte achteraan in de heat, vond een smalle binnendoor-lijn en manoeuvreerde zich moeiteloos langs de andere auto’s, waardoor hij prompt de leiding nam en zijn eerste overwinning behaalde. Diezelfde dag won hij ook de feature en verdiende $80, wat de jongens die avond deed vieren bij de YMCA. Mario kijkt terug op deze tijd met bewondering voor de samenwerking en het talent dat ze hadden ontwikkeld: de Hudson was goed gebouwd, hun vrienden waren kundig, en alles kwam samen dankzij passie, trial-and-error en het vermogen om creatief om te gaan met beperkingen. Ze waren minderjarig, hadden geen ervaring, maar gebruikten alles wat beschikbaar was: advies van anderen, notities, observatie en pure wilskracht.

 

Na Aldo’s eerste overwinning nam Mario een week later zelf de Hudson over en won ook hij een feature. Gedurende dat seizoen domineerden de broers de half-mile ovals rond Pennsylvania en wonnen meer dan een dozijn races. Hun gelijkenis leidde zelfs tot verwarring bij andere coureurs, die soms dachten dat Aldo beter was dan Mario. Maar de roem kwam met risico’s. Tijdens de laatste race van het seizoen, op Hatfield Speedway, raakte Aldo in een catastrofale crash. De Hudson ving een loszittende plank in de afrastering, flipte meerdere keren en het dak werd ingedrukt en zijn helm spleet open. Aldo raakte bewusteloos en belandde in een coma.

 

​Het herstel was lang en zwaar. Aldo verloor bijna 32 kilogram, raakte bijna verlamd en moest opnieuw leren lopen. Zijn persoonlijke relaties, waaronder die met zijn vriendin Corky, werden zwaar belast. Mario zette zijn raceloopbaan voort, kocht een sprintcar voor Aldo en ondersteunde hem waar mogelijk, terwijl Aldo langzaam terugkeerde naar het racen. Hoewel hij opnieuw enkele overwinningen boekte in de vroege jaren ’60, was hij nooit meer de coureur van voor de crash; zijn snelheid en scherpte waren verminderd.

 

De originele 1948 Hudson Hornet, die de broers in hun jeugd bouwden, raakte na Aldo’s crash verloren. Veel later werd de auto herbouwd voor het videospel Gran Turismo 6, als eerbetoon aan hun eerste auto en de vroege avonturen die hun passie en mindset hadden gevormd. In 2013 heeft het Gran Turismo 6 “First Love” project een vergelijkbare Hudson gevonden en gerestaureerd naar de specificaties van de originele race Hudson die Mario en Aldo hadden opgebouwd. Het team van Gran Turismo, samen met autobouwers zoals Bob Hammond en Andrew Comrie‑Picard, hebben een Hudson gezocht die overeenkwam met het model en deze gedetailleerd herbouwd. De restauratie is gebaseerd op historische details, opnames en herinneringen van Mario om de auto zo dicht mogelijk bij het origineel te brengen. Mario Andretti werd met die herbouwde Hudson herenigd, en hij reed ermee op een dirt track ter herinnering aan waar zijn carrière begon.

 

Mario Andretti: de individuele reis

Mario Andretti’s carrière is een verhaal van onverzettelijke nieuwsgierigheid, passie en een bijna onstilbare drang om te winnen. Al in zijn jeugd, tijdens de Hudson-periode met zijn broer Aldo, liet hij zien dat hij anders dacht dan de meeste jonge coureurs: hij observeerde, noteerde alles en experimenteerde constant. Zelfs zonder digitale hulpmiddelen hield hij nauwkeurig bij welke versnellingen hij gebruikte, welke lijnen hij nam in de bochten en hoe verschillende bandenprestaties uitpakten. Dit systematisch leren door te observeren en noteren legde de basis voor een mindset die hem zijn hele carrière zou onderscheiden.

 

Zijn eerste successen op de dirt ovals van Pennsylvania kwamen voort uit trial-and-error. Mario voelde aan wat werkte, maar begreep dat je de limieten van een auto pas echt leert kennen door ervaring. Deze leerschool op de Hudson, waarbij hij onervaren was en vaak de grens opzocht, vormde hem tot een coureur die risico’s kon inschatten en tegelijkertijd controle hield. Voor hem was racen nooit alleen een kwestie van snelheid; het ging om het begrijpen van de machine, het analyseren van omstandigheden en het toepassen van kennis in het heetst van de strijd.

 

Vanaf de eerste race proefte Mario het gevoel van winnen, en dat maakte hem onstuitbaar. Het succes op de ovals en in de Hudson was een vroege “taste of victory” die hem voor altijd motiveerde. Die drang om vooraan te zijn en te blijven verbeteren, gekoppeld aan een onwankelbaar optimisme, maakte dat hij zich nooit uit het spel liet halen, ongeacht obstakels of tegenstand. Zijn kleine rituelen en routines, zoals altijd links instappen, weerspiegelden zijn aandacht voor detail en psychologische voorbereiding.

 

Mario’s carrière zou later alle disciplines van de autosport beslaan: van sprintcars en Indy cars tot Formule 1 en endurance races. Hij bleef altijd leren, observeren en notities maken, waardoor hij zichzelf continu verbeterde. Zijn overwinning in de Indianapolis 500, Formule 1-titels en talloze andere successen waren geen toeval, maar het resultaat van een levenslange combinatie van passie, discipline en strategisch denken. De Hudson-periode met Aldo was slechts het begin van een carrière waarin hij het idee van leren door ervaring tot in perfectie beheerst heeft.

 

Aldo Andretti: de andere kant van de broers

Aldo Andretti’s verhaal is er een van moed, doorzettingsvermogen en de harde realiteit van racen. Hoewel hij vaak in de schaduw van zijn jongere broer Mario stond, was zijn passie voor snelheid net zo groot en zijn talent onmiskenbaar. Van jongs af aan deelde hij met Mario dezelfde fascinatie voor motoren en racen, maar Aldo’s pad werd ingrijpend beïnvloed door de gevaren van de sport.

 

Zijn eerste successen op de dirt ovals in Pennsylvania waren spectaculair. Met de gemodificeerde 1948 Hudson Hornet die hij samen met Mario bouwde, wist hij bij zijn debuut heats en features te winnen, waarbij zijn lef en instinct voor lijnen op de baan direct opvielen. Aldo had een natuurlijke vaardigheid om risico’s in te schatten en kansen te grijpen; zijn eerste overwinning was een toonbeeld van snelheid, inzicht en gedurfde keuzes. Na de genoemde crash en herstelperiode bleef Aldo racen maar niet meer met het succes van voorheen.

 

Aldo verhuisde in 1964 met zijn gezin naar Indianapolis om zijn sprintcar-carrière voort te zetten. Zijn momenten van succes werden steeds zeldzamer, en een zware crash in 1969 – met veertien gebroken botten en ernstig oogletsel – maakte een definitief einde aan zijn actieve raceloopbaan. Maar Aldo weigerde zich terug te trekken uit de wereld van autosport. Hij bouwde een bedrijf op, Andretti Firestone, en later Andretti Machine Engineering, waarmee hij zichzelf en zijn familie een duurzame toekomst gaf. Tegelijkertijd bleef hij actief in de racewereld als supporter en mentor, vooral voor zijn zoon John, die vanaf 1982 deelnam aan de Indianapolis 500.

 

Aldo’s nalatenschap ligt niet alleen in zijn races, maar ook in zijn voorbeeld van doorzettingsvermogen en loyaliteit. Hij toonde dat succes niet altijd wordt gemeten aan het aantal overwinningen of titels, maar aan de vastberadenheid om te blijven proberen, ondanks tegenslag. Zijn leven buiten de baan – als ondernemer, mentor en familievader – getuigt van dezelfde passie, gedrevenheid en loyaliteit die hij op de dirt ovals van Pennsylvania had getoond.

 

Van broers naar individuen: de weg van de Andretti’s

Het verhaal van Mario en Aldo Andretti begint gezamenlijk, met hun jeugdige overwinningen op de dirt ovals en de legendarische Hudson Hornet die zij samen bouwden. Die periode vormde niet alleen hun technische vaardigheden, maar ook hun karakter: leren door ervaring, durf tonen en nooit de passie verliezen, ongeacht de obstakels. De Hudson was meer dan een auto; het was een leerschool, een symbool van hun samenwerking en van het verlangen om te excelleren.

 

Toch leidde het racen de broers uiteindelijk langs verschillende paden. Mario’s natuurlijke nieuwsgierigheid, systematische aanpak en onverzettelijke drang om te winnen stuwden hem naar een carrière die alle disciplines van de autosport omvatte, van sprintcars en Indy cars tot Formule 1 en endurance races. Zijn vroege successen op de Hudson waren slechts het begin van een leven lang leren, observeren en verbeteren.

 

Aldo daarentegen kende de harde kant van de sport. Zijn talent en lef werden op jonge leeftijd getest door zware crashes die hem fysiek en mentaal uitdaagden. Toch hield zijn passie voor racen aan en vertaalde zich later naar ondernemerschap en mentorship binnen de autosport. Aldo’s kracht lag in zijn doorzettingsvermogen, loyaliteit en het vermogen om een steunpilaar te zijn voor zijn familie, zelfs als zijn eigen carrière op de baan niet de hoogtepunten bereikte die hij had gehoopt.

 

Door deze drie perspectieven – de gezamenlijke Hudson-periode, Mario’s wereldwijde faam en Aldo’s inspirerende doorzettingsvermogen – ontstaat een volledig beeld van de Andretti-familie. Het laat zien dat succes in autosport niet enkel wordt bepaald door overwinningen, maar door passie, vasthoudendheid en de manier waarop men obstakels overwint. De Hudson Hornet blijft daarbij een symbool van het begin: een voertuig dat dromen in beweging zette en de fundamenten legde voor een legendarische familiegeschiedenis in de autosport.

1. Twin H‑Power (Twin H Power)

  • Wat het is: een perfromance upgrade van Hudson’s 6‑cilinder L‑head (flathead) motor met twee enkele carburateurs (dual single‑barrels) op een speciaal dubbele‑inlaat‑manifold. Dit verbeterde de lucht‑brandstof‑mengsel toevoer en zorgde voor meer vermogen.

  • Vanaf modeljaar 1952 werd Twin H‑Power standaard op de Hudson Hornet als dual‑carb setup. 

  • Vermogenswinst: de dual carb‑configuratie bracht het standaard 308 cu in motorvermogen omhoog tot ca. 170 pk in productie‑vorm. 

  • Op straat leverde dit voor die tijd uitstekende trekkracht en combineerde dat met Hudson’s lage zwaartepunt en goede wegligging voor rijdynamiek. 

2. 7X Race‑motor

  • Wat het is: een speciaal racemotor‑pakket dat voortborduurde op de Twin H‑Power setup. Het was geen gewone assembly‑line motor maar een handgebouwde, performance versie van Hudson’s 308 cu in inline‑6. 

  • Belangrijkste upgrades:

    • Hand geselecteerde blokken voor sterkte en betrouwbaarheid.

    • Grotere inlaat‑ en uitlaatkleppen en porting/polish van de kanalen.

    • Hogere compressiekop (meestal een 232‑kop voor meer compressie).

    • Performance nokkenas zoals de “742” en latere “Super 7X”.

    • Speciaal Twin H‑Power inlaat‑ en uitlaatsysteem met dubbele uitlaat. 

  • Vermogensniveau: door deze performance‑aanpassingen nam het vermogen toe tot ca. 210‑220 pk (soms nog hoger) voor 7X‑motoren. 

  • Hudson leverde deze 7X motoren in zeer beperkte aantallen, vaak als dealer‑optie “crate engine” of hand‑geassembleerd door Hudson’s race‑team. 

  • Racesucces: met de combinatie van Hudson’s step‑down chassis (lage zwaartepunt), Twin H en 7X motoren domineerden Hudson Hornets begin jaren 50 de AAA en NASCAR Grand National races — met tientallen overwinningen over meerdere seizoenen. 

3. Historische context

  • De combinatie Twin H‑Power en 7X maakte de Hudson Hornet tot een van de meest succesvolle raceauto’s van het begin van de stock‑car‑racerij. 

  • Deze motorformaties hielpen Hudson aan de winst van 27 van 34 races in 1952, 22 van 34 in 1953, enzovoort, tegen sterke concurrentie. 

  • De motor was vooral opvallend omdat het een grote 6‑cilinder flathead was die kon winnen in een tijd dat de concurrentie al V8’s gebruikte.

2026 by Wheels & Chrome

  • Black Facebook Icon
  • Black YouTube Icon
bottom of page