top of page
De GM Parade of Progress
We should all be concerned about the future, because we will have to spend the rest of our lives there
stream4.gif
parade-of-progress_2.jpg
Futurliner-Bus-HDF-2.avif

Tussen 1936 en 1956 rolde een van de meest ambitieuze mobiele innovatieshows uit de geschiedenis over de Amerikaanse wegen: de General Motors Parade of Progress. Gedreven door de beurskrach van de Grote Depressie en geleid door uitvinder Charles "Boss Ket" Kettering, bracht een vloot van futuristische kolossen de belofte van wetenschap, comfort en vooruitgang naar miljoenen plattelandsbewoners. Van de Chicago World's Fair tot het lot van elk van de twaalf Futurliners lees je hier het verhaal van de show.

A Century of Progress (Chicago 1933)
Het idee achter de Parade of Progress vindt zijn oorsprong op de wereldtentoonstelling van 1933 in Chicago, formeel bekend als "A Century of Progress International Exposition". General Motors (GM) was daar veruit de grootste private exposant. Met een gigantische expositieruimte van ruim 11.000 vierkante meter en een imposante, 54 meter hoge toren met verlichte neonsymbolen trok de GM-stand miljoenen bezoekers. Op de beurs liet GM niet alleen de nieuwste voertuigen van merken als Pontiac, Oldsmobile, Buick, LaSalle en Cadillac zien, maar ook een werkende Chevrolet-assemblagelijn waar bezoekers konden zien hoe auto's werden gemonteerd. De Frigidaire-divisie presenteerde de visionaire tentoonstelling "Appliances of Tomorrow", waarmee het publiek een blik kreeg op moderne kooktoestellen en koeltechniek.

 

Het inzicht van Charles F. Kettering
Terwijl hij over het beursterrein wandelde, kreeg Charles F. Kettering — vicepresident onderzoek bij GM, legendarisch uitvinder van onder meer de elektrische startmotor en houder van 186 patenten — een doorslaggevende ingeving. Hij realiseerde zich dat slechts een klein percentage van de Amerikaanse bevolking in staat was om naar een grote stad als Chicago te reizen om dit soort wonderen te zien. Miljoenen mensen in kleine dorpen, boerengemeenschappen en de Heartlands bleven verstoken van deze inspiratie.

Kettering ging naar GM-bestuursvoorzitter Alfred P. Sloan Jr. en PR-directeur Paul Garrett met de vraag: "Waarom brengen we de beurs niet naar de mensen toe? We zouden ons allemaal zorgen moeten maken over de toekomst, want we zullen de rest van ons leven daar moeten doorbrengen."

 

Sloan en Garrett zagen direct de enorme PR-waarde. In een tijd waarin de Grote Depressie het land in zijn greep hield, zou een gratis, niet-commerciële roadshow die hoop en vooruitgang bracht, het imago van General Motors een onschatbare dienst bewijzen.

Streamliners

Futurliners

GM vond dat een gratis, niet-commerciële roadshow om GM in iedere plaats op de kaart te zetten een goed idee was. Het samenstellen van de karavaan nam heel wat tijd in beslag, gedurende 1934 en 1935. Voertuigen, personeel, tentoonstellingen, rekwisieten, tenten enzovoort. De focus lag op acht gestroomlijnde vrachtwagens, Streamliners genaamd, met een zilveren bovenzijde (Silver Tops). De kleur van de onderkant is niet zeker, maar waarschijnlijk rood. Zes van de Streamliners klapten aan de zijkanten open. Wanneer ze drie bij drie werden opgesteld met canvasluifels ertussen, ontstonden overdekte tentoonstellingsruimtes waar bezoekers doorheen konden wandelen. De zevende Streamliner klapte uit tot een volwaardig buitenpodium en de achtste diende als materiaal- en gereedschapswagen. Deze 10,5 meter lange voertuigen waren speciaal gebouwd in de befaamde Fleetwood-fabriek van Fisher Body op een 223-inch GMC-truckchassis. Ze werden aangedreven door een zescilinder benzinemotor met een inhoud van 239 cubic inches (3.9 liter). De originele Parade uit 1936 bevatte ook negen GMC- en Chevrolet-opleggers voor tenten, lampen enzovoort. De leiding reisde in een verlengde, geconditioneerde 1936 Chevrolet "Command Car" met een wielbasis van 185 inch. Van alle divisies reden er modellen mee die elke 2.000 mijl werden ingeruild bij dealers onderweg. Tijdens de bouw van deze karavaan werden er ook wagens gebouwd voor een mini-parade, de 'Previews of Progress'. Hiervoor werden enkele kleinere gestroomlijnde wagens ingezet die langs scholen en universiteiten gingen en zelfs naar het buitenland. Volgens het promotiemateriaal van GM strekte de volledige colonne zich onderweg over bijna twee mijl uit.

Op 11 februari 1936 ging de allereerste Parade of Progress officieel van start in Lakeland, Florida. Onderweg naar Florida werd overal gestopt bij GM-fabrieken en grotere dealers. De tent werd niet opgezet; er werd alleen gestopt om personeel te laten kijken en om de pers te 'gebruiken'. Pas in Florida werd de eerste show daadwerkelijk gegeven. Zelfs onderweg moest de karavaan opvallen en men reed dus altijd in colonne en uitsluitend overdag, zodat iedereen de colonne goed kon bekijken. De Parade ging bovendien verder dan alleen auto's. Een van de tentoongestelde apparaten was bijvoorbeeld een oscillograaf, waarmee bezoekers konden zien hoe technici trillingen en geluiden in auto's onderzochten. GM gebruikte de tentoonstelling daarmee om niet alleen bestaande producten te tonen, maar vooral om te laten zien hoe wetenschappelijk onderzoek de auto's van de toekomst zou verbeteren.

 

De bemanning van de Parade bestond uit 40 tot 50 jonge universitair afgestudeerden, afkomstig van minstens 30 verschillende universiteiten (zoals Harvard, Columbia en Brown). Ze waren allemaal vrijgezel en rond de twintig jaar oud. Hoewel ze waren aangenomen als sprekers, moesten ze allemaal onderaan beginnen in de zogenaamde "Futility Crew" (nutteloze ploeg). Ze bestuurden de voertuigen, bouwden de show op, gaven uitleg aan de bezoekers en braken de boel weer af om vervolgens naar de volgende plaats te rijden. Ze waren allemaal aangenomen als voorlichter, maar er was wel een inwerkperiode. Je leerde alles, maar mocht het pas zelf doen als er iemand vervangen moest worden; in de tussentijd deed je allerlei klusjes. Raymond E. Hayes herinnerde zich dat ze om 06:00 uur 's morgens in coveralls op het terrein moesten verschijnen om vloeren te boenen, papier te prikken en de tent op te bouwen. Pas daarna trokken ze strakke pakken aan om het publiek tekst en uitleg te geven over de exposities. Iedereen die eraan meedeed, vond het de beste tijd van hun leven. Het was een hechte groep die hard werkte, genoot van het avontuur en een missie had. De leider, Jack Jerpe, was een soort vader en vriend voor hen, maar was daarnaast wel hun baas. Men reed langzaam; de vrachtwagens waren ondergemotoriseerd, met een topsnelheid van 40 mph. Men verbleef in hotels en at in restaurants. Men verdiende $100 per maand en kleding en hotelkosten werden betaald. Voor eten kreeg men $18,50, wat in die tijd voor een goede maaltijd zorgde.

Het idee achter de Parade was dat de kleinere plaatsen bezocht moesten worden en er werd niets verkocht. De auto's en apparaten werden strategisch geplaatst en alle vragen werden beantwoord. Jerpe hield regelmatig een quiz om de kennis te testen. De route werd een jaar van tevoren gepland en de Chamber of Commerce (KvK) kreeg van tevoren een brief. Enkele dagen later kwam er een 'verkenner' naar het dorp. Er moest een plek gezocht worden voor de tent en wagens, hotelkamers moesten worden geboekt en GM-dealers, scholen, buurthuizen, kranten en de radio moesten worden ingelicht. Er werd een korte film vertoond als voorproefje. De Parade zelf gebruikte geen films; alles was live en elke show duurde 45 minuten. In 1940 werd een grotere, losse tent gebruikt die plaats bood aan 1.500 mensen, in plaats van de 1.200 in de oude opstelling. In grotere steden werd de tent niet opgezet, maar maakte men gebruik van bestaande gebouwen.

 

Ed Bracken vertelde dat de Parade in 1938 officiële gast was van de Mexicaanse regering en de Pan-American Highway tussen Laredo en Mexico-Stad feestelijk opende. De caravaan reed als eerste over het nieuwe asfalt. In Mexico had men een geweldige tijd en er waren zelfs speciaal getrainde Mexicaanse voorlichters. De parade stond twee weken in Mexico-Stad. Tijdens de kerstvakantie van 1938, in Key West, bracht Bracken de avond door in een saloon, terwijl hij over honkbal praatte met Ernest Hemingway, waarna de hele karavaan in januari 1939 per vrachtschip naar Havana, Cuba voer! Daarna vertrok men weer naar Amerika; het zuiden werd bezocht in de winter, het noorden in de lente. Daarna ging de Parade terug naar New York vanwege de GM-tentoonstelling op de wereldtentoonstelling.

 

De Parade of Progress met de Streamliners trok van 1936 tot 1940 door Amerika, totdat Charles Kettering en General Motors besloten de tentoonstelling volledig te vernieuwen. De eerste editie bezocht meer dan 220 steden, waar naar schatting 10 miljoen mensen de tentoonstelling bezochten. De exposities werden gemoderniseerd, de opzet werd groter en indrukwekkender, en de acht Streamliners maakten plaats voor twaalf nieuwe Futurliners, zoals die in 1940 oorspronkelijk waren ontworpen. Hoewel niet alles bekend is over wat er met de Futurliners gebeurde nadat General Motors ze in 1956 afstootte, is er nog veel minder bekend over het lot van de acht Streamliners. Er is slechts één betrouwbare vermelding bekend van een Streamliner na het einde van de Parade of Progress. In U.S. Military Wheeled Vehicles schrijft Fred Crismon dat een van de Streamliners die in 1941 op Fort Holabird werd gefotografeerd, was aangekocht door een niet nader genoemde gemeenschap in de staat Georgia en vervolgens aan het Amerikaanse leger werd geschonken. Daar werd het voertuig omgebouwd tot een mobiel podium voor het geven van USO-achtige voorstellingen op legerkampen.

In het voorjaar van 1940 begon General Motors in Pontiac, Michigan, met de bouw van twaalf volledig nieuwe Futurliners. De productie werd uitgevoerd door de Yellow Coach-divisie en Fisher Body Fleetwood. Ze waren ontworpen onder leiding van Harley Earl als vervangers van de acht oorspronkelijke Streamliner-tentoonstellingswagens die sinds 1936 deel uitmaakten van de Parade of Progress. Voor de ontwikkeling en bouw van de Futurliners investeerde GM naar schatting 1,25 miljoen dollar. De man achter het bureau (zie foto) is Robert E. Bingman, die de eer krijgt voor het ontwerp van het project binnen de afdeling Industrial Design van GM. De mannen vergelijken het schaalmodel met de ontwerptekening van de illustrator. Merk op dat het hier gaat om de "eerste editie" van de Futurliner, te herkennen aan de glazen koepel (ontworpen door Raymond Smith) boven de bestuurder. Bij de update in 1953 is deze koepel geschrapt, omdat het er voor de bestuurders snikheet in werd.

De Futurliner was een indrukwekkend technisch en logistiek voertuig en was ontworpen als een rijdende tentoonstelling. Met een lengte van ongeveer 10 meter, een breedte van 2,75 meter, een hoogte van 3,5 meter en een gewicht van ongeveer 15 ton waren het enorme voertuigen. De bestuurder zat hoog boven het wegdek in de glazen koepel en moest via een wenteltrap naar de cabine klimmen. Met Art Deco-styling en een verlicht GM-logo op de neus zagen de voertuigen eruit als een ruimteschip op wielen. Aan de achterzijde kon het dak ongeveer anderhalve meter omhoog worden gebracht, waarna een lichtmast met achttien tl-lampen en vier schijnwerpers via een wormwielaandrijving werd uitgeschoven. Aan weerszijden konden de grote, ongeveer 4,9 meter lange vleugeldeuren worden geopend met aparte 110-volt-motoren. Ze vormden daarmee tegelijk een podium en een tentoonstellingsruimte. Ook de bestuurderscabine was bijzonder. De centrale bestuurdersstoel bevond zich onder een karakteristieke glazen koepel, waardoor de chauffeur een uitstekend uitzicht had. Achter de stoel was plaats voor twee passagiers en via een dakluik kon de bestuurder indien nodig naar buiten klimmen. De cabine was bereikbaar via een deur aan de rechterzijde, waarna een pneumatisch bediende opstap automatisch naar buiten schoof. Het luchtdruksysteem, dat werkte op ongeveer 60 psi, werd tevens gebruikt voor onder andere de remmen en de claxon. Onder de vloer bevonden zich twee brandstoftanks van elk ongeveer 170 liter, beide voorzien van een elektrische brandstofpomp. Met een schakelaar op het dashboard kon de bestuurder kiezen welke tank werd gebruikt. Verder bood het onderstel ruimte aan de accu's en extra opbergvakken. Een opvallend detail waren de originele 10.00-20-banden met brede witte zijwanden, waarop de tekst "Parade of Progress" stond. Ze vormden een blijvende herinnering aan de periode waarin deze futuristisch ogende voertuigen door Amerika reisden om General Motors' visie op de toekomst te presenteren.

De Futurliners werden aangedreven door een GMC OHV-zescilinder benzinemotor met ongeveer 145 pk, gekoppeld aan een Dual-Range Hydra-Matic-automatische transmissie. Voor een voertuig van ruim vijftien ton was dit vermogen bescheiden. Daarom was vóór het differentieel een extra tweetraps reductiekast gemonteerd. Deze werd handmatig onder de bus bediend en was bedoeld voor steile beklimmingen in bergachtig terrein.

Op 26 februari 1941 maakten de twaalf Futurliners hun officiële debuut bij de start van de tweede Parade of Progress in Miami, Florida. De vernieuwde tentoonstelling trok dat jaar langs 43 steden en werd door meer dan drie miljoen bezoekers bezocht.

De Aer-O-Dome Tent
Onderdeel van de nieuwe opzet was de introductie van de Aer-O-Dome-tent, ontworpen door Fred Huddle. Deze 'tent van de toekomst' bood plaats aan 1.500 zittende bezoekers. Het unieke ontwerp leek op een omgekeerde paraplu met externe aluminiumspanten en een zilverkleurig, met vinyl geïmpregneerd doek. Hierdoor waren er binnenin geen hinderlijke paalconstructies nodig.

 

Toen de Parade in San Antonio, Texas, was, brak de Tweede Wereldoorlog uit. Twee weken na Pearl Harbor werd de Parade opgeschort en verwisselde het team het GM-uniform voor een beige of blauw uniform. De voertuigen werden naar Ohio gereden en daar gedurende de oorlog opgeslagen. Vanaf de start tot het uitbreken van de oorlog legde de eerste karavaan meer dan 1,6 miljoen kilometer af, bezocht 251 steden in de VS, Canada, Mexico en Cuba en werd bekeken door circa 12,5 miljoen mensen. In Fredericksburg, Virginia, was de toeloop zo gigantisch dat 2,25 keer de totale bevolking de show bezocht.

 

In 1946 werden enkele van de Futurliners uit de mottenballen gehaald om deel te nemen aan de parade in Detroit ter ere van het 50-jarig bestaan van de auto. De Parade of Progress zelf werd pas weer in april 1953 in gebruik genomen. Het bleven 44 voertuigen met 57 man bemanning; de Aer-O-Dome-tent werd wel vergroot en kon nu 1.500 personen in plaats van voorheen 1.200 personen herbergen. De plastic koepels van de Futurliners werden veranderd. Vanwege hun grote oppervlak werd het te warm in de cabine. Het bubbeldak werd vervangen door een ander dak en er werd airconditioning ingebouwd. Ook het kleurenschema werd aangepast en de bus werd moderner. Volgens sommige verhalen werden de Futurliners opnieuw geregistreerd, nu als modeljaar 1950. De vorige Parade had vijf tentoonstellingen, de nieuwe had er vijftien, met daarnaast nog twee legervoertuigen die deel uitmaakten van een tentoonstelling van Defensie. De tentoonstellingen bevatten nu ook straalaandrijving, de atmosfeer, atomen, stereogeluid, atoomenergie, radar, metaalpoedertechnologie en de gloednieuwe tweepersoons-1953 Chevrolet Corvette. Er werden nu ook vaker grote ruimtes gebruikt. De eerste nieuwe tentoonstelling was in een Pan-Am-hangar. Op het podium werd het 'Motel of the Future' getoond en reed de 'Car of the Future' af en aan. Men was gekleed in kleding van de toekomst. De meeste van deze zaken bleken later niet goed gegokt, behalve de sportievere kleding. Het grootste deel van de shows was gelijk aan de eerste shows van 1936, maar de grotere indoor-shows werden gepromoot als GM Motorama en minder vaak als Parade of Progress. De moderne Futurliners konden aan de zijkant openklappen om een podium te vormen waarop een voorlichter uitleg kon geven over de getoonde producten in de Futurliner. Hierdoor werd een groter publiek bediend dan in de tent met zitplaatsen.

Voordat de Parade of Progress aan haar tour begon, werd de complete karavaan opgesteld bij het General Motors Building aan West Grand Boulevard in Detroit, net als de vorige keren. Na de officiële presentatie vertrok de colonne via Woodward Avenue richting de eerste bestemming. Volgens voormalig Parader Ed Harben verliep dat eerste vertrek in 1953 niet zonder problemen. Nauwelijks had de colonne linksaf Woodward Avenue opgedraaid, of een van de Futurliners reed achterop zijn voorganger. De schade was zo groot dat het voertuig niet verder kon rijden.

 

De naoorlogse Parade trok niet meer zoveel mensen als ervoor. De oorzaak hiervan was ironisch genoeg een van de technologieën die de Parade in 1941 zelf als futuristische wensdroom had gepresenteerd: de televisie.

In 1946 stonden er in de gehele Verenigde Staten slechts circa 7.000 tv-toestellen. Tegen 1950 was dit aantal geëxplodeerd naar ruim 50.000.000 tv-toestellen. Amerikanen hoefden het plein niet meer op om wonderen en entertainment te zien; ze kregen het elke avond gratis in hun eigen woonkamer voorgeschoteld.

In 1956 besloot GM de Parade voorgoed stop te zetten, mede door andere mogelijkheden om hun producten te promoten. De meeste mensen die deel uitmaakten van het team bleven bij GM werken en zijn inmiddels allemaal met pensioen. De uitrusting werd verkocht, net als de Streamliners. Twee werden er geschonken aan de Michigan State Police; één werd omgebouwd om veiligheidstrainingen te geven, de andere bleef stand-by. De rest wordt hieronder beschreven. Een kleine vorm van de Parade bleef tot in de jaren 70 actief onder de noemer 'Previews of Progress'. Een dozijn GM-stationwagens trok hiervoor langs scholen door het hele land.

De shows/tentoonstellingen per Futurliners staan niet helemaal vast, dit is wat er bekend is.
Sommige bussen hadden per zijde een andere tentoonstelling, en soms werd er wel eens gewisseld of vernieuwd.


Dit is zeker:

  • #1 — Miracles of Heat and Cold

  • #2 — Our American Crossroads

  • #3 — Power for the Air Age

  • #4 — Diesel Power Parade / Power for the Nation's Lifelines

  • #5 — World of Science / Versatile Metal Powder

  • #10 — Opportunity for Youth / Three Dimensional Sound

Dit is niet zeker maar wordt her en der wel zo genoemd:

  • #6 — Energy and Man / High Compression Power and Energy

  • #7 — Out of the Muddle / Out of the Muddle II (City en Highway, maar die namen werder niet gebruikt)

  • #8 — Around the Farm House Clock

  • #9 — Reception Center

  • #11 — March of Tools / A Car is Born

  • #12 — Precision and Durability

Daarnaast was er nog de American Soap Box Derby. Deze zat waarschijnlijk op #10 volgens NATMUS. NATMUS zegt expliciet dat #10 aan de rechterzijde, afhankelijk van het jaar, óf Opportunity for Youth óf All American Soap Box Derby voerde. Er wordt ergens ook nog gesproken over 'Horses to Horsepower'.

NATMUS beschrijft een paar interessante feiten van Parader Douglas die in 1999 het museum bezocht:

1. De "Kantoor-Futurliner" met uitschuifbare wanden

  • Eerste 'slide-out' camper: Eén specifieke Futurliner werd puur als mobiel kantoor gebruikt door de leiding. Bijzonder hieraan was dat de wanden handmatig zo'n 60 cm (2 foot) naar buiten konden worden gerold voor meer binnenruimte — exact zoals de slide-outs van moderne campers dat nu doen.

2. Het mysterie achter de verwoeste crash-bus

  • Het echte verhaal achter de schade: Douglas bevestigt hoe een van de Futurliners zwaar beschadigd raakte: tijdens een afdaling in de bergen begaven de remmen het en ramde hij zijn voorganger. GM verklaarde het voertuig total loss. Onderdelenbus voor de politie: Omdat het einde van de Parade al naderde, werd hij niet gerepareerd. GM schonk later twee bussen aan de Michigan State Police: één goede om mee rond te touren (de Safety Liner) en deze gecrashte bus als donorvoertuig gevuld met reserveonderdelen. Alleen welke bus of truck is er tegenaan gereden?

3. Technische & Operationele weetjes

  • Hydraulische problemen: Alle Futurliners hadden voortdurend last van storingen aan de stuurbekrachtigingspomp.

  • Bijnaam & Kleur: Binnen de organisatie werden de bussen de "Red Elephants" genoemd, en de opvallende rode kleur werd aangeduid als Cadillac Red.

  • Veiligheid onderweg: Na de aanrijding moesten de bestuurders in de colonne verplicht minimaal 90 meter (300 foot) afstand van elkaar houden. Alleen het voorste en achterste voertuig hadden een zender, de rest had enkel een radio-ontvanger.

4. Buitengewoon strakke bezoekersregistratie

  • De Parade hield de bezoekersaantallen heel nauwkeurig bij. Bij elke ingang stonden medewerkers met handtellers. Elk uur kwam er iemand langs om de standen te noteren en de tellers te vervangen, waardoor ze de drukte van uur tot uur precies in kaart brachten.

5. Zeldzaam promotiemateriaal

  • Douglas bezat een zeldzaam deck speelkaarten met een afbeelding van een Futurliner dat destijds werd uitgedeeld. Daarnaast maakte hij melding van het feit dat "Old Scout" (de beroemde Oldsmobile uit 1902 die meereisde in de show) spoorloos was verdwenen.

Van de twaalf gebouwde Futurliners zijn tegenwoordig nog negen exemplaren bekend. De overige drie zijn in de loop der jaren verloren gegaan, gesloopt of hun verblijfplaats is onbekend. Van de overgebleven exemplaren zijn momenteel (2026) drie Futurliners volledig gerestaureerd en rijdend (#3, #10 en #11). Deze behoren tot de best bewaarde voertuigen en geven een indrukwekkend beeld van hoe de Parade of Progress er destijds uitzag. Daarnaast verkeren meerdere Futurliners nog in uiteenlopende staten van restauratie (vier stuks: #6, #7, #8 en #9). Twee exemplaren zijn dermate incompleet of zwaar aangetast dat zij voornamelijk als donorvoertuig dienen (de Oral Roberts-bus #4 (?) ) of al gediend hebben (#5) om andere restauraties mogelijk te maken.

Internationaal zijn de voertuigen inmiddels verspreid geraakt. Eén Futurliner bevindt zich in Zweden en wordt daar gerestaureerd. Drie exemplaren staan in Duitsland, waar eveneens aan behoud en restauratie wordt gewerkt. De enorme historische en culturele waarde blijkt ook uit de marktwaarde: een volledig gerestaureerde Futurliner bracht in 2006 ruim 4,1 miljoen dollar op tijdens een veiling — een recordbedrag voor een dergelijk voertuig. Bij iedere Futurliner staan ook de oorspronkelijke tentoonstellingen vermeld. Er waren echter nog meer tentoonstellingen waarvan niet bekend is bij welke bus ze hoorden, zoals de 'All-American Soap Box Derby'.

 

Op www.futurliner.org staat heel veel informatie over deze fantastische Futurliner-bussen. Van deze site komt ook de informatie die nu volgt over de andere shows die voor en na de Parade of Progress kwamen.

“Parader” Victor Garske stuurde ons een pakket met materiaal waarmee we veel ontbrekende informatie over de verschillende GM-shows konden aanvullen: Century of Progress, Caravan of Progress, Parade of Progress, Previews of Progress, Futurama en Motorama. Hieronder volgt een samenvatting van die informatie.

Vic schreef:

“De succesvolle General Motors Caravan of Progress uit de jaren dertig en de daaropvolgende, na de Tweede Wereldoorlog opnieuw zeer populaire Parade of Progress in de jaren vijftig waren educatieve programma's die waren bedacht door GM's inventieve genie Charles F. ‘Boss’ Kettering. Hij zette het project in gang nadat hij voorzitter Alfred P. Sloan ervan had overtuigd om de General Motors Science and Technology Exhibit van de Chicago World's Fair van 1933-34 (Century of Progress) op tournee te laten gaan.

Het doel was om een veel groter publiek kennis te laten maken met de verbeeldingskracht en het initiatief van wetenschappers en ingenieurs, en met de industriële mogelijkheden van de Verenigde Staten, in het bijzonder die van General Motors.

 

De centrale attractie van de spectaculaire Parade of Progress, de 45 minuten durende livepresentatie op het podium, was geïnspireerd door ‘Boss’ Kett. Deze show werd gehouden in de oorspronkelijke tent zonder middenmast en kreeg de naam Previews of Progress. Het doel was om de publieke belangstelling voor technologie te wekken.

 

De demonstraties op het gebied van wetenschap en techniek werden geselecteerd en technisch uitgewerkt door E. Barton Blett, die ook had meegewerkt aan de GM-show op de Century of Progress, de Caravan, de Parade en de Previews. Het script voor de Previews of Progress-show van de Parade werd geschreven door John W. Reedy, die eerder aan de Caravan had gewerkt en directeur was van GM's Previews of Progress.

De aanschaf en samenstelling van de beschikbare wetenschappelijke apparatuur voor de podiumshow van de Parade werd gecoördineerd door William A. Cobb en mijzelf. Apparatuur die nodig was om de wetenschappelijke principes te demonstreren, maar die niet te koop was, hebben Bill en ik zelf gemaakt.

Later heb ik educatieve Previews of Progress-wetenschapsshows opgebouwd en van scripts voorzien en de daarvoor benodigde sprekers opgeleid. Deze shows werden georganiseerd door GM-dochterondernemingen in Zweden, Denemarken, Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Zuid-Afrika, Syrië, Turkije, Pakistan, Australië, Nieuw-Zeeland, Venezuela, El Salvador, Brazilië en Argentinië.”

 

Nadat Don dit materiaal had ontvangen, belde hij Vic. Vic heeft lange tijd meegewerkt aan GM's Previews of Progress en reisde daarvoor naar maar liefst 38 verschillende landen.

Naast zijn eigen herinneringen stuurde Vic ook kopieën van enkele pagina's uit de publicaties GM WORLD. Dit was het tijdschrift van de GM Overseas Operations Division, die verantwoordelijk was voor alle activiteiten van General Motors buiten de Verenigde Staten en Canada.

De informatie die Vic stuurde had uitsluitend betrekking op de hierboven genoemde GM-shows. Hieronder volgt een overzicht van deze shows en de manier waarop ze met elkaar samenhangen. 

  • CENTURY OF PROGRESS — Dit was de wereldtentoonstelling die in 1933-34 in Chicago werd gehouden. Industriële bedrijven zoals GM presenteerden er de vooruitgang op het gebied van wetenschap, industrie en producten, zowel in het heden als met een blik op de toekomst.

  • CARAVAN OF PROGRESS — Hiermee wordt in veel publicaties verwezen naar de eerste Parade of Progress, die van 1936 tot 1940 plaatsvond. De medewerkers die aan deze eerste Parade of Progress werkten, werden aangeduid als ‘Caravaners’.

  • PARADE OF PROGRESS — Een show over de wonderen van de wetenschap, waarin werd getoond hoe industrieel onderzoek nieuwe processen ontdekte die uiteindelijk leidden tot producten die binnen het bereik van talloze mensen kwamen. De presentaties waren het neusje van de zalm op het gebied van wetenschappelijke demonstraties. Ze combineerden de beste onderdelen van de General Motors-exposities op de Century of Progress in Chicago met een aantal demonstraties die nooit eerder waren vertoond.

    Er waren drie series van de Parade of Progress: 1936-1940, 1941 en 1953-1956.

  • PREVIEWS OF PROGRESS — Dit was de podiumshow die binnen de Aero-Dome-tent van de Parade of Progress werd opgevoerd. De voorstelling duurde 45 minuten en werd gepresenteerd door twee ‘Paraders’.

    De show werd daarnaast ook los van de Parade of Progress opgevoerd op scholen, universiteiten, in auditoria en in verschillende andere landen, zoals hierboven beschreven. In die zelfstandige vorm werd de show aangeduid als de ‘little caravan’. Deze bestond uit verschillende apparaten waarmee wetenschappelijke verschijnselen werden gedemonstreerd en die waren ontwikkeld door de onderzoekslaboratoria van General Motors.

    Op een bepaald moment werd een ‘ultrastroomlijnende’ vrachtwagen gebouwd om de demonstratieapparatuur te vervoeren. Deze truck stond op een GMC-chassis en was voorzien van een Buick-motor. De enige foto van deze truck die ik ooit heb gezien, staat op pagina 170 van het boek GMC – The First 100 Years.

  • FUTURAMA — In 1939 werd in het General Motors-gebouw op de World's Fair in New York de Futurama gepresenteerd, het grootste schaalmodel-panorama dat ooit was gebouwd. Bezoekers konden vanuit comfortabele fauteuils met twee armleuningen het panorama bekijken. De stoelen waren bevestigd aan een soepel bewegende, kronkelende baan die werkte volgens het principe van een roltrap.

    Het panorama liet het wegennet van 1939 en een toekomstbeeld van 1960 zien. Een twintig ton zware ‘polyrhetor’, een geavanceerd geluidsapparaat, zorgde ervoor dat iedere bezoeker op precies het juiste moment een gesproken toelichting op het gedeelte van het panorama kreeg dat hij of zij op dat moment passeerde.

  • MOTORAMA — De spectaculaire shows waarmee GM in de jaren vijftig zijn nieuwe producten, vooral auto's, presenteerde. Zie hiervoor het boek The GM Motorama – Dream Cars of the Fifties van Bruce Berghoff.

De rood-witte Futurliners waren een van de belangrijkste attracties van de Parade of Progress. De Futurliners werden gebouwd door de GMC Truck & Coach Division en de Fisher Body Division, in samenwerking met de GM Styling Section en de GM Research Laboratories Division.

 

Ze waren 33 voet lang (10,1 meter), 8 voet breed (2,44 meter) en 11 voet 4 inch hoog (3,45 meter). De wielbasis bedroeg 248 inch (6,30 meter) en het frame was 32 voet (9,75 meter) lang. Het frame werd verstevigd met conventionele dwarsbalken. Aan het hoofdframe waren steunen bevestigd waarop de carrosserie rustte.

 

Het bestuurderscompartiment vertoonde veel gelijkenis met de cockpit van een vliegtuig uit die tijd. Het was toegankelijk via een deur rechtsvoor in het voertuig. Een trap leidde naar het hoog boven de wielen gelegen compartiment. De ogen van de chauffeur bevonden zich ruim drie meter boven het wegdek. Hij beschikte over één stoel, die midden voorin het compartiment was geplaatst. Achter hem bevonden zich twee extra zitplaatsen voor assistenten of speciale gasten. Het compartiment werd vanaf 1953 op een aangename temperatuur gehouden door een Frigidaire-airconditioner. De bekleding bestond uit vinyl gecoate stof in twee tinten groen: limegroen en donkergroen. De voorruit liep vrijwel helemaal rond het bestuurderscompartiment en was gemaakt van groen getint E-Z Eye-glas. De voorruiten van de Futurliners waren tot dat moment de grootste E-Z Eye-ruiten die ooit waren geproduceerd.

 

De Futurliners waren uitgerust met de Autronic-Eye van de Guide Lamp Division. Dit systeem dimde automatisch de koplampen wanneer een tegenligger naderde en schakelde ze daarna weer naar grootlicht.

 

De stuurbekrachtiging werd ontwikkeld door de Saginaw Steering Gear Division. Het stuurwiel was bevestigd aan een gestroomlijnde stuurkolom midden voorin het compartiment. De pedalen voor rem en gas waren van het zogenoemde treadle-type, voorzien van geribbelde rubberen oppervlakken en afgewerkt met chromen platen. Een koppeling was niet aanwezig.

 

De Futurliners waren uitgerust met een Dual-Range Hydra-Matic-automaat, geproduceerd door de Detroit Transmission Division. Voor onderhoud was de motor bereikbaar via een grote deur linksvoor in het voertuig. Er waren twee benzinetanks, elk met een inhoud van 45 gallon (ongeveer 170 liter), die vóór de achterwielen waren geplaatst.

 

Tot de veiligheidsvoorzieningen behoorden dubbele wielen op de vooras, die de wegligging en veiligheid verbeterden. De stalen bumpers waren voorzien van een rubberen bekleding die extra bescherming bood. Rond de onderzijde van de carrosserie liep bovendien een rubberen beschermrand.

Andere speciale uitrusting van de Futurliners bestond uit grote elektrisch bediende zijpanelen, die omhoog konden worden geopend om de ingebouwde tentoonstellingen zichtbaar te maken, en stalen lichtmasten.

 

Technische Specificaties & Kenmerken
Afmetingen:

Lengte: 10,06 meter (33 ft)

Breedte: 2,44 meter (8 ft)

Hoogte: 3,53 meter (11 ft 7 in)
Wielbasis: 6,30 meter (248 in)
Gewicht: Ongeveer 15.000 tot 17.000 kg

 

Motorisering:
1940-1952: 4-cilinder GMC-dieselmotor met een mechanische 4x4-transmissie.
1953-update: 302 cu in (5.0 liter) GMC zescilinder-in-lijn kopklepmotor (OHV). Dit was een aandrijflijn uit een legertruck ten tijde van de Koreaanse oorlog.

Twee benzinetanks van elk 45 gallon (ca. 170 liter per tank).
 

Het Bizarre Versnellingssysteem (24 Versnellingen!):

De motor was gekoppeld aan een 4-traps Hydramatic automatische transmissie. Deze was voorzien van een
secundaire 2-traps reductiebak (8 automatische/halfautomatische verhoudingen). Daarnaast zat er
achterin het voertuig nog een handmatige 3-traps PTO-versnellingsbak. Om deze in te stellen, moest de
bestuurder het voertuig stilzetten, uitstappen en achterin de versnelling handmatig verzetten. 4 x 2 x 3 = 24 versnellingen vooruit! Desondanks lag de topsnelheid in de praktijk rond de 40-50 mph 65-80 km/u).

 

Dubbele Voorwielen & Stuurinrichting

De Futurliner had twee voorwielen direct naast elkaar aan elke zijde (in totaal 8 wielen onder de bus). Elk voorwiel beschikte over een eigen trommelrem, lagers en naaf. Vrijwel alle Futurliners kampten regelmatig met kapotte stuurbekrachtigingspompen door de gigantische krachten die nodig waren om de vier voorwielen te verdraaien.
 

De Cockpit

De bestuurder zat op een hoogte van ruim 3 meter. Het bereiken van de cockpit vereiste het
beklimmen van een interne wenteltrap. In het 1940-model zat de bestuurder onder een perspex 'bubble
canopy' (koepel) zoals bij een gevechtsvliegtuig. Omdat er geen airconditioning was, werd het daarbinnen
onmenselijk heet. In 1953 werd de koepel vervangen door een dakscherm en werd airconditioning
toegevoegd.

 

Expositiedeuren & Lichtmast

Aan weerszijden zaten 16-voets (4,88 m) 'clamshell'-deuren die hydraulisch uitklapten en podia vormden.

Boven op het dak van iedere Futurliner bevindt zich een vin van staal en aluminium, ruim 4,5 meter lang. Wanneer de Parade op een locatie wordt opgesteld, vormen deze vinnen de belangrijkste verlichting van het terrein.

De vinnen hebben de vorm van een omgekeerde kano. Wanneer ze niet worden gebruikt, zakken ze in een uitsparing boven op de Futurliner, waardoor ze onderdeel worden van het dak en nauwelijks opvallen. In uitgeschoven toestand komt een vin ongeveer 5,5 meter boven de grond uit en werpt hij een brede lichtbundel over het terrein. De verlichtingsmasten worden met elektromotoren van een halve pk omhoog en omlaag bewogen. De verlichting bestaat uit 36 fluorescentiebuizen van 40 watt, verdeeld over zes groepen van zes buizen, aangevuld met twee gloeilampen van 250 watt aan de uiteinden van iedere vin. Het stroomverbruik werd op locatie gedekt door een immense dubbele 200 kW Detroit Diesel 6-71-generator.

Naamgeving

De merknaam werd bewust gespeld als FUTURLINER (zonder de letter 'E') zodat General Motors de naam als handelsmerk kon registreren.

Verdeling van de 12 Futurliners bij het einde van de Parade

Eén bus was al gesloopt/afgeschreven: Eén Futurliner raakte tijdens een bergrit betrokken bij een zwaar ongeval en ging over de kop. Deze werd door GM niet meer gerepareerd.

 

Twee bussen werden weggegeven: In 1959 schonk GM twee Futurliners aan de Michigan State Police. Eén werd omgebouwd tot een mobiel verkeersveiligheidscentrum (Safetyliner) en de beschadigde tweede (aangereden door een andere Futurliner die problemen had met zijn remmen) werd meegeleverd als donor.

 

De overige negen bussen werden verkocht. Uit historisch onderzoek (waaronder het boek General Motors Parade of Progress & A Futurliner Returns van Bruce Berghoff en George Ferris) en archieven van het restauratieproject valt de verkoopgeschiedenis van de Futurliners als volgt op te bouwen:

 

De negen Futurliners werden door GM in één partij verkocht via Dick (Richard) Knapp, directeur van Anchor Motor Freight (het bedrijf dat het autotransport voor Chevrolet al vanaf 1934 verzorgde). Het bedrijf was een onderdeel van O'Neill Enterprises uit Cleveland. Zoals in de notitie op Futurliner.org staat, betaalde Knapp een schroot-/dumpprijs van rond de $300 per stuk, met het idee ze met winst door te verkopen.

 

Predikant Oral Roberts kocht zijn Futurliner (die hij ombouwde tot de bekende "Cathedral Cruiser") niet rechtstreeks via de primaire vlootafstoting van GM, maar uit de partij die via Dick Knapp vrijkwam. Hoewel publicaties uit die tijd (zoals het tijdschrift Abundant Life uit 1960) schreven dat de evangelist de bus "van General Motors kocht", verliep de daadwerkelijke transactie via de partij die Knapp/Anchor Motor Freight had opgekocht.

Futurliner.org zegt hierover:

 

“Dale Wegner was one of a group of dealers that purchased ten Futurliners in the mid 60's. He says that Dick Knapp who ran Anchor Motor Freight got them all involved in buying these surplus GM vehicles. Dale's mentor, Tom Dreisbach, had two more Futurliners at his Cadillac dealership in Michigan.”

 

Wat niet helemaal klopt: er waren maar negen Futurliners beschikbaar voor verkoop.

​​​

Joe Dreisbach was een van de latere kopers/handelaren die in de jaren na de verkoop door Knapp meerdere Futurliners in handen kreeg en verhandelde. Knapp trad in feite op als de "tussenpersoon/opkoper" die de hele vloot in één keer van het GM-terrein haalde, waarna particulieren, kerkgenootschappen (zoals Oral Roberts) en handelaren zoals Dreisbach er één of meer overnamen.

 

Er is een interview met Dale Wegner waarin hij aangeeft een van de dealers te zijn geweest die de Futurliners kochten. Dick Knapp van Anchor Motor Freight bracht hen bij elkaar. Tom Dreisbach (Thomas Swope Dreisbach) zat op Cooley High en slaagde in 1942. Vervolgens diende hij als piloot tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij had er één staan als reclamevoertuig (#10). Dreisbach had het dealerschap waarschijnlijk van 1965 tot 1996, aldus Steven Seiler op Michigan History op Facebook. Wegner had er twee, #3 en #6. #6 was wit gemaakt en voorzien van teksten en logo's van het Chevrolet/Oldsmobile-dealerschap. De bus werd tevens verhuurd. Wegner gaf Futurliner #3 in de jaren 70 terug aan Dreisbach vanwege een kapotte voorruit.

 

Dus we weten dat Square D, Goebel Brewery, Oral Roberts en Dale Wegner er één dan wel twee hadden gekocht. Dreisbach kwam pas later in beeld. Daarnaast gingen er twee naar de Michigan State Police. Van zeven exemplaren weten we dus al zeker wat er direct na GM mee gebeurde. Daar komt nu bij dat Nucleonics er drie kocht en ze als AccuRay-promotievoertuigen inzette. Hiervoor is bewijs via een filmpje en via een bericht in een jaarrapport uit 1959. De bus van Bob Valdez is een voormalige Makita-promobus geweest, alleen is onbekend in welk jaar. Wie die bus daarvoor heeft gebruikt, weten we niet. Makita kwam pas in 1970 op de Amerikaanse markt en hun demonstratievoertuig was een echt busje. 

​​​

Op futurliner.org worden met name twee sleutelfiguren/partijen genoemd rond de verkoop namens GM en de eerste kopers:

 

John E. Ryan (Parade Director van GM)

John Ryan was de directeur van de Parade of Progress in Detroit. Toen GM besloot de Parade stop te zetten, liep het contact en de verkoop van de voertuigen via zijn kantoor in Detroit.

  • Voorbeeld: Toen de bekende evangelist Oral Roberts interesse toonde in een bus om er een mobiel podium van te maken (Cathedral Cruiser), werd hij direct doorverwezen naar het telefoonnummer van John Ryan in Detroit, waar hij de bus voor een fractie van de oorspronkelijke waarde van GM overnam. In een van de vele artikelen over Oral Roberts werd vermeld dat er plannen waren om meerdere teams en voertuigen in te zetten die de hele wereld zouden bereizen om de boodschap van "abundant life" (het overvloedige leven) te verspreiden. Voor zover bekend zijn deze plannen echter nooit gerealiseerd.

 

Aangezien #8 forse schade aan de achterzijde opliep, is er ook het mysterie welk voertuig hiervoor verantwoordelijk was. Tot op de dag van vandaag is niet officieel bekend welk specifiek voertuig de boosdoener was. Wel zijn er in de Futurliner-community een paar sterke theorieën en verklaringen voor het feit dat er nooit een bus met voorschade is opgedoken:

 

1. Een van de ondersteunende GMAAC/GMC-vrachtwagens

De karavaan bestond niet alleen uit de 12 Futurliners, maar ook uit tientallen GMC-ondersteuningsvoertuigen, trailers en auto's. Historici vermoeden dat het niet een andere Futurliner was, maar een zware GMC-volgwagen of materiaalwagen. Deze hadden een massieve stalen bumper aan de voorzijde, waarmee ze enorm veel schade konden aanrichten aan de achterkant van de Futurliner, terwijl de vrachtwagen zelf relatief eenvoudig te herstellen was.

 

2. Reparatie met reserveonderdelen

Als het wél een andere Futurliner was, is het zeer aannemelijk dat GM de voorschade direct in de eigen fabrieken heeft gerepareerd. GM had namelijk nog reservepanelen, de mallen én een complete voorraad donoronderdelen ter beschikking. Omdat de Parade of Progress in 1956 sowieso werd stopgezet, was het voor GM logischer om van twee beschadigde bussen weer één compleet exemplaar te maken (of de voorschade te herstellen) en de bus met de zwaarst beschadigde structuur (#8) af te danken als donor.

 

3. De 'onderdeeldonor' voor de Michigan State Police

Dat #8 inderdaad de zwaarst getroffen bus was aan de achterkant, blijkt uit wat er daarna gebeurde: toen GM in 1959 een Futurliner aan de Michigan State Police schonk voor verkeerseducatie, deden ze daar Futurliner #8 als onderdeeldonor bij. De binnenkant van #8 werd door GM zelfs helemaal volgeladen met reserveonderdelen voordat hij werd overgedragen.

 

Het feit dat er nooit een Futurliner met een deuk in de neus is teruggevonden, komt dus waarschijnlijk doordat GM de voorschade meteen vakkundig heeft weggewerkt óf doordat de veroorzaker simpelweg een van de grote GMC-ondersteuningstrucks was. Volgens een Parader (zie elders) moet het een Futurliner zijn geweest. Dit lijkt ook logischer dan een GMC-truck: deze hadden adequatere remmen dan de Futurliners. Toch blijft theorie 1 ook mogelijk. 

Futurliner #1

Status: Onbekend

Van Futurliner #1 is tot op heden geen bevestigde locatie bekend. Het voertuig kan gesloopt zijn, maar het is ook mogelijk dat het nog ergens in privébezit bestaat zonder dat de identiteit bekend is. De display betrof 'Miracles of Heat and Cold' van Frigidaire.

Historici (waaronder NATMUS) vermoeden sterk dat het ongeval in Georgia in 1956 plaatsvond met Futurliner #1 of #12. Het voertuig raakte van de weg, sloeg over de kop en werd ter plaatse door GM als 'total loss' afgeschreven en gesloopt voor onderdelen. Wellicht zijn deze onderdelen later meegegaan met #8.

Ook is volgens onderzoek van Futurliner.org één van de drie bussen van Nucleonics gesloopt. We weten dat Nucleonics er drie heeft gekocht en dat er een foto zou zijn waarop nog maar twee van de drie bussen te zien zijn. Wie deze foto heeft, mag hem mij mailen. #1 zou dus ook één van de Nucleonics-bussen kunnen zijn. Eventueel is #2 de andere gesloopte bus. Wat ook nog kan is dat dit de Oral Roberts bus is, de Catherdal Cruiser.

 

Futurliner #2

Status: Onbekend

Net als #1 is ook van dit exemplaar geen betrouwbare actuele locatie bekend. De display betrof 'Our American Crossroads'. Deze tentoonstelling is bewaard gebleven in het GM Heritage Center.

Eén Futurliner is na een crash in Georgia gesloopt. Volgens de overlevering zou dat niet #2 zijn.

Ook is volgens onderzoek van Futurliner.org één van de drie bussen van Nucleonics gesloopt. We weten dat Nucleonics er drie heeft gekocht en dat er een foto zou zijn waarop nog maar twee van de drie bussen te zien zijn. Wie deze foto heeft, mag hem mij mailen. #2 zou dus ook één van de Nucleonics-bussen kunnen zijn. Eventueel is #1 de andere gesloopte bus. Wat ook nog kan is dat dit de Oral Roberts bus is, de Catherdal Cruiser.


Op Futurliner.org vond ik dit mooie verhaal over waarschijnlijk #2 uit 1999:
Hier is de Nederlandse vertaling van dit verhaal uit 1999:


Het verhaal van 'Parader' Renald E. Goyette

Een tijdje geleden ontving ik een brief van voormalig Parader Renald E. Goyette en vanavond heb ik hem telefonisch gesproken. We hadden een geweldig gesprek over de Parade of Progress en de Futurliner. Hij stuurde een paar kleurendia's van de Futurliners, waaronder een nachtopname.

Renald had de leiding over het onderhoud van de tentoonstelling 'American Crossroads' en hij vertelde dat deze heel lastig te onderhouden was. Later dit jaar gaat hij langs bij het museum in Chicago om de opstelling opnieuw te bekijken, waarna hij ons schriftelijk zoveel mogelijk details zal geven die hij zich kan herinneren.

In 1954 of 1955 nam hij een van de voertuigen mee naar New York voor de tv-show van Dave Garroway. De Futurliner kreeg echter pech in wat hij 'Pensiltucky' noemde (Pennsylvania/Kentucky). Ze lieten een nieuwe motor aanvoeren vanuit Pontiac, werkten de hele nacht door en haalden desondanks stipt op tijd de uitzending van 09:00 uur de volgende ochtend voor de 'Crossroads'-demonstratie.

Renald kwam in 1954 bij de Parade werken en bleef tot de definitieve sluiting in juli 1956. Daarna ging hij aan de slag bij Detroit Diesel, waar hij uiteindelijk 32,2 jaar heeft gewerkt.

De stroomvoorziening die de hele Parade van energie voorzag wanneer alles was opgesteld, bestond uit twee 6-71 200 kW-generatoren die werden aangedreven door Detroit Diesel-motoren.

In de grote tent hadden ze een koolboogschijnwerper die hij bediende om de exposities uit te lichten. Ook vertoonden ze daar een film waarin de nieuwste straalmotoren uit die tijd te zien waren.

​​​

Futurliner #1

Futurliner #2

Futurliner #3
Status: Amerika / Volledig gerestaureerd door Kindig-It Design.

 

Dit is een van de mooist gerestaureerde Futurliners. Dit exemplaar is professioneel gerestaureerd, inclusief de gereconstrueerde originele demonstratie-opbouw. Tegenwoordig bevindt de bus zich in de Albaugh Collection in de Verenigde Staten. Dit is een van de Futurliners die in bezit is geweest van Joe Bortz. Joe verkocht de bus aan iemand die hem opsloeg in een loods in Dana, Indiana (hiervan zijn foto's beschikbaar). Vervolgens kocht William Pozzi uit Phoenix, Arizona, de bus en verkocht hij hem aan het einde van de jaren 90 door aan Brad Boyajian van American Movie Trucks. Boyajian adverteerde de bus later voor $600.000 en vervolgens voor $450.000. Brad is inmiddels via Facebook benaderd voor meer informatie (stand 2026). 

 

In 2011 werd de Futurliner op een veiling verkocht voor $247.500 aan Rick (en Amy) White, medeoprichter van Fusion-io, een computerhardware- en softwarebedrijf, en later medeoprichter van Primary Data. Rick White had eerder al een Volkswagen-bus (de 23-raamsversie) laten aanpassen door Kindig-It Design, met een Fusion-io-thema. De restauratie van Futurliner #3 stond centraal in twee afleveringen van de serie Bitchin' Rides op de zender Velocity Channel. Dit waren aflevering 9 en 10 van seizoen 1, die oorspronkelijk direct achter elkaar werden uitgezonden op 28 oktober 2014. De restauratie nam in totaal 19 maanden in beslag.

De originele display was 'Power for the Air Age', met een Allison J-35-straalmotor. Deze display is bij de restauratie teruggebracht in de vorm van een replica van de Allison J-35.

 

De bus werd in augustus 2016 opnieuw geveild, ditmaal door Motorsports Auction Group in Reno. Het hoogste bod bedroeg $2,6 miljoen, maar de bus werd niet verkocht. In 2017 stond hij te koop in Hemmings Magazine via Ardell Brown Classic Cars in Utah. Blijkbaar werd hij daarna verkocht, want vanaf 2018 bevindt hij zich in de Dennis Albaugh Collection.

De periode vóór Brad Boyajian

Voor de periode vóór Joe Bortz zijn misschien nog Dale Wegner, Dreisbach Cadillac en zeker Mike C. in beeld (waar Joe Bortz onder andere #3 van kocht). Dale Wegner had één Futurliner: een lichtkleurige bus waarvan foto's bestaan (#6). Wegner deed zijn bus aan Dreisbach over omdat hij hem niet meer gebruikte en omdat de/een Dreisbach-bus ruitschade had. #10 staat bij Joe Bortz op de foto zonder voorruit, dus het zou kunnen dat zij de bus kregen voor onderdelen voor #10. #3 heeft eveneens een kapotte voorruit, maar is op de bekende foto's rood en niet lichtkleurig. Daarmee kan #3 niet zonder meer aan een van de drie Dreisbach-bussen worden gekoppeld. De kapotte voorruit vormt wel een aanwijzing, maar is op zichzelf onvoldoende voor identificatie. Het blijft mogelijk dat de bus in de tussentijd opnieuw werd geschilderd of dat #3 nooit wit is geweest. Op basis van de huidige informatie kan hierover geen zekerheid worden verkregen.

 

Een andere mogelijkheid voor de identificatie van #3 is ontstaan door een foto van een bus van Tom Dreisbach met Chevrolet- en Oldsmobile-logo. Dit lijkt de ontbrekende derde bus te tonen. De vraag blijft echter welke bus van Dreisbach ruitschade had. Het kan zijn dat de tweede bus van Dreisbach er nog is en wellicht #5 is; de geschiedenis van deze bus vóór Mike Kadletz is onbekend. Bij Mike is de bus al lichtkleurig. Dit kan erop wijzen dat ze er al aan waren begonnen, maar ook dit is speculatie.

Vic Hyde en de identificatie van #3

Muzikant en entertainer Vic Hyde uit Niles, Michigan had in de jaren 70 een Futurliner. In publicaties werd deze bus lange tijd geïdentificeerd als #10. Zo vermeldt een artikel in Special-Interest Autos uit maart/april 1977 dat Hyde Futurliner #10 bezat. Ook latere bronnen hebben deze identificatie overgenomen.

Bij nadere bestudering van de foto's bij het artikel uit 1977 ontstaat echter een ander beeld. De Futurliner op de foto's heeft schade aan de voorruit en meerdere andere beschadigingen. Deze komen overeen met kenmerken die later zichtbaar zijn op Futurliner #3. Dit maakt het zeer aannemelijk dat Vic Hyde niet #10, maar #3 in bezit had.

Problemen in de bronnen over de periode vóór Boyajian

Futurliner.org spreekt zichzelf tegen op dit vlak. Charlie Glick heeft de afmetingen van de GM-letters op de voorzijde van de bus opgenomen. In één bericht worden deze metingen gekoppeld aan de niet nader genoemde eigenaar van #3 toen de bus in Dana, Indiana stond. In een ander bericht worden dezelfde metingen gekoppeld aan #3 toen deze in bezit was van Brad Boyajian. Die tweede versie past qua jaartallen beter.

Over Boyajian wordt verder vermeld dat hij één Futurliner (#3) kocht om te restaureren en een tweede voor onderdelen. Die tweede wordt in latere bronnen geïdentificeerd als #8, de voormalige onderdelenbus van de Michigan State Police. Deze identificatie sluit aan bij de latere geschiedenis van #8, die uiteindelijk eveneens bij Boyajian terechtkwam. #5 kwam pas later via Mike Kadletz in beeld.

 

In een ander bericht vertelt Don Mayton dat hij Boyajian telefonisch sprak. Boyajian wilde één van de voertuigen restaureren en later beslissen wat hij met de andere zou doen. Hij was aanvankelijk alleen van plan het exterieur in originele staat te herstellen; wat hij met het interieur zou doen, wist hij nog niet. Ook twijfelde hij nog over de aandrijflijn.

 

Aan de staat van #3 tijdens de veiling in 2011 is te zien dat de bus op dat moment vooral aan de buitenzijde was opgeknapt. Dat werd nog duidelijker toen Kindig-It Design de Futurliner voor de restauratie ontmantelde. Onder het opgeknapte exterieur bleek de constructie nog in zeer slechte staat te verkeren.

William (Bill) Pozzi 
Pozzi heeft meerdere Futurliners in bezit gehad. Welke exemplaren dat precies waren, is echter nog niet volledig vastgesteld. Een belangrijke nieuwe aanwijzing komt uit een reactie uit 2026 van Bo Målefors op een Facebook foto van Joe Bortz. Målefors vertelde dat hij in de jaren 90 drie Futurliners aangeboden kreeg door een vriend die een towing yard in Phoenix, Arizona, had verkocht. Op de vraag wie deze man was, antwoordde hij: “It was Bill Pozzi, yes.” Volgens Målefors bood Pozzi hem alle drie de Futurliners aan voor $10.000 per stuk. Målefors kocht wel andere klassieke auto's van Pozzi, maar wees de Futurliners af omdat ze volgens hem erg slecht en verroest waren. Hij weet niet wat er daarna met de drie bussen is gebeurd.

Deze informatie is bijzonder interessant, omdat inmiddels van ten minste twee Futurliners vaststaat dat William Pozzi ze in bezit heeft gehad: #3 en #8.

Målefors kon na rechtstreeks contact bovendien meer informatie over Pozzi geven. Volgens hem verkocht Pozzi zijn towing business in Phoenix en verhuisde hij daarna naar Californië. Later kocht of nam hij een truck stop over ergens rond Yuma. Målefors weet niet precies waar deze truck stop lag en ook niet of Pozzi hem zelf opende of een bestaand bedrijf overnam. Hij weet wel dat de onderneming mislukte en Pozzi daarbij veel geld verloor.


Målefors was zelf actief in de klassieke-autowereld van Phoenix en richtte in 1986 Arizona Classics / Copperstate Classic Cars op en heeft het bedrijf recent na bijna 40 jaar verkocht.

De drie bussen van Pozzi

De verklaring van Målefors levert een belangrijk nieuw uitgangspunt op: Pozzi had op enig moment drie Futurliners tegelijkertijd in Phoenix. Van twee exemplaren is inmiddels een mogelijke identificatie bekend:

  • #3 – Dana, Indiana → William Pozzi → Brad Boyajian

  • #8 – voormalige Michigan State Police-bus → uiteindelijk William Pozzi → Brad Boyajian

 

Daarmee blijft de identiteit van de derde Futurliner onbekend.

Dat is belangrijk, omdat er ook een oude bron bestaat die de geschiedenis anders weergeeft. Op Futurliner.org staat: “Douglas Dean, zoals jij en ik (red. Don Mayton) ontdekt hebben, zijn de Futurliner in Dana (Indiana) én een van de twee Futurliners op de sloperij in Arizona verkocht en naar Brad Boyajian in Californië gebracht.”

Deze passage lijkt de rol van Pozzi bij #3 juist tegen te spreken. Als de bus uit Dana inderdaad #3 is, terwijl Pozzi #3 aantoonbaar in bezit had, ontstaat er een probleem met deze reconstructie.

Bovendien had Boyajian uiteindelijk #3, #5 en #8. Als de bus uit Dana #3 was en één van de twee bussen uit Arizona eveneens bij Boyajian terechtkwam, moet die tweede bus dus #5 of #8 zijn geweest.

#8 was de voormalige onderdelenbus van de Michigan State Police. Over deze bus wordt elders meer verteld. #5 kwam pas later via Mike Kadletz bij Boyajian terecht.

 

#5, Kadletz en Yuma

Hier ontstaat een tweede mogelijke verbinding met Pozzi.

Van Mike Kadletz wordt in sommige bronnen vermeld dat hij twee Futurliners uit Yuma kocht. Een daarvan is #5. De vraag is vervolgens of Kadletz #5 rechtstreeks van een sloperij in Yuma kocht, of dat Pozzi de bus eerst in Yuma verwierf, hem naar Phoenix bracht en hem daarna aan Kadletz verkocht. Of Kadletz er twee kocht is echter onduidelijk. In dat laatste scenario zou de mogelijke keten kunnen zijn:

Yuma → Pozzi in Phoenix → Mike Kadletz → Brad Boyajian

Als Kadletz #5 echter rechtstreeks uit Yuma kocht, blijft de derde Pozzi-Futurliner onbekend.

 

Voor de sloperijen in Yuma komen in ieder geval Dick's Auto Salvage en Reliable Auto Parts als kandidaten naar voren. Een directe koppeling tussen een van deze bedrijven en de Futurliners is echter nog niet gevonden.

 

Pozzi en Californië

Het verhaal van Pozzi wordt gecompliceerd door informatie die hem al vóór de jaren 90 in Californië plaatst. Målefors herinnert zich dat Pozzi na het beëindigen van zijn towing business in Phoenix naar Californië verhuisde, maar er bestaan bronnen die een Bill Pozzi al vanaf eind jaren 70 in de Californische klassieke-autowereld plaatsen.

Er was in Californië een Bill Pozzi die in de jaren 80 voorzitter was van de Brougham Owners' Club en handelde in bijzondere Cadillacs. Een Cadillac-historische bron vermeldt bijvoorbeeld dat hij in 1986 een 1959 Cadillac Brougham te koop aanbood.

 

Nog interessanter is dat een Bill Pozzi volgens meerdere bronnen eigenaar was van Apollo Moving & Storage in Orange County, Californië. Het bedrijf werd in 1979 door Bill Pozzi opgericht in Costa Mesa. Volgens een persoonlijke herinnering was Pozzi bovendien eigenaar van Apollo Moving aan Gothard Street in Huntington Beach. Hij was Navy SEAL/Vietnam-veteraan en had aan de bergingsactiviteiten van de Apollo-ruimtemissies meegewerkt; vandaar de naam Apollo Moving. Het verhaal vermeldt ook zijn andere onderneming Pozzi-Neal-Armstrong Inc.  Dezelfde bron beschrijft hem als een liefhebber en verzamelaar van bijzondere voertuigen en vermeldt dat hij in 1988 de beroemde Smokey and the Bandit-trailer van Universal kocht. 

Dat past opvallend goed bij iemand die drie Futurliners kon bezitten, maar het is op dit moment nog niet met absolute zekerheid vastgesteld dat alle Californische vermeldingen en de Phoenix towing-yard eigenaar dezelfde Bill Pozzi betreffen.

De tweede Yuma-bus

Voor de identiteit van de tweede Futurliner uit Yuma is #6 een mogelijke kandidaat. NATMUS vermeldt in een eerdere reconstructie dat #6 en #7 naar Arizona zouden zijn gegaan. #7, de voormalige Tom Learned-bus, bevond zich volgens andere informatie echter op dat moment elders. Daardoor blijft #6 over als mogelijke kandidaat.

Dit is echter zeer onzeker. Van #6 is namelijk bekend dat de bus na Joe Bortz naar een persoon in Chicago ging en vervolgens vanuit Chicago aan Peter Pan werd verkocht. Het is theoretisch mogelijk dat #6 tussentijds naar Arizona werd gebracht en later weer naar Chicago terugkeerde, maar daarvoor ontbreekt vooralsnog bewijs.

Daarmee is #6 hooguit een kandidaat, niet een identificatie. Dankzij foto's die ene Chris gestuurd heeft naar het NATMUS team van DOn Mayton is duidelijk geworden dat op de sloop in Yuma #5 en #8 stonden.

​​​​

De huidige stand

NATMUS noemt in een latere versie #8 als een bus die naar Boyajian ging. Dat past beter bij de bekende geschiedenis van #8, maar verklaart niet waarom William Pozzi in de beschikbare reconstructie van Don Mayton ontbreekt. Inmiddels weten we immers dat Pozzi drie Futurliners bezat en dat in ieder geval #3 en #8 later bij Boyajian terechtkwamen. Welke derde Futurliner Pozzi bezat en hoe deze zich verhoudt tot de twee bussen die in Yuma werden gevonden, blijft vooralsnog onbekend.

​​​​​

Futurliner #4

Status: onbekend. Bestaan niet aangetoond. Mogelijk bestaat deze nog als de voormalige Oral Roberts/Peter Pan-onderdelenbus, maar #4 kan ook een van de verdwenen of gesloopte Futurliners zijn.

 

Een belangrijke mogelijkheid is de voormalige Oral Roberts-bus, die later als onderdelenbus bij Peter Pan Bus Lines terechtkwam. Deze bus is zeer herkenbaar aan de afwijkende raampjes in de zijwand. De oorspronkelijke display was ‘Diesel Power Parade’ / ‘Power for the Nation's Lifelines’.

Een andere mogelijkheid is de Ron Pratte/Fido-Futurliner, die bij verschillende veilingen en in advertenties als #11 is aangeduid. Als die identificatie onjuist is, zou deze bus mogelijk #4 kunnen zijn. Daarvoor bestaat echter vooralsnog geen sluitend bewijs.

Daarmee zijn op dit moment verschillende nummers mogelijk. Naast #4 kunnen ook #1, #2 en #12 kandidaten zijn. #7 lijkt inmiddels uitgesloten: deze bus bevindt zich in Duitsland en kan daardoor niet de verdwenen Amerikaanse bus zijn waar oudere bronnen naar verwijzen. De identificatie van #4 blijft dus voorlopig open.

De Oral Roberts-bus

Als de voormalige Oral Roberts-bus inderdaad #4 blijkt te zijn, ontstaat de volgende geschiedenis:

NATMUS beschrijft de herkomst als volgt: General Motors / Dick Knapp verkocht de Futurliner aanvankelijk aan evangelist Oral Roberts. Roberts verkocht de bus later aan predikant David Wilkerson.

Aan het einde van de jaren zestig of het begin van de jaren zeventig werd de bus in Mount Vernon gezien. Verschillende mensen herkenden het voertuig en het verhaal dat het een voormalige bus van een predikant was, deed daar de ronde. Uiteindelijk kwam de Futurliner terecht op een weiland in East Meredith, New York. Van deze locatie bestaan foto's. Volgens Picknally van Peter Pan Bus Lines was het voertuig toen geen complete Futurliner meer, maar slechts een carrosserie zonder aandrijflijn en andere techniek. Peter Pan zou de bus als onderdelenwagen hebben verworven. De onderdelenbus is later verkocht aan een particuliere eigenaar, opnieuw een evangelist die juist vanwege de geschiedenis van de bus belangstelling had. De Futurliner verkeerde toen in zeer slechte staat.


Melding van Kenneth Malesky bij de foto van Joe Bortz op facebook van #6 in de sneeuw:
Ik heb die ene gezien op het land van een boer in Meredith, New York. Het was een van de twee die door Peter Pan Bus waren gekocht om te restaureren—ik weet niet of dit degene was die ze hebben gerestaureerd of dat het een onderdelenleverancier was?? Het was iets wat ik nog nooit eerder had gezien of van had gehoord: dubbele wielen aan de voorkant!!! Hij was er erg slecht aan toe. Ik heb in de cabine gezeten en foto's gemaakt met een geleende camera, maar die foto's heb ik nooit gekregen (ik wou dat ik wat meer moeite had gedaan om ze te pakken te krijgen). Ik wist niet van wie hij was?? Ik had moeten proberen hem te kopen, wie had dat nou kunnen weten!!

 

Oral Roberts en de plannen voor meerdere Futurliners

Ook de verbinding met Oral Roberts zelf is interessant. In het tijdschrift Abundant Life, de publicatie van de Oral Roberts-organisatie, verschenen in de jaren zestig artikelen en foto's over het gebruik van een Futurliner voor het werk onder Amerikaanse Indianen en vervolgens in Mexico. Uit hetzelfde materiaal blijkt dat er plannen bestonden om meerdere teams en voertuigen in te zetten die over de wereld zouden reizen om de boodschap van Abundant Life te verspreiden. Daarbij wordt gesproken over voertuigen voor onder meer Europa en Afrika.

Voor zover nu bekend is echter niet aangetoond dat deze plannen daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

Dat roept een interessante mogelijkheid op. Als Oral Roberts inderdaad meerdere Futurliners bezat en een deel daarvan voor internationale activiteiten was bestemd, zouden één of twee van de nog altijd verdwenen Futurliners hiermee in verband kunnen worden gebracht. Daarvoor ontbreekt echter vooralsnog hard bewijs.

De mensen achter Oral Roberts zijn gecontact door iemand van het team van Ron Mayton maar men wist zich niets te herinneren waar we wat aan hebben.

Oral Roberts: drie Futurliners?

In 2004 vermeld Futurliner.org het volgende:

Zoals we enige tijd geleden al schreven over de mogelijkheid dat een of twee van de vermiste Futurliners door Oral Roberts voor zijn missiewerk in Mexico en verder zuidwaarts waren gebruikt, deed Howard Sullivan deze winter uitgebreid onderzoek naar die mogelijkheid tijdens een bezoek aan zijn zoon in Oklahoma.

Howard bezocht de Oral Roberts Evangelistic Association in Tulsa. Hij sprak daar met verschillende medewerkers en dook in hun bibliotheek. Dat leverde veel interessante informatie op. In de tijdschriften 'Abundant Life' uit de jaren zestig vond hij foto's en artikelen over het gebruik van een Futurliner bij het missiewerk onder Amerikaanse Indianen in de Verenigde Staten, waarna de bus ook naar Mexico werd gebracht. Howard kreeg 21 originele foto's te leen. Deze worden toegevoegd aan het historische archief dat Mike Ball voortdurend verder uitbreidt. Weer een stukje van de puzzel op zijn plaats. En waarschijnlijk staat er tegenwoordig ergens in Mexico nog een weggeroeste Futurliner.

​​

Ene Paul Neighbour heeft contact opgenomen met het team van NATMUS. Uit zijn verhaal komt naar voren dat Oral Roberts mogelijk meer dan één Futurliner heeft gehad. Als dat kan worden opgehelderd, zou dat een belangrijk ontbrekend stuk van de puzzel zijn. Hierbij het verhaal van Futurliner.org over de Oral Roberts-bus. De berichten dateren uit 2001:

 

Don,
I got a personal letter back from Oral Roberts. He remembers the busses and the tents, but does not know what happened to them. He said that Don Spires and all the team that were with him in those days are all dead and gone. I don't know how to pursue this any further. I already tried calling the Oral Roberts ministry headquarters to see if anyone else knew about the busses and found that none of them were around back then and none of them knew about the busses.     I think that when I have time, I will call them back and see if they have a historical record of the ministry that may have pictures of the busses.
Paul Neighbour

Dear Don,
I cannot tell you how excited I am to find your web site with pictures of these wonderful "busses". I have been looking for one for years. It has been a lifelong dream.
You see, in 1959, when I was 5 years old, a friend of my dad's came to see us in his Futurliner which was sporting a brand new paint job. It looked just like the one in the header of your web page including the wide whitewall tires. It no longer said General Motors on the side, but in the same place with the same lettering, it said JESUS SAVES.
My father was a missionary and we lived, at that time, in Brownsville, TX. The man with the bus was Don Spires, a missionary to Mexico. His plan was to preach the gospel to everyone in Central America using the bus as a mobile stage from which to preach.

 

I was young, but I remember the bus very well. Riding in the "dome" high above the world (or so it seamed to me) was the most exciting rush to me. To this day, I long to drive one. We went to Mexico with Mr. Spires and he and my dad would take turns preaching while my family provided music. The crowds that gathered to see this spectacle of the bus with the lights high in the air, loudspeakers blaring the gospel message stage doors open on the side.
When we drove down the road, cars, trucks, bicycles motor bikes and people running would follow us anxious to break up the monotony of their lives by seeing and touching this "UFO" sort of a phenomena.
If you have any idea of the whereabouts of the bus of my dreams, I would love to know. It may be one of the still-missing busses. It was one of three that belonged to the Oral Roberts organization for whom Don Spires worked.

My recollection is that they had one (Mr. Spires') to use to evangelize Central and South America, one for Africa, and one for Europe. Do you have any knowledge of these buses?
    Obviously, I love your web site.
   Sincerely, Paul Neighbour

Paul, great information that you gave us. The only information that we have about a Futurliner being used as a Missionary Vehicle is a one line sentence I read in a car magazine stating such. This is the first information I have that Oral Roberts had three such vehicles. We would like to find out more information on this "Missionary" Futurliner. We would like to obtain photos, literature or any information. Do you know anyone that would have such information? Do you have the contacts to see if you can get this type of information. Also give me an e-mail of all the details that you can remember.


What ever you find as far as the Oral Roberts Futurliners and the one used by Don Spires we will put one our web site. We are rapidly putting all the pieces together to have a complete history of the Parade of Progress, the Streamliners used in the first series of the Parade, and the Futurliners. We have extended the history on our web to what became of the 12 Futurliners. So you see we need your help.

Thanks for the interest and the new information.


Don, 

My dream has been to find Don Spires old bus to use it in my ministry to troubled youth across America. Before my father went to be with the Lord a little over two years ago, he and I talked about the bus and tired to find information about it with no success. We could not find Don Spires either. Don would be in his early 80's if he is still alive. I have put in a call to Oral Roberts Ministries to try and get some information.

I will give you a bit more detail about the bus as I remember. However, you should know that I was 5 years old when I knew the bus, and that was 42 years ago. I do have a vivid memory back to when I was 2 years old about things that impressed me. This memory has been a life long dream, so I think my memories are mostly clear. I called my 82 year old mother a minute ago, and she has the same recollection as I, except that she never rode in the bus or even went into the cockpit. I did.

 

It is hard to know where to begin my recollections. I might first say that I told you in my first letter that the lettering on the new paint job said, "Jesus Saves". It did not. My mother and I agree it said, "Vida Abundante!" (Abundant Life). At the back of the bus, the bumper dropped down to make a stair into the rear cabin. There were double doors that opened up to reveal a tall, crowded room. On one side there was a small closet with a toilet in it. On the other side there was a coat closet. There were bunks on the left and right with storage cabinet doors above and below. There were three or four bunks on each side, if I recall correctly. I must say, after looking at the picture of the rear of one of these marvels on your web site, I don't see how there was room in the cabin for all this, but that is what I remember and so does my mother. The stage area was kept open except that there were several hundred chairs stored in there. They were set up in front of the stage when we opened the doors. The only other thing that might interest you, is that the forward entrance was a little different than in the picture. My memory could be faulty here, but I will tell you what I remember. There was a door on the front to one side. On the other side was a smaller door that only a small person could get through. When you went into the larger door, which was really rather small since both my father and Don would have to duck to get in, you came into an engine room. There were two engines sitting side by side. One ran the bus, the other a generator. It was tight, but you walked around the engines to get in. Even I, as a child, found it tight. There was a drop down bunk hanging from the rear bulkhead. This is where Don said he slept on the road. He had a little "window" he could open next to his head. When it was closed, from the outside, it looked just like a compartment door. Next to the bed, was a ladder built onto the wall with only about 4 rungs that you climbed up to get into the cockpit. The hole was small and my dad lifted me through it. He said that they had to take out the stairs to put in a new engine, I believe. Once up stairs, there was a sort of a bench to sit on behind the driver's seat. There was a small chair on either side of him for people to sit. Not right next to the drivers seat, but off-set about half way. There's not much more to tell you. The light bar worked well. Everything looked just like your picture in your header on the outside.

Please keep in contact. I will let you know as soon as I hear back from Oral Roberts.

Your friend, Paul
 

De site vermeldt verder dat de Oral Roberts-informatie pas in 2004 verder werd onderzocht door Howard Sullivan, die in de archieven van Oral Roberts University oude Abundant Life-publicaties, foto's en negatieven vond. Daaruit kwam meer informatie over het gebruik van een Futurliner tijdens het zendingswerk van Oral Roberts.

Daarmee staat het gebruik van ten minste één Futurliner door Oral Roberts vast. De vraag of de organisatie er daadwerkelijk drie bezat, blijft echter onbeantwoord. Ook Oral Roberts zelf herinnerde zich meerdere voertuigen, maar er is vooralsnog geen hard bewijs gevonden voor drie daadwerkelijk aangekochte Futurliners.

 

Een van de interessantere verhalen kwam van Paul Neighbour en Jim Morris. Jim herinnert zich dat begin jaren vijftig een man bij hem kwam informeren of hij een van de tenten kon kopen voor gebruik bij zijn zendingswerk. Hij stelde zichzelf voor als “Oral Roberts, evangelist”. Jim had destijds nog nooit van hem gehoord, maar was verbaasd dat de man kennelijk geen bezwaar had tegen de geschatte $25.000 die alleen al nodig was om de tent te vervangen, nog afgezien van de draagconstructie en bijbehorende onderdelen.

 

Paul herinnert zich dat in 1959, nadat de Parade of Progress was beëindigd en hij vijf jaar oud was, een van deze voertuigen door Oral Roberts werd gebruikt. De bus had een nieuwe beschildering gekregen met de tekst “Jesus Saves” op de zijkant. Paul's vader werkte destijds als zendeling in Brownsville, Texas. De man met de bus was Don Spires, een zendeling die in Mexico werkte. Don en Paul's vader gebruikten de bus tijdens zendingsreizen naar Mexico. Paul herinnert zich nog goed hoe spannend het was om “in de koepel” van de bus te rijden en hoe mensen reageerden wanneer ze de enorme bus zagen.

 

Het was volgens Paul een van de drie Futurliners die de organisatie van Oral Roberts bezat. Paul herinnert zich dat het de bedoeling was om er één in Europa, één in Zuid-Amerika en één in Midden-Amerika te plaatsen. Zouden dit de drie vermiste Futurliners kunnen zijn? Heeft iemand anders hier informatie over? Paul schreef naar Oral Roberts en kreeg een reactie waarin stond dat Roberts zich de voertuigen en de tent herinnerde, maar geen idee had waar ze tegenwoordig zijn.


The Drive heeft een mooi artikel met foto's van de Oral Roberts bus, van de hand van Peter Holderith:

De restanten van een gigant

Hij werd een tijdje terug gekocht voor onderdelen, maar rijden doet-ie niet meer. Waarschijnlijk valt er überhaupt niets meer te redden; eerlijk gezegd is het voertuig nauwelijks nog als zodanig te herkennen. Wat overblijft is een reusachtige massa roest en verwarde bedrading, met als enig doel in het leven: onderdelen leveren die nergens anders meer te krijgen zijn. Loop je er een rondje omheen, dan bekruipt je al snel het gevoel dat je naar een onbegraven lijk staat te kijken. Een machine die een waardiger lot had verdiend dan hier te hangen als een soort middeleeuws afschrikaanjagend voorbeeld. Zeker gezien de zeldzaamheid en astronomische waarde van de Futurliner, is het contrast met zijn broers — die voor miljoenen over de toonbank gaan — pijnlijk groot. Maar goed: een sloper blijft een sloper.

Van de twaalf gebouwde Futurliners zijn er acht gered, gerestaureerd of op een andere manier bewaard gebleven. Drie andere zijn in de afgelopen zeventig jaar gesloopt of van de aardbodem verdwenen — waarbij het archiefmateriaal frustrerend summier is. En dan heb je deze nog. We raakten gefascineerd door deze gehavende overlevende, die broederlijk naast zijn in de watten gelegde tweelingbroer staat. We besloten in hun verleden te duiken om zo veel mogelijk van hun geschiedenis te ontrafelen. En als auto's een verhaal konden vertellen, dan heeft dit exemplaar — waarschijnlijk Futurliner nummer 11 — een wilde rit achter de rug.

 

Wat zegt een nummer?

Voordat we dieper in het verhaal duiken: hoewel General Motors er slechts twaalf van deze monsters heeft gebouwd, is het verrassend lastig te bepalen welk exemplaar je precies voor je hebt. GM heeft de nummers namelijk nergens op de voertuigen zelf ingeslagen; ze stonden alleen op de originele kentekenplaten. Busbedrijf Peter Pan Bus Lines claimt dat hun gerestaureerde exemplaar nummer 7 is, en hun onderdelenbus nummer 11. Er zijn alleen meerdere Futurliner-eigenaren die precies hetzelfde beweren over hún bussen.

Maakt dat wat uit? Niet echt. Mechanisch gezien zijn ze toch allemaal identiek. Het enige verschil zat hem in de specifieke tentoonstelling die via de zijluiken te zien was. Wie wat rondspeurt op fora en liefhebberssites ontdekt al snel dat er binnen de Futurliner-community — want ja, die bestaat echt — heel wat afgediscussieerd wordt over de identiteit van elke bus.

Het gevolg is dat de meeste Futurliners niet bekendstaan om hun officiële GM-nummer, maar om wat er met ze gebeurde nadat ze door GM werden verkocht. Dat maakt het opsporen van hun verleden er niet makkelijker op. Opvallend genoeg is de geschiedenis van de gerestaureerde bus van Peter Pan nogal mistig, terwijl het spoor van verwoesting van de onderdelenbus verrassend eenvoudig te volgen is.

 

Het karkas

Volgens Scott Macdonald, een voormalig medewerker van Peter Pan die bij de restauratie betrokken was, werd de roestige nummer 11 in 1997 weggehaald uit een weiland in het noorden van de staat New York, vlak bij het gehucht East Meredith. Daarvoor zou de bus in het bezit zijn geweest van Oral Roberts, de beroemde Amerikaanse tv-evangelist. "Peter heeft hem in New York op de kop getikt," vertelt Macdonald, verwijzend naar Peter L. Picknelly, de overleden eigenaar van het busbedrijf. "Dat was de bus van Oral Roberts."

Volgens de site Futurliner.org kocht Roberts het voertuig in de jaren 60 om ermee door Noord- en Centraal-Amerika te toeren als de 'Cathedral Cruiser'. Hoe lang die tournee duurde is niet precies bekend, maar de site bevestigt dat de bus tot in de Mexicaanse regio Veracruz is geweest, en mogelijk nog verder zuidelijk. Na die lange zwerftocht zou hij volgens het boek General Motors Parade of Progress & A Futurliner Returns (2007) zijn doorverkocht aan een andere predikant, David Wilkerson.

Daarna raakt het spoor even bijster, maar één ding is zeker: aan het begin van de jaren 70 dook het voertuig op in de noordelijke buitenwijken van New York City.

Dat wordt bevestigd door reacties onder een artikel op de autosite Hemmings uit 2013 over de restauratie van een ándere Futurliner. We wisten een van die reageerders, Gary Kline, op te sporen. Hij vertelde dat hij rond 1969 of 1970 als klein jongetje dagelijks een Futurliner zag staan tegenover zijn basisschool in Mount Vernon, New York. Hij was er meteen door geobsedeerd.

 

"Er stond een heel vreemde, rode bus op het gras, een paar meter van de stoep, met panelen van gepolijst staal," vertelt hij. "Ik herinner me een bordje met 'CLERGY' (geestelijkheid) achter de voorruit, vlak boven het dashboard. Of hij toen nog reed weet ik niet; hij leek er al een eeuwigheid op dezelfde plek te staan."

Kline tekende de situatie uit op een kaartje en wist aan de hand van een kerk in de buurt de exacte plek te reconstrueren. "De kerk die toen waarschijnlijk eigenaar was, staat er volgens mij nog steeds. Het gebouw vlak boven de geparkeerde bus heeft een opvallende, bolle voorkant — het lijkt wel op een gigantische pausmuts." Op Klines kaartje stond de Futurliner in de voortuin van het witte huis naast die kerk.

Kline weet nog dat hij destijds een foto van het apparaat heeft gemaakt, maar die is helaas verdwenen. "Ik vond hem er zo bizar futuristisch uitzien dat ik er echt een foto van moest maken," zegt hij. "Helaas is die in de loop der jaren verloren gegaan. Ik heb al mijn oude jeugdfoto's nog doorgespit, maar tevergeefs."

Klines verhaal wordt ondersteund door ene Frederick Mutz, die in dezelfde buurt opgroeide. "Ik herinner me dat ik dat voertuig zag staan en echt met mijn mond open keek," vertelt hij. "Mijn vader werkte bij het spoor, en voor mij voelde dat ding als een stoomlocomotief op rubberen banden."

 

Een derde reageerder, 'Steve uit NY', herinnert zich hetzelfde: "Ik zag die bus rond 1970 op een autosloop in Mount Vernon. Dat kon niet anders dan een Futurliner zijn. Het leek net een gestroomlijnde trein op luchtbanden." Steve voegde er nog een belangrijk detail aan toe: de eigenaar van de sloop had hem destijds verteld dat de bus inderdaad van een dominee was geweest.

Alles wijst er dus op dat deze mensen rond dezelfde tijd naar exact hetzelfde voertuig hebben zitten kijken. "Ik heb me jarenlang afgevraagd wat voor geheimzinnig ding het nou was, totdat ik jaren later een foto van een Futurliner zag," zegt Steve. "Ik ben enorm benieuwd waar hij daarna is beland."

 

Hoe Peter Pan aan zijn bussen kwam

Na zijn verblijf in Mount Vernon moet de bus zo'n 240 kilometer naar het noorden zijn getransporteerd, richting een weiland in East Meredith, een gehucht in de Catskill-bergen. Dat is de plek waar busbedrijf Peter Pan hem aantrof. Hoe hij daar terechtkwam, wanneer dat gebeurde en hoe lang hij er heeft gestaan, voordat Peter Pan hem rond 1997 kocht, blijft een raadsel.

 

We (Peter Holderith van The Drive) hebben wel een paar foto's opgedoken uit de tijd dat hij nog in dat weiland stond weg te kwijnen. Een paar achteraf aangebrachte aanpassingen — zoals een klein zoeklicht op de cabine, zelfgezaagde zijramen en extra elektrisch spul op de carrosserie — bewijzen dat het om dezelfde bus gaat. Destijds wachtend op een redder, net als nu.

 

Het verhaal achter Peter Pan’s gerestaureerde Futurliner — waarschijnlijk nummer 7 — is een stuk minder duidelijk. MacDonald weet te vertellen dat Peter Pan deze bus kocht van een particulier die oorspronkelijk van plan was hem zelf op te knappen. Toen die erachter kwam wat zo'n restauratie eigenlijk kost, deed hij hem snel van de hand. Peter L. Picknelly, de toenmalige topman van het busbedrijf, nam hem in 1998 over. Volgens Macdonald kwam de bus uit de regio Chicago.

Hoe die particuliere eigenaar aan de bus kwam, is niet helemaal helder. In de jaren 80 kocht autoverzamelaar Joe Bortz vijf Futurliners in de buurt van Chicago van een man die het idee had opgevat om er een restaurant van te maken — een plan dat gelukkig strandde. Bortz verkocht de bussen in de jaren daarna één voor één door. Het ligt voor de hand dat Peter Pan een van deze bussen heeft overgenomen, maar er is één probleem: Bortz beweert bij hoog en bij laag dat hij nooit rechtstreeks een bus aan Peter Pan heeft verkocht. "Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zaken met hen heb gedaan," vertelde hij ons.

Toch wijst alles in zijn richting. Van de vijf bussen die Bortz verkocht, weet hij van vier exact waar ze zijn gebleven:

  1. Één exemplaar werd in Canada gerestaureerd door de broers Petit (die hem eerst gebruikten voor promotie van mobiele telefoons) en bracht in 2006 op een veiling 4,1 miljoen dollar op.

  2. Een tweede bus werd geschonken aan het National Automotive & Truck Museum in Indiana, waar hij nog altijd staat.

  3. Nummer drie werd voor de tv-camera's gerestaureerd door Kindig-It Designs in Utah.

  4. Nummer vier wordt op dit moment onder handen genomen door het Zweedse bedrijf Jonsson Power.

En de vijfde? Waar die gebleven is, weet Bortz niet meer. Het is indirect bewijs, maar alles wijst erop dat die 'verloren' vijfde bus van Bortz het exemplaar is dat door Peter Pan werd gekocht en gerestaureerd.

Tijdens ons onderzoek stuitten we trouwens nog op een hardnekkig misverstand dat we graag even rechtzetten. In een artikel uit het tijdschrift National Bus Trader uit 2001 werd geclaimd dat de Futurliner uit het weiland in East Meredith het exemplaar is dat is gerestaureerd. Dat zou een prachtig verhaal zijn, maar het klopt niet. Oude foto's laten zien dat de bus van Oral Roberts extra ingebouwde zijramen had, en de restanten van die ramen zijn nog altijd te zien in het karkas dat nu bij Peter Pan staat.

Ook al kennen we het verhaal achter de aftandse Futurliner van Peter Pan, het blijft een triest gezicht om hem zo aan zijn lot overgelaten te zien worden. We hebben zijn geschiedenis nu wel grotendeels gereconstrueerd, maar je vraagt je af wat er over een paar decennia nog over is van al die herinneringen, plekken en verhalen.

Als je door het wrak loopt, is het lastig te zien wat er in de loop der jaren is vervangen en wat niet, al lijkt een groot deel van het interieur nog origineel. Oogverblindend zijn de art-deco lampjes, de geperforeerde stof aan het plafond en het enorme vierkante dakraam. Bij de gerestaureerde, rijdende Futurliner zijn veel van deze onderdelen vervangen, al werkte het dakraam daar ook nog.

John Cieplik, bedrijfsleider bij Peter Pan Coach Builders, kon ons niets nieuws vertellen over de geschiedenis van de bussen. Wel liet hij weten dat ze gelukkig nog maar weinig onderdelen van het wrak hebben hoeven slopen om de gerestaureerde bus op de weg te houden. Het karkas bevindt zich momenteel in een curieus niemandsland: ergens tussen een fascinerend stuk autogeschiedenis en een onredbaar stuk oud ijzer. Cieplik benadrukte dat de wél werkende Futurliner te koop staat — wie nog ergens een miljoen dollar heeft liggen, mag hem ophalen — en dat het karkas dan meteen mee moet. "Als die mooie weggaat, gaat deze jongen mee," zei hij. Zonder de gerestaureerde bus heeft het voor het bedrijf namelijk geen enkel nut meer om dit wrak aan te houden.

De laatste halte — voor nu

Als dit wrak inderdaad nummer 11 is, begon zijn leven ooit glorieus toen hij met de tentoonstelling 'March of Tools' door het hele land toerde om het Amerikaanse publiek kennis te laten maken met de nieuwste techniek. Daarna werd hij verbouwd voor kerkelijk gebruik en begon hij aan een tweede, jarenlange zwerftocht over het continent. Het leek erop dat zijn reis rond 1970 zou eindigen op een autosloop in Mount Vernon, maar hij werd gered — om vervolgens tientallen jaren weg te kwijnen in een weiland in East Meredith. Uiteindelijk werd hij uit dat weiland getrokken en naar Springfield gebracht, waar hij nu staat te verstoffen. Een wel heel lange, en zichtbaar uitputtende reis voor een icoon uit de autogeschiedenis. Valt hij nog te restaureren? Ach, alles valt te restaureren. De vraag is alleen wat er ná zo'n restauratie nog daadwerkelijk van het origineel over is. Vooralsnog staat hij erbij als een intrigerende ruïne. Wielrenners die voorbij komen kijken vreemd op, voetgangers krabben zich op de kop en maken snel een foto. Maar dat is misschien wel het mooiste: het karkas zet mensen nog altijd aan het denken. Mij zette het in elk geval aan het denken over wat het allemaal heeft betekend — de Parade of Progress, de ontdekkingsreis van de bus, en het onvermijdelijke stadium van verval.

Oral Roberts

Futurliner #5 ADF859009

Status: Duitsland / donorrestauratie

 

Dit exemplaar bevindt zich tegenwoordig in Duitsland en is gebruikt als donorvoertuig voor restauratieprojecten. De bus werd door Brad Boyajian omgebouwd tot autotransporter met een Cummins-dieselmotor. De vooras werd gedoneerd aan #10 en de achteras en achterzijde aan #8. #5 is sinds 2018 in bezit van Chrome Cars.

De originele displays waren 'World of Science' en 'Versatile Metal Powder'.

 

Begin 2016 werd de Futurliner door Mecum aangeboden met een geschatte waarde van $800.000 tot $1.000.000. De bus werd niet verkocht; het hoogste bod bedroeg $500.000. In november van dat jaar werd hij opnieuw aangeboden, waarbij het hoogste bod nog slechts $400.000 bedroeg.

 

Van Mike C. via Joe Bortz naar Mike Kadletz

Joe Bortz heeft deze Futurliner eveneens in bezit gehad. Hij kocht hem van Mike C. Waar de bus vóór Mike C. vandaan kwam, is vooralsnog onbekend. Een mogelijkheid die we echt serieus moeten nemen is dat #5 de derde bus van Dreisbach was. Naast #10 en #6 had hij nog een bus. Deze was voorzien van Chevrolet- en Oldsmobile-reclame en de tekst ‘Tom Dreisbach’. Er is slechts één foto bekend waarop de bus te zien is op het moment dat deze verhuurd wordt als podium. Hierop is wel te zien dat deze bus afwijkt van #10 en in ieder geval ook licht van kleur is. Dit kan de linker bus op de foto van 5 van Joe Bortz zijn.

 

Vervolgens kwam #5 in bezit van Mike Kadletz. Volgens de beschikbare informatie kocht Kadletz de bus van een sloperij in Yuma, Arizona, of van Pozzi; dit is niet zeker. Later kwam de bus bij Brad Boyajian terecht. Dat levert een interessante chronologische aanwijzing op. In een bericht uit 2000 op Futurliner.org schrijft Don Mayton dat hij tijdens een bezoek aan Californië zowel Brad Boyajian als Mike Kadletz bezocht. Over Boyajian wordt daarbij geschreven dat hij twee Futurliners had: één met schade, #8, en nog één, #3. Mike Kadletz had daarnaast ook een Futurliner. Dat moet achteraf gezien #5 zijn geweest, omdat deze pas later van Kadletz naar Boyajian ging.

Gezien de tijdlijn is de vooras niet gedoneerd door Brad, maar door Mike. Net als de motor en bak. Vandaar dat Brad er later een Cummins-diesel in bouwt. Brad heeft de achterkant van #5 geleverd aan Johnson voor #8.

Op foto's van #5 toen de bus bij Mike Kadletz stond, zijn patronen in de vlekken en beschadigingen zichtbaar die overeenkomen met foto's van de losse achterzijde die later van de bus overbleef. Dit vormt een aanwijzing dat de achterzijde die voor de restauratie van #8 werd gebruikt inderdaad van #5 afkomstig is.

Dat past ook bij de bekende donorhistorie: de achterzijde van #5 werd gebruikt voor #8, terwijl #5 zelf later als autotransporter werd opgebouwd. De car hauler stond volgens de advertentie op een chassis van Crane Carrier Corp. Eigenlijk zijn dus alleen de cabine en de zijpanelen nog origineel GM.


Kocht Kadletz één of twee Futurliners?

Op futurliner.org staat dit verwarrende bericht uit 1999 (verwarrend omdat het eerst om 2 exemplaren gaat en daarna om 1) "Mike Kadletz van Bus Conversions Magazine, Long Beach, Californië, heeft ze onlangs gekocht. Mike en ik hebben al veel informatie kunnen uitwisselen. Aangezien Mikes bedoeling is om de Futurliner te moderniseren om reclame te maken voor zijn ombouwbedrijf, heeft hij ermee ingestemd om de onderdelen die hij niet nodig heeft en die wij wel kunnen gebruiken, aan het museum te schenken. Hij heeft ons al de 220-volt motor toegeschreven die de bovenste verlichtingsvin bedient. Bovendien geeft hij ons de originele motor en transmissie uit zijn Futurliner. Bus Conversions Magazine is te bereiken via 1-800-432-3525 of https://www.busconversionmagazine.com. Bedankt Mike voor al de hulp en het schenken van onderdelen voor de restauratie van het museum."

Ik, Arjan, heb Bus Conversion Magazine in augustus 2026 een mail gestuurd met de vraag of Mike Madletz er toen één of twee heeft gekocht. Misschien heeft Mike er wel twee gekocht en is de tweede direct doorverkocht aan Brad en de eerste later ook. Het betrof immers #8 en #5. Ik heb reactie terug met de melding dat ik Mike maar moest bellen samen met zijn telefoonnummer.

Ik vond op social media nog een berichtje van ene Mike Martinez over #5:


This was the one that got its rear end smashed stopping another Futurliner behind it that lost its brakes back in the 30s. Brad Boyajian was the man who owned it. I helped rebuild the cab structure and add the frame/bed. It's an old garbage truck chassis. He owed at least one other Futurliner and many classic cars and trucks.

Dat is gek, want de achterkant van #5 was intact en is juist meegegaan om #8 te kunnen restaureren. Dat is de echter met achterschade. Mensen kunnen zich dingen jaren later niet altijd meer goed herinneren. 

Futurliner #6

Status: Amerika / Restauratie

De originele displays waren 'Energy and Man' en 'High Compression Power & Energy'.

Na zijn GM-carrière kwam #6 uiteindelijk in de omgeving van Chicago terecht en vervolgens in bezit van Peter Pan Bus Lines. Joe Bortz beweert deze bus niet rechtstreeks aan Peter Pan te hebben verkocht. Er zijn echter foto's waarop #6 samen met #3 en Joe Bortz en zijn zoon Marc te zien zijn. #6 heeft dus in ieder geval bij Bortz gestald gestaan. Meerdere mensen hebben beide bussen samen zien staan en er zijn meerdere foto's van.

Er bestaat bovendien een foto van de restauratie bij Peter Pan waarop de bus te zien is voordat de werkzaamheden begonnen. Dat dit dezelfde bus is, is aan de hand van de roestvlekken goed vast te stellen. Er is ook een foto van de vaste transporteur (dit vermeld Debbie op Facebook) van Bortz met een sleepwagen met #6 erachter. Ene Ernie uit Vernon Hills. Iemand tagt ook ene Ernie Vole bij deze foto van Joe Bortz op Facebook.

 

Omdat #6 crème/gebroken wit was toen Bortz hem in bezit had, of in ieder geval met Bortz in verband kan worden gebracht, werd al snel duidelijk dat dit mogelijk de Futurliner van Dale Wegner Chevrolet uit Harrisonburg, Virginia was. Wegner had deze bus van 1965 tot 1972 in bezit. Daarna ging hij naar Dreisbach. Dale Wegner had gehoord dat de/een Futurliner van Dreisbach een kapotte voorruit had en Wegner gebruikte de bus toch niet meer.

De drie Futurliners van Dreisbach werden waarschijnlijk gekocht door Mike C. voor zijn restaurantidee. Uiteindelijk heeft Joe Bortz ze gekocht: #6, #10 en nog één. Hoogstwaarschijnlijk was ook die derde bus lichtkleurig; dit zou #5 kunnen zijn. Hiermee past de beschikbare informatie goed bij de identificatie van #6 als de voormalige Wegner-bus. Bortz verkocht #6 echter niet rechtstreeks aan Peter Pan. Waarschijnlijk verkocht hij hem aan een particulier in Chicago die de Futurliner wilde restaureren, maar daar uiteindelijk vanaf zag. Peter L. Picknelly van Peter Pan Bus Lines kocht de bus vervolgens van deze particulier.

 

Peter Pan Bus Lines kocht #6 in 1998 in de omgeving van Chicago. In 2000 restaureerde het bedrijf de bus voor naar schatting $200.000. Daarna werd hij jarenlang als promotievoertuig ingezet. In 2007 werd hij teruggebracht naar het oorspronkelijke GM-kleurenschema.

In 2024 werd #6 verkocht voor $925.000 aan een particuliere verzamelaar uit Los Angeles, eigenaar van de Caretakers Collection. De vraagprijs van Peter Pan bedroeg $998.900.

 

GM vermeldt op news.gm.com dat een Futurliner — deze dus — die oorspronkelijk werd gerestaureerd door de eigenaren van het in Massachusetts gevestigde Peter Pan Bus Lines, in 2024 werd verkocht aan een ondernemer en voertuigverzamelaar uit Los Angeles en nu opnieuw wordt gerestaureerd. Volgens een andere melding van GM op de eigen website zou de bus vanaf december 2025 te zien zijn in het Petersen Automotive Museum. Update juli 2026: dat is nog niet gebeurd.

Een Facebook-post van Rob Ida (IDA Automotive) uit december 2025 laat zien dat bij de restauratie onder meer aan de letters en andere trimdelen wordt gewerkt. Deze Futurliner krijgt daarbij het uiterlijk van de oorspronkelijke versie uit 1940 en niet dat van de update uit 1953. De bus kwam begin 2024 al in nette staat bij Rob Ida aan. De werkzaamheden zijn inmiddels ver gevorderd, maar nog niet voltooid. De Facebookpagina van IDA Automotive laat de voortgang zien, waaronder verschillende updates over deze Futurliner.


Op de website dbusiness.com vond ik een mooi verhaal over de restauratie:

Maker van op maat gemaakte racebanen uit Clinton Township herbouwt diorama voor landelijke restauratie van GM Futurliner. Door Tim Keenan – 27 januari 2026

 

David Beattie van Slot Mods in Clinton Township, links, en Rob Ida staan voor een Futurliner die wordt gerestaureerd bij Rob Ida Concepts in New Jersey. Zodra het voertuig klaar is, zal het te zien zijn in het Petersen Automotive Museum in Los Angeles en uiteindelijk in het GM Heritage Center in Grand Blanc. David Beattie, eigenaar van Slot Mods in Clinton Township, bouwt normaal gesproken ingenieuze en ogenschijnlijk onmogelijke, op maat gemaakte slotcar-racebanen. Nu helpt hij een autoverzamelaar uit Californië en een restauratie-expert uit New Jersey bij het herstellen van een voertuig dat ooit door het land reisde om mensen te inspireren met de mogelijkheden van de toekomst.

Slechts één GM Futurliner is momenteel voor het publiek te bezichtigen. Deze staat in het National Auto & Truck Museum in Auburn, Indiana. Binnenkort komt daar een tweede bij dankzij Ida, Beattie en Matt Katz, eigenaar van de Caretakers Collection in Beverly Hills, Californië. Katz kocht een jaar geleden een van de overgebleven Futurliners van het in Massachusetts gevestigde Peter Pan Bus Lines. Het voertuig werd “in de huidige staat” aangeboden op Facebook Marketplace voor 975.000 dollar — zonder onderhandelingsruimte.

 

“Ik ben gespecialiseerd in vreemde eenden in de bijt,” zegt Katz, die meer dan 70 auto’s in zijn collectie heeft, waaronder twee Oldsmobile Aerotech concept cars, de Colani Horch Mega-Roadster, een Ferrari 812, een McLaren Speedtail en een Shelby Cobra Mk1. “Er staan auto’s in mijn collectie waar ik als kind van droomde, en er staan wagens tussen waarvan andere mensen droomden om ze te bouwen.”

 

Het Amerikaanse publiek was gegrepen door de originele Futurliners die voor en na de Tweede Wereldoorlog door het land trokken. Vandaag de dag heeft Slot Mods, dat een futuristisch stadsgezicht (diorama) creëerde voor een herontworpen Futurliner, zich aangesloten bij het team van restauratie-experts. De unieke aard van de Futurliner haalde Katz over om hem aan te schaffen, al is hij van plan de bus na voltooiing uit te lenen aan het Petersen Automotive Museum in Los Angeles en het GM Heritage Center in Grand Blanc.

 

Nadat de koop rond was, werd de Futurliner naar de werkplaats van Ida in New Jersey gebracht. Die werkplaats moest speciaal worden aangepast om het gigantische voertuig te kunnen herbergen: er was een op maat gemaakte deur nodig, een bovenloopkraan om de grote carrosseriepanelen te hijsen en steigers zodat Ida en zijn twee medewerkers bij de bovenkant konden komen.

 

“We werken er nu negen of tien maanden aan en hebben enorme vooruitgang geboekt. Het vergde veel meer werk dan we dachten, maar dat is altijd zo,” zegt Ida, die eerder 's werelds snelste motorfiets (de Gyronaut X-1), verschillende Tuckers en een Holman-Moody Ford Falcon-racewagen uit 1963 restaureerde.

“Dit is niet zoals het restaureren van een Chevy uit ’57,” zegt Ida. “Het lijkt meer op een archeologische opgraving. Terwijl je laag voor laag sloopt, komt er nieuwe informatie naar boven. Nadat we hem helemaal hadden gestript, moesten we de gehele carrosserie opnieuw opbouwen.”

 

Naast het maken van nieuwe carrosseriepanelen moesten Ida en zijn team een kunststof koepel fabriceren voor de bestuurderscabine, die bereikbaar is via een spiraaltrap.

“Het project veranderde van een restauratie in een enorm technisch vraagstuk met veel maatwerk en het maken van onderdelen die absoluut nergens meer te krijgen zijn,” aldus Ida.

 

Aan elke kant van de voltooide Futurliner komen klapdeuren van circa 5 meter lang die automatisch openen. Daaruit vouwt een diorama uit dat aan de ene kant een futuristische stad toont (van 1,8 bij 3,6 meter) zoals GM-ingenieurs die eind jaren 30 voor zich zagen, compleet met kleine bewegende autootjes die worden aangestuurd door magneten onder de 'straten'. Aan de andere kant komt een scène uit de historische Parade of Progress. Die opstelling bevat een vloot van bewegende, op maat gemaakte Futurliner-slotcars op schaal 1:43.

De uitvouwbare displays en de racebaan moesten eveneens vanaf nul worden opgebouwd, en dat is waar Slot Mods om de hoek kwam kijken. Beattie, een bekende naam in de wereld van autoverzamelaars, werd vanaf het allereerste begin bij het project betrokken. “Toen ik de Futurliner kocht, vroeg ik me af of ik naar een Hollywood-bedrijf moest stappen om het diorama na te maken,” zegt Katz. “Toen herinnerde ik me het werk van Dave en heb ik hem gebeld.” “De reden dat ik voor Dave koos in plaats van een Hollywood-ontwerper is de interactie. Ik vind het heel belangrijk dat, waar dit voertuig ook terechtkomt, een kind een controller vast kan pakken en echt interactief bezig kan zijn.”

 

Het diorama van de Parade of Progress zal ook een miniatuurversie tonen van de verplaatsbare tent die GM de 'Aer-O-Dome' noemde en die plaats bood aan 1.500 mensen. De tent, die geen interne steunpalen had, werd gebruikt voor lezingen en demonstraties van de nieuwste wetenschappelijke wonderen. GM noemde het “de tent van de toekomst”. Daarnaast maakt Beattie kleine uitvoeringen van de exposities die de rest van de Futurliner-vloot in de jaren 40 en 50 tijdens hun tournees door het land vervoerde. “(Katz) wilde dat ik de originele inhoud van de trucks zou namaken,” zegt Beattie, die verwacht tussen de 300.000 en 500.000 dollar te factureren voor zijn werkzaamheden aan het project, waaronder R&D, ontwerp, fabricage en installatie.

 

“We hebben uren aan YouTube-video's bekeken om te bestuderen hoe dit mechanisme werkte,” legt hij uit. “Elke stap kostte enorm veel tijd. Het kost me meer dan een jaar om mijn deel voor de Futurliner af te ronden.”

Zodra ze klaar zijn, worden de displays per vrachtwagen naar New Jersey vervoerd en gemonteerd in de volledig gerestaureerde Futurliner.

Wanneer het totale project is afgerond, vermoedelijk eind januari of begin februari, wordt het voertuig op een dieplader naar Los Angeles getransporteerd. Het oorspronkelijke plan was om het in december af te hebben, zodat Jay Leno ermee naar het Petersen Museum kon rijden voor een tentoonstelling, maar die plannen moesten vooralsnog in de ijskast.

Katz, die zijn fortuin vergaarde met de verkoop van zijn fintech-bedrijf Verify aan Visa, wil dat zoveel mogelijk mensen zijn nieuwste aanwinst kunnen zien. Hij geeft aan dat hij het voertuig graag zelf van L.A. naar Grand Blanc wil rijden, met geplande tussenstops onderweg, zodat mensen hem met eigen ogen kunnen bewonderen — net zoals bij de originele Parade of Progress. “Ik denk dat mijn mond openvalt als ik hem dadelijk klaar zie,” zegt Katz. “Het is zo'n prachtig ontwerp. De beslissing om terug te keren naar de glazen koepel van de originele versie geeft de bus echt zijn energie en unieke karakter.”

Futurliner #7

Status: Duitsland / Restauratie
Nr. 7 – “Out of the City Muddle”

 

Futurliner nr. 7 presenteerde tijdens de Parade of Progress de tentoonstelling “Out of the City Muddle”, waarin GM de problemen rond stedelijke verkeersdrukte en snelwegcongestie liet zien en mogelijke oplossingen voor de toekomst presenteerde. Dit is de 'Tom Learned'-bus, die onder een luifel in de sneeuw werd weggehaald.

 

Na zijn periode bij GM werd de Futurliner in 1956 verkocht aan Square D Electrical, dat hem gebruikte als promotievoertuig. Rond 1960 werd hij ingezet als servicewagen voor een raceteam uit New Hampshire. In 1964 kwam hij terecht bij Beaulieu’s autosloperij in New Hampshire, waar hij met een lege tank werd achtergelaten. Daar bleef hij ongeveer twintig jaar staan.

 

In 1984 ontdekte restauranteigenaar Kendrick Robbins de Futurliner tijdens zijn zoektocht naar een mobiele saladebar. Hij kocht het voertuig voor $3.000 en haalde het pas begin jaren 90 naar zijn terrein in New Hampshire. Door de jaren heen raakte de wagen verder in verval. Veel onderdelen, waaronder deuren, motor, transmissie, ruiten en interieurdelen, werden verwijderd en opgeslagen.

 

In 2000 ontdekte NATMUS-Futurlinerrestaurateur Don Mayton het voertuig na een lange zoektocht. Hij fotografeerde de wagen en documenteerde de slechte staat waarin hij verkeerde. In 2005 besloot Robbins het voertuig te verkopen omdat hij verhuisde en de Futurliner moest worden verplaatst.

 

De nieuwe eigenaar werd Tom Learned, die de Futurliner in november 2005 onder zeer moeilijke omstandigheden liet bergen. De wagen stond half vastgevroren achter een oude schuur en moest met lieren en sleepmateriaal worden verplaatst. Bij het ophalen bleek dat grote delen van de carrosserie beschadigd waren, maar dat veel originele onderdelen nog aanwezig waren. In een droge opslagruimte vond Learned onder andere deuren, interieuronderdelen, bekleding, schakelaars, trimdelen en documentatie uit de vroegere Square D-periode.

 

De identificatie als #7

De identificatie als Futurliner nr. 7 is gebaseerd op verschillende aanwijzingen. Learned vond op tientallen onderdelen markeringen met “Job #7”, waaronder op interieurpanelen, bekleding en tanks. Daarnaast kwamen de gevonden Square D-documentatie en de bekende gebruiksgeschiedenis overeen met het verhaal van nr. 7.

Learned begon vervolgens met de conservering en voorbereiding voor een volledige restauratie. De Futurliner werd veilig binnen opgeslagen en onderging onder meer zandstralen, metaalwerk en conservering.

In 2017 verkocht Tom Learned de Futurliner aan ChromeCars in Duitsland, dezelfde eigenaar als van Futurliner #5 en #9. eBay vermeldt dat de bus werd verkocht voor $495.000. De verkoop verliep dus niet rechtstreeks van Tom Learned naar ChromeCars, maar via eBay. ChromeCars heeft het hele proces van het ophalen en afleveren vastgelegd en op YouTube gepost. Bij ChromeCars zou de Futurliner verder worden gerestaureerd en uiteindelijk behouden blijven als een van de weinige overgebleven exemplaren. Er bestond enige discussie rond de identificatie van nr. 7, omdat ook Peter Pan Bus Lines een Futurliner met dit nummer claimde. Die bus moet echter #6 zijn. De wagen van Learned/ChromeCars wordt door veel liefhebbers en onderzoekers gezien als het authentieke exemplaar, mede dankzij de gevonden “Job #7”-markeringen en de aansluitende historische gegevens. #7 is inmiddels weer doorverkocht. Dat werd in 2024 gemeld door Christian Zöllner van ChromeCars.


Verhaaltje van Futurliner.org:
​Gesproken met Kendrick Robbins over zijn Futurliner. Hieronder volgt nog een klein stukje geschiedenis van zijn Futurliner. Hij vertelde dat hij heeft gesproken met de (inmiddels overleden) eigenaar van de sloperij waar hij zijn Futurliner vandaan heeft gehaald. De eigenaar van de sloperij vertelde dat er op een dag een man kwam aanrijden in deze vreemde bus en wilde weten of hij deze machine wilde overnemen. Terwijl ze stonden te praten, kwam de Futurliner zonder benzine te zitten. De sloperij gaf aan dat ze de Futurliner wel wilden hebben. Vervolgens hebben ze aan de achterkant de remleidingen doorgesneden en de Futurliner met een tractor 50 meter de sloperij op geduwd. Daarbij hebben ze de achterbumper in elkaar gedrukt. De sloperij heeft het bovenste luik bij de bestuurder open laten staan. Bovendien ontbrak het luchtfilter van de motor. In de loop der jaren is er zoveel water in de motor gelopen dat de carterpan is doorgeroest. Hij is daar zo jarenlang blijven staan totdat Ken hem kocht.

Voordat hij op de sloperij terechtkwam en naast zijn gebruik als demonstratievoertuig voor "Square D", is het op een gegeven moment een mobiele werkplaats geweest voor een raceteam. Aan de binnenkant stonden een draaibank en wat reparatieapparatuur voor de racerij. Ken is er tot op heden niet in geslaagd om te achterhalen welk raceteam dit was. Het kan zijn dat Square D een race team sponsorde. Twee bronnen hebben dit bevestigd (Indiana en New Hampshire). 

Berichtje van de broer van Kendrick Robbins, Jeff:

 

Don,

Mijn naam is Jeff Robbins en Kendrick is mijn broer. Hij heeft de Futurliner afgelopen zomer inderdaad naar zijn boerderij in Maine gebracht. Hij is nu bezig zijn oude ‘Post & Beam’-schuur te verstevigen, zodat deze het gewicht van de Futurliner kan dragen. Op die manier kan hij de restauratie daar, op een droge plek, voortzetten.

Ken is al jarenlang onderdelen aan het verwijderen en in een droge omgeving aan het opslaan om verdere achteruitgang te voorkomen. Het kan je daarom nog wel eens verbazen dat hij de meeste onderdelen waarvan jij dacht dat ze ontbraken, daadwerkelijk in zijn bezit heeft. Hij wist tot voor kort niets van je uitgebreide website. Pas toen ik hem begin januari 2002 ontdekte, kwam hij ermee in aanraking. Toen hij voor het eerst door je website begon te bladeren, had hij volgens mij het gevoel dat hij ‘was gestorven en in de hemel terecht was gekomen’.

Ken heeft zelf een omvangrijke verzameling informatie over Futurliners, maar die valt duidelijk in het niet bij de hoeveelheid gegevens en foto's die op jouw website te vinden zijn.

Ken is momenteel tot eind januari op vakantie in Florida. Bij zijn terugkeer zal hij contact met je opnemen. Hij kijkt ernaar uit om met je te praten en zijn aanbod om enkele originele onderdelen beschikbaar te stellen opnieuw te doen. Ik denk dat je hem dit jaar ook op jullie reünie kunt verwachten. Ook ik heb met veel plezier door je website gekeken en waardeer de tijd en moeite die zowel in de website als in het restauratieproject zijn gestoken.

Bedankt dat je een belangrijk stukje autogeschiedenis bewaart!

Met vriendelijke groet,

Jeff Robbins
Norfolk, Massachusetts

Futurliner #8 ADF859017
Status: Zweden / Restauratie
Momenteel wordt deze Futurliner gerestaureerd door Nicklas Jonsson in Zweden aldus NATMUS. 

In 1956 raakte deze Futurliner zwaar beschadigd toen hij van achteren werd aangereden door een andere Futurliner waarvan de remmen het hadden begeven tijdens een bergachtige route (volgens het verhaal van een van de voormalige Parade-deelnemers). De schade was zo groot dat GM besloot het voertuig niet te repareren en het uit dienst te nemen. In 1959, toen GM een Futurliner schonk aan de Michigan State Police, gaf het bedrijf ook deze beschadigde Futurliner mee als bron voor reserveonderdelen. GM vulde het interieur zelfs volledig met onderdelen (van de gecrashde bus?).

Vanaf het moment van de aanrijding voerde de leiding een strikte veiligheidsregel in: Futurliners moesten op de snelweg minimaal 300 voet (circa 90 meter) afstand van elkaar bewaren. Alle voertuigen hadden radio's, maar alleen het voorste en achterste voertuig hadden een zender.​ Wat ik mij wel afvraag, welke bus is er achterop gereden en heeft dus ook schade gehad?

​​

Nadat de politie hun "goede" Futurliner uiteindelijk uit dienst had genomen in 1967, werd de onderdelen-Futurliner verkocht aan Jack en Bill Braun uit Spring Lake, Michigan, die hem gebruikten ter promotie van hun autosloperij. Zij kochten de bus in 1969 via een veiling van de staat Michigan. Futurliner.org zegt dat beide Futurliners werden verkocht aan deze truck sloperij in Kalamazoo voor $ 1.200 per stuk. Volgens een ander stuk op de site, waarin de Braun broers zelf vertellen over de aankoop, zouden ze beide bussen voor $ 1.100 hebben gekocht.

 

Halverwege de jaren tachtig werd het voertuig verkocht aan Brent Knight uit Roselle, Illinois. In 1989 kwam de bus bij Joe Bortz terecht. Eind jaren negentig werd de Futurliner teruggevonden op een autosloperij in Yuma, Arizona. Daarna werd hij verkocht aan William Pozzi, die hem vervolgens samen met Futurliner nr. 3 aan Brad Boyajian verkocht. In 2007 verkocht Boyajian nr. 8 aan Nicklas Jonsson in Zweden, samen met het nog goede achterste gedeelte en carrosseriedelen van nr. 5. De display was 'Around the farm house clock'.

Futurliner #9
Status: Duitsland / Restauratie
Dit exemplaar staat sinds 2016 bij Chrome Cars in Duitsland blijft privé eigendom. 

Bob Valdez kocht deze voormalige Makita Tools-promotiewagen in 1984 en gaf hem een rood-wit-blauw thema in Amerikaanse vlagstijl. Hij bouwde de Futurliner om met een bar in een Art Deco-stijl.

Afgezien van mogelijk nr. 10, was Futurliner nr. 9 jarenlang een van de meest opvallende exemplaren. Dat kwam niet alleen door het opvallende kleurenschema. Na de aankoop door Bob Valdez in 1984 werd #9 een opvallende verschijning in de San Fernando Valley. Valdez woonde in Sherman Oaks en gebruikte de Futurliner regelmatig, waardoor de bus in de jaren tachtig en negentig op verschillende plaatsen in de omgeving werd gezien. Waarnemingen noemen onder meer Sherman Oaks, Van Nuys, Moorpark en locaties achter Guitar Center (Ventura Boulevard), Reseda (op de route naar de Sherman Square Roller Rink), Pacific Coast Highway (Michael C. via LinkedIn, vast niet DE Michael C(arroll)) en Canoga Park. Kevin Muldoon vermeld nog dat hij hem zag staan op Ventura en Woodman vlakbij Casa de Cadillac. Mooie plek voor de bus. James Sanders zag de bus in Reseda tegenover de Lucky supermakt op de hoek van Tampa Avenue en Saticoy street. 

 

Het was juist deze Futurliner die Don Mayton tijdens een zakenreis in Californië zag. Bij een verkeerslicht in Palm Springs zag hij #9 en heeft er toen foto's van gemaakt. De ontmoeting inspireerde hem om zelf een Futurliner te restaureren — wat uiteindelijk leidde tot de restauratie van Futurliner nr. 10.

Nr. 9 werd door ChromeCars naar Duitsland gehaald. In eerste instantie werd vermeld dat de bus alleen een update van het interieur zou krijgen. Op Facebook is uit een bericht uit 2017 echter op te maken dat hij toch wordt gerestaureerd, waarbij het kleurenschema van Bob Valdez behouden blijft.

 

Opmerking: deze Futurliner heeft tijdens een transport ooit in een greppel gelegen. Deze had geen display maar was de ontvangstruimte. De Valdeze restauratie duurde van 1984 tot en met 1990. In 1998 heeft deze bus in MotorHome magazine gestaan. Hij zou toen voor 90% af zijn en de ombouw had zo'n $150.000 gekost. De motor is een 366 ci GMC benzinemotor met een Allison 4 speed. Hij heeft twee versnellingsbakken en heeft ruim 8.000 mijl gereden sinds de restauratie. Deze heeft al eens de 80 mph gehaald. Contactgegevens waren in 2013: Bob Valdez,  8800 Eton Ave SPC #87, Canoga Park, CA 91304, 818-7097572. 

Op een blog van Van Nuys Boomers kwam ik foto's tegen van #9 voor de restauratie. Hieronder de tekst van dit blog:

In 1994 zagen mijn vriend Grant en ik dit bijzondere voertuig in een zijstraat van Vanowen Street, tussen Havenhurst en Balboa Boulevard. Grant vertelde dat hij het voertuig eerder op Ventura Boulevard had gezien. Hij wist dat het afkomstig was van een wereldtentoonstelling, maar wist niet meer welke. Die avond ben ik wat onderzoek gaan doen en ontdekte ik dat het voertuig afkomstig was van de New York World's Fair van 1939. Dat sprak me aan, omdat mijn vader die wereldtentoonstelling had bezocht en er af en toe over vertelde. Misschien had hij destijds wel precies deze bus gezien.

Uiteindelijk legde ik de foto's weg en vergat ik ze, totdat ik ze vorige week weer tegenkwam en inscande. Deze keer ben ik meteen het internet opgedoken om meer informatie te vinden. Ik denk dat de bus op onze foto's toebehoorde aan iemand uit Los Angeles. Twee van de bussen werden aan Californië toegeschreven. Volgens het artikel arriveerde de andere bus pas rond 1999 in Californië. Op een andere website stond een foto van dezelfde bus. De schrijver vermeldde bovendien dat hij de bus eveneens op Ventura Boulevard had gezien.

Het Makitaverhaal kan ik niet bewijzen. Wat ik wel weet is dat Makita in 1970 naar Amerika kwam en vanuit New York opereerde en daarna verkoop/servicevestigingen had in onder meer Chicago en Los Angeles.
LA, komt dan weer mooi uit in combinatie met Bob Valdez. 


Een verhaaltje op futurliner.org:

Conrad (Connie) Vaughan

616 N. Wilson
Royal Oak, MI 48067

 

Hallo Don,

 

Ik heb je brief onlangs ontvangen en heb me afgevraagd hoe ik het beste aan dit project kan bijdragen. Ik heb de laatste achttien maanden van de tournee met de Parade meegemaakt en was betrokken bij de ‘eindoplossing’, oftewel het afbreken en opruimen van alle apparatuur. Dat gebeurde in een loods in Hamtramck.

Tijdens de laatste dagen van die werkzaamheden ging het gerucht dat de Futurliners zouden worden gesloopt. Dat leek me zonde, na al die uren die ik had doorgebracht met zo’n kolos, meestal nummer 9. Er was ook die keer dat ik was ‘uitverkoren’ om een Futurliner met een nieuwe motor van San Antonio naar El Paso te begeleiden, nota bene op nieuwjaarsdag. Met een snelheid van maximaal 65 km/u.

Hoe dan ook, het was een soort liefdesgeschiedenis geworden met een behoorlijk interessant stukje geschiedenis. Toen de geruchten over het slopen van de Futurliners steeds sterker werden, heb ik, om een lang verhaal kort te maken, een extra wieldop meegenomen. Tot op de dag van vandaag is het een prachtig ding. Hij is gemaakt van roestvrij staal en ik kan me geen betere bestemming voorstellen dan dat hij onderdeel wordt van jouw project.

Als je iemand in de omgeving van Royal Oak kent die naar Auburn gaat, laat diegene dan contact met me opnemen. Zo niet, dan kan ik altijd wel een manier bedenken om hem naar je op te sturen.

 

Ik hoor graag van je.

Futurliner #10 ADF859010
Status: Amerika / Volledig gerestaureerd en rijdend
Eigendom van het National Automotive and Truck Museum (NATMUS) in Auburn, Indiana. Dit is een van de bekendste Futurliners en verschijnt regelmatig op evenementen. Deze Futurliner werd aanvankelijk verkocht aan muzikant Vic Hyde (Niles, Michigan). In de bestuurdersruimte van de Futurliner van Vic Hyde werd een logboek gevonden waarin de dagelijkse gereden kilometers waren bijgehouden. De registratie eindigde bij 25.000 mijl, precies de kilometerstand die de teller aangaf toen het voertuig werd gekocht van GM. Inmiddels weet ik dat Vic Hyde niet #10 had maar #3. Zie hieronder de uitleg. Kort na zijn GM-carrière werd #10 in 1956 gekocht door Goebel Brewing Company uit Detroit en verbouwd tot promotievoertuig, de Goebel Land Cruiser. Frank Frye en later zijn broer Jack reden de bus. Rond 1960 verkocht Goebel hem vanwege financiële problemen aan Pulte Construction, dat hem naar Florida liet rijden om een nieuwbouwproject te promoten. Bij Perry, Florida, kreeg de bus een zware motorsschade waarbij brand ontstond. Daarna werd hij naar de bouwplaats van Pulte gesleept. Na verloop van tijd (jaren 70) belandde het voertuig bij Cadillac-dealer Dreisbach & Sons in Detroit, Michigan, waar hij jarenlang als blikvanger/uithangbord heeft gestaan. In foto's uit 1975 valt te zien dat hij was gaan roesten, de bumper ontbrak en de GM letters weg waren. Deze #10, de andere van Dreisbach (misschien #5) en de lichtkleurige ex-bus van Wegner (#6) werden gekocht door een restauranteigenaar die ze wilde ontmantelen. Volgens Joe Bortz ene Mike C. Deze restauranteigenaar had er zelfs twee bijgekocht (de Michigan State Police bussen). In de jaren 80 werden ze echter overgenomen door Joe Bortz die inzag dat het zonde was om er de zaag in te zetten. Omdat ze beide in de horeca zaten overtuigde Joe hem ze aan hem te verkopen. Bortz schonk #10 in 1992 aan het National Automotive and Truck Museum of the United States in Auburn, Indiana toen hij erachter kwam dat restauratie van alle vijf bussen niet haalbaar zou zijn. Tussen 1999 en 2007 werd de Futurliner in Michigan volledig gerestaureerd door Don Mayton (voormalig GM Plant Manager) en een door hem samengesteld team. In 2017 keerde de bus terug naar het museum, na veel getourd te hebben langs verschillende evenementen, waar hij momenteel te bezichtigen is. Display was 'Opportunity for youth'. De winnende Fisher Body Craftsman Guild modelauto's werden er tentoongesteld. Ook de 'Three Dimensional Sound' Exhibition hoort bij #10.

Dat het vaststellen van de eigenaren van de Futurliners lastig is zeggen de volgende twee verhalen:
Ingezonden brief van Bob Bryant uit Notre Dame, Indiana in het blad Hemmings Classic Car van sept. 2019 (#180):
THE ARTICLE ON GM’S PARADE OF PROGRESS in HCC #177 was interesting. On page 86 is my friend Vic Hyde’s Futurliner; the pockmark where a projectile hit the center of the windshield appears visible. Vic had the Futurliner parked behind his home in Niles, Michigan. He envisioned using the Futurliner as a traveling stage as he was a one-man-band entertainer, but that didn’t work out for a variety of reasons. The Futurliner was then donated to the NATMUS Museum in Auburn, Indiana, many years ago.

Futurliner.org vermeld deze tekst uit de maart/april 1977 editie van 'Special-Interest Autos, geschreven door Bill Williams. Hieruit kun je niet herleiden of Vic Hyde de bus direct kocht in 1956 of in de jaren 70, wat vreemd zou zijn want hij was toen al aardig vervallen tijdens het bezit van Dreisbach & Sons. Goebel zegt hem namelijk gekocht te hebben in 1956. Inmiddels weet ik hoe het komt, het is namelijk niet #10 maar #3.

Vic Hyde (1913-1995) uit Niles, Michigan is de eigenaar van GM Futurliner #10, die in 1940 werd gebouwd als een van de twaalf exemplaren. Van zes andere is bekend dat ze de tijd hebben overleefd, maar die van Vic lijkt in de beste staat te verkeren. We vroegen Vic om ons meer te vertellen over zijn Futurliner. Hier is zijn verslag:

"Ik heb gehoord dat GM $1,25 miljoen neertelde voor de hele reeks, wat neerkwam op een investering van zo'n$ 100.000 per stuk. Ik denk dat een van de redenen dat ze ze 'Futurliners' noemden was dat ze vol zaten met zeer geavanceerde snufjes — zoals de schuivende panelen van gegolfd roestvrij staal, 'Autronic Eye'-koplampbediening, 'bubble'-cabines met airconditioning, dual-range Hydra-Matic-transmissie, dubbele voorwielen, stuurbekrachtiging, enzovoort. Ik vond in de cabine een schrijfblokje met een logboek waarin elke dag de mijlenstand werd bijgehouden. Dat verslag stopte bij 25.000 mijl, wat exact is wat de teller aangaf toen ik dit apparaat kocht. Ik ben muzikant en entertainer en hoopte de bus oorspronkelijk te gebruiken om mee op tournee te gaan, maar ik kwam erachter dat ik er geen geschikte verzekering voor kon krijgen."

 

Vic Hyde had #3, niet #10

Bij verder zoeken bleek Hemmings Classic Car #177 online beschikbaar. Daarin staat exact het artikel dat oorspronkelijk verscheen in Special-Interest Autos van 1977. Dat levert een belangrijke aanwijzing op: Vic Hyde moet op dat moment inderdaad een Futurliner in bezit hebben gehad. In het artikel wordt gesproken over een beschadiging aan de voorruit. Op de foto bij het artikel is die beschadiging duidelijk zichtbaar. Ook is te zien dat de Futurliner nog in de originele GM-uitvoering staat, met de oorspronkelijke kleuren en teksten.

Daarmee ontstaat een probleem: de bus kan niet #10 zijn. De bus op de foto blijkt namelijk dezelfde te zijn als de Futurliner die later bij Joe Bortz stond. De beschadiging aan de voorruit is op beide foto's herkenbaar, waarbij de ruit bij de bus van Bortz inmiddels nog verder beschadigd is. Het gaat dus om Futurliner #3.

Daarmee is ook een aannemelijke verklaring ontstaan voor de eerdere verwarring. Vic Hyde heeft de vervallen Futurliner die bij Dreisbach & Sons stond kennelijk gekocht met het plan hem op te knappen en om te bouwen tot tourbus voor zijn optredens. Hoe lang hij de bus precies bezat, is nog onbekend. Een brief van de Braun-broers aan Joe Bortz uit 1988 vermeldt echter dat zij de bus hadden verkocht. Dat kan erop wijzen dat de verkoop aan Bortz relatief kort daarvoor had plaatsgevonden.

 

De eerdere vermelding dat Vic Hyde de Futurliner aan NATMUS schonk, kan daardoor niet kloppen voor deze bus. Dat verhaal heeft waarschijnlijk betrekking op de verkeerde nummeridentificatie. De bus die Hyde bezat was #3, terwijl de door Bortz aan NATMUS geschonken bus #10 was. Dat verklaart ook waarom de oude bronnen zo verwarrend zijn: het verhaal van Vic Hyde zelf lijkt grotendeels authentiek, maar het eraan gekoppelde Futurliner-nummer is fout.

Wie was Vic Hyde?

Vic Hyde (1913–1995), geboren als Victor Heide in Chicago, was een internationaal bekende muzikant en entertainer. Hij werd onder meer omschreven als de “moderne rattenvanger van Hamelen”, “multitrompettist” en “internationaal muziekfenomeen”. Met zijn komische one-man-bandshow reisde hij de hele wereld over en bespeelde hij ongeveer 65 muziekinstrumenten, soms meerdere tegelijk.

In de jaren dertig en veertig speelde hij onder anderen voor Rudy Vallee, Sophie Tucker, Guy Lombardo, Liberace, Ella Fitzgerald, Lawrence Welk en Frank Sinatra. Later trad hij ook op voor The Osmonds, Bob Hope, Johnny Cash en Bobby Darin. Daarnaast trad hij op voor koningin Elizabeth II en de Amerikaanse presidenten Harry Truman, Dwight Eisenhower en Gerald Ford.

 

Hyde was bovendien een gepassioneerd verzamelaar en restaurateur van antieke auto's. Op een bepaald moment bezat hij zelfs wat werd omschreven als de grootste verzameling driewielige voertuigen ter wereld.

Hij veranderde de spelling van zijn achternaam van Heide in Hyde nadat hij vanwege zijn Duitse achternaam post had ontvangen waarin hij voor nazi werd uitgemaakt. In 1981 verhuisde hij van Niles, Michigan, naar Hawthorne, Florida. Hij overleed in 1995 op 82-jarige leeftijd in het Alachua Nursing Center in Gainesville.


En om het compleet te maken vond ik dit stukje in the Futurliner Newsletter van NATMUS waarin ze een verhaal hebben geplaatst over Donny Orebaugh die connecties heeft met Dale Wegner en dit verteld:
At our Martinsburg, WV show in Sept., Donny Orebaugh of Harrisonburg VA told us that a Chevrolet dealer in Harrisonburg had a Futurliner sometime between 1965 and 1972 and it was used for band concerts in the area. Donny visited us again at the Carlisle show and provided the name of the retired dealer (Dale Wegner). Dale lives in Harrisonburg and Stu Allen (one of our volunteers from Staunton, VA) was able to visit him to talk about the Futurliner.  So far, we know that Dale Wegner was one of a group of dealers that purchased ten Futurliners in the mid 60's. He says that Dick Knapp who ran Anchor Motor Freight, (car haulers for GM) got them all involved in buying these surplus GM vehicles. Dale's mentor, Tom Dreisbach, had two more Futurliners at his Cadillac dealership in Michigan. Dale had his wrecker driver pick up the Futurliner in Detroit and drive it to Virginia. Dale had it repainted mostly white with his Chevrolet dealership logo (Wegner Chevrolet) and used it for advertising his dealership. He loaned the vehicle to community groups as a travelling stage around the area and it was used at the county fairgrounds. Dale says that some time in the early 70's he talked to Tom Dreisbach and found out that the Dreisbach Futurliner had a broken windshield. Since the Wegner Chevrolet Futurliner was no longer being used he gave it to Dreisbach and it was returned to Detroit. Our #10 Futurliner had the Dreisbach and Cadillac logo still visible when we got it. We have information that around 1990 or 1991, Dreisbach sold the three Futurliners which were taken to Chicago. Most likely, our #10 Futurliner, the Wegner Chevrolet Futurliner and a third unit were the three that ended up with Joe Bortz in Chicago. Mr. Wegner gave Stu one picture of his Futurliner and believes he has more. He is going to follow up with some of his contacts from Dreisbach Cadillac to give us some additional history. We’ll update as more information becomes available. 

Het Goebel verhaal:

Fred en Marge Carpenter hebben een zaak in auto-memorabilia. Ze staan op tal van autobijeenkomsten in de oostelijke helft van het land. In 2004 stonden ze op de jaarlijkse Oldsmobile Homecoming, waar ze onder meer wat documentatie over de Futurliner bij zich hadden. Fred en Marge hebben ons project geweldig geholpen door het via hun zakelijke netwerk onder de aandacht te brengen. Al Batts had verschillende kleurenbrochures gemaakt zodat onze vrijwilligers iets hadden om te laten zien. Fred had een van die brochures opgehangen in hun stand in Lansing. Een bezoeker zag het boekje en riep meteen tegen Fred dat hij de bestuurder van de Goebel Futurliner kende. Fred droeg de stand direct over aan Marge en knoopte een gesprek met de man aan.

Om een lang verhaal kort te maken: de bezoeker beloofde ervoor te zorgen dat de oud-bestuurder van de Goebel Futurliner contact met Fred zou opnemen. Niet veel later kreeg Fred inderdaad een telefoontje van Frank Frye, die eind jaren 50 voor Goebel Beer werkte. Hieronder lees je het verhaal van Frank en Jack Frye, zoals Fred dat telefonisch en per brief ontving.

 

De Goebel Land Cruiser werd aangekondigd als "Een nieuw concept in public relations!" Het voertuig kon worden ingezet voor picknicks, braderieën, inzamelingsacties, optochten, toespraken, shows en andere buitenactiviteiten.

"De pr-afdeling van de Goebel Brewing Company uit Detroit kocht Futurliner #10 (onze huidige Futurliner) in 1956. Goebel liet hem opknappen bij een standbouwbedrijf in Detroit. (Op een zwart-witfoto is de rechterkant te zien met belettering vlak boven de aluminium sierlijst, en de tekst GOEBEL BEER op de voor- en zijkanten.)

Bij deze opknapbeurt werd de rechterzijde omgebouwd tot een podium voor de sprekers van Goebel. Op de foto hieronder zie je Frank Frye zelf in actie tijdens een toespraak. Aan de linkerkant zat een miniatuurbrouwerij die liet zien hoe het bier van Goebel werd gebrouwen.

 

Frank Frye werd in 1957 of 1958 de eerste bestuurder. Tijdens zijn studie werkte Frank al als parttime gids in de Goebel Circus Room. Na zijn studie stapte hij over naar de baan als fulltime chauffeur, wat hij zo'n twee jaar heeft gedaan. Volgens Frank werd de wagen in het begin alleen in Michigan gebruikt. Maar omdat Goebel hun bier ook verkocht in het French Quarter van New Orleans, herinnert Frank zich dat hij er een week of twee, drie naartoe is gereden. 

Achter de bestuurdersstoel had Frank altijd een koelbox met blikjes bier staan. Dat bier was uitsluitend bedoeld voor de lokale bierdistributeur die het evenement sponsorde; het publiek kreeg niks. Toen in Lansing de radiateur lek raakte en de motor oververhit raakte, goot Frank een paar blikken bier in de radiateur. Zo kon hij langzaam naar de dichtstbijzijnde GM-dealer rijden. Dankzij deze noodoplossing kwam hij toch nog op tijd aan bij het volgende evenement. Omdat de Futurliner een complete en krachtige geluidsinstallatie had, werd de wagen door organisatoren vaak gebruikt als centraal podium bij allerlei buitenactiviteiten. Vooral dorpsfeesten in de kleinere steden van Michigan maakten er graag gebruik van, maar ook braderieën en optochten waren populair.

Toen Frank in 1958 bij Goebel stopte om zijn masteropleiding te vervolgen, nam zijn broer Jack Frye het stuur van de Land Cruiser over. Kort daarna kreeg Goebel Brewing te maken met financiële problemen, waardoor ze in 1960 moesten stoppen met het Land Cruiser-project. De brouwerij werd in 1964 uiteindelijk overgenomen door Stroh Brewery Company. Vandaar dat iemand een link dacht te hebben tussen Stroh en een Futurliner, maar dat is #10 geweest. 

Jack Frye werd ontslagen en Goebel verkocht de Land Cruiser aan Pulte Construction in Detroit. Pulte nam Jack vervolgens weer in dienst om het voertuig naar Florida te rijden, waar ze een groot nieuwbouwproject wilden promoten. Ten zuidoosten van Tallahassee, vlak bij het stadje Perry, sloeg er echter een drijfstang door het motorblok en vloog de wagen in brand. Jack moest zich snel uit het voertuig in veiligheid brengen en hulp inschakelen. Hij herinnert zich ook nog dat er een verslaggever van de lokale krant naar de plek van het ongeluk kwam om foto's te maken. Vervolgens zorgde Jack ervoor dat het voertuig naar de bouwplaats van Pulte werd gesleept, waarna hij zelf terugkeerde naar Detroit." 

Waar was #10 tijdens de restauratie (1998–2006)?

Hoewel het voertuig eigendom was van NATMUS (het National Automotive and Truck Museum in Auburn, Indiana), stond het tijdens de restauratie niet in het museum zelf.

  • De locatie: een schuur/werkplaats in Zeeland, Michigan, nabij Grand Rapids.

  • Waarom daar? NATMUS had in de jaren 90 zelf niet de middelen en mankracht om een project van deze omvang aan te pakken. Projectleider Don Mayton kwam daarom met een zogenoemd "Partner Program". Hij verzamelde een team van zo'n 25 tot 30 toegewijde vrijwilligers in West-Michigan. Zij brachten de bus naar Michigan en restaureerden hem daar stap voor stap, met behulp van gesponsorde onderdelen en donaties.

 

De speciale banden

De speciale banden zijn nog een verhaal apart. Hoewel 10.00 x 20-banden met witte wangen een gangbare maat waren voor vrachtwagens, waren de originele Futurliner-banden voorzien van opstaande letters met de tekst General Motors Parade of Progress U S Royal Fleetway. Don probeerde een bandenfabrikant te vinden die nieuwe banden met deze opstaande letters kon maken.

Uiteindelijk bleek Coker Tire Company daartoe bereid, mits Don een originele band opstuurde om als voorbeeld te gebruiken. De kosten voor het ontwerpen en ontwikkelen van de gietvorm bedroegen echter $35.000 en vielen buiten het budget van het museum.

In diezelfde periode restaureerde Ron Pratte Futurliner nr. 11. Ook hij had speciale banden nodig en hoorde van Don Maytons onderzoek. Coker Tire Company was de enige fabrikant die de moeite had genomen een offerte uit te brengen. Het museum kon echter niemand vinden die de kosten voor de benodigde mal als donatie voor zijn rekening wilde nemen. Ron Pratte bood daarom aan deze kosten te betalen.

Don stuurde een van de originele banden naar Coker Tire Company. De engineers van Coker ontwierpen vervolgens een mal, waarna een prototypeband werd gemaakt en getest. Zowel de DOT-goedkeuring als de goedkeuring van General Motors werd verkregen. Daarna kon de daadwerkelijke productie van de banden beginnen.

We ontvingen de banden uiteindelijk in het late voorjaar van 2007. Als dank voor Dons hulp schonken Coker Tire Company en Ron Pratte een volledige set banden aan het National Automobile & Truck Museum. Tegen die tijd waren er ook andere Futurliner-restauraties gaande die deze speciale banden goed konden gebruiken.


Waar was hij tussen 2007 en 2017?

Toen de restauratie in 2006/2007 klaar was, bleef Futurliner #10 nog een hele periode onder de directe hoede van Don Mayton en zijn restauratieteam in Michigan. In plaats van direct stilgezet te worden in het museum, ging de bus "on tour" als een rijdend boegbeeld:

  • Autoshows en evenementen: De bus reisde door heel de VS (en voornamelijk het Midwesten) langs grote klassiekerevenementen, waaronder de beroemde Woodward Dream Cruise in Detroit, opnames voor tv-programma's en lokale carshows.

  • Onderhoud & Stalling: Als hij niet op een show stond, werd hij gestald en onderhouden in de werkplaats/garage van het vrijwilligersteam in Michigan.

  • Historische erkenning (2014): In deze periode (2014) werd Futurliner #10 officieel opgenomen in de National Historic Vehicle Register van de Amerikaanse Library of Congress.


De definitieve terugkeer naar NATMUS (2017)

Rond 2016/2017 werd het restauratieteam van vrijwilligers (veelal op leeftijd) langzaam ontbonden en werd de 'tournee'-agenda afgebouwd. Vanaf 2017 is de Futurliner definitief "thuisgekomen" in de hallen van het NATMUS Museum in Auburn, Indiana nadat er een grotere garagedeur was ingebouwd. Binnen staat hij sindsdien op een permanente ereplaats tentoongesteld voor het publiek (en verlaat hij het museum alleen nog bij heel speciale uitzonderingen).

Futurliner #11
Status: Amerika / Gerestaureerd

​​​

Het kan zijn dat dit de bus is die aan de Michigan State Police (VIN=ADF859016) was gegeven en door hen gebruikt werd als de Safetyliner. Het verhaal dat zij hem naar een sloop in Spring Lake, Michigan reden waar hij een paar jaar verbleef ,waarna hij rijdend naar Chicago naar de Braun Brothers (hun tweede Futurliner) zou zijn gegaan en vervolgens bij Joe Bortz terechtkwam klopt echter niet. Net als #8 werd deze Futurliner (Safetyliner) geveild door de staat en ook gekocht door de Braun broers. Hun sloperij zat in Spring Lake , Michigan en niet in Chicago, Illinois. Zij runde hun sloop tot en met 1990. Inmiddels heb ik gelezen op Futurliner.org dat de bus verkocht is aan Michael Carroll uit Roselle, Illinois. De onderdelen bus met schade is ook naar Roselle gegaan, maar dan naar Brent Knight. Dit is allemaal te lezen in een brief van de Brauns aan Bortz.

 

Volgens een verhaal van Michael Carroll kochten Richard en Mario Petit uit Montreal, Canada, de bus in 1997. Ook dat klopt niet helemaal. Joe Bortz kocht de Futurliner en verkocht hem in 1997 voor $1.800 aan de gebroeders Petit. Dat was het hoogste bedrag dat Bortz voor een van de vijf bussen ontving. De Petits maakten er vervolgens een promotiebus voor FIDO-telecomproducten van.

 

Tijdens onderzoek van NATMUS bleek dat de FIDO-Futurliner inderdaad de bus was die General Motors in 1959 aan de Michigan State Police had geschonken. De politie gebruikte hem als Safetyliner. Don Mayton vertelde tijdens een presentatie over het Futurliner-restauratieproject voor de Western AACA dat een van de aanwezigen bij een lokale garage voor zware vrachtwagens had gewerkt en zich herinnerde dat daar de motor van de State Police-Futurliner was vervangen door een nieuwere en krachtigere GMC V6. Volgens Mario Petit was hun Futurliner uitgerust met een 401 cubic inch V6 uit de periode 1965–1974. Dat komt overeen met de herinnering van het voormalige AACA-lid.

​​​​

De eerste Canadese restauratie

De gebroeders Petit pakten de restauratie grondig aan. Aanvankelijk waren ze zelfs niet van plan slechts één Futurliner te restaureren. Ze hadden plannen om meerdere exemplaren op te knappen en investeerden daarom in speciaal gereedschap en onderdelen, waaronder het maken van nieuwe voorruiten. Uiteindelijk werd één bus volledig gerestaureerd.

De restauratie werd mede mogelijk gemaakt door FIDO, de Canadese mobiele telefoonmaatschappij. FIDO wilde de Futurliner drie jaar gebruiken als promotievoertuig en financierde de restauratie onder de voorwaarde dat deze binnen vijf maanden klaar zou zijn. Dat werd gehaald, maar volgens Daniel Noiseux werd er vrijwel 24 uur per dag, zeven dagen per week aan gewerkt. De totale kosten bedroegen volgens het betreffende artikel ongeveer 300.000 Canadese/Amerikaanse dollars. De staat van de bus was aanzienlijk slechter dan de fraaie FIDO-bus die we later kennen. Er was onder meer sprake van:

  • veel structurele en plaatwerkroest;

  • beschadigde of ontbrekende sierdelen;

  • compleet opnieuw te maken bedrading;

  • een ontbrekende of beschadigde voorruit;

  • veel onderdelen die opnieuw moesten worden vervaardigd;

  • een enorme hoeveelheid carrosseriewerk.

 

De voorruit vormde zelfs zo'n groot probleem dat er twaalf exemplaren werden gemaakt om uiteindelijk drie bruikbare ruiten over te houden. Eén daarvan werd in de FIDO-Futurliner geplaatst, één ging naar NATMUS en één naar Peter Pan. NATMUS kon naast een voorruit ook andere onderdelen overnemen, waaronder een aircocompressor, benzinetank, transmissie, rubbers en sierlijsten. Volgens zeggen ging het om twee trailers vol onderdelen. Deze werden verkocht aan Don Mayton voor de restauratie van #10.

Na de FIDO periode is de bus nogmaals gerestaureerd, nu naar de originele GM staat en via Barrett-Jackson aangeboden. Tijdens de Barrett-Jackson 35th Anniversary Scottsdale Auction in 2006 werd deze imposante bus – inmiddels bekend als de ‘Barrett-Jackson Futurliner’ – aan de veiling toegevoegd. De Futurliner ging op zaterdag 21 januari onder de hamer. Al vóór de verkoop was bekend dat de eigenaar hoopte op een opbrengst van enkele honderdduizenden dollars. Toen de hamer viel, was het bedrag echter een stuk hoger. Na een spannende biedstrijd wist de bekende verzamelaar en filantroop Ron Pratte de Futurliner voor maar liefst $4 miljoen ($4,32 inclusief fees) te bemachtigen. 

 

Maar is dit wel #11?

Deze bus zou #11 moeten zijn, maar dat strookt niet met het verhaal van Peter Pan. Hun voormalige Oral Roberts-onderdelenbus wordt namelijk eveneens als #11 aangeduid. De voormalige State Police-bus kan dus ook #4 zijn, maar dan heeft het veilinghuis de bus opnieuw verkeerd geïdentificeerd.

 

Ron Pratte was een verzamelaar die in korte tijd voor tientallen miljoenen dollars aan klassiekers op veilingen kocht. In 2015 verkocht hij #11 opnieuw, samen met een groot deel van zijn collectie. De Futurliner bracht toen opnieuw ongeveer $4 miljoen op, plus $650.000 aan extra donaties. De opbrengst ging naar de Armed Forces Foundation. De koper is onbekend. De verkoop van een deel van Prattes collectie bracht hem in totaal ruim $40 miljoen op.

Ook tijdens de Barrett-Jackson Scottsdale-veiling van 2015 werd deze Futurliner opnieuw aangeduid als nr. 11. Wie moeten we nu geloven: het veilinghuis of de eigenaar van de Oral Roberts-bus?

De displays van deze Futurliner waren March of Tools en A Car Is Born.

Wat ik nog altijd niet goed kan plaatsen, is een foto van #11 uit 1994 waarop de bovenzijde van de bus een vergane lichtblauwe laklaag lijkt te hebben. Voor zover ik weet is geen enkele Futurliner oorspronkelijk lichtblauw aan de bovenzijde geweest. Toch zie je op een foto van Joe Bortz dat één van zijn vijf bussen aan de bovenzijde lichtblauw lijkt te zijn.

 

De Safetyliner in dienst van de Michigan State Police

Als deze bus inderdaad de Safetyliner is die door de Michigan State Police werd gebruikt, hoort ook het verhaal van Officer William Rials hier thuis.

 

Om een of andere reden — ik weet niet of dit alleen voor ons exemplaar gold of voor alle Futurliners — hadden deze voertuigen de neiging om te gaan aquaplaneren. Het was een lange, hete zomer met weinig regen en ik was onderweg ten noorden van Detroit. Kort daarvoor had het geregend en het wegdek was nat. Toen ik een groot kruispunt naderde, raakte ik het rempedaal slechts licht aan. De achterkant van de Safetyliner begon meteen uit te breken. Het verkeerslicht sprong op rood terwijl de Safetyliner in een glijpartij terechtkwam en dwars over het kruispunt gleed. Ik vocht om de voorkant van het voertuig vóór de achterkant te houden. Dit soort spanning had ik niet nodig! Ik had geluk: niemand reed nog door rood. Toch zag ik in gedachten de krantenkoppen al voor me: “Safetyliner van de State Police doodt vijf mensen.”

Deze neiging tot aquaplaneren had grote invloed op mijn rijstijl. Bij sneeuw of ijs reed ik dan ook stapvoets. Een andere keer reed ik een klein stadje binnen voor hun jaarlijkse kermis. Waarschijnlijk wilden de gemeentebestuurders indruk maken, want de straat waar ik over reed was pas opnieuw geasfalteerd.

Opnieuw naderde ik een stopbord en raakte ik voorzichtig de rem aan. Opnieuw verloor de Safetyliner grip. Door de bolling van de weg gleed het voertuig naar rechts en schuurde langs de stoeprand. Ook deze keer had ik geluk: er stonden geen geparkeerde auto's langs dat deel van de straat.

Het besturen van de Futurliner was altijd een bijzondere maar vermoeiende ervaring. Het geluidsniveau in de cabine was enorm en ik kwam vaak volledig uitgeput aan. Pas toen ik gehoorbescherming ging gebruiken veranderde dat. Wat een verschil!

 

Tijdens de eerste jaren dat we ermee reden lag de topsnelheid rond de 41 mijl per uur (ongeveer 66 km/u). Totdat ik toevallig met een andere Futurliner-bestuurder sprak. Hij vertelde me dat er ergens op de aandrijfas, ongeveer tweederde van de weg naar achteren, een kleine versnellingsbak zat die de topsnelheid beperkte.

Geweldig nieuws! De snelheid op de snelweg steeg daardoor naar ongeveer 60 mijl per uur (ongeveer 97 km/u).

Toen wij de twee Futurliners van GM ontvingen, zat daar één voorwaarde aan vast: we mochten ze nooit terugbrengen voor reparaties en mochten het Technical Center niet lastigvallen met vragen over de werking ervan.

Een begrijpelijke afspraak, maar als we die snelheidsbegrenzer eerder hadden ontdekt, had dat ons heel wat lange en vermoeiende ritten kunnen besparen.

Futurliner #12
Status: Onbekend

De display was 'Precision and Durability'. Historici, waaronder NATMUS, vermoeden sterk dat het ongeval in Georgia in 1956 plaatsvond met Futurliner #1 of #12. Het voertuig raakte van de weg, sloeg over de kop en werd ter plaatse door GM als total loss afgeschreven en voor onderdelen gesloopt.

Ook volgens onderzoek van Futurliner.org werd één van de drie Futurliners van Industrial Nucleonics gesloopt. We weten dat Nucleonics er drie heeft gekocht en dat er een foto zou zijn waarop nog maar twee exemplaren te zien zijn. Wie deze foto heeft, mag hem mij mailen. #12 zou dus ook een van de Nucleonics-bussen kunnen zijn.

Wat ook nog kan, is dat dit de Oral Roberts-bus is, de Cathedral Cruiser.

Joe Bortz

De ontdekking van de vijf Futurliners door Joe Bortz eind jaren 80 is een van de meest bijzondere verhalen uit de autogeschiedenis. Bortz kocht deze vijf bussen tegelijk van een man (Mike C.) die er één in zijn achtertuin had staan en de rest ergens anders. De eigenaar wilde ze doorsnijden om er een thema-restaurant van te maken, vergelijkbaar met hoe oude treincoupés wel eens als restaurant werden gebruikt, zoals bij Victoria Station. Bortz kocht ze om te voorkomen dat ze op de schroothoop of onder een snijbrander zouden eindigen.

Omdat de restauratie en opslag van vijf bussen van dit formaat onhaalbaar was voor één verzamelaar, heeft Bortz de bussen uiteindelijk verkocht. Hij behield #10, die hij schonk aan NATMUS. #3, #5 en #8 gingen alle drie naar Brad Boyajian. #3 is door Kindig-It Design gerestaureerd en maakt nu deel uit van de Albaugh Collection. #5 is omgebouwd tot autotransporter en bevindt zich bij Chrome Cars. #8 is in Zweden.

De vijfde bus is nu juist het probleem. Volgens Joe Bortz verkocht hij deze aan twee Canadese heren. Dit zullen de broers Petit zijn, die er de eerder genoemde FIDO-bus van maakten, deze later volledig restaureerden en verkochten aan Ron Pratte. Volgens Joe Bortz werd de bus verkocht voor $1.800; Pratte betaalde er later $4 miljoen voor. Dit moet dus #11 zijn, eventuel kan #1, #2 of #12 ook nog wel. Op de foto met de vijf Futurliners staan van links naar rechts #5, #11 (of #1, #2 of #4), #10, #3 en #8.

 

Daarmee blijft echter nog het verhaal rond #6 over. Er zijn foto's waarop #3 en #6, de Wegner-bus, langs Route 41 staan en beide bussen zijn door meerdere mensen op die locatie gezien. #6 ging uiteindelijk naar Peter Pan, maar pas laat in de jaren 90, in 1998. De vraag is dan aan wie Joe Bortz hem heeft verkocht. Hij zegt namelijk dat hij geen bus aan Peter Pan heeft verkocht.

 

Het wordt anders ook lastig te verklaren: als #6 inderdaad van Bortz was, zou hij zes Futurliners hebben gehad, terwijl hij zelf consequent spreekt over vijf exemplaren, ook in een interview in een autoblad. In een krant uit 1991 staat dan weer dat hij alle negen op dat moment overgebleven Futurliners had gekocht. Dat zou uiteraard een zeer opmerkelijk verhaal zijn. Futurliner.org vermeldt op een ander moment zelfs acht exemplaren.

 

Bij de foto waarop drie Futurliners langs Route 41 staan, wordt door Joe Bortz of Debbie vermeld dat de foto werd gemaakt toen Joe de bussen kocht, dus niet noodzakelijk bij hemzelf. Volgens de toelichting stonden ze langs Route 41, net ten zuiden van Route 137, aan de oostkant van de weg.

 

Een ooggetuigenbericht uit 2000 van Daryl Scott vermeldt dat hij twee Futurliners vlak bij Route 41 in North Chicago zag staan. Deze twee verdwenen korte tijd later en Scott kwam er later achter dat de bussen naar Bortz waren gegaan of waren gedoneerd. Feitelijk waren ze, als het verhaal van Bortz klopt, op dat moment al van hem. De meeste waarnemingen en foto's tonen twee Futurliners bij het restaurant langs Route 41, terwijl Bortz zelf zegt dat het er drie waren.

 

Vijf Futurliners waren dus bijna getransformeerd tot restaurant. Op de bouwtekeningen is het ontwerp voor dit restaurant te zien, dat was geïnspireerd op de Victoria Station-keten in Chicago, waarbij goederenwagons werden gebruikt in plaats van GM-bussen.

 

Iemand geeft op de Joe Bortz-pagina op Facebook nog het volgende aan:

“This is something to see! Some of you may recall that Joe's busses were next to the Full Moon diner in North Chicago, IL for a long time.” De Full Moon bevindt zich aan 1300 North Skokie Highway (US Route 41) in Lake Bluff, Illinois, en is geopend sinds 1978.

In de nieuwsbrief van Futurliner.org van april 2008 staat een verwarrend stuk over het aantal bussen die Joe Bortz gekocht zou hebben, deze keer niet vertaald om te laten zien hoe de info tot mij komt.Joe Bortz As you know, the vehicle that is now our restored #10 was at one time owned by Joe Bortz in Illinois.  Joe owned 8 of the 12 at one time and they were parked along Hwy 41 in Lake Bluff, North Chicago IL.  (We occasionally get notes from people who recall seeing them back the 80’s and early 90’s.)   Here is a photo of Joe taken back in the 1991 with his son Marc.  Neither of these vehicles in this particular photo is #10.   One of these became Brad Boyajian’s project and the other one here one went to the FIDO Co. in Canada.

Een interessante reactie kwam in 2026 van Dan Altobello op een foto van Joe Bortz op Facebook:

 

“There was a white one at Triton College in 77/78. The rumor has it that Brent Knight president of Triton at the time owned it. That may be the white that was visible from US 41 near IL 120 at Lake County Truck Sales on Old Skokie Rd. In the late 80s.”

Lake County Truck Sales heeft tot en met maart 2026 bestaan, waarna het bedrijf de deuren sloot. Ook andere personen melden dat ze daar Futurliners hebben gezien. Greg Hurlbutt zegt er twee te hebben gezien, in 1995. Pete Koehler meldt dat hij ze al in 1979 zag, maar dan in Elburn, Illinois. Ook Gene Capes zegt dat hij in de jaren 70 alle vijf Futurliners achter een zandstraalbedrijf in Elburn, Illinois heeft zien staan.

Christopher Flament kwam echter met een concreter verhaal. Een kennis van hem, Vincent Brinkley uit Waukegan, zou hebben gezien dat de twee Futurliners die bij het Full Moon-restaurant aan US 41 stonden, later werden verplaatst naar Lake County Truck aan Old Skokie Road. Volgens hem ging het om een rode en een witte bus, vermoedelijk #3 en #6. Christopher heeft de bussen destijds zelfs van dichtbij bekeken en erin gezeten.

Na contact met Christopher in 2026 werd dit verhaal concreter. Vincent Brinkley was een van de medewerkers van Lake County Truck en Christopher bevestigde dat het inderdaad om #3 en #6 ging. Ter identificatie heb ik hem de foto van de twee Futurliners laten zien die eerder bij het Full Moon-restaurant stonden. De toenmalige eigenaar, Ron, had volgens Christopher ooit voorgesteld dat zij één van de bussen zouden overnemen, maar daarvan hebben zij geen gebruikgemaakt.

Deze verklaring sluit daarmee goed aan bij de foto's en de andere ooggetuigenverslagen over #3 en #6 langs Route 41.

Facebook pagina van Joe Bortz

Question, it was rumored that these where stored for awhile in Waukegan Illinois. Is that where these pictures are from or do you know anything about the ones in Waukegan?

Greg Hurlbutt there were two at Lake County GMC on old skokie rd in Waukegan. I used to park my truck next to them in 1995. Not sure if they're still there.

Pete Koehler

I saw these in Elburn, Illinois somewhere closer to 1979.

Pete Koehler I remember seeing them there as well.

Jon Krogh this is along 41 just south of 137 on the east side of the road

Auteur

Jon Krogh yes, Greg is correct that for many years, Joe had two of the five Futurliner busses in front of a building next to the Full Moon restaurant on Hwy 41. The photos were actually taken when Joe purchased the Futurliners.

De Brent Knight & Michael Carroll / Triton Futurliners

Brent Knight was van 1974 tot 1986 president van Triton College in River Grove, Illinois. Triton College ligt in dezelfde regio als Chicago, Roselle, Lake County en Waukegan. Dat past goed bij de zoektocht naar de herkomst en verblijfplaatsen van de Futurliners die later bij Joe Bortz terechtkwamen.

 

Er is bovendien een interessant interview met Brent Knight verschenen in het artikel “No dye in his tie” in City Pulse van 5–11 september 2018. Het artikel schetst Knight als iemand die voortdurend bezig is met nieuwe ideeën en veranderingen. In 2018 was hij president van Lansing Community College en tijdens het interview zat hij voortdurend achter zijn computer, stond hij regelmatig op om dingen te laten zien en liet hij de journalist allerlei onderwerpen zien die hem interesseerden. In zijn browsergeschiedenis stonden onder meer foto's van de instellingen waar hij eerder president was, Egyptische fresco's, augurken en een GM Futurliner uit 1958.

In 1976 werd Knight op 29-jarige leeftijd president van Triton College. Dat was opmerkelijk jong en leverde hem zelfs een vermelding op in People Magazine, waarin jonge collegebestuurders werden beschreven om in de gaten te houden. Volgens het artikel werden daarbij ook enkele interessante klassieke voertuigen genoemd die Knight bezat, waaronder twee GM Futurliners.

 

De journalist beschrijft vervolgens dat Knight later zelf op internet naar “Futurliner” zocht. Hij kreeg daarbij de bekende foto's te zien van de enorme, gestroomlijnde GM-showbussen met hun dakverlichting en tentoonstellingen. Knight vertelt dat hij zijn Futurliners daadwerkelijk gebruikte voor activiteiten. De cruciale passage luidt: “We opened ours up and had volleyball parties at night,” Knight said.

De journalist schrijft dat de “white elephants” niet in Knights garage pasten en dat hij ze daarom in de jaren zeventig wegdeed. Eén van de Futurliners had volgens het artikel later een verkoopprijs van $4 miljoen bereikt. Knight reageerde daarop met: “Had I just kept them,” he sighed.

 

Of een van Knights Futurliners uiteindelijk de Futurliner van Ron Pratte was, is niet bewezen. De Pratte-bus was in elk geval lichtblauw met wit, waardoor een verband niet volledig kan worden uitgesloten. Dat Knight zijn twee bussen als “white elephants” aanduidt, is wel interessant. GM zelf sprak destijds immers over de Futurliners als “red elephants”. Bovendien werd in 1977 of 1978 daadwerkelijk een witte Futurliner bij Triton College gezien.

 

De vraag is vervolgens wat er met de tweede Futurliner van Knight is gebeurd. Een mogelijke kandidaat is de bus die later bij Michael Carroll uit Roselle terechtkwam. Dat zou geografisch goed passen: zowel Knight als Carroll zijn met de regio rond Roselle verbonden. Wel blijft het vreemd dat er volgens de beschikbare gegevens ongeveer tien jaar tussen de verschillende transacties lijkt te zitten. Het is daarom ook mogelijk dat Knight in de tussentijd nog een of meerdere Futurliners heeft gehad.

 

Ik heb geprobeerd meer over Michael Carroll te achterhalen. Dat blijkt lastig. Er was rond 1969/1970 een Michael W. Carroll werkzaam als assistant professor aan Harper College in Palatine. Dat zou kunnen passen, maar er is geen bewijs dat dit dezelfde Michael Carroll is. Ook is er geen restaurant bekend dat met Carroll in verband kan worden gebracht, zodat daarmee evenmin kan worden aangetoond dat hij de “Mike C.” uit het verhaal van Joe Bortz was.

 

Ook Greg Hurlbutt kwam later met een interessante herinnering. Hij zegt dat hij zich herinnert dat alle Futurliners aan de oostkant van Route 41 stonden, vlak bij Lake Bluff en direct naast de marinebasis. De Full Moon staat aan 1300 N. Skokie Highway (US-41) in Lake Bluff, direct bij de kruising met Buckley Road en ongeveer een mijl van het Great Lakes Naval Training Center. Dat kan dus dezelfde locatie zijn. Hurlbutt zegt bovendien dat hij de Futurliners later bij Lake County Truck Sales heeft gezien. Hij heeft daarnaast een vage herinnering dat alle vijf Futurliners er in 1989 stonden, al is niet duidelijk waar hij ze toen precies heeft gezien.

Een stukje door Joe Bortz zelf:

Eind jaren tachtig kwam mijn middelbare-schoolvriend Al Gartzman met een gouden tip. Hij wist vrijwel zeker dat hij een man op het spoor was die in het bezit was van een Futurliner-bus — een van die iconische, door General Motors gebouwde voertuigen voor hun Parade of Progress-evenementen in de jaren veertig en vijftig. Al wist dat ik verknocht was aan alles wat met 'dream cars' uit die tijd te maken had, en dan met name de conceptauto's van GM. Tijdens mijn eerste gesprek met de eigenaar, Mike C., bleek hij zo'n Futurliner niet zomaar te hebben staan: het ding stond gewoon bij hem in de achtertuin. Een GM Futurliner, in een achtertuin... hoe dan? Aangezien ik destijds nog geen computer had, vroeg ik Mike om me een foto te sturen. En waarempel: daar stond inderdaad zo'n reusachtige bus in zijn tuin in een voorstad van Chicago. In de maanden die volgden hielden we contact, waarbij hij steeds meer prijsgaf. Eerst liet hij doorschemeren dat hij misschien wel twee Futurliners had, toen drie, toen vier... en uiteindelijk bleken het er maar liefst vijf te zijn. Deze andere vier had hij opgeslagen westelijk van Chicago aan North Avenue aan een verlaten stuk van een industrieterrein. Ik vond het fantastisch om te weten waar bijna de helft van de totale Futurliner-vloot zich bevond, maar ik voelde er weinig voor om zelf zulke kolossen te bezitten — laat staan vijf tegelijk!

 

Na ongeveer een jaar telefoneren nodigde Mike me uit om bij hem langs te komen. Daar kon ik de Futurliner ten slotte met eigen ogen bewonderen. Het voertuig was vele malen indrukwekkender en groter dan ik op basis van de foto's had verwacht. Ik was er eerlijk gezegd even stil van. Op dat moment vond ik het nog steeds een prima taakverdeling dat hij de eigenaar was en ik slechts de bewonderaar.

Ik vroeg mij af waarom iemand in 's hemelsnaam vijf van die bussen zou verzamelen. Tijdens een van mijn bezoeken kwam het moment van de waarheid en biechtte Mike het op. Hij liep zijn huis in en kwam terug met schetsen en bouwtekeningen die zijn ware plannen onthulden. Hij zei: "Joe, ik weet dat jij in de horeca zit, dit idee ga je geweldig vinden." Een van mijn favoriete restaurants destijds was Victoria Station — een zaak opgebouwd rond een centraal hart met daaraan gekoppelde goederenwagons waarin de gasten zaten. Het kippenvel stond op mijn armen bij de gedachte dat deze zeldzame GM Futurliners met de snijbrander te lijf gegaan zouden worden om als eethoek te dienen. Op dat exacte moment wist ik dat ik moest ingrijpen.

Dat was het startsein voor de onderhandelingen. Ik wilde de bussen redden van een lot dat erger was dan de sloop: een leven als verminkt en versneden schroot. Weken later kwamen Mike en ik een prijs overeen. Pas op dat moment drong de vraag tot me door wat ik er in vredesnaam mee moest. Zoals mijn moeder aan de eettafel altijd zei: "Je ogen zijn weer eens groter dan je maag." Mijn aanvankelijke plan was om alle vijf de bussen volledig te restaureren en op te nemen in de Bortz-collectie van conceptauto's en ontwerpstudies. Drie van de bussen liet ik overbrengen naar het terrein voor een pand dat ik bezat aan Highway 41, een drukke verbindingsweg tussen Chicago en Milwaukee. Het transport van voertuigen van dit formaat kostte minimaal duizend dollar per stuk, of ze nu één straat verder moesten of vijf mijl. Boven die afstand liep de teller per mijl hard op. Jarenlang stonden de bussen daar langs de snelweg. Zonder uitzondering stond er altijd wel een groepje nieuwsgierigen op en om de bussen als ik er kwam kijken. 

Ik heb zelfs nog even gespeeld met het idee om de achterkant van één bus zo om te bouwen dat mijn Pontiac Bonneville Special uit 1954 erin zou passen. Het leek me fantastisch om op een autoshow aan te komen met de Futurliner en, zodra de menigte wat gekalmeerd was, de zijpanelen omhoog te klappen om de Bonneville Special te onthullen.

 

Al snel haalde de realiteit me in. De kosten om één zo'n bus te restaureren — laat staan vijf — waren astronomisch. Tel daar de logistieke rompslomp en opslagkosten bij op, en ik moest concluderen dat het simpelweg onhaalbaar was. Dit grandioze plan om bijna de helft van de Futurliner-vloot te restaureren en te huisvesten vergde te veel, terwijl er ook nog andere iconische conceptauto's op restauratie stonden te wachten.

 

De enige juiste keuze was om de bussen over te dragen aan liefhebbers die de taak van behoud en restauratie konden voortzetten. Vier bussen kwamen terecht bij particuliere verzamelaars, waaronder twee Canadese heren die me met 1.800 dollar het hoogste bedrag ooit voor een van de bussen betaalden. Voor de vijfde bus wist ik de perfecte bestemming: het National Automobile & Truck Museum of the United States in Auburn, Indiana. Die bus is inmiddels volledig in oude glorie hersteld en toert elke zomer door het land. Met die beslissing is de historische plek van deze iconische Futurliner voor de toekomst veiliggesteld.

 

Dat ik deze vijf bussen heb weten te redden van de ondergang, vervult me nog altijd met trots. Het heeft mijn roeping versterkt om unieke 'dream cars' en conceptauto's voor het nageslacht te bewaren. Deze automobiele kunstwerken zijn ooit ontworpen door de absolute top van de Amerikaanse auto-industrie in haar hoogtijdagen. Ik hoop dan ook van harte dat General Motors, ook in de huidige tijd, de historische voertuigen in hun bezit zal blijven beschermen, zodat deze schatten niet verloren gaan voor komende generaties.
 

Dreisbach en Wegner

Onlangs verschenen er drie foto's in de Futurliner Facebook-groep waarop een niet-genummerde Futurliner te zien is, voorzien van reclameopschriften voor Dale Wegner Chevrolet in Harrisonburg, Virginia.

Wegner bezat tussen ongeveer 1965 en 1972 in ieder geval één Futurliner. Hij leende het immense voertuig regelmatig uit aan lokale evenementen, kermissen en activiteiten in de gemeenschap. De bus werd daarbij onder meer gebruikt als mobiel podium voor muzikale optredens.

Het verhaal gaat dat Wegner deze Futurliner later, begin jaren 70, aan Dreisbach Cadillac gaf. Aanleiding daarvoor zou zijn geweest dat de Futurliner van Dreisbach een kapotte voorruit had. Of dat de witte #10 is of de rode #3 weten we niet. #3 heeft zeker weten een kapotte ruit en #10 had bij Bortz al geen voorruit mee. De Wegner-bus werd niet langer gebruikt en Wegner gaf hem daarom aan Dreisbach. Futurliner.org zegt hier het volgende over:

 

“Dale says that some time in the early 70's he talked to Tom Dreisbach and found out that the Dreisbach Futurliner had a broken windshield. Since the Wegner Chevrolet Futurliner was no longer being used he gave it to Dreisbach and it was returned to Detroit.”

Dreisbach & Sons uit Detroit, Michigan kocht totaal drie Futuliners. In ieder geval Futurliner #10 werd gebruikt als opvallend rijdend reclamebord om het Cadillac-dealerbedrijf te promoten. Hiervoor werd de bus wit gespoten.

Het verhaal over de Wegner-bus is interessant omdat deze vervolgens samen met twee andere Futurliners — de eigen witte bus van Dreisbach en een nog rode bus met een kapotte voorruit, vermoedelijk #3 — uiteindelijk bij de bekende verzamelaar Joe Bortz terechtkwam. Dit klopt echter niet helemaal met het verhaal dat Bortz zelf vertelt.

Volgens Bortz kocht hij de bussen niet rechtstreeks van Dreisbach, maar van ene Mike C. Een restaurantontwikkelaar kocht volgens Bortz eerst drie Futurliners van Dreisbach en kocht later nog twee andere Futurliners erbij. Bortz kocht vervolgens alle vijf voertuigen tegelijk van deze restauranteigenaar.

Van de vijf Futurliners die Bortz op deze manier kocht, zijn #3, #5, #8 en #10 met zekerheid geïdentificeerd. De vijfde is waarschijnlijk #1, #2, #4 of #11. Er zou een document bestaan dat meer informatie kan geven over de periode bij Dreisbach: de Dreisbach & Sons Cadillac Co. News van juli 1975. Dit document heb ik tot nu toe echter niet kunnen vinden. Grootste kans is #11. 

Omdat de bekende geschiedenis van de vijf door Bortz gekochte bussen, waaronder Futurliner #10, niet volledig aansluit op het specifieke Wegner-exemplaar, waardoor dit in werkelijkheid Futurliner #6 kan zijn. Over de vroege geschiedenis van #6, vóór de periode waarin hij in het bezit kwam van Bortz of ermee in aanraking kwam, is namelijk maar weinig met zekerheid bekend. Peter Pan heeft deze bus echter in bezit gehad. Er bestond lange tijd twijfel over de vraag of dit #6 of #7 was, totdat duidelijk werd dat de bus van Chrome Cars #7 was.

 

Toch is het verhaal van #6 en Joe Bortz nog een apart vraagstuk. Deze Wegner-bus staat namelijk niet op de foto waarop de vijf Bortz-Futurliners samen staan, maar wel op een foto met #3 langs Route 41, samen met Joe Bortz en zijn zoon Marc. Bortz beweert bovendien dat Peter Pan de bus niet rechtstreeks van hem heeft gekocht.

Dit maakt het niet onmogelijk dat Bortz zes Futurliners heeft gehad, maar het strookt niet met zijn eigen verhaal dat hij er vijf kocht. Hoe dan ook lijkt hij bij zes Futurliners betrokken te zijn geweest. Wellicht hielp hij Mike C. (Michael Carroll?) van nog een Futurliner af. Wie zal het zeggen.

 

Wat ook frappant is, is de informatie van Futurliner.org over de verkoop van de Dreisbach-bussen in 1990/1991, terwijl ze in 1989 al van Bortz waren en daarvoor nog van Mike C. Dus Dreisbach verkocht ze al eerder. Wellicht al rond 1980/1981? Hun vrijwilliger, Stu Allen, heeft deze informatie verzameld. Wat er precies is misgegaan, weet ik niet zonder zijn aantekeningen te bekijken. Wellicht is ook Dale Wegner abuis; hij was immers ook al abuis over het jaar waarin Dreisbach en hij de bussen kochten.

 

Een nieuwe aanwijzing komt van ene Jay Balog, die op Facebook reageerde bij een foto van Joe Bortz. Volgens hem stond #10 jarenlang aan Grand River in Detroit, bij wat volgens hem Klett Cadillac was. Dat blijkt de oude naam te zijn van Dreisbach. Ik heb deze persoon in juli 2026 gevraagd of hij daar zeker van is. Dit zou namelijk betekenen dat #10 al eerder gekocht is, wellicht direct vanaf GM/Knapp, iets dat Dale Wegner zelf wel verkondigt, waarbij hij het jaar fout zou hebben. Mocht ik antwoord krijgen, dan zal ik dit hier melden.


Het verhaal van #8 en #11, de Michican State Police Futurliners/Safetyliners.
Het betreft een bericht uit 2000 en een iets eerder bericht van de Futurliner.org website:

 

Wally Snow liet een foto zien die hij had gevonden aan de muur van een fotograaf in Spring Lake, Michigan. Op de foto stond een Futurliner op een plaatselijke autosloperij. Het was een oude foto en de fotograaf wilde hem niet aan ons afstaan. Verschillende liefhebbers van oude auto’s wisten zich echter te herinneren om welke sloperij het ging. Helaas bestaat die sloperij inmiddels niet meer.

Ed DeVries herinnerde zich de naam van de oorspronkelijke eigenaar en ging op onderzoek uit. De sloperij bevond zich bij de kruising van US 31 en Pontaluna Road, in de omgeving van Spring Lake. Ed sprak met de eigenaar, Bill Braun, die zich herinnerde dat er op een gegeven moment twee Futurliners op het terrein hadden gestaan.

De eerste was de oorspronkelijke Futurliner van de Michigan State Police, die door GM aan de staatspolitie was geschonken. Hij weet nog dat ze de bus in Lansing hadden opgehaald en naar de sloperij hadden gereden. Later werd deze verkocht aan een man in Chicago, maar niet aan Joe Bortz.

 

Toen de Futurliner bij de Michigan State Police in gebruik was, was hij blauw met crème geschilderd. Aan de hand van alle foto's die ik heb kunnen vinden, hebben we deze Futurliner uiteindelijk kunnen herleiden tot de ‘FIDO’, oftewel de Canadese Futurliner. Ik heb contact met FIDO opgenomen en zij bevestigden dat hun Futurliner bij ontvangst inderdaad blauw en crème was.

 

De tweede Futurliner die op de sloperij stond, ging eveneens naar Chicago, maar deze moest worden gesleept. Ed en ik zijn van plan om met Bill Braun af te spreken om te zien of hij zich nog kan herinneren waar deze tweede Futurliner vandaan kwam en aan wie hij uiteindelijk werd verkocht.

Afgelopen week (januari 2000) hadden Del Carpenter, Ed DeVries en ikzelf (red. Don Mayton) de gelegenheid om een bezoek te brengen aan Jack en Bill Braun van Braun Brothers Enterprises in Spring Lake, Michigan (West-Michigan). Ik schat dat ze respectievelijk 65 en 70 jaar oud zijn en ze hebben veel bedrijven gehad, voornamelijk in de autosector.

 

Tot zo'n 10 jaar geleden waren ze eigenaar van een grote autosloperij in Spring Lake. In 1969 (voor zover zij zich kunnen herinneren) woonde Jack een voertuigveiling bij van de staat Michigan in Lansing, Michigan. Van de voertuigen die de staat veilde, waren er twee Futurliners. Eén daarvan was blauw geverfd en werd door de Michigan State Police gebruikt als hun ‘Safety Liner’; de tweede lag vol met onderdelen.

 

Jack Braun werd de trotse eigenaar van twee Futurliners voor een totaalprijs van $ 1.100. Hij besloot de ‘Safety Liner’ naar huis te rijden, aangezien deze in zeer goede staat verkeerde en de vertegenwoordiger van de staatspolitie aangaf dat hij uitstekend was onderhouden. Er werd hem verteld dat zij, de vertegenwoordigers van de staatspolitie, hem het parkeerterrein af zouden rijden omdat het voertuig zo gigantisch groot was. Hun chauffeur raakte bij het uitrijden echter een auto op het parkeerterrein. De staatspolitie van Michigan bood hem vervolgens een politie-escorte aan om Lansing te verlaten, wat Jack accepteerde.

 

Deze Futurliner (Safety Liner) werd zonder problemen naar Spring Lake gereden. Later stuurde Jack een takelwagen om de tweede Futurliner op te halen en naar Spring Lake te slepen. De takelwagen was niet in staat om de voorkant van de Futurliner op te tillen, dus werd er een trekstang bevestigd en werd de Futurliner op die manier naar de sloperij gesleept. Beide Futurliners hadden een kentekenbewijs (title) uit Michigan uit 1941. Dat is opmerkelijk, omdat eerder werd vermeld dat alle Futurliners bij de ombouw in 1953 een title kregen met 1950 als bouwjaar.

 

Toen de tweede Futurliner eenmaal naar Spring Lake was gesleept, bleek deze vol te liggen met onderdelen, waaronder een groot aantal wieldoppen. Ook lagen er extra voorruiten en veel mechanische onderdelen in.

De Futurliners stonden langs de weg voor de sloperij geparkeerd en trokken veel aandacht. Mensen bekeken ze met het idee om ze te kopen en om te bouwen tot dingen zoals circusvoertuigen, autotransporters en campers. Uiteraard was niemand serieus genoeg om daadwerkelijk het geld neer te tellen om ze te kopen.

In deze periode stopten vrachtwagenchauffeurs vaak om de glimmende wieldoppen te bewonderen en kochten ze deze om op hun eigen vrachtwagens te zetten. De meeste wieldoppen zijn op deze manier verdwenen, omdat vrachtwagens uit die tijd dezelfde wielmaat hadden.

Eén van de bezoekers bleek een agent van de Michigan State Police te zijn die de leiding had over de ‘Safety Liner’. Hij legde in detail uit wat de tentoonstelling inhield. Aan de ene kant zat een kaart van de staat Michigan met alle politiebureaus en een lijst van hun functies. De andere kant bestond uit een tv met een doorlopende film met een reeks veiligheidsboodschappen.

 

Het publiek zorgde voor zoveel overlast door steeds te stoppen en te kijken, dat Jack en Bill de Futurliners op het terrein van de sloperij hebben gezet. Toen we vorige week in hun kantoor voor gebruikte auto's stonden, hing er een luchtfoto aan de muur waarop we nog net de bovenkanten van de Futurliners op de sloperij konden zien.

Uiteindelijk namen ze het besluit om beide Futurliners te persen/slopen. Een week voordat ze hier echter aan toe kwamen, doken er twee heren uit Chicago op die begonnen te onderhandelen over de koop van beide Futurliners.

Jack herinnert zich dat deze mannen zeiden dat ze professoren waren. Hoe dan ook, er werd een prijs overeengekomen. Nadat het contante geld ($ 2.500) op tafel was gelegd, ontstond er een meningsverschil over de prijs en de deal klapte bijna.

 

Ze besloten om de beste van de twee Futurliners, de blauwe van de staatspolitie, terug te rijden naar Chicago (om precies te zijn: Roselle, Illinois). Toen Jack vroeg waar ze voor gebruikt zouden worden, vertelden de kopers dat dat een geheim was. De tweede Futurliner bleef nog zo'n 10 jaar op de sloperij staan, totdat de gebroeders Braun besloten de werf te sluiten en het terrein te verkopen. Dit was blijkbaar ongeveer 10 jaar voor het interview, dus rond 1990. Daarmee zou de andere bus in 1980 naar Chicago zijn gereden.

De tweede Futurliner werd uiteindelijk ook naar de regio Chicago gesleept. De Brauns hadden de koopovereenkomst, de serienummers en de namen van de kopers nog. Volgens mijn gegevens is de blauwe Futurliner van de staatspolitie van Michigan naar Canada gegaan en uiteindelijk geëindigd als de FIDO Futurliner. Dit heb ik getraceerd door foto's van de blauwe Futurliner te volgen. Ook volgens mijn gegevens is de tweede Futurliner terechtgekomen bij Brad Boyajian in Californië. Ook dit is getraceerd doordat deze Futurliner alle onderdelen erin had liggen. Met de nummers die we nu hebben, zouden we dit ook moeten kunnen bevestigen.

Hieronder volgen de details van aan wie ze zijn verkocht:

 

#1 - (Bill denkt dat dit de blauwe bus was en deze liep perfect)

1941 GMC Bus

Voertuig-nr: ADF859016

Motor-nr: 302 23637

Michigan kenteken-nr: C340571

Verkocht aan: Michael Carroll

250 Lincoln

Roselle, Ill. 60172

(312) 529-6697 (Het nummer klopt niet meer, ik heb het gecontroleerd en de telefoniste in de regio Chicago gebeld; de enige Michael Carroll is niet deze persoon.)

 

#2 - (Bill zei dat ze deze bus nooit aan het lopen hebben gekregen.)

1941 GMC Bus

Voertuig-nr: ADF859017

Motor-nr: 302 29 182

Michigan kenteken-nr: 340570

Verkocht aan: Brent Knight

57 W. Glenlake

Roselle, Ill. 60172

(312) 529 0789 (Het nummer klopt niet meer)

 

Deze informatie is afkomstig uit een brief die Bill Braun naar Joe Bortz heeft gestuurd. Daarnaast bevatte de brief ook de naam van de bank waarop de cheque was uitgeschreven. In één alinea werd vermeld dat Vic Hyde in Niles, Michigan, een Futurliner had, maar dat hij deze op de datum van de brief (6 mei 1988) inmiddels had verkocht. Vic Hyde werd geïnterviewd in het tijdschrift Special Interest Autos, in de uitgave van maart-april 1977. Op dat moment was hij eigenaar van een Futurliner.
 

Het verhaal van 'Parader' Harold Hardenbrook

Voormalig Parader Harold Hardenbrook nam telefonisch contact op.

Harry vertelde dat hij zich eind 1952 bij de Parade voegde, vlak voordat deze in 1953 weer van start ging. Hij bleef zo’n anderhalf jaar bij de Parade werken. Harry was net afgestudeerd aan Michigan State toen hij werd aangenomen als spreker (lecturer). Voordat ze de weg op gingen, verzamelden ze op het terrein van de Michigan State Fairgrounds in Detroit. Daar moesten ze, zonder enige instructie vooraf, de gigantische Futurliners in rondjes sturen om te oefenen. Als hij het zich goed herinnert, reed hij in Futurliner #4 of #5. Een tijdje heeft hij ook in een van de ondersteunende vrachtwagens gereden, maar dat vond hij niks vanwege het vele schakelen.

 

Hun testrit (de shake down) vond plaats in Frankfort, Kentucky, en hun eerste echte show was in de lente van 1953 in Lexington, Kentucky. Die allereerste presentatie werd gegeven voor een zaal met honderden journalisten; iedereen was stijf van de zenuwen. Midden in Harry’s presentatie stond 'Boss' Kettering (Charles Kettering, de beroemde GM-topman en het brein achter de Parade) op uit het publiek. Hij stapte het podium op om de jonge Harry er persoonlijk doorheen te helpen tijdens die spannende eerste show.

 

Toen ze in Orlando, Florida waren, kreeg de Parade de tweede geproduceerde Corvette ooit toegewezen om te laten zien. Harry kreeg de eervolle taak om deze gloednieuwe Corvette van Orlando naar de volgende show in Jacksonville te rijden. "Er waren maar twee manieren om in een Futurliner te rijden," vertelde Harry, "en dat was langzaam en uiterst voorzichtig." De remmen waren simpelweg niet berekend op het enorme gewicht van de voertuigen. Wanneer het vooruitgeschoven team (advance team) de route verkende die de Futurliners zouden afleggen, moesten ze erg opletten op de hellingen in de weg, de hoogte van viaducten en het maximale gewicht dat de wegen en bruggen konden hebben. Tijdens een lange afdaling werden de remmen zo heet dat de rook er vanaf sloeg.

 

Een ander groot probleem was de lange stoet van voertuigen. De Parade had een Cadillac als eerste auto, gevolgd door personenauto's van de verschillende GM-merken, de imposante Futurliners, de ondersteunende vrachtwagens, en tot slot weer een Cadillac als achterste wagen. Er was zoveel sprake van optrekken en afremmen dat het leek alsof ze nooit op hun bestemming zouden aankomen; de stoet bewoog zich voort als een accordeon. In totaal bestond de hele Parade volgens hem uit zo'n 65 voertuigen.

 

Als spreker verzorgde Harry vier verschillende presentaties:

  1. Een demonstratie van een machine die mat hoe glad de binnenkant van een cilinder was.

  2. Een ingewikkelde wetenschappelijke demonstratie die ver boven het petje van het publiek ging (en daarom al snel werd geschrapt).

  3. Een presentatie rondom de klassieke Curved Dash Oldsmobile.

  4. Een chemische demonstratie waarbij hij stoffen mengde om schuim te maken.

 

Wanneer ze in een stadje aankwamen, werden ze vaak gevraagd om een demonstratie te geven voor de lokale tv-zender. In de jaren 50 waren dat uiteraard altijd live-uitzendingen. Tijdens een tv-optreden in een stadje in het zuiden sneed Harry zichzelf voor de neus van de camera. Er zat direct bloed op zijn overhemd en zijn lichtgrijze jasje. Onverstoorbaar wikkelde hij zijn zakdoek om zijn hand en maakte hij de demonstratie gewoon af!
 

Jaarrapport Industrial Nucleonics Corporation 1959 – drie Futurliners gekocht

Het bedrijf vermeldt dat het drie mobiele displaybussen heeft gekocht en uitgerust met hun apparatuur om deze zo te kunnen inzetten bij de promotie richting potentiële klanten. Deze bussen werden eerder door GM gebruikt bij de Parade of Progress. Dit zijn dus drie van de negen bussen die in Columbus, Ohio, terecht zijn gekomen.

Volgens een bericht op Futurliner.org zou er één zijn gesloopt na een crash. Van de andere twee is het lot onbekend. Er zou een foto bestaan, maar ondanks dat Nucleonics/AccuRay alle jaarverslagen online heeft staan, heb ik niets kunnen vinden. De foto zou uit 1962/1963 moeten zijn en twee bussen tonen.

Wat ik wel heb gevonden, is een filmpje op YouTube waarin een manager wordt geïnterviewd. Op de achtergrond rijdt een Futurliner voorbij. Deze was nog steeds rood/wit, maar zonder GM-markering en voorzien van AccuRay-logo's.

Bericht uit 1999 van Futurliner.org over de Brad Boyajian-bussen

Dit fragment beschrijft de bussen van Brad Boyajian, voor wie restaurateur/monteur Bill Putman destijds werkte.

 

Bill Putman belde vandaag en gaf me wat meer informatie over hun Futurliners.

Hun tweede Futurliner is zojuist zijn werkplaats binnengesleept. Hij is aan de achterkant zwaar beschadigd, wat overeenkomt met de schade die is vastgelegd door Douglas Dean. Douglas vertelde me dat een van de Futurliners op een steile helling zijn remmen verloor, op een andere Futurliner botste en dat de achterkant daarbij volledig werd vernield. Omdat het bijna het einde van het Parade of Progress-programma was, besloot GM de Futurliner die aan de achterkant was gecrasht niet meer te repareren. Later werd deze aan de achterzijde beschadigde Futurliner aan de Michigan State Police geschonken als onderdelenvoertuig.

 

Bill vertelde dat het interieur vol ligt met onderdelen. Hoewel hij nog geen inventarisatie heeft gemaakt van wat er allemaal in ligt, is hij wel van plan een lijst te maken en me die te laten weten. In de achterbak ziet hij al een zo goed als nieuwe aluminium grille en twee gegoten rubberen bumperdelen: één met een "G" en de andere met de "M". Als we er zelf een moeten laten gieten, hebben we in ieder geval een origineel referentiepunt. Hij zei dat de bumperdelen niet meer bruikbaar zijn, behalve om als mal te gebruiken om nieuwe exemplaren te gieten.

 

Deze tweede Futurliner is #8, want hij heeft het "GM-8"-embleem/plaatje gevonden dat tussen de twee koplampen zit en dat op veel foto's te zien is. Ook zei hij dat er nog restanten zijn van een stuk plastic dat de koplampen bedekte.

Deze tweede Futurliner is zó verweerd dat hij niet meer te redden valt, behalve voor de onderdelen. Hij heeft wél de originele aandrijflijn er nog in liggen.

 

Allebei hun Futurliners hebben van die kleine markeringslichtjes die op veel foto's te zien zijn en die wij verder nog nergens hadden aangetroffen. Dit zijn gele lampjes aan de voorkant en rode aan de achterkant. Ik heb al met Bill gesproken over het overnemen van een setje. Daar zal ik in de toekomst mee aan de slag moeten.

 

Hij gaf aan dat de tweede Futurliner een generator heeft, terwijl de eerste dat nooit heeft gehad. De grote elektriciteitskast achterin verschilt aanzienlijk door de verschillende toepassingen.

 

​In de april 2012 newsletter staat het volgende:
 

Chuck Snow meldde dat we wellicht per toeval zijn gestuit op het mysterie van de twee verdwenen Futurliners. Tijdens de Cleveland Autorama op zaterdag 17 maart 2012 kwamen er twee mannen uit Galion, Ohio, langs bij de Futurliner-stand. Zij herinnerden zich dat een bedrijf uit hun woonplaats, North Electric, in 1959, 1960 en 1961 een Indy-racewagen bezat. Deze auto stond bekend als de "North Electric Special" en werd bestuurd door Bob "Cave Man" Christie. De wagen veroorzaakte destijds een van de grootste kettingbotsingen ooit op de Indy 500.

 

Het raceteam maakte gebruik van twee voertuigen om de auto te vervoeren en de crew onder te brengen. Volgens de heren hadden deze voertuigen deuren met opstapjes naar de cabine, waarin de bestuurdersstoel precies in het midden stond met daarachter een halfronde bank voor vier passagiers. Ook waren ze uitgerust met grote generatoren in het achtercompartiment — kenmerken die zeer sterk aan Futurliners doen denken.Toen een Zwitsers bedrijf North Electric overnam, ontdekten ze na twee jaar de racewagen. Omdat de nieuwe eigenaren niets met de racewereld hadden, werden de twee voertuigen naar de plaatselijke autosloop Levant gebracht. Inmiddels is dat sloperijterrein niks meer dan een leeg veld. Er is grondig uitzoekwerk nodig om te achterhalen of dit verhaal klopt. Mocht iemand hier meer informatie over hebben, laat het mij dan vooral weten!
 

I'm a paragraph. Click here to add your own text and edit me. It's easy.

Dan is er nog dit verhaaltje van Andy Elliott:

Heb je ooit gehoord van geruchten dat er al vóór de Petit ‘Fido’ een Futurliner in Canada terecht is gekomen?

 

Ik volg al een tijdje een verhaal dat mogelijk daarop zou kunnen wijzen, maar tot nu toe is er nooit iets concreets uit gekomen. Een man met wie ik sprak, zweerde dat hij een paar jaar geleden een Futurliner voor 1.500 dollar had kunnen kopen, maar van de deal had afgezien. Zijn beschrijving van dubbele voorwielen, een hoge bestuurderscabine en heel veel roest klinkt in ieder geval veelbelovend, zeker omdat hij zelf helemaal niets van Futurliners weet! Hoe dan ook, veel succes met alles en nogmaals bedankt voor je antwoord.

 

Groeten,

 

Andy Elliott
Peterborough, Canada

FUTURLINERS IN PHOENIX

 

Chris Contest schrijft:

Hoi Don,

 

Ik werk bij GM’s Desert Proving Ground in Mesa, Arizona. Ongeveer twee jaar geleden las ik een plaatselijke krant en zag ik een advertentie waarin stond dat een nalatenschap was verkocht. Als onderdeel daarvan waren twee GM-‘future trucks’ uit de jaren dertig verkocht aan een plaatselijke autosloperij. De voertuigen stonden daar opgeslagen. Mijn vader — die ook bij GM werkt — en ik zijn gaan kijken en hebben een camera meegenomen. Ze waren allebei compleet, maar verkeerden in verschillende stadia van ernstig verval. Misschien was iemand je al op deze voertuigen gewezen, maar als dat niet zo is, staan ze er misschien nog steeds.

 

Ik kon geen contact meer krijgen met dezelfde sloperij, maar die bevindt zich aan Buckeye Road, in de buurt van de bedding van de Salt River. Als je meer informatie nodig hebt, kan ik opnieuw proberen de sporen te volgen.

 

Eén van de twee was in een afschuwelijke witte kleur geschilderd en miste veel onderdelen. De andere zag er eerlijk gezegd uit alsof hij door een trein van achteren was aangereden, hoewel het interieur nog intact was.

 

We zijn in de cabines geklommen en het uitzicht en de zitpositie zijn iets wat ik werkelijk nooit zal vergeten.

 

De eigenaar wilde ongeveer 12.000 dollar voor beide hebben. We hebben nog overwogen om hier lokaal een GM-restauratieteam op te zetten, maar daarvoor is uiteindelijk nooit toestemming gegeven.

Als deze voertuigen nog geen onderdeel zijn van jullie overzicht, zou ik ze zeker verder onderzoeken.

 

Veel succes, en je website is geweldig.”

 

Don antwoordt:

 

Chris,

 

We volgen iedere aanwijzing op. We hebben foto's ontvangen van twee Futurliners die op een autosloperij in Yuma, Arizona stonden. Zouden dit dezelfde twee Futurliners kunnen zijn?

We hebben de geschiedenis van die Futurliners kunnen volgen tot in Californië. De ene ging naar een man genaamd Brad Boyajian (#8) en de andere naar Mike Kadletz (#5).

 

Als deze locatie inderdaad in Yuma ligt, zijn dit waarschijnlijk dezelfde Futurliners.

 

Als je de oude foto's nog hebt, zouden we graag kopieën daarvan ontvangen. We proberen namelijk de geschiedenis van alle Futurliners bij te houden. Van de twaalf exemplaren die zijn gebouwd, hebben we er inmiddels negen kunnen traceren.

 

​In juli 2001 stuurt Chris 6 foto's van de 2 Futurliners op een sloperij bij Phoenix in 1997 naar Don. Hij bevestigd zijn vermoeden. Dit betreft inderdaad #8 en #5. Dus bussen die naar Brad Boyajian en Mike Kadletz zijn gegaan. 
 

Meldingen van andere Futurliners

Mensen herinneren zich allerlei Futurliners die ze her en der hebben gezien. Soms zijn ze te koppelen aan een bekende bus, maar vaak ook niet. Zeker na 30+ jaar kunnen herinneringen afwijken van de werkelijkheid. Daar zullen we waarschijnlijk nooit achter komen. Een aantal van deze meldingen:

“I remember a blue one in a junk yard back in 70's in New Market N.H.”

 

Milwaukee Avenue, Chicago-regio

Milwaukee Avenue in de regio Chicago wordt genoemd als mogelijke tijdelijke locatie van meerdere Futurliners, vermoedelijk vóór of tijdens de periode waarin exemplaren in de kring van Carroll/Knight/Bortz verbleven.

 

Brockport, New York

In een bericht uit 2000 op Futurliner.org komt het volgende naar voren. Uit een rapport van een lid van Inliners International — een club die in 1981 is opgericht voor liefhebbers van lijnmotoren, zoals de GMC 302 in de Futurliner — blijkt dat een aantal van deze voertuigen is gespot op een autosloperij in de buurt van Brockport, New York, tussen Rochester en Buffalo.

 

​De Oral Roberts-bus is aangetroffen in een veld in Meredith, New York, maar dat ligt ver van Brockport. Ook Mount Vernon, waar de bus eerder verbleef, ligt niet in de buurt van Brockport. Welke bus of bussen hier zijn gezien, is daarom lastig te achterhalen. Ook de periode waarin ze zijn gezien, is onbekend. De berichten spreken elkaar bovendien tegen: het ene spreekt over ‘een aantal’, het andere over ‘één’.

 

Inliners International

Jack Halton uit Winter Park, Florida, heeft ons geweldig geholpen door een adres te delen waar we NOS (New Old Stock, originele ongebruikte onderdelen) GMC 302 ‘short block’-motoren kunnen kopen voor de restauratie van onze Futurliner. Hij is lid van de organisatie Inliners International (www.inliners.org).

 

 “Inliners International werd in 1981 opgericht door vier mensen die de liefde voor lijnmotoren deelden.”

Jack heeft ons Futurliner-project ook op hun website geplaatst. Dat heeft nu al wat e-mails en telefoontjes opgeleverd. Zo sprak ik onlangs met Mike van Memory Lane Restoration Services uit Orlando, Florida.

 

Hij herinnert zich dat hij lang geleden een Futurliner heeft gezien op een autosloperij bij Brockport, New York, langs Route 104. Deze weg loopt van oost naar west langs Lake Ontario. Brockport, NY, ligt tussen Buffalo en Rochester, NY. De naam van de sloperij kon hij zich niet meer herinneren, behalve dat het een naam van twee letters was, zoals iemands initialen. Dus Futurliner-speurneuzen die in die buurt wonen: ga op onderzoek uit! Mike denkt dat hij ergens tussen al zijn spullen nog foto's heeft van deze Futurliner.

 

Onderzoek leidt naar Zerniak Auto Parts, aan 8684 W Ridge Road, Brockport. Dit bedrijf zou vanaf 1958 actief zijn geweest. De eigenaar, Ronald, overleed in 2022. Qua locatie en periode kan dit kloppen.

 

Tevens zat daar Hilton Truck Parts & Service, eveneens aan W Ridge Road, maar op nummer 7936. Het terrein van Hilton bestond al in 1948, maar of toen hetzelfde bedrijf er al gevestigd was, is onbekend.

 

Irvine, Californië

Tot slot is er nog een melding van Mark Bramm over twee Futurliners in Irvine, Californië:

 

“Jaren geleden stonden er een paar van bij een autogarage bij de ingang van de oude marinebasis El Toro in Californië, die gerestaureerd moesten worden.”

Dit kunnen er twee van William Pozzi zijn. Hij had immers een bedrijf in Costa Mesa, vlakbij. Aangezien hij in Phoenix woonde, kan het best zijn dat iedereen er daarom vanuit gaat dat de bussen daar stonden, maar dat weten we niet. Ik vond een herinnering van iemand die daar gewerkt had. Hij schrijft letterlijk dat hij bij “The Irvine Garage” werkte, “right at the main gate of El Toro MCAS”. Hij noemt de eigenaar als Frank Virag en zegt dat de locatie ook een Ryder rental and repair facility was.

Een Orange County-lijst van hazardous-waste facilities vermeldt:

IRVINE GARAGE — 6952 Trabuco Rd, Irvine, CA 92618.

Op 24 oktober 2024 is Don Mayton, de drijvende kracht achter de restauratie van #10, overleden.

Parade of Progress in Canada

Futurliner in Carlisle 2009

Joe Bortz Futurliner

GM Parade of Progress Deel 3/4

GM Parade of Progress Deel 1/4

GM Parade of Progress Deel 4/4

Kindig-It Restauratie

GM Parade of Progress Deel 2/4

GM Parade of Progress historie

2026 by Wheels & Chrome

  • Black Facebook Icon
  • Black YouTube Icon
bottom of page