top of page

Jimmie Lynch - Death Dodgers

Via een stuk in de Beacon Journal en een filmpje op YouTube over de 1939 Dodge kwam ik in aanraking met Jimmie Lynch, een stuntman die in de jaren 30 en 40 veel mensen vermaakte met zijn optredens. Vergelijkbaar met Evil Knievel in latere jaren. Het is haast niet te geloven, maar de stuntshows trokken vroeger meer toeschouwers dan NASCAR-races nu. Er waren meerdere teams actief in Amerika, maar vanwege de band met de 1939 Dodge pik ik Jimmie Lynch eruit.

Jimmie Lynch – Van Texaanse ranch tot stuntlegende

 

James Edward “Jimmie” Lynch werd in 1901 geboren in Bowie County, Texas, waar hij zijn jeugd doorbracht op een ranch. Toen hij 13 was, waren er in de stal meer Ford Model T’s dan paarden. Zonder rijlessen en ervaring dacht Jimmie taxichauffeur te kunnen spelen. Dit liep bijna slecht af voor een klant. Toen hij 15 was, meldde hij zich aan voor het leger. Hij voer met een marineschip naar Frankrijk en werd daar dispatch rider in Chaumont. Die ervaring leerde hem vindingrijkheid, discipline én lef. Na de oorlog keerde hij terug naar Texarkana, waar hij als monteur en autoverkoper werkte. Hij trouwde en kreeg twee kinderen. Toch bleef de roep van avontuur trekken.

 

Chrysler kwam in 1932 met een automatische koppeling. Hij vroeg zich af waarom het dan niet ook mogelijk zou zijn om de auto zelf te laten remmen. Hij verzon hiervoor een systeem waarbij hij zelf op de motorkap kon zitten en de auto kon besturen, als een volgzame puppy. Hij gaf hiermee gratis shows in zijn woonplaats. Hij wilde met zijn uitvinding naar de fabrikant en had hiervoor geld gespaard. Tijdens een stunt reed hij echter tegen een aantal auto’s aan, wat hem bijna al zijn geld kostte. Hij vertrok later naar Memphis om te kijken of autodealers hem hun auto’s wilden laten promoten. Uiteindelijk hapte er één toe en kreeg hij 90 dollar voor twee dagen vol demonstraties. Dit zou het begin zijn van zijn showcarrière.

 

De Hell Drivers en de Death Dodgers

De roots van de Hell Drivers liggen in de vroege stuntshows en rodeo-achtige acts waarbij gevaarlijke rijvaardigheden werden getoond. Rond deze tijd ontstonden de eerste gemotoriseerde stunts met auto’s als onderdeel van kermissen en reizende shows. De term “Hell Drivers” werd populair in de vroege jaren 30 en werd gebruikt door verschillende stuntteams die extreem gevaarlijke stunts uitvoerden, zoals frontale botsingen, sprongen, rijden door vuur en salto’s met auto’s. Verschillende shows gebruikten deze benaming; het was immers geen beschermde merknaam.

 

Eén van de bekendste stuntmannen uit deze periode was Earl “Lucky” Teter, een voormalige pompbediende. Hij begon rond 1932 zijn eigen team onder de naam “Lucky Teter’s Hell Drivers” en maakte de act beroemd met spectaculaire live-optredens door de VS. Zijn shows waren innovatief en goed geregisseerd en trokken veel publiek. Op 4 juli 1942 kondigde hij zijn “laatste show” aan met de intentie toe te treden tot het leger, maar tijdens een recordpoging sprong hij te kort bij de landing en overleed op 5 juli 1942. Na zijn overlijden verkocht zijn weduwe de show en het materiaal aan Joie Chitwood, die de Hell Drivers-traditie voortzette met zijn eigen “Joie Chitwood Thrill Show”.

 

Jimmie Lynch was een andere stuntpionier uit deze periode. Hij werkte aanvankelijk voor een autofabrikant. Het oorspronkelijke idee was om auto’s en onderdelen te testen voor fabrikanten en daarbij het hele land door te reizen. De publieke belangstelling was echter zo groot dat de shows evolueerden tot complete live-events op beurzen, vliegvelden en festivals.

 

In 1934 trad hij op bij de Chicago Fair samen met Barney Oldfield. Oldfield had zelf géén directe betrokkenheid bij de stuntshows; zijn naam werd vooral promotioneel gebruikt vanwege zijn bekendheid als coureur in het begin van de 20e eeuw.

 

In 1935 richtte Jimmie de “Jimmie Lynch Death Dodgers” op. Hij introduceerde nieuwe, gedurfde acts. Zijn shows speelden in op “thrills, chills and spills” en combineerden spektakel met verkeersveiligheidseducatie. Onder deze naam toerde het gezelschap aanvankelijk vooral door het midden en westen van de VS.

 

Met de groei van de populariteit van autoraces en paardenrennen werden zijn shows ook een vast onderdeel van deze evenementen. Autoraces werden meestal gehouden op feestdagen in de zomer, terwijl paardenrennen populair waren tijdens de jaarlijkse Grange Fairs, vooral in de jaren 1920 tot 1935.

 

Het debuut van de groep stunters vond plaats tijdens het Memorial Day-weekend van 1935 op het vliegveld van Akron, Ohio. De Beacon Journal schreef daarover:

 

“Onder leiding van ‘Cowboy’ Jimmie Lynch geven de Hell Drivers een voorstelling van twee uur met auto’s die frontaal op elkaar inrijden met een snelheid van 70 mijl per uur, met bestuurders in beide voertuigen. Sprongen vanaf schuine platforms, door een vuur­tunnel van 30 voet (ongeveer 9 meter), uitstappen uit een voertuig dat sneller rijdt dan een mijl per minuut, en soortgelijke adembenemende ‘stunts’ zorgen voor spektakel bij het publiek.”

 

Hier heeft het Beacon Journal het echter fout: de show had op dat moment nog geen vaste naam. De thrillshows van de verschillende groepen werden opgevoerd op kermissen en festivals door het hele land. Lynch zette pas later in de jaren 30 zijn naam op de affiches, samen met de naam “Death Dodgers”. Zijn stijl was een combinatie van lef, showmanship en droge humor.

 

Hij bedacht tientallen gewaagde stunts om het publiek te blijven verbazen, maar de “wall of fire” bleef een vast onderdeel van het programma. Eén van zijn kenmerkende acts was het rijden door twee brandende obstakels die 50 voet (ongeveer 15 meter) uit elkaar stonden. Lynch grapte daar vaak over: “This is one way to stay warm!” Voor de afwisseling reed hij soms door blokken ijs of voegde hij andere theatrale elementen toe die het spektakel verhoogden. Zijn flair, lef en komisch charisma leverden hem de bijnaam “Cowboy Jimmie” op.

 

In 1939 werd “Jimmie Lynch’s Death Dodgers” ingehuurd door B.F. Goodrich, het bandenbedrijf uit Akron, Ohio, om op hun stuntbaan op te treden tijdens de New York World’s Fair. Lynch gaf daar die zomer 1.237 stuntshows voor in totaal ongeveer 5 miljoen toeschouwers, terwijl hij de Goodrich Silvertown Safety Tires promootte. De shows dienden als live-demonstraties van grip en veiligheid van deze banden.

In de twee jaar durende periode van de World’s Fair trad het team in totaal voor ruim 11 miljoen mensen op. In die jaren verschenen cartoonachtige advertenties met Lynch in de hoofdrol voor B.F. Goodrich, en hij werd ook afgebeeld in een reclame voor Camel Cigarettes — destijds een van de bekendste tabaksmerken van Amerika. Hoewel het een succes was voor Goodrich, stapte Lynch later over naar concurrent Goodyear, eveneens gevestigd in Akron. De shows zorgden er bovendien voor dat het team door heel Amerika ging optreden.

 

Dodge-auto’s en veiligheid

Lynch’ shows werden al snel legendarisch. Zijn stunts waren zenuwslopend: achtervolgingen, sprongen door vuur, rijden op twee wielen en zelfs vrije val met Dodge-sedans. Naast Dodge gebruikte hij soms ook Plymouth of Chrysler, alle drie merken van de Chrysler Corporation, waar hij zijn hele carrière nauw mee verbonden bleef.

 

De fabrikanten zagen de shows als live stresstests voor hun voertuigen. Lynch benadrukte veiligheid boven alles: hij gebruikte crashhelmen en veiligheidsharnassen, ver voordat autogordels gemeengoed werden. Hij had zelfs een noodschakelaar om het gaspedaal te ontkoppelen.

 

Hij werkte ook samen met de National Safety Council en gebruikte zijn shows deels als educatief platform om het publiek te informeren over zowel veilige rijtechnieken als de gevaren van roekeloos rijgedrag.

 

De shows van Lynch voor Dodge waren bedoeld om de robuustheid en veiligheid van hun auto’s onder extreme omstandigheden te demonstreren. Zijn favoriet werd al snel de 1939 Plymouth, die onder andere de beruchte “Roll of Death” kon doorstaan — een stunt waarbij de auto volledig over de kop sloeg. Gedurende zijn carrière bleef Lynch trouw aan Chrysler-merken, zowel in techniek als in branding.

 

Rubber Bowl-runs

Na zijn campagne voor B.F. Goodrich stapte Jimmie Lynch over naar concurrent Goodyear en begon hij vanaf 1940 met regelmatige optredens in de pas geopende Akron Rubber Bowl. Zijn shows vonden meestal plaats op vrijdag- en zaterdagavond, met een matinee op zondagmiddag. Toegangskaarten kostten 55 cent voor volwassenen en 25 cent voor kinderen, met logeplaatsen voor $1,10.

 

De Death Dodgers waren zo populair dat ze meerdere weekenden per jaar de Rubber Bowl uitverkochten. Stuntcoureurs voerden spectaculaire acts uit die het publiek deden gillen, juichen en schrikken — een mix van rook, vuur en schijnbare chaos. De Dodgers bleven meer dan 25 jaar terugkeren naar Akron, dat inmiddels de bijnaam Rubber City had verdiend.

 

Met slogans als “thrills, chills, spills” en “the most spectacular show of its kind in America” zette Lynch zichzelf en zijn show nationaal op de kaart.

 

Het publiek in Akron was getuige van de première van een van Lynch’ beroemdste stunts: de Dive Bomber Crash. Hierbij reed de bestuurder een verhoogde helling op, sprong over een stilstaande vrachtwagen en botste vervolgens frontaal op een geparkeerde auto, waarna de stuntman ongedeerd uitstapte.

 

Team, familie en opvolging

Lynch bouwde zijn shows met vaste coureurs en stuntleiders. Tijdens een bezoek aan Akron legde hij uit hoe hij zijn stuntchauffeurs trainde: “Eerst laat ik een nieuwe leerling met mij meerijden. Daarna laat ik ze goed kijken naar wat ik doe met mijn handen en voeten. Vervolgens laat ik ze alleen rijden, met ongeveer 50 kilometer per uur over de lage schans, om te zien of ze daar zenuwachtig van worden. Ik zet ook altijd flink wat obstakels op hun pad.”

 

Bekende teamleden waren onder meer Jumping Jimmie Daniels, Paula Lombardo, Jo Jo Albertson, Bill Horton, Jimmie Gill, Ollie Larson, Johnny Rogers, Art Briese, Margaret Mark, Johnny Gran en Al Gross. In 1946 sloot Wild Bill Reed zich aan.

 

Deze laatste was William V. Reed uit Cuyahoga Falls, een Marineveteraan uit Kansas. Hij werd in 1946 manager en promotor van de Death Dodgers. Een van zijn lastigste opdrachten kwam in 1949, toen een stuntman vlak voor een show vertrok. Reed plaatste een advertentie in de Beacon Journal:

 

“Gezocht: jonge vrouw van 21 tot 30 jaar om op vrijdagavond 13 mei met een gigantisch kanon te worden afgeschoten op de Rubber City Speedway, in verband met de Jimmie Lynch Death Dodgers.”

 

Er meldden zich meer dan 200 kandidaten.

 

De Death Dodgers breidden zich uit tot drie gelijktijdig tourende groepen, maar keerden regelmatig terug naar Akron. Een nieuwe stunt was de Sui-Slide for Life, waarbij een bestuurder vanaf de top van het Rubber Bowl-stadion een helling van 150 voet afreed en terechtkwam in een stapel sloopauto’s.

 

Stunts in Canada

Via een blog kwam ook de volgende informatie naar voren:
https://hotrodsandjalopies.blogspot.com/2010/09/jimmie-lynchs-death-dodgers-were-at-cle.html

 

De Death Dodgers waren in 1947 te zien op de Canadian Lakehead Exhibition in Fort William. Voor veel bezoekers waren deze shows een vast onderdeel van de kermiscultuur. Auto-stuntteams kwamen vaker naar de CLE, ook in de jaren ’50 en ’60.

 

Een krantenartikel uit de Fort William Times Journal van 28 juli 1947 vermeldt dat tijdens de CLE een nieuwe Mercury Sedan werd weggegeven door Royal American Shows.

 

Er bestaan posters van Jimmie Lynch in Fort William en Port Arthur met aankondigingen van “twee speciale matinees”.

 

Ook op de Wereldtentoonstelling van 1940 trad Lynch op. In beelden is onder meer te zien hoe hij over twee Borden’s Divco-melkwagens springt en op een auto landt. Naast stunts verschenen ook souvenirs en programmaboekjes in zijn rood-gele huisstijl.

 

Een vriend van blogger Ron Limbrick herinnert zich dat het team verbleef in het Royal Fort Tourist Camp in Fort William, waar circusartiesten vaker logeerden en oefenden.

Familie en nalatenschap

Verschillende persoonlijke herinneringen bestaan online. Zo was een teamlid, Bill Williams, in 1935–1937 actief met motorstunts. Een andere familieband was dat Lynch getrouwd was met Virginia, de tante van een van de performers.

 

Zijn zoon Jimmie Jr. werd later kolonel in het leger en overleed later aan een hartaanval. Een andere zoon, Jackie, overleed eveneens. Zijn kleindochter sprak later trots over het familie-erfgoed.

 

Laatste rit, overlijden en nalatenschap

Jimmie Lynch gaf zijn laatste show in de Rubber Bowl in juni 1950. Zijn gezondheid ging daarna achteruit, mogelijk door jaren van roken — al dan niet Camel Cigarettes.

 

Op 31 augustus 1951 overleed hij op 50-jarige leeftijd aan levercirrose in Texarkana, Arkansas, en werd hij begraven in zijn geboorteplaats Texarkana, Bowie County, Texas.

 

Zijn show ging door: Reed nam de leiding over en verplaatste het hoofdkantoor naar Akron. De naam “Jimmie Lynch Death Dodgers” bleef bestaan tot Jack Kochman de groep in 1960 overnam en hernoemde tot International Auto Daredevils.

 

In 1962 sprak Reed in een interview met de Beacon Journal over het veiligheidsrecord van de groep: “Een auto is een gevaarlijk ding. We zoeken voortdurend naar nieuwe manieren om ons werk veiliger te maken.”

 

Een maand later vond tijdens een show in Mayfield, Kentucky alsnog een fataal ongeluk plaats waarbij Reed omkwam tijdens een stunt.

 

Herinnering aan een legende

Jimmie Lynch was een mix van showman, veiligheidsinnovator en entertainer. Hij maakte van autosportstunts een vorm van massaal spektakel, gecombineerd met marketing en educatie. Zijn Death Dodgers, de World’s Fair-shows en de Rubber Bowl-optredens maakten hem tot een pionier in de ontwikkeling van moderne stuntshows en latere monstertruck-entertainment.

index (1).jpg

Jimmie Lynch met voor hem Buddy Toomey

Jimmie Lynch
jimmie-lynch-7.jpg
jimmie-lynch-14.jpg
6 - Lynch2WD.jpg
9-6-2025 01-01-15.png
8 - rubjimmy.jpg
2 - CLE poster.jpg
s-l1600 (3).webp
10 - program2.JPG
1_7baa498afe9f44451667f7fa31113b49.jpg
s-l1600.webp
s-l1600 (12).webp
4 - Jimmie-Lynch1.jpg
Jimmy Van Cise glider photo 1930.avif

Eén van de leden van het team heeft zelf ook een fraaie carrière gehad: Jimmy VanCise (Rechts op de foto)

Verteld vanuit een familielid kwam ik deze tekst tegen op discoverthisco.com. Er zijn echter geen bewijzen voor te vinden, dus meer dan een familieverhaal zou ik het niet durven noemen. De enige link is een document dat door beiden is ondertekend.

Jimmy VanCise, van stuntman tot showman

Ik had wel eens verhalen gehoord over oudoom Jimmy VanCise. Ik wist dat hij een paar wereldrecords had en dat hij partner was in de beroemde “Jimmie Lynch Death Dodgers Thrill Show”. Maar veel meer wist ik eigenlijk niet. Mijn oudoom overleed toen ik nog heel jong was. Onlangs kwam ik een foto tegen van mijzelf met oudoom Jimmy. Ik was ongeveer vier jaar oud toen die foto werd genomen. Het vinden van de foto bracht me ertoe het leven van Jimmy als stuntman te onderzoeken. Dit is wat ik ontdekte over oudoom Jimmy VanCise.

 

Jimmy VanCise werd geboren op 26 juni 1901 in Cleveland, Ohio. Jimmy was de oudste van zeven kinderen. Zijn vader was geboren in New York en zijn moeder in Massachusetts. Joseph VanCise, zijn vader, was elektricien.

 

Toen Jimmy 16 jaar oud was, werkte hij al als “stunter”. In 1917 kreeg hij een baan waarbij hij met een parachute uit een heteluchtballon sprong. Naast het springen uit ballonnen en vliegtuigen deed Jimmy ook mee aan “autopolo”. Autopolo werd als sport gepromoot door Ralph “Pappy” Hankinson uit Topeka, Kansas. Pappy had een Ford-dealerbedrijf in Topeka en zocht naar nieuwe manieren om auto’s te promoten. Hij organiseerde de eerste wedstrijden en de rest is geschiedenis. Autopolo-wedstrijden werden door het hele land gehouden. Zowel auto’s als bestuurders liepen hierbij een grote kans op ernstige verwondingen of de dood. Toch stroomden de toeschouwers massaal toe.

 

In de jaren 1920 werd Jimmy een zogeheten “barnstormer”. Hij liep over vleugels van vliegtuigen en voerde acrobatische parachutesprongen uit. Op 25 juni 1928 in Akron, Ohio trad Jimmy VanCise (stuntman) samen met Red Miller (piloot) op in het “Congress of Dare Devils” op de Cleveland Akron Speedway. “Thrills, spills and chills” stonden op het zondagmiddagprogramma. Jimmy imponeerde het publiek met zijn vleugellopen en parachutesprongen. 4.000 mensen zagen het duo de dood trotseren in de lucht.

 

Op 11 mei 1930 werd op het vliegveld van South Bend, Indiana een tweezitszweefvliegtuig tentoongesteld waarin Lyman Voepel onlangs een wereldrecord had gevestigd door 12 keer achter elkaar een looping te maken vanaf 3.500 voet hoogte. In datzelfde toestel zette Jimmy VanCise een record door als eerste passagier ooit een looping te maken in een zweefvliegtuig, en als eerste uit een zweefvliegtuig met een parachute te springen vanaf 1.500 voet.

 

In 1930 reisden Jimmy en Red Jackson met het endurance-vliegtuig “St. Louis Robin” door het land. De Gulf Refining Company uit Pittsburgh leverde de olie voor het vliegtuig en sponsorde het team. Red Jackson en Forest O’Brine hielden het vliegtuig 17 dagen, 12 uur en 21 minuten in de lucht — een wereldrecord voor duurvliegen op dat moment. Jimmy bestuurde het bijtankvliegtuig dat het mogelijk maakte dat Red in de lucht kon blijven. Jimmy VanCise en Thunderbolt Knight stonden ook vermeld als parachutespringers in de show. Ze bezochten Chicago, Detroit, Pittsburgh en vele andere grote steden van die tijd.

 

In 1930 meldde de Orleans Times in New York dat Jimmy VanCise lid was van het Curtiss-Wright stuntteam. De shows trokken tussen de 20.000 en 50.000 toeschouwers in grote steden.

 

Op maandag 26 oktober 1942, op 38-jarige leeftijd, meldde Jimmy VanCise zich aan bij het Amerikaanse leger om te vechten tegen de Asmogendheden. De Shreveport Journal schreef dat VanCise een man van vele talenten was, met de volgende verdiensten: “Hij is parachutespringer, parachutemonteur, vliegtuigpiloot, zweefvliegpiloot, autoracer en een expert in auto-ongelukstunts.”

 

In Shreveport, op de Louisiana State Fair, gaf VanCise zijn laatste autoshow voordat hij het leger in ging. Jimmy VanCise leidde daar de Jimmie Lynch Death Dodgers-ploeg. Na de show nam hij afscheid van zijn werkgever en meldde zich bij het rekruteringsbureau van het leger. De Shreveport Journal schreef verder dat Jimmy’s carrière begon met zijn eerste parachutesprong uit een heteluchtballon toen hij 16 was. Sindsdien had hij duizenden mensen vermaakt in de Verenigde Staten, Europa en Zuid-Amerika.

 

Jimmy was in 1930 de eerste man die een looping maakte met een zweefvliegtuig. Hij was ook de eerste die een parachutesprong maakte vanuit een zwever, op 6 juli 1930 in Milwaukee, Wisconsin. Daarnaast vestigde hij een hoogterecord van 14.000 voet in een zweefvliegtuig, waarbij hij tijdens de afdaling 61 loopings maakte. Jimmy was ook piloot van het vliegtuig dat het toestel van de Red Robins bijtankte toen dat het duurvliegrecord vestigde.

 

In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog begonnen Jimmy VanCise en Jimmie Lynch samen te werken. Hun samenwerking zou meer dan twee decennia duren. Jimmy VanCise stopte met het uitvoeren van stunts en werd regisseur en promotor van de Jimmie Lynch Death Dodgers-autostuntshow. Het gezelschap reisde van 1930 tot 1951 door het hele land en trad op voor miljoenen mensen.

 

De Jimmie Lynch Death Dodgers-show beleefde haar hoogtijdagen na de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaanse bevolking was toe aan entertainment en de Jimmie Lynch Death Dodgers zorgden voor “spills, chills and thrills” door het hele land. Oom Jimmy VanCise, stuntman en waaghals, stierf op 74-jarige leeftijd een natuurlijke dood.

Van Cise, James Earl (1904) war registra.avif

Johnny Crasharama

Onderstaand verhaal uit 2013 heb ik gedeeld via een blog van Tim Foster. Hemmings heeft het verhaal ook in 2024 gedeeld. Ik vond het leuk om het hier ook te delen. De tekst is overgenomen van het blog van Foster en vertaald.

Johnny Crasharama kan niet stoppen met stunten.

Dave en ik hadden gepland om donderdag direct na mijn werk naar Portland te vertrekken, zeg maar rond 16.00 uur. Zijn pick-up liep te warm, dus besloten we een econobox te huren voor de rit. We zouden de huurauto om 17.00 uur ophalen. En toen belde Jumpin’ Johnny.

 

Johnny Crasharama is al eens eerder op de blog voorbijgekomen. Hij is een vriend van me — een professionele stuntman die al sinds ongeveer 1972 auto’s kort en klein rijdt, over de kop laat gaan en racet in shows als Chitwood’s Tournament of Thrills en de King Kovaz Auto Daredevils. Hij was een tijdje semi-gepensioneerd omdat hij de laatste werkgever niet kon uitstaan, maar is nooit echt gestopt met stunten — hij blokkeerde gewoon de straat voor zijn huis en deed daar gratis stuntcrashes totdat de politie hem liet stoppen.

 

Een paar jaar geleden sprak hij met een vriend die nog steeds in het vak zat en hoorde hij dat de Hell Drivers, de allerlaatste klassieke auto thrill show die nog op tournee was, ermee zou stoppen. Johnny oogt keihard, maar eigenlijk is hij een sentimentele gast; het idee dat er voor het eerst sinds 1934 geen thrill show meer door Amerika zou trekken, raakte hem diep. Twee weken later had hij de Hell Drivers gekocht en maakte hij zich klaar om weer de weg op te gaan.

 

Het is zwaar geweest — de economie zit tegen, brandstof is duur en het is lastig om een ervaren stuntteam bij elkaar te houden. De tijden zijn veranderd. De county fairs en dirt tracks die vroeger het hart van de stuntshowscene vormden, boeken tegenwoordig liever extreme motocross, monster trucks en andere moderne acts. Toch gaan Johnny en zijn Hell Drivers elk seizoen weer op pad, geven alles wat ze hebben en houden een Amerikaanse traditie in leven.

 

Die traditie betekent veel voor Johnny. Hij weet alles van de oude stuntshows en kan urenlang verhalen vertellen over stuntcoureurs die al lang overleden zijn — vaak omgekomen tijdens hun werk. Ik noemde eens een foto die ik zag met het bijschrift “Jimmie Leach and his Death Duckers”, waarop Johnny zei: “Bedoel je Jimmie Lynch and his Death Dodgers?” Deze wereld zit in zijn bloed (na al zijn ongelukken, letterlijk). Johnny werkte in zijn beginjaren voor veel van de oudgedienden en reed toen bijna elke show met auto’s uit de jaren ’40 en ’50 — net zoals zijn helden vroeger.

 

Eén van Johnny’s grootste helden is Lucky Teter, de eerste echt succesvolle thrill-show-rijder en een van de vroege Hell Drivers. Teter was een grote ster in de jaren dertig en begin jaren veertig — tot zijn spectaculaire dood op 4 juli 1942. Die show stond aangekondigd als zijn afscheid van de thrill shows; hij zou zich de dag erna aanmelden bij het leger. Maar zover kwam het niet. Bij zijn derde sprong van de dag probeerde Teter een nieuw record te zetten voor een sprong van schans naar schans: 150 voet. Toeschouwers hoorden zijn Plymouth uit 1938 overslaan terwijl hij de schans naderde, maar hij probeerde het toch. De Plymouth haalde het niet en raakte de landingsschans ter hoogte van de voorruit. Teter was op slag dood — voor de ogen van duizenden toeschouwers.

 

Toen Johnny me vertelde dat hij overwoog een Plymouth uit 1938 op te knappen en ermee op tour te gaan als eerbetoon aan Teter, vond ik dat al indrukwekkend. Maar toen hij zei dat hij er waarschijnlijk ook stunts mee wilde gaan doen, werd het toch een ander niveau van risico — een vier jaar oude auto over een schans jagen in 1942 is één ding, maar hetzelfde doen met een 75 jaar oude auto in 2013 is iets anders. Maar niet voor Johnny. Hij kon geen geschikte ’38 Plymouth vinden, dus nam hij genoegen met iemands stilgevallen Dodge-project uit 1937. Die had meer dan 30 jaar stilgestaan, maar Johnny had hem binnen een paar maanden rijdend. Kunstenaar Bruce Gossett schilderde hem in de stijl van een jaren ’40 thrill-show-auto. Het enige wat nog restte waren een paar testsprongen. Hij belde om te vragen of ik het wilde komen bekijken voordat hij naar de oostkust vertrok. Dave en ik stelden ons vertrek uit.

 

Johnny zette de schansen op in de straat voor zijn huis en een klein groepje van ons hing wat rond terwijl hij alles in gereedheid bracht. Hij had de schokdempers vervangen, omdat tijdens eerdere tests de auto te hard doorsloeg, en hij wilde zeker weten dat het nu goed zat.

 

Rond 19.00 uur was iedereen er en startte hij de originele 217 cubic inch zescilinder. Hij reed naar het eind van de straat, maakte een snelle U-turn en kwam vol gas op de schansen af — de open uitlaat brulde.

 

Hij raakte de schansen met zo’n 80 km/u en de auto vloog perfect door de lucht… en landde netjes 6 tot 9 meter verderop. Geen doorslaan. Daarna werd het gewoon leuk. Hij deed nog een stuk of zes sprongen en de auto presteerde elke keer vlekkeloos. Toen kwam er een politieagent aanrijden, keek naar Johnny’s auto, de schansen en naar ons allemaal. Hij en Johnny wisselden een paar woorden en de agent vertrok weer, glimlachend. De show was voorbij. Dave en ik stapten in de huurauto en reden richting Portland…

origin-163.webp
origin-164.webp
origin-11277.webp
Lucky Teter.jpg

2021 by Wheels & Chrome

  • Black Facebook Icon
  • Black YouTube Icon
bottom of page