De GM Parade of Progress
We should all be concerned about the future, because we will have to spend the rest of our lives there





Tussen 1936 en 1956 rolde een van de meest ambitieuze mobiele innovatieshows uit de wereldgeschiedenis over de Amerikaanse wegen: de General Motors Parade of Progress. Gedreven
door de beurskrach van de Grote Depressie en geleid door uitvinder Charles "Boss Ket" Kettering, bracht een vloot van futuristische kolossen de belofte van wetenschap, comfort en vooruitgang naar miljoenen plattelandsbewoners. Van de
Chicago World's Fair tot het lot van alle 12 afzonderlijke Futurliners lees je hier het verhaal van de show.
A Century of Progress (Chicago 1933)
Het idee achter de Parade of Progress vindt zijn oorsprong op de wereldtentoonstelling van 1933 in Chicago, formeel bekend als "A Century of Progress International Exposition". General Motors (GM) was daar veruit de grootste private exposant. Met een gigantische expositieruimte van ruim 11.000 vierkante meter en een imposante, 54-meter hoge toren met verlichte neonsymbolen trok de GM-stand miljoenen bezoekers. Op de beurs liet GM niet alleen de nieuwste voertuigen van merken als Pontiac, Oldsmobile, Buick, LaSalle en Cadillac zien, maar ook een werkende Chevrolet-assemblagelijn waar bezoekers live konden toekijken hoe auto's werden gemonteerd. De Frigidaire-divisie presenteerde de visionaire tentoonstelling "Appliances of Tomorrow", waarmee het publiek een blik kreeg op moderne kooktoestellen en koeltechniek.
Het Inzicht van Charles F. Kettering
Terwijl hij over het beursterrein wandelde, kreeg Charles F. Kettering — vicepresident onderzoek bij GM, legendarisch uitvinder van onder meer de elektrische startmotor en houder van 186 patenten — een doorslaggevende ingeving. Hij realiseerde zich dat slechts een klein percentage van de Amerikaanse bevolking in staat was om naar een grote stad als Chicago te reizen om dit soort wonderen te zien. Miljoenen mensen in kleine
dorpen, boerengemeenschappen en de Heartlands bleven verstoken van deze inspiratie.
Kettering ging naar GM-bestuursvoorzitter Alfred P. Sloan Jr. en PR-directeur Paul Garrett met de vraag: "Waarom brengen we de beurs niet naar de mensen toe?" "We zouden ons allemaal zorgen moeten maken over de toekomst, want we zullen de rest van ons leven daar moeten doorbrengen." — Charles F. Kettering
Sloan en Garrett zagen direct de enorme PR-waarde. In een tijd waarin de Grote Depressie het land in zijn greep hield, zou een gratis, niet-commerciële roadshow die hoop en vooruitgang bracht, het imago van General Motors een onschatbare dienst bewijzen.
GM vond dat een gratis, niet-commerciële roadshow om GM op de kaart te zetten in iedere plaats een goed idee was. Het samenstellen van de karavaan nam heel wat tijd in beslag, heel 1934 en 1935. Voertuigen, personeel, tentoonstellingen, props, tenten etc. De focus lag op 8 silver top gestroomlijnde vrachtwagens. De kleur van de onderkant is niet zeker maar waarschijnlijk rood. Zes van de Streamliners klapten aan de zijkant open. Wanneer ze drie-bij-drie werden opgesteld met canvas luifels ertussen, ontstonden overdekte tentoonstellingsruimtes waar bezoekers doorheen konden wandelen. De zevende Streamliner klapte uit tot een volwaardig buitenpodium, en de achtste diende als materiaal- en gereedschapswagen. Deze 10,5-meter lange bussen waren custom-built in de befaamde Fleetwood-fabriek van Fisher Body op een 223-inch GMC-truckchassis. Ze werden aangedreven door een zes cilinder benzinemotor met een inhoud van 239 cubic inches (3.9 liter). De originele 1936-parade bevatte ook 9 GMC- en Chevrolet-opleggers voor tenten, lampen etc. De leiding reisde in een verlengde, geconditioneerde 1936 Chevrolet "Command Car" met een wielbasis van 185 inch. Van alle divisies reden er modellen mee die iedere 2000 miles werden ingeruild bij dealers onderweg. Tijdens de bouw van deze karavaan werden er ook wagens gebouwd voor een mini-parade, de 'Previews of Progress'. Hiervoor werden enkele kleinere gestroomlijnde wagens ingezet die langs scholen en universiteiten gingen en zelfs naar het buitenland. Volgens het promotiemateriaal van GM strekte de complete colonne zich onderweg over bijna twee mijl uit.
Op 11 februari 1936 ging de allereerste Parade of Progress officieel van start in Lakeland, Florida. Onderweg naar Florida werd overal gestopt bij GM-fabrieken en grotere dealers. De tent werd niet opgezet; er werd alleen gestopt om personeel te laten kijken en om de pers te 'gebruiken'. Pas in Florida werd de eerste show daadwerkelijk gegeven. Zelfs onderweg moest de karavaan opvallen en men reed dus altijd in colonne en uitsluitend overdag, zodat iedereen de colonne goed kon bekijken. De Parade ging bovendien verder dan alleen auto's. Een van de tentoongestelde apparaten was bijvoorbeeld een oscillograaf, waarmee bezoekers konden zien hoe technici trillingen en geluiden in auto's onderzochten. GM gebruikte de tentoonstelling daarmee om niet alleen bestaande producten te tonen, maar vooral om te laten zien hoe wetenschappelijk onderzoek de auto's van de toekomst zou verbeteren.
De bemanning van de Parade bestond uit 40 tot 50 jonge universitair afgestudeerden van minstens 30
verschillende universiteiten (zoals Harvard, Columbia en Brown). Ze waren allemaal vrijgezel en rond de 20 jaar
oud. Hoewel ze waren aangenomen als sprekers/lectoren, moesten ze allemaal onderaan beginnen in de
zogenaamde "Futility Crew" (nuteloze ploeg). Men bestuurde de voertuigen, bouwde de show op, gaf uitleg aan de bezoekers en brak de boel weer af om vervolgens naar de volgende plaats te rijden. Men was allemaal aangenomen als voorlichter, maar er was wel een stageperiode. Je leerde alles, maar mocht het pas zelf doen als er iemand vervangen moest worden; in de tussentijd knapte je alle soorten klusjes op. Raymond E. Hayes herinnerde zich dat ze om 06:00 uur 's morgens in coveralls op het terrein moesten verschijnen om vloeren te boenen, papier te prikken en de tent op te bouwen. Pas daarna trokken ze strakke pakken aan om het publiek tekst en uitleg te geven over de exposities. Iedereen die eraan meedeed vond het de beste tijd van hun leven. Het was een hechte groep die hard werkte, genoot van het avontuur en een missie had. De leider, Jack Jerpe, was een soort vader en vriend voor hen, maar was daarnaast wel hun baas. Men reed langzaam; de vrachtwagens waren onderbemeten gemotoriseerd met een top van 40 mph. Men verbleef in hotels en at in restaurants. Men verdiende $100 per maand en kleding en hotelkosten werden betaald. Voor eten kreeg men $18,50, wat in die tijd voor een goede maaltijd zorgde.
Het idee achter de parade was dat de kleinere plaatsen bezocht moesten worden en er werd niets verkocht. De auto's en apparaten werden strategisch geplaatst en alle vragen werden beantwoord. Jerpe hield regelmatig een quiz om de kennis te testen. De route werd een jaar van tevoren gepland en de Chamber of Commerce (KvK) kreeg van tevoren een brief en enkele dagen later kwam er een 'verkenner' naar het dorp. Er moest een plek gezocht worden voor de tent en wagens, hotelkamers moesten geboekt worden, GM-dealers ingelicht worden, scholen, buurthuizen, kranten en de radio. Er werd een korte film vertoond als teaser. De parade zelf gebruikte geen films; alles was live en een show duurde 45 minuten. In 1940 werd er een grotere losse tent gebruikt die plek had voor 1.500 mensen i.p.v. 1.200 in de oude opstelling. In grotere steden werd de tent niet opgezet, maar maakte men gebruik van bestaande gebouwen.
Ed Bracken vertelde dat de Parade in 1938 officieel gast was van de Mexicaanse regering en de Pan-American
Highway tussen Laredo en Mexico-Stad feestelijk opende. In Mexico had men een geweldige tijd en er waren zelfs speciaal getrainde Mexicaanse voorlichters. Tijdens de kerstvakantie in 1938 in Key West bracht
Bracken de avond door in een saloon, pratend over honkbal met Ernest Hemingway, waarna de hele karavaan in januari 1939 per vrachtschip naar Havana, Cuba voer! Daarna vertrok men weer naar Amerika; het zuiden werd bezocht in de winter, het noorden in de lente. Daarna ging de parade terug naar New York i.v.m. de GM-tentoonstelling op de wereldtentoonstelling.
De Parade of Progress met de Streamliners trok drie jaar lang door het land, totdat Charles Kettering en General Motors besloten de tentoonstelling volledig te vernieuwen. De eerste editie trok gedurende vier jaar door Amerika en bezocht meer dan 220 steden, waar naar schatting 10 miljoen mensen de tentoonstelling bezochten. De exposities werden gemoderniseerd, de opzet werd groter en indrukwekkender, en de acht Streamliners maakten plaats voor twaalf nieuwe Futurliners, zoals die oorspronkelijk in 1940 waren ontworpen. Hoewel niet alles bekend is over wat er met de Futurliners gebeurde nadat General Motors ze in 1956 afstootte, is er nog veel minder bekend over het lot van de acht Streamliners. Er is slechts één betrouwbare vermelding bekend van een Streamliner na het einde van de Parade of Progress. In U.S. Military Wheeled Vehicles schrijft Fred Crismon dat een van de Streamliners, gefotografeerd in 1941 op Fort Holabird, was aangekocht door een niet nader genoemde gemeenschap in de staat Georgia en vervolgens aan het Amerikaanse leger werd geschonken. Daar werd het voertuig omgebouwd tot een mobiel podium voor het verzorgen van USO-achtige voorstellingen op legerkampen.
In het voorjaar van 1940 begon General Motors in Pontiac, Michigan, met de bouw van twaalf volledig nieuwe Futurliners door de Yellow Coach-divisie in Pontiac, Michigan, en Fisher Body Fleetwood. Ze waren ontworpen onder leiding van Harley Earl als vervangers van de acht oorspronkelijke Streamliner-tentoonstellingswagens die sinds 1936 de Parade of Progress hadden gevormd. Voor de ontwikkeling en bouw van de Futurliners investeerde GM naar schatting 1,25 miljoen dollar.
De Futurliner was een indrukwekkend technisch en logistiek voertuig en was ontworpen als een rijdende tentoonstelling. Met hun lengte van ongeveer 10 meter, een breedte van 2,75 meter, een hoogte van 3.5 meter en een gewicht van ongeveer 15 ton waren het enorme voertuigen. De bestuurder zat hoog boven het wegdek in de glazen koepel en moest via een wenteltrap naar de cabine klimmen. Met Art Deco-styling en een verlicht GM-logo op de neus, zagen de voertuigen eruit als een ruimteschip op wielen. Aan de achterzijde kon het dak ongeveer anderhalve meter omhoog worden gebracht, waarna een lichtmast met achttien tl-lampen en vier schijnwerpers via een wormwielaandrijving werd uitgeschoven. Aan weerszijden konden de grote, ongeveer 4,9 meter lange vleugeldeuren worden geopend met aparte 110-volt motoren. Ze vormden daarmee tegelijk een podium en een tentoonstellingsruimte. Ook de bestuurderscabine was bijzonder. De centrale bestuurdersstoel bevond zich onder een karakteristieke glazen koepel, waardoor de chauffeur een uitstekend uitzicht had. Achter de stoel was plaats voor twee passagiers en via een dakluik kon de bestuurder indien nodig naar buiten klimmen. De cabine was bereikbaar via een deur aan de rechterzijde, waarna een pneumatisch bediende opstap automatisch naar buiten schoof. Het luchtdruksysteem, dat werkte op ongeveer 60 psi, werd tevens gebruikt voor onder andere de remmen en de claxon. Onder de vloer bevonden zich twee brandstoftanks van elk ongeveer 170 liter, beide voorzien van een elektrische brandstofpomp. Met een schakelaar op het dashboard kon de bestuurder kiezen welke tank werd gebruikt. Verder bood het onderstel ruimte aan de accu's en extra opbergvakken. Een opvallend detail waren de originele 10.00-20-banden met brede witte zijwanden, waarop de tekst "Parade of Progress" stond. Ze vormden een blijvende herinnering aan de periode waarin deze futuristisch ogende voertuigen door Amerika reisden om General Motors' visie op de toekomst te presenteren.
De Futurliners werden aangedreven door een GMC OHV-zescilinder benzinemotor met ongeveer 145 pk, gekoppeld aan een Dual-Range Hydra-Matic automatische transmissie. Voor een voertuig van ruim zeventien ton was dit vermogen bescheiden. Daarom was vóór het differentieel een extra tweetraps reductiekast gemonteerd. Deze werd handmatig onder de bus bediend en was bedoeld voor steile beklimmingen in bergachtig terrein.
Op 26 februari 1941 maakten de twaalf Futurliners hun officiële debuut bij de start van de tweede Parade of Progress in Miami, Florida. De vernieuwde tentoonstelling trok dat jaar langs 43 steden en werd door meer dan drie miljoen bezoekers bezocht.
De Aer-O-Dome Tent
Onderdeel van de nieuwe opzet was de introductie van de Aer-O-Dome tent, ontworpen door Fred Huddle. Deze
'tent van de toekomst' bood plaats aan 1.500 zittende bezoekers. Het unieke ontwerp leek op een omgekeerde
paraplu met externe aluminium spanten en een zilverkleurig, met vinyl geïmpregneerd doek. Hierdoor waren er
binnenin geen hinderlijke paalconstructies nodig.
Toen de parade in San Antonio Texas was, brak de Tweede Wereldoorlog uit. Twee weken na Pearl Harbor werd de parade opgeschort en verwisselde het team het GM-uniform voor een beige of blauw uniform. De voertuigen werden naar Ohio gereden en werden daar opgeslagen gedurende de oorlog. Vanaf de start tot het uitbreken van de oorlog legde de eerste karavaan meer dan 1,6 miljoen kilometer af, bezocht 251 steden in de VS, Canada, Mexico en Cuba, en werd bekeken door circa 12,5 miljoen mensen. In Fredericksburg, Virginia, was de toeloop zo gigantisch dat 2,25 keer de totale bevolking de show bezocht.
In 1946 werden enkele van de Futurliners uit de mottenballen gehaald om deel te nemen aan de parade in Detroit ter ere van het 50 jarig bestaan van de auto. De parade of progress zelf werd pas weer in april 1953 in gebruik genomen. Het bleven 44 voertuigen met 57 man; de Aer-O-Dome-tent werd wel vergroot en kon nu 1.500 personen in plaats van voorheen 1.200 personen herbergen. De plastic koepels van de Futurliners werden veranderd. Vanwege hun grote oppervlak werd het te warm in de cabine. Het bubbeldak werd vervangen door een ander dak en er werd airconditioning ingebouwd. Ook het kleurenschema werd aangepast en de bus werd moderner. En volgens sommige verhalen werden de Futurliners opnieuw gergistreerd, nu als 1950 model. De vorige parade had 5 tentoonstellingen, de nieuwe had er 15 met daarnaast nog twee legervoertuigen die deel uitmaakte van een tentoonstelling van Defensie. De tentoonstellingen bevatten nu ook straalaandrijving, de atmosfeer, atomen, stereogeluid, atoomenergie, radar, metaalpoedertechnologie en de gloednieuwe twee-persoons 1953 Chevrolet Corvette. Er werden nu ook vaker grote ruimtes gebruikt. De eerste nieuwe tentoonstelling was in een Pan-Am-hangar. Op het podium werd het 'Motel of the Future' getoond en reed de 'Car of the Future' af en aan. Men was gekleed in kleding van de toekomst. De meeste van deze zaken bleken later niet goed gegokt, behalve de sportievere kleding. Het grootste deel van de shows was gelijk aan de eerste shows van 1936, maar de grotere indoor shows werden gepromoot als GM Motorama en minder vaak als Parade of Progress. De moderne Futurliners konden aan de zijkant openklappen om een podium te vormen waarop een voorlichter uitleg kon geven over de getoonde producten in de Futurliner. Hierdoor werd een groter publiek bediend dan in de tent met zitplaatsen.
Voordat de Parade of Progress aan haar tour begon, werd de complete karavaan opgesteld bij het General Motors Building aan West Grand Boulevard in Detroit, netals de vorige keren. Na de officiële presentatie vertrok de colonne via Woodward Avenue richting de eerste bestemming. Volgens voormalig Parader Ed Harben verliep dat eerste vertrek in 1953 niet zonder problemen. Nauwelijks had de colonne linksaf Woodward Avenue opgedraaid, of een van de Futurliners reed achterop zijn voorganger. De schade was zo groot dat het voertuig niet verder kon rijden.
De naoorlogse parade trok niet meer zoveel mensen als ervoor. De oorzaak hiervan was ironisch genoeg een van de technologieën die de Parade in 1941 zelf als futuristische wensdroom had gepresenteerd: de televisie.
In 1946 stonden er in de gehele Verenigde Staten slechts circa 7.000 tv-toestellen. Tegen 1950 was dit aantal geëxplodeerd naar ruim 50.000.000 tv-toestellen. Amerikanen hoefden het plattelandsplein niet meer op om wonderen en entertainment te zien; ze kregen het elke avond gratis in hun eigen woonkamer gestreamd.
In 1956 besloot GM de parade voorgoed stop te zetten. Mede ook door andere mogelijkheden voor het promoten van hun producten. De meeste mensen die deel uitmaakten van het team bleven bij GM werken en zijn inmiddels allemaal met pensioen. De uitrusting werd verkocht, net als de streamliners. Twee werden er geschonken aan de Michigan State Police; één werd omgebouwd om veiligheidstrainingen te geven, de andere bleef standby. De rest wordt hieronder beschreven. Een kleine vorm van de parade bleef tot in de jaren 70 actief onder de noemer 'Previews of Progress'. Een dozijn GM stationwagons trok hiervoor langs scholen door het hele land.
NATMUS beschrijft een paar interessante feiten van Parader Douglas die in 1999 het museum bezocht:
1. De "Kantoor-Futurliner" met uitschuifbare wanden
-
Eerste 'slide-out' camper: Eén specifieke Futurliner werd puur als mobiel kantoor gebruikt door de leiding. Bijzonder hieraan was dat de wanden handmatig zo'n 60 cm (2 foot) naar buiten konden worden gerold voor meer binnenruimte — exact zoals de slide-outs van moderne campers dat nu doen.
2. Het mysterie achter de verwoeste crash-bus
-
Het echte verhaal achter de schade: Douglas bevestigt hoe een van de Futurliners zwaar beschadigd raakte: tijdens een afdaling in de bergen begaven de remmen het en ramde hij zijn voorganger. GM verklaarde het voertuig total loss.
-
Onderdelenbus voor de politie: Omdat het einde van de Parade al naderde, werd hij niet gerepareerd. GM schonk later twee bussen aan de Michigan State Police: één goede om mee rond te touren (de Safety Liner) en deze gecrashte bus als donorvoertuig gevuld met reserveonderdelen.
3. Technische & Operationele weetjes
-
Hydraulische problemen: Alle Futurliners hadden voortdurend last van storingen aan de stuurbekrachtigingspomp.
-
Bijnaam & Kleur: Binnen de organisatie werden de bussen de "Red Elephants" genoemd, en de opvallende rode kleur werd aangeduid als Cadillac Red.
-
Veiligheid onderweg: Tijdens het rijden in kolonne moesten de bestuurders verplicht minimaal 90 meter (300 foot) afstand van elkaar houden. Alleen het voorste en achterste voertuig hadden een zender, de rest had enkel een radio-ontvanger.
4. Buitengewoon strakke bezoekersregistratie
-
De Parade hield de bezoekersaantallen heel nauwkeurig bij. Bij elke ingang stonden medewerkers met handtellers. Elk uur kwam er iemand langs om de standen te noteren en de tellers te vervangen, waardoor ze de drukte van uur tot uur precies in kaart brachten.
5. Zeldzaam promotiemateriaal
-
Douglas bezat een zeldzaam deck speelkaarten met een afbeelding van een Futurliner dat destijds werd uitgedeeld.
-
Daarnaast maakte hij melding van het feit dat "Old Scout" (de beroemde Oldsmobile uit 1902 die meereisde in de show) spoorloos was verdwenen.
Van de 12 gebouwde Futurliners zijn tegenwoordig nog 9 exemplaren bekend. De overige 3 zijn in de loop der jaren verloren gegaan, gesloopt of hun verblijfplaats is onbekend. Van de overgebleven exemplaren zijn momenteel (2026) 3 Futurliners volledig gerestaureerd en rijdend (#3, #10 en #11). Deze behoren tot de best bewaarde voertuigen en geven een indrukwekkend beeld van hoe de Parade of Progress er destijds uitzag. Daarnaast verkeren meerdere Futurliners nog in uiteenlopende staten van restauratie (4 stuks, #6, #7, #8 en #9) . Twee exemplaren zijn dermate incompleet of zwaar aangetast dat zij voornamelijk als donorvoertuig dienen (De Oral Roberts bus #4 (?) of al gediend hebben (#5) om andere restauraties mogelijk te maken.
Internationaal zijn de voertuigen inmiddels verspreid geraakt. Eén Futurliner bevindt zich in Zweden en wordt daar gerestaureerd. Drie exemplaren staan in Duitsland, waar eveneens aan behoud en restauratie wordt gewerkt. Van twee Futurliners is de exacte huidige locatie nog altijd onbekend, wat bijdraagt aan de mystiek rondom deze bijzondere voertuigen. De enorme historische en culturele waarde blijkt ook uit de marktwaarde: een volledig gerestaureerde Futurliner bracht in 2006 ruim 4.1 miljoen dollar op tijdens een veiling — een recordbedrag voor een dergelijk promotievoertuig. Bij iedere Futurliner staan ook de oorspronkelijke tentoonstellingen vermeld. Er waren echter nog meer tentoonstellingen waarvan niet bekend is bij welke bus ze hoorde zoals de 'All-American Soap Box Derby'.
Op www.futurliner.org staat heel veel informatie over deze fantastische Futurliner-bussen.
Van deze site komt ook de informatie die nu volgt over de andere shows die voor en na de Parade of Progress kwamen.
“Parader” Victor Garske stuurde ons een pakket met materiaal waarmee we veel ontbrekende informatie over de verschillende GM-shows konden aanvullen: Century of Progress, Caravan of Progress, Parade of Progress, Previews of Progress, Futurama en Motorama. Hieronder volgt een samenvatting van die informatie.
Vic schreef:
“De succesvolle General Motors Caravan of Progress uit de jaren dertig en de daaropvolgende, na de Tweede Wereldoorlog opnieuw zeer populaire Parade of Progress in de jaren vijftig waren educatieve programma's die waren bedacht door GM's inventieve genie Charles F. ‘Boss’ Kettering. Hij zette het project in gang nadat hij voorzitter Alfred P. Sloan ervan had overtuigd om de General Motors Science and Technology Exhibit van de Chicago World's Fair van 1933-34 (Century of Progress) op tournee te laten gaan.
Het doel was om een veel groter publiek kennis te laten maken met de verbeeldingskracht en het initiatief van wetenschappers en ingenieurs, en met de industriële mogelijkheden van de Verenigde Staten, in het bijzonder die van General Motors.
De centrale attractie van de spectaculaire Parade of Progress, de 45 minuten durende livepresentatie op het podium, was geïnspireerd door ‘Boss’ Kett. Deze show werd gehouden in de oorspronkelijke tent zonder middenmast en kreeg de naam Previews of Progress. Het doel was om de publieke belangstelling voor technologie te wekken.
De demonstraties op het gebied van wetenschap en techniek werden geselecteerd en technisch uitgewerkt door E. Barton Blett, die ook had meegewerkt aan de GM-show op de Century of Progress, de Caravan, de Parade en de Previews. Het script voor de Previews of Progress-show van de Parade werd geschreven door John W. Reedy, die eerder aan de Caravan had gewerkt en directeur was van GM's Previews of Progress.
De aanschaf en samenstelling van de beschikbare wetenschappelijke apparatuur voor de podiumshow van de Parade werd gecoördineerd door William A. Cobb en mijzelf. Apparatuur die nodig was om de wetenschappelijke principes te demonstreren, maar die niet te koop was, hebben Bill en ik zelf gemaakt.
Later heb ik educatieve Previews of Progress-wetenschapsshows opgebouwd en van scripts voorzien en de daarvoor benodigde sprekers opgeleid. Deze shows werden georganiseerd door GM-dochterondernemingen in Zweden, Denemarken, Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Zuid-Afrika, Syrië, Turkije, Pakistan, Australië, Nieuw-Zeeland, Venezuela, El Salvador, Brazilië en Argentinië.”
Nadat Don dit materiaal had ontvangen, belde hij Vic. Vic heeft lange tijd meegewerkt aan GM's Previews of Progress en reisde daarvoor naar maar liefst 38 verschillende landen.
Naast zijn eigen herinneringen stuurde Vic ook kopieën van enkele pagina's uit de publicaties GM WORLD. Dit was het tijdschrift van de GM Overseas Operations Division, die verantwoordelijk was voor alle activiteiten van General Motors buiten de Verenigde Staten en Canada.
De informatie die Vic stuurde had uitsluitend betrekking op de hierboven genoemde GM-shows. Hieronder volgt een overzicht van deze shows en de manier waarop ze met elkaar samenhangen.
-
CENTURY OF PROGRESS — Dit was de wereldtentoonstelling die in 1933-34 in Chicago werd gehouden. Industriële bedrijven zoals GM presenteerden er de vooruitgang op het gebied van wetenschap, industrie en producten, zowel in het heden als met een blik op de toekomst.
-
CARAVAN OF PROGRESS — Hiermee wordt in veel publicaties verwezen naar de eerste Parade of Progress, die van 1936 tot 1940 plaatsvond. De medewerkers die aan deze eerste Parade of Progress werkten, werden aangeduid als ‘Caravaners’.
-
PARADE OF PROGRESS — Een show over de wonderen van de wetenschap, waarin werd getoond hoe industrieel onderzoek nieuwe processen ontdekte die uiteindelijk leidden tot producten die binnen het bereik van talloze mensen kwamen. De presentaties waren het neusje van de zalm op het gebied van wetenschappelijke demonstraties. Ze combineerden de beste onderdelen van de General Motors-exposities op de Century of Progress in Chicago met een aantal demonstraties die nooit eerder waren vertoond.
Er waren drie series van de Parade of Progress: 1936-1940, 1941 en 1953-1956.
-
PREVIEWS OF PROGRESS — Dit was de podiumshow die binnen de Aero-Dome-tent van de Parade of Progress werd opgevoerd. De voorstelling duurde 45 minuten en werd gepresenteerd door twee ‘Paraders’.
De show werd daarnaast ook los van de Parade of Progress opgevoerd op scholen, universiteiten, in auditoria en in verschillende andere landen, zoals hierboven beschreven. In die zelfstandige vorm werd de show aangeduid als de ‘little caravan’. Deze bestond uit verschillende apparaten waarmee wetenschappelijke verschijnselen werden gedemonstreerd en die waren ontwikkeld door de onderzoekslaboratoria van General Motors.
Op een bepaald moment werd een ‘ultrastroomlijnende’ vrachtwagen gebouwd om de demonstratieapparatuur te vervoeren. Deze truck stond op een GMC-chassis en was voorzien van een Buick-motor. De enige foto van deze truck die ik ooit heb gezien, staat op pagina 170 van het boek GMC – The First 100 Years.
-
FUTURAMA — In 1939 werd in het General Motors-gebouw op de World's Fair in New York de Futurama gepresenteerd, het grootste schaalmodel-panorama dat ooit was gebouwd. Bezoekers konden vanuit comfortabele fauteuils met twee armleuningen het panorama bekijken. De stoelen waren bevestigd aan een soepel bewegende, kronkelende baan die werkte volgens het principe van een roltrap.
Het panorama liet het wegennet van 1939 en een toekomstbeeld van 1960 zien. Een twintig ton zware ‘polyrhetor’, een geavanceerd geluidsapparaat, zorgde ervoor dat iedere bezoeker op precies het juiste moment een gesproken toelichting op het gedeelte van het panorama kreeg dat hij of zij op dat moment passeerde.
-
MOTORAMA — De spectaculaire shows waarmee GM in de jaren vijftig zijn nieuwe producten, vooral auto's, presenteerde. Zie hiervoor het boek The GM Motorama – Dream Cars of the Fifties van Bruce Berghoff.
De rood-witte Futurliners waren een van de belangrijkste attracties van de Parade of Progress. De Futurliners werden gebouwd door de GMC Truck & Coach Division en de Fisher Body Division, in samenwerking met de GM Styling Section en de GM Research Laboratories Division.
Ze waren 33 voet lang (10,1 meter), 8 voet breed (2,44 meter) en 11 voet 4 inch hoog (3,45 meter). De wielbasis bedroeg 248 inch (6,30 meter) en het frame was 32 voet (9,75 meter) lang. Het frame werd verstevigd met conventionele dwarsbalken. Aan het hoofdframe waren steunen bevestigd waarop de carrosserie rustte.
Het bestuurderscompartiment vertoonde veel gelijkenis met de cockpit van een vliegtuig uit die tijd. Het was toegankelijk via een deur rechtsvoor in het voertuig. Een trap leidde naar het hoog boven de wielen gelegen compartiment. De ogen van de chauffeur bevonden zich ruim drie meter boven het wegdek. Hij beschikte over één stoel, die midden voorin het compartiment was geplaatst. Achter hem bevonden zich twee extra zitplaatsen voor assistenten of speciale gasten. Het compartiment werd vanag 1953 op een aangename temperatuur gehouden door een Frigidaire-airconditioner. De bekleding bestond uit vinyl gecoate stof in twee tinten groen: limegroen en donkergroen. De voorruit liep vrijwel helemaal rond het bestuurderscompartiment en was gemaakt van groen getint E-Z Eye-glas. De voorruiten van de Futurliners waren tot dat moment de grootste E-Z Eye-ruiten die ooit waren geproduceerd.
De Futurliners waren uitgerust met de Autronic-Eye van de Guide Lamp Division. Dit systeem dimde automatisch de koplampen wanneer een tegenligger naderde en schakelde ze daarna weer naar grootlicht.
De stuurbekrachtiging werd ontwikkeld door de Saginaw Steering Gear Division. Het stuurwiel was bevestigd aan een gestroomlijnde stuurkolom midden voorin het compartiment. De pedalen voor rem en gaspedaal waren van het zogenoemde treadle-type, voorzien van geribbelde rubberen oppervlakken en afgewerkt met chromen platen. Een koppeling was niet aanwezig.
De Futurliners waren uitgerust met een Dual-Range Hydra-Matic-automaat, geproduceerd door de Detroit Transmission Division. Voor onderhoud was de motor bereikbaar via een grote deur linksvoor in het voertuig. Er waren twee benzinetanks, elk met een inhoud van 45 gallon (ongeveer 170 liter), die vóór de achterwielen waren geplaatst.
Tot de veiligheidsvoorzieningen behoorden dubbele voorwielen, die de wegligging en veiligheid verbeterden. De stalen bumpers waren voorzien van een rubberen bekleding die extra bescherming bood. Rond de onderzijde van de carrosserie liep bovendien een rubberen beschermrand.
Andere speciale uitrusting van de Futurliners bestond uit grote elektrisch bediende zijpanelen, die omhoog konden worden geopend om de ingebouwde tentoonstellingen zichtbaar te maken, en stalen lichtmasten.
Technische Specificaties & Kenmerken
Afmetingen:
Lengte: 10,06 meter (33 ft)
Breedte: 2,44 meter (8 ft)
Hoogte: 3,53 meter (11 ft 7 in)
Wielbasis: 6,30 meter (248 in)
Gewicht: Ongeveer 15.000 tot 17.000 kg
Motorisering:
1940-1952: 4-cilinder GMC-dieselmotor met een mechanische 4x4-transmissie.
1953-update: 302 cu in (5.0 liter) GMC zescilinder-in-lijn kopklepmotor (OHV). Dit was een aandrijflijn uit een legertruck ten tijde van de Koreaanse oorlog.
Twee benzinetanks van elk 45 gallon (ca. 170 liter per tank).
Het Bizarre Versnellingssysteem (24 Versnellingen!):
De motor was gekoppeld aan een 4-traps Hydramatic automatische transmissie. Deze was voorzien van een
secundaire 2-traps reductiebak (8 automatische/halfautomatische verhoudingen). Daarnaast zat er
achterin het voertuig nog een handmatige 3-traps PTO-versnellingsbak. Om deze in te stellen, moest de
bestuurder het voertuig stilzetten, uitstappen en achterin de versnelling handmatig verzetten. 4 x 2 x 3 = 24 versnellingen vooruit! Desondanks lag de topsnelheid in de praktijk rond de 40-50 mph 65-80 km/u).
Dubbele Voorwielen & Stuurinrichting
De Futurliner had twee voorwielen direct naast elkaar aan elke zijde (in totaal 8 wielen onder de bus). Elk voorwiel beschikte over een eigen trommelrem, lagers en naaf. Vrijwel alle Futurliners kampten regelmatig met kapotte stuurbekrachtigingspompen door de gigantische krachten die nodig waren om de vier voorwielen te verdraaien.
De Cockpit
De bestuurder zat op een hoogte van ruim 3 meter. Het bereiken van de cockpit vereiste het
beklimmen van een interne wenteltrap. In het 1940-model zat de bestuurder onder een perspex 'bubble
canopy' (koepel) zoals bij een gevechtsvliegtuig. Omdat er geen airconditioning was, werd het daarbinnen
onmenselijk heet. In 1953 werd de koepel vervangen door een dakscherm en werd airconditioning
toegevoegd.
Expositiedeuren & Lichtmast
Aan weerszijden zaten 16-voets (4,88 m) 'clamshell' deuren die hydraulisch uitklapten en podia vormden.
Boven op het dak van iedere Futurliner bevindt zich een vin van staal en aluminium, ruim 4,5 meter lang. Wanneer de Parade op een locatie wordt opgesteld, vormen deze vinnen de belangrijkste verlichting van het terrein.
De vinnen hebben de vorm van een omgekeerde kano. Wanneer ze niet worden gebruikt, zakken ze in een uitsparing boven op de Futurliner, waardoor ze onderdeel worden van het dak en nauwelijks opvallen. In uitgeschoven toestand komt een vin ongeveer 5,5 meter boven de grond uit en werpt hij een brede lichtbundel over het terrein. De verlichtingsmasten worden met elektromotoren van een halve pk omhoog en omlaag bewogen. De verlichting bestaat uit 36 fluorescentiebuizen van 40 watt, verdeeld over zes groepen van zes buizen, aangevuld met twee gloeilampen van 250 watt aan de uiteinden van iedere vin. Het stroomverbruik werd op locatie gedekt door een immense dubbele 200KW Detroit Diesel 6-71 generator.
Naamgeving
De merknaam werd bewust gespeld als FUTURLINER (zonder de letter 'E') zodat General Motors de naam als handelsmerk kon registreren.
Verdeling van de 12 Futurliners bij het einde van de Parade
Eén bus was al gesloopt/afgeschreven: Eén Futurliner raakte tijdens een bergrit betrokken bij een zwaar ongeval en ging over de kop. Deze werd door GM niet meer gerepareerd.
Twee bussen werden weggegeven: In 1959 schonk GM twee Futurliners aan de Michigan State Police. Eén werd omgebouwd tot mobiel verkeersveiligheidscentrum (Safetyliner), en de beschadigde tweede (aangereden door een andere Futurliner die problemen had met zijn remmen) werd meegeleverd als onderdelenleverancier.
De overige 9 bussen werden verkocht. Uit historisch onderzoek (waaronder het boek General Motors Parade of Progress & A Futurliner Returns van Bruce Berghoff en George Ferris) en archieven van het restauratieproject valt de verkoopgeschiedenis van de Futurliners als volgt op te bouwen:
De 9 Futurliners werden door GM in één partij verkocht via Dick (Richard) Knapp, directeur van Anchor Motor Freight (het bedrijf dat het autotransport voor Chevrolet al vanaf 1934 verzorgde). Het bedrijf was een onderdeel van O'Neill Enterprises uit Cleveland. Zoals in de notitie op Futurliner.org staat, betaalde Knapp een schroot/dump-prijs van rond de $ 300 per stuk met het idee ze door te verkopen voor winst.
Predikant Oral Roberts kocht zijn Futurliner (die hij ombouwde tot de bekende "Cathedral Cruiser") niet rechtstreeks via de primaire vlootafstoting van GM, maar uit de partij die vrijkwam via Dick Knapp. Hoewel publicaties uit die tijd (zoals het tijdschrift Abundant Life uit 1960) schreven dat de evangelist de bus "van General Motors kocht", ging de daadwerkelijke transactie via de partij die Knapp/Anchor Motor Freight had opgekocht.
Futurliner.org zegt dit:
Dale Wegner was one of a group of dealers that purchased ten Futurliners in the mid 60's. He says that Dick Knapp who ran Anchor Motor Freight got them all involved in buying these surplus GM vehicles. Dale's mentor, Tom Dreisbach, had two more Futurliners at his Cadillac dealership in Michigan." Wat niet helemaal klopt, er waren er maar 9 beschikbaar.
Joe Dreisbach was een van de latere kopers/handelaren die in de jaren na de verkoop door Knapp meerdere Futurliners in handen kreeg en verhandelde. Knapp trad in feite op als de "tussenpersoon/opkoper" die de hele vloot in één keer van het GM-terrein haalde, waarna particulieren, kerkgenootschappen (Oral Roberts), en handelaren zoals Dreisbach er één of meer overnamen. Er is een interview met Dale Wegner waarin hij aangeeft één van de groep dealers te zijn die de Futurliners kocht. Dick Knapp van Anchor Motor Freight bracht ze bij elkaar. Tom Dreisbach (Thomas Swope Dreisbach zat op Cooley High en slaagde in 1942 vervolgens diende hij als piloot tijdens de tweede Wereld Oorlog) had er één staan als reclamevoertuig (#10). Dreisbach had het dealerschap waarschijnlijk vanaf 1965 tot 1996 aldus Steven Seiler op Michigan History op facebook. Wegner had er twee, #3 en #6. #6 was wit gemaakt en had teksten en logo's van het Chevrolet/Oldsmobile dealerschap op de bus die tevens werd verhuurd. Wegner gaf Futurliner #3 terug aan Dreisbach in de jaren 70 vanwege een kapotte voorruit.
Dus we weten dat Square D, Goebel Beer, Oral Roberts en Dale Wegner er één dan wel twee hadden gekocht. Dreisbach kwam pas later. Daarnaast waren er twee naar de Michigan State Police. Dus van 7 stuks weten we al zeker wat er direct na GM mee gebeurd is.
Op futurliner.org worden met name twee sleutelfiguren/partijen genoemd rond de verkoop namens GM en de eerste kopers:
John E. Ryan (Parade Director van GM)
John Ryan was de directeur van de Parade of Progress in Detroit. Toen GM besloot de parade stop te zetten, liep het contact en de verkoop van de voertuigen via zijn kantoor in Detroit.
-
Voorbeeld: Toen de bekende evangelist Oral Roberts interesse toonde in een bus om er een mobiel podium van te maken (Cathedral Cruiser), werd hij direct doorverwezen naar het telefoonnummer van John Ryan in Detroit, waar hij de bus voor een fractie van de oorspronkelijke waarde overnam van GM. In een van de vele artikelen over Oral Roberts werd vermeld dat er plannen waren om meerdere teams en voertuigen in te zetten die de hele wereld zouden bereizen om de boodschap van "abundant life" (het overvloedige leven) te verspreiden. Voor zover bekend zijn deze plannen echter nooit gerealiseerd.
Aangezien #8 forse schade aan de achterzijde opliep is er ook het mysterie welke voertuig hiervoor verantwoordelijk was. Tot op de dag van vandaag is niet officieel bekend welk specifiek voertuig de boosdoener was. Wel zijn er in de Futurliner-community een paar sterke theorieën en verklaringen voor waarom er nooit een bus met voorschade is opgedoken:
-
Een van de ondersteunende GMAAC/GMC-vrachtwagens:
De karavaan bestond niet alleen uit de 12 Futurliners, maar ook uit tientallen GMC-ondersteuningsvoertuigen, trailers en personeelsauto's. Veel historici vermoeden dat het niet een andere Futurliner was, maar een zware GMC-volgwagen of materiaalwagen. Deze hadden een massieve stalen bumper/front, waarmee ze enorm veel schade konden aanrichten aan de achterkant van de Futurliner, terwijl de vrachtwagen zelf relatief eenvoudig te herstellen was.
-
Reparatie uit reserve-onderdelen:
Als het wél een andere Futurliner was, is het zeer aannemelijk dat GM de voorschade direct in de eigen fabrieken heeft gerepareerd. GM had namelijk nog reservepanelen, de mallen én een complete vloot donoronderdelen ter beschikking. Omdat de Parade of Progress in 1956 sowieso werd stopgezet, was het voor GM logischer om van twee beschadigde bussen er weer één compleet te maken (of de voorschade te herstellen) en de bus met de zwaarst beschadigde structuur (#8) af te danken als donor.
-
De "Onderdeeldonor" voor de Michigan State Police:
Dat #8 inderdaad de zwaarst getroffen bus was aan de achterkant, blijkt uit wat er daarna gebeurde: toen GM in 1959 een Futurliner aan de Michigan State Police schonk (voor verkeerseducatie), deden ze daar Futurliner #8 als onderdeeldonor bij. De binnenkant van #8 werd door GM zelfs helemaal volgeladen met reserve-onderdelen voordat hij werd overgedragen.
Het feit dat er nooit een Futurliner met een deuk in de neus is teruggevonden, komt dus waarschijnlijk doordat GM de voorschade meteen vakkundig heeft weggewerkt óf doordat de veroorzaker simpelweg een van de grote GMC-ondersteunings-trucks was! Volgens een Parader (zie elders) moet het een Futurliner zijn geweest, dit lijkt ook logischer dan een GMC truck. Deze hadden adequatere remmen dan de Futurliner.
Futurliner #1
Status: Onbekend
Van Futurliner #1 is tot op heden geen bevestigde locatie bekend. Het voertuig kan gesloopt zijn, maar het is ook mogelijk dat het nog ergens in privébezit bestaat zonder dat de identiteit bekend is. De display betrof 'Miracles of heat and cold' van Frigidaire. Historici (waaronder NATMUS) vermoeden heel sterk dat het ongeval in Georgia in 1956 plaatsvond met Futurliner #1 of Futurliner #12. Het voertuig raakte van de weg, sloeg over de kop en werd ter plaatse door GM als 'total loss' afgeschreven en gesloopt voor onderdelen. Wellicht zijn deze onderdelen meegegaan met #8.
Futurliner #2
Status: Onbekend
Net als #1 is ook van dit exemplaar geen betrouwbare actuele locatie bekend. 'De display betrof 'Our American Crossroads'. Deze tentoonstelling is bewaard gebleven in het GM Heritage Center. Eén Futurliner is na een crash in Georgia gesloopt. Volgens de overlevering zou dat niet deze zijn.
Op Futurliner.org vond ik dit mooie verhaal over waarschijnlijk #2 uit 1999:
Hier is de Nederlandse vertaling van dit verhaal uit 1999:
Het verhaal van 'Parader' Renald E. Goyette
Een tijdje geleden ontving ik een brief van voormalig Parader Renald E. Goyette en vanavond heb ik hem telefonisch gesproken. We hadden een geweldig gesprek over de Parade of Progress en de Futurliner. Hij stuurde een paar kleurendia's van de Futurliners, waaronder een nachtopname.
Renald had de leiding over het onderhoud van de tentoonstelling "American Crossroads" en hij vertelde dat het heel lastig te onderhouden was. Later dit jaar gaat hij langs bij het museum in Chicago om de opstelling opnieuw te bekijken, waarna hij ons schriftelijk zoveel mogelijk details zal geven die hij zich kan herinneren.
In 1954 of 1955 nam hij een van de voertuigen mee naar New York voor de tv-show van Dave Garroway. De Futurliner kreeg echter pech in wat hij "Pensiltucky" noemde (Pennsylvania/Kentucky). Ze lieten een nieuwe motor aanvoeren vanuit Pontiac, hebben de hele nacht doorgewerkt en haalden desondanks stipt op tijd de uitzending van 09:00 uur de volgende ochtend voor de "Crossroads" demonstratie.
Renald kwam in 1954 bij de Parade werken en bleef tot de definitieve sluiting in juli 1956. Daarna ging hij aan de slag bij Detroit Diesel, waar hij uiteindelijk 32,2 jaar heeft gewerkt.
De stroomvoorziening die de hele Parade van energie voorzag als alles opgesteld stond, bestond uit twee 6-71 200kW generatoren die werden aangedreven door Detroit Diesel-motoren.
In de grote tent hadden ze een koolboogschijnwerper die hij bediende om de exposities uit te lichten. Ook vertoonden ze daar een film waarin de nieuwste straalmotoren uit die tijd te zien waren.
Futurliner #3
Status: Amerika / Volledig gerestaureerd door Kindig-It Design.
Een van de mooist gerestaureerde Futurliners. Dit exemplaar is professioneel gerestaureerd, inclusief de originele demonstratie-opbouw. Tegenwoordig bevindt deze zich in de Albaugh Collection in de Verenigde Staten. Dit is één van de andere die in bezit is geweest van Joe Bortz. De bus is opgeslagen geweest in een loods in Dana, Indiana voordat William Pozzi hem kocht en daarna verkocht, aan het einde van de jaren 90, aan Brad Boyajian (American Movie Trucks) die hem later adverteerde voor $ 600.000 en vervolgens $ 450.000 (Brad is bereikbaar op t 818-419-99889 of brad@advancedbrain.com). Hij werd in 2011 verkocht op een veiling voor $ 247.500 aan Rick White, mede-oprichter van Fusion-IO, een computerhardware- en softwarebedrijf, en later mede-oprichter van Primary Data. Rick had eerder al een Volkswagen busje (23 raampjes versie) laten aanpassen door Kindig-It Design met een Fusion-IO-thema. De restauratie van Futurliner nr. 3 stond centraal in twee afleveringen van de serie Bitchin' Rides op de zender Velocity Channel. Dit waren aflevering 9 en 10 van seizoen 1, die oorspronkelijk direct achter elkaar werden uitgezonden op 28 oktober 2014. De restauratie nam in totaal 19 maanden in beslag. De originele display was 'Power for the Air Age' met een Allison J-35 jet engine. Deze display is ook teruggeplaats in de vorm van een replica Allison. De bus is wederom geveild in augustus 2016, nu door Motorsports Auction Group in Reno. Hoogste bod was 2.6 miljoen dollar, maar is niet verkocht. In 2017 te koop in Hemmings magazine via Ardell Brown Classic Cars in Utah. Blijkbaar is hij verkocht want vanaf 2018 zit hij dus in de Dennis Albaugh Collection. Voor Joe Bortz zitten waarschijnlijk nog Dale Wegner, Dreisbach Cadillac en Mike C. Dale Wegner had er twee, een witte waarvan er foto's zijn en één met een kapotte voorruit. #3 heeft een kapotte voorruit maar is nog wel rood en niet 'Wegner' wit. Dit kan natuurlijk, niemand die het nog weet. Op Futurliner.org staat het volgende bericht dat het verhaal zou ontkrachten dat William Pozzi #3 heeft gehad:
Douglas Dean, zoals jij en ik (red. Don Mayton) ontdekt hebben, zijn de Futurliner in Dana (Indiana) én een van de twee Futurliners op de sloperij in Arizona verkocht en naar Brad Boyajian in Californië gebracht.
Ik heb hem laatst opgebeld: hij wil een van de voertuigen restaureren en later beslissen wat hij met de andere gaat doen. Hij is alleen van plan om het exterieur in de originele staat te herstellen; wat hij met het interieur gaat doen, weet hij nog niet. Ook twijfelt hij nog over de aandrijflijn die hij erin wil leggen. Aan de kwaliteit te zien van het voertuig op de veiling in 2011 is de bus inderdaad alleen aan de buitenkant wat opgeknapt. Dit blijkt ook als Kindig-It hem ontmanteld. Hij is erg slecht.
Futurliner #4
Status: Bestaat, maar niet volledig gerestaureerd of juist volledig gerestaureerd.
Twee kanten kan het op. Bekend als overlevend exemplaar, maar niet rijdend en niet in concoursstaat. Restauratie blijft een mogelijkheid. Het kan de parts bus zijn van Peter Pan menen sommige, dat is de bus van de predikant Oral Roberts. Heel herkenbaar aan de raampjes in de zijwand. De display was 'Diesel Power Parade' en 'Power for the nation's lifelines'. De Ron Pratte / Fido bus is geveild als zijnde #11 maar dit is twijfelachtig. Ofwel de Pratte bus is #4 of #11. Sommige zeggen ook #7 maar dat is inmiddels wel duidelijk, die is nu in Duitsland. Als #4 de Oral Roberts bus is dan hebben we hier het verhaal:
NATMUS verteld het verhaal: De geschiedenis van deze Futurliner is onzeker. General Motors verkocht hem aanvankelijk aan evangelist Oral Roberts, die hem later doorverkocht aan predikant David Wilkerson. EInd jaren 60 of begin 70 beland het voertuig in Mount Vernon waar hij door verschillende mensen herkend wordt en ook het verhaal de ronde doet dat hij van een predikant was. Uiteindelijk belandde het voertuig in een weiland in East Meredith, New York. Hier zijn foto's van. Volgens Picknally (Peter Pan Bus Lines) was dit slechts een carrosserie zonder techniek die als onderdelenwagen werd gebruikt en eigendom was van Peter Pan Bus Lines in Springfield, Massachusetts. Deze onderdelen-Futurliner is inmiddels verkocht aan een particuliere eigenaar., een andere evangelist die de link met Oral Robets kon waarderen. En niet bang is, deze Futurliner is er slecht aan toe. In een van de artikelen werd bovendien vermeld dat er plannen waren om meerdere teams en voertuigen in te zetten die de hele wereld zouden bereizen om de boodschap van "abundant life" (het overvloedige leven) te verspreiden. Voor zover bekend zijn deze plannen echter nooit gerealiseerd. Er zou een Futurliner ingezet worden in Europa en één in Afrika. Of dit ooit gebeurd is niet bekend. Het zouden eventueel de twee verdwenen bussen kunnen zijn. Wie weet. De mensen achter Oral Roberts zijn gecontact door iemand van het team van Ron Mayton maar men wist zich niets te herinneren waar we wat aan hebben.
In 2004 vermeld Futurliner.org het volgende:
Zoals we enige tijd geleden al schreven over de mogelijkheid dat een of twee van de vermiste Futurliners door Oral Roberts voor zijn missiewerk in Mexico en verder zuidwaarts waren gebruikt, deed Howard Sullivan deze winter uitgebreid onderzoek naar die mogelijkheid tijdens een bezoek aan zijn zoon in Oklahoma.
Howard bezocht de Oral Roberts Evangelistic Association in Tulsa. Hij sprak daar met verschillende medewerkers en dook in hun bibliotheek. Dat leverde veel interessante informatie op. In de tijdschriften 'Abundant Life' uit de jaren zestig vond hij foto's en artikelen over het gebruik van een Futurliner bij het missiewerk onder Amerikaanse Indianen in de Verenigde Staten, waarna de bus ook naar Mexico werd gebracht. Howard kreeg 21 originele foto's te leen. Deze worden toegevoegd aan het historische archief dat Mike Ball voortdurend verder uitbreidt. Weer een stukje van de puzzel op zijn plaats. En waarschijnlijk staat er tegenwoordig ergens in Mexico nog een weggeroeste Futurliner.
Ene Paul Neighbour heeft contact opgenomen met het team van NATMUS en uit zijn verhaal komt naar voren dat Oral Roberts er meer moet hebben gehad. Als we dat nu eens konden ophelderen dan hebben we de lijst compleet.
Hierbij het verhaal van Futurliner.org over de Oral Roberts bus. Berichten zijn uit 2001:
Don,
I got a personal letter back from Oral Roberts. He remembers the busses and the tents, but does not know what happened to them. He said that Don Spires and all the team that were with him in those days are all dead and gone. I don't know how to pursue this any further. I already tried calling the Oral Roberts ministry headquarters to see if anyone else knew about the busses and found that none of them were around back then and none of them knew about the busses. I think that when I have time, I will call them back and see if they have a historical record of the ministry that may have pictures of the busses.
Paul Neighbour
Dear Don,
I cannot tell you how excited I am to find your web site with pictures of these wonderful "busses". I have been looking for one for years. It has been a lifelong dream.
You see, in 1959, when I was 5 years old, a friend of my dad's came to see us in his Futurliner which was sporting a brand new paint job. It looked just like the one in the header of your web page including the wide whitewall tires. It no longer said General Motors on the side, but in the same place with the same lettering, it said JESUS SAVES.
My father was a missionary and we lived, at that time, in Brownsville, TX. The man with the bus was Don Spires, a missionary to Mexico. His plan was to preach the gospel to everyone in Central America using the bus as a mobile stage from which to preach.
I was young, but I remember the bus very well. Riding in the "dome" high above the world (or so it seamed to me) was the most exciting rush to me. To this day, I long to drive one. We went to Mexico with Mr. Spires and he and my dad would take turns preaching while my family provided music. The crowds that gathered to see this spectacle of the bus with the lights high in the air, loudspeakers blaring the gospel message stage doors open on the side.
When we drove down the road, cars, trucks, bicycles motor bikes and people running would follow us anxious to break up the monotony of their lives by seeing and touching this "UFO" sort of a phenomena.
If you have any idea of the whereabouts of the bus of my dreams, I would love to know. It may be one of the still-missing busses. It was one of three that belonged to the Oral Roberts organization for whom Don Spires worked.
My recollection is that they had one (Mr. Spires') to use to evangelize Central and South America, one for Africa, and one for Europe. Do you have any knowledge of these buses?
Obviously, I love your web site.
Sincerely, Paul Neighbour
Paul, great information that you gave us. The only information that we have about a Futurliner being used as a Missionary Vehicle is a one line sentence I read in a car magazine stating such. This is the first information I have that Oral Roberts had three such vehicles. We would like to find out more information on this "Missionary" Futurliner. We would like to obtain photos, literature or any information. Do you know anyone that would have such information? Do you have the contacts to see if you can get this type of information. Also give me an e-mail of all the details that you can remember.
What ever you find as far as the Oral Roberts Futurliners and the one used by Don Spires we will put one our web site. We are rapidly putting all the pieces together to have a complete history of the Parade of Progress, the Streamliners used in the first series of the Parade, and the Futurliners. We have extended the history on our web to what became of the 12 Futurliners. So you see we need your help.
Thanks for the interest and the new information.
Don,
My dream has been to find Don Spires old bus to use it in my ministry to troubled youth across America. Before my father went to be with the Lord a little over two years ago, he and I talked about the bus and tired to find information about it with no success. We could not find Don Spires either. Don would be in his early 80's if he is still alive. I have put in a call to Oral Roberts Ministries to try and get some information.
I will give you a bit more detail about the bus as I remember. However, you should know that I was 5 years old when I knew the bus, and that was 42 years ago. I do have a vivid memory back to when I was 2 years old about things that impressed me. This memory has been a life long dream, so I think my memories are mostly clear. I called my 82 year old mother a minute ago, and she has the same recollection as I, except that she never rode in the bus or even went into the cockpit. I did.
It is hard to know where to begin my recollections. I might first say that I told you in my first letter that the lettering on the new paint job said, "Jesus Saves". It did not. My mother and I agree it said, "Vida Abundante!" (Abundant Life). At the back of the bus, the bumper dropped down to make a stair into the rear cabin. There were double doors that opened up to reveal a tall, crowded room. On one side there was a small closet with a toilet in it. On the other side there was a coat closet. There were bunks on the left and right with storage cabinet doors above and below. There were three or four bunks on each side, if I recall correctly. I must say, after looking at the picture of the rear of one of these marvels on your web site, I don't see how there was room in the cabin for all this, but that is what I remember and so does my mother. The stage area was kept open except that there were several hundred chairs stored in there. They were set up in front of the stage when we opened the doors. The only other thing that might interest you, is that the forward entrance was a little different than in the picture. My memory could be faulty here, but I will tell you what I remember. There was a door on the front to one side. On the other side was a smaller door that only a small person could get through. When you went into the larger door, which was really rather small since both my father and Don would have to duck to get in, you came into an engine room. There were two engines sitting side by side. One ran the bus, the other a generator. It was tight, but you walked around the engines to get in. Even I, as a child, found it tight. There was a drop down bunk hanging from the rear bulkhead. This is where Don said he slept on the road. He had a little "window" he could open next to his head. When it was closed, from the outside, it looked just like a compartment door. Next to the bed, was a ladder built onto the wall with only about 4 rungs that you climbed up to get into the cockpit. The hole was small and my dad lifted me through it. He said that they had to take out the stairs to put in a new engine, I believe. Once up stairs, there was a sort of a bench to sit on behind the driver's seat. There was a small chair on either side of him for people to sit. Not right next to the drivers seat, but off-set about half way. There's not much more to tell you. The light bar worked well. Everything looked just like your picture in your header on the outside.
Please keep in contact. I will let you know as soon as I hear back from Oral Roberts.
Your friend, Paul
De site vermeldt verder dat de Oral Roberts-informatie pas in 2004 verder werd onderzocht door Howard Sullivan, die in de archieven van Oral Roberts University oude Abundant Life-publicaties, foto's en negatieven vond.
Dat betekent dat een bewering uit 2001 dat Roberts drie Futurliners had, interessant is als historisch getuigenis, maar dat latere onderzoekers kennelijk maar één daadwerkelijk kunnen documenteren.
Oral Roberts had dus aantoonbaar één Futurliner, de Cathedral Cruiser. Er zijn aanwijzingen dat hij plannen had voor meerdere van dergelijke voertuigen, maar voor een daadwerkelijk bezit van drie Futurliners is vooralsnog geen hard bewijs gevonden.
Ook in dit verhaal duikt weer op dat Oral er wellicht meer dan één had, Oral gelooft dat zelf ook, maar bewijs is er niet.
Een van de interessantere verhalen kwam onlangs van Paul Neighbour en Jim Morris. Jim herinnert zich dat begin jaren vijftig een man bij hem kwam informeren of hij een van de tenten kon kopen voor gebruik bij zijn zendingswerk. Hij stelde zichzelf voor als “Oral Roberts, evangelist”. Jim had destijds nog nooit van hem gehoord, maar was verbaasd dat de man kennelijk geen bezwaar had tegen de geschatte $25.000 die alleen al nodig was om de tent te vervangen, nog afgezien van de draagconstructie en bijbehorende onderdelen.
Paul herinnert zich dat in 1959, nadat de Parade of Progress was beëindigd en hij vijf jaar oud was, een van deze voertuigen door Oral Roberts werd gebruikt. De bus had een nieuwe beschildering gekregen met de tekst “Jesus Saves” op de zijkant. Paul's vader werkte destijds als zendeling in Brownsville, Texas. De man met de bus was Don Spires, een zendeling die in Mexico werkte. Don en Paul's vader gebruikten de bus tijdens zendingsreizen naar Mexico. Paul herinnert zich nog goed hoe spannend het was om “in de koepel” van de bus te rijden en hoe mensen reageerden wanneer ze de enorme bus zagen. Het was een van de drie Futurliners die de organisatie van Oral Roberts bezat. Paul herinnert zich dat het de bedoeling was om er één in Europa, één in Zuid-Amerika en één in Midden-Amerika te plaatsen. Zouden dit de drie vermiste Futurliners kunnen zijn? Heeft iemand anders hier informatie over? Paul schreef naar Oral Roberts en kreeg een reactie waarin stond dat Roberts zich de voertuigen en de tent herinnerde, maar geen idee had waar ze tegenwoordig zijn.
The Drive heeft een mooi artikel met foto's van de Oral Roberts bus, van de hand van Peter Holderith:
De restanten van een gigant
Hij werd een tijdje terug gekocht voor onderdelen, maar rijden doet-ie niet meer. Waarschijnlijk valt er überhaupt niets meer te redden; eerlijk gezegd is het voertuig nauwelijks nog als zodanig te herkennen. Wat overblijft is een reusachtige massa roest en verwarde bedrading, met als enig doel in het leven: onderdelen leveren die nergens anders meer te krijgen zijn. Loop je er een rondje omheen, dan bekruipt je al snel het gevoel dat je naar een onbegraven lijk staat te kijken. Een machine die een waardiger lot had verdiend dan hier te hangen als een soort middeleeuws afschrikaanjagend voorbeeld. Zeker gezien de zeldzaamheid en astronomische waarde van de Futurliner, is het contrast met zijn broers — die voor miljoenen over de toonbank gaan — pijnlijk groot. Maar goed: een sloper blijft een sloper.
Van de twaalf gebouwde Futurliners zijn er acht gered, gerestaureerd of op een andere manier bewaard gebleven. Drie andere zijn in de afgelopen zeventig jaar gesloopt of van de aardbodem verdwenen — waarbij het archiefmateriaal frustrerend summier is. En dan heb je deze nog. We raakten gefascineerd door deze gehavende overlevende, die broederlijk naast zijn in de watten gelegde tweelingbroer staat. We besloten in hun verleden te duiken om zo veel mogelijk van hun geschiedenis te ontrafelen. En als auto's een verhaal konden vertellen, dan heeft dit exemplaar — waarschijnlijk Futurliner nummer 11 — een wilde rit achter de rug.
Wat zegt een nummer?
Voordat we dieper in het verhaal duiken: hoewel General Motors er slechts twaalf van deze monsters heeft gebouwd, is het verrassend lastig te bepalen welk exemplaar je precies voor je hebt. GM heeft de nummers namelijk nergens op de voertuigen zelf ingeslagen; ze stonden alleen op de originele kentekenplaten. Busbedrijf Peter Pan Bus Lines claimt dat hun gerestaureerde exemplaar nummer 7 is, en hun onderdelenbus nummer 11. Er zijn alleen meerdere Futurliner-eigenaren die precies hetzelfde beweren over hún bussen.
Maakt dat wat uit? Niet echt. Mechanisch gezien zijn ze toch allemaal identiek. Het enige verschil zat hem in de specifieke tentoonstelling die via de zijluiken te zien was. Wie wat rondspeurt op fora en liefhebberssites ontdekt al snel dat er binnen de Futurliner-community — want ja, die bestaat echt — heel wat afgediscussieerd wordt over de identiteit van elke bus.
Het gevolg is dat de meeste Futurliners niet bekendstaan om hun officiële GM-nummer, maar om wat er met ze gebeurde nadat ze door GM werden verkocht. Dat maakt het opsporen van hun verleden er niet makkelijker op. Opvallend genoeg is de geschiedenis van de gerestaureerde bus van Peter Pan nogal mistig, terwijl het spoor van verwoesting van de onderdelenbus verrassend eenvoudig te volgen is.
Het karkas
Volgens Scott Macdonald, een voormalig medewerker van Peter Pan die bij de restauratie betrokken was, werd de roestige nummer 11 in 1997 weggehaald uit een weiland in het noorden van de staat New York, vlak bij het gehucht East Meredith. Daarvoor zou de bus in het bezit zijn geweest van Oral Roberts, de beroemde Amerikaanse tv-evangelist. "Peter heeft hem in New York op de kop getikt," vertelt Macdonald, verwijzend naar Peter L. Picknelly, de overleden eigenaar van het busbedrijf. "Dat was de bus van Oral Roberts."
Volgens de site Futurliner.org kocht Roberts het voertuig in de jaren 60 om ermee door Noord- en Centraal-Amerika te toeren als de 'Cathedral Cruiser'. Hoe lang die tournee duurde is niet precies bekend, maar de site bevestigt dat de bus tot in de Mexicaanse regio Veracruz is geweest, en mogelijk nog verder zuidelijk. Na die lange zwerftocht zou hij volgens het boek General Motors Parade of Progress & A Futurliner Returns (2007) zijn doorverkocht aan een andere predikant, David Wilkerson.
Daarna raakt het spoor even bijster, maar één ding is zeker: aan het begin van de jaren 70 dook het voertuig op in de noordelijke buitenwijken van New York City.
Dat wordt bevestigd door reacties onder een artikel op de autosite Hemmings uit 2013 over de restauratie van een ándere Futurliner. We wisten een van die reageerders, Gary Kline, op te sporen. Hij vertelde dat hij rond 1969 of 1970 als klein jongetje dagelijks een Futurliner zag staan tegenover zijn basisschool in Mount Vernon, New York. Hij was er meteen door geobsedeerd.
"Er stond een heel vreemde, rode bus op het gras, een paar meter van de stoep, met panelen van gepolijst staal," vertelt hij. "Ik herinner me een bordje met 'CLERGY' (geestelijkheid) achter de voorruit, vlak boven het dashboard. Of hij toen nog reed weet ik niet; hij leek er al een eeuwigheid op dezelfde plek te staan."
Kline tekende de situatie uit op een kaartje en wist aan de hand van een kerk in de buurt de exacte plek te reconstrueren. "De kerk die toen waarschijnlijk eigenaar was, staat er volgens mij nog steeds. Het gebouw vlak boven de geparkeerde bus heeft een opvallende, bolle voorkant — het lijkt wel op een gigantische pausmuts." Op Klines kaartje stond de Futurliner in de voortuin van het witte huis naast die kerk.
Kline weet nog dat hij destijds een foto van het apparaat heeft gemaakt, maar die is helaas verdwenen. "Ik vond hem er zo bizar futuristisch uitzien dat ik er echt een foto van moest maken," zegt hij. "Helaas is die in de loop der jaren verloren gegaan. Ik heb al mijn oude jeugdfoto's nog doorgespit, maar tevergeefs."
Klines verhaal wordt ondersteund door ene Frederick Mutz, die in dezelfde buurt opgroeide. "Ik herinner me dat ik dat voertuig zag staan en echt met mijn mond open keek," vertelt hij. "Mijn vader werkte bij het spoor, en voor mij voelde dat ding als een stoomlocomotief op rubberen banden."
Een derde reageerder, 'Steve uit NY', herinnert zich hetzelfde: "Ik zag die bus rond 1970 op een autosloop in Mount Vernon. Dat kon niet anders dan een Futurliner zijn. Het leek net een gestroomlijnde trein op luchtbanden." Steve voegde er nog een belangrijk detail aan toe: de eigenaar van de sloop had hem destijds verteld dat de bus inderdaad van een dominee was geweest.
Alles wijst er dus op dat deze mensen rond dezelfde tijd naar exact hetzelfde voertuig hebben zitten kijken. "Ik heb me jarenlang afgevraagd wat voor geheimzinnig ding het nou was, totdat ik jaren later een foto van een Futurliner zag," zegt Steve. "Ik ben enorm benieuwd waar hij daarna is beland."
Hoe Peter Pan aan zijn bussen kwam
Na zijn verblijf in Mount Vernon moet de bus zo'n 240 kilometer naar het noorden zijn getransporteerd, richting een weiland in East Meredith, een gehucht in de Catskill-bergen. Dat is de plek waar busbedrijf Peter Pan hem aantrof. Hoe hij daar terechtkwam, wanneer dat gebeurde en hoe lang hij er heeft gestaan, voordat Peter Pan hem rond 1997 kocht, blijft een raadsel.
We (Peter Holderith van The Drive) hebben wel een paar foto's opgedoken uit de tijd dat hij nog in dat weiland stond weg te kwijnen. Een paar achteraf aangebrachte aanpassingen — zoals een klein zoeklicht op de cabine, zelfgezaagde zijramen en extra elektrisch spul op de carrosserie — bewijzen dat het om dezelfde bus gaat. Destijds wachtend op een redder, net als nu.
Het verhaal achter Peter Pan’s gerestaureerde Futurliner — waarschijnlijk nummer 7 — is een stuk minder duidelijk. MacDonald weet te vertellen dat Peter Pan deze bus kocht van een particulier die oorspronkelijk van plan was hem zelf op te knappen. Toen die erachter kwam wat zo'n restauratie eigenlijk kost, deed hij hem snel van de hand. Peter L. Picknelly, de toenmalige topman van het busbedrijf, nam hem in 1998 over. Volgens Macdonald kwam de bus uit de regio Chicago.
Hoe die particuliere eigenaar aan de bus kwam, is niet helemaal helder. In de jaren 80 kocht autoverzamelaar Joe Bortz vijf Futurliners in de buurt van Chicago van een man die het idee had opgevat om er een restaurant van te maken — een plan dat gelukkig strandde. Bortz verkocht de bussen in de jaren daarna één voor één door. Het ligt voor de hand dat Peter Pan een van deze bussen heeft overgenomen, maar er is één probleem: Bortz beweert bij hoog en bij laag dat hij nooit rechtstreeks een bus aan Peter Pan heeft verkocht. "Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zakendoen met hen heb gedaan," vertelde hij ons.
Toch wijst alles in zijn richting. Van de vijf bussen die Bortz verkocht, weet hij van vier exact waar ze zijn gebleven:
-
Één exemplaar werd in Canada gerestaureerd door de broers Petit (die hem eerst gebruikten voor promotie van mobiele telefoons) en bracht in 2006 op een veiling 4,1 miljoen dollar op.
-
Een tweede bus werd geschonken aan het National Automotive & Truck Museum in Indiana, waar hij nog altijd staat.
-
Nummer drie werd voor de tv-camera's gerestaureerd door Kindig-It Designs in Utah.
-
Nummer vier wordt op dit moment onder handen genomen door het Zweedse bedrijf Jonsson Power.
En de vijfde? Waar die gebleven is, weet Bortz niet meer. Het is indirect bewijs, maar alles wijst erop dat die 'verloren' vijfde bus van Bortz het exemplaar is dat door Peter Pan werd gekocht en gerestaureerd.
Tijdens ons onderzoek stuitten we trouwens nog op een hardnekkig misverstand dat we graag even rechtzetten. In een artikel uit het tijdschrift National Bus Trader uit 2001 werd geclaimd dat de Futurliner uit het weiland in East Meredith het exemplaar is dat is gerestaureerd. Dat zou een prachtig verhaal zijn, maar het klopt simpelweg niet. Oude foto's laten zien dat de bus van Oral Roberts extra ingebouwde zijramen had, en de restanten van die ramen zijn nog altijd te zien in het karkas dat nu bij Peter Pan staat.
Ook al kennen we het verhaal achter de aftandse Futurliner van Peter Pan, het blijft een triest gezicht om hem zo aan zijn lot overgelaten te zien worden. We hebben zijn geschiedenis nu wel grotendeels gereconstrueerd, maar je vraagt je af wat er over een paar decennia nog over is van al die herinneringen, plekken en verhalen.
Als je door het wrak loopt, is het lastig te zien wat er in de loop der jaren is vervangen en wat niet, al lijkt een groot deel van het interieur nog origineel. Oogverblindend zijn de art-deco lampjes, de geperforeerde stof aan het plafond en het enorme vierkante dakraam. Bij de gerestaureerde, rijdende Futurliner zijn veel van deze onderdelen vervangen, al werkte het dakraam daar ook nog.
John Cieplik, bedrijfsleider bij Peter Pan Coach Builders, kon ons niets nieuws vertellen over de geschiedenis van de bussen. Wel liet hij weten dat ze gelukkig nog maar weinig onderdelen van het wrak hebben hoeven slopen om de gerestaureerde bus op de weg te houden. Het karkas bevindt zich momenteel in een curieus niemandsland: ergens tussen een fascinerend stuk autogeschiedenis en een onredbaar stuk oud ijzer. Cieplik benadrukte dat de wél werkende Futurliner te koop staat — wie nog ergens een miljoen dollar heeft liggen, mag hem ophalen — en dat het karkas dan meteen mee moet. "Als die mooie weggaat, gaat deze jongen mee," zei hij. Zonder de gerestaureerde bus heeft het voor het bedrijf namelijk geen enkel nut meer om dit wrak aan te houden.
De laatste halte — voor nu
Als dit wrak inderdaad nummer 11 is, begon zijn leven ooit glorieus toen hij met de tentoonstelling 'March of Tools' door het hele land toerde om het Amerikaanse publiek kennis te laten maken met de nieuwste techniek. Daarna werd hij verbouwd voor kerkelijk gebruik en begon hij aan een tweede, jarenlange zwerftocht over het continent. Het leek erop dat zijn reis rond 1970 zou eindigen op een autosloop in Mount Vernon, maar hij werd gered — om vervolgens tientallen jaren weg te kwijnen in een weiland in East Meredith. Uiteindelijk werd hij uit dat weiland getrokken en naar Springfield gebracht, waar hij nu staat te verstoffen. Een wel heel lange, en zichtbaar uitputtende reis voor een icoon uit de autogeschiedenis. Valt hij nog te restaureren? Ach, alles valt te restaureren. De vraag is alleen wat er ná zo'n restauratie nog daadwerkelijk van het origineel over is. Vooralsnog staat hij erbij als een intrigerende ruïne. Wielrenners die voorbij komen kijken vreemd op, voetgangers krabben zich op de kop en maken snel een foto. Maar dat is misschien wel het mooiste: het karkas zet mensen nog altijd aan het denken. Mij zette het in elk geval aan het denken over wat het allemaal heeft betekend — de Parade of Progress, de ontdekkingsreis van de bus, en het onvermijdelijke stadium van verval.
Futurliner #5 ADF859009
Status: Duitsland / donorrestauratie
Dit exemplaar bevindt zich tegenwoordig in Duitsland en is gebruikt als donorvoertuig voor restauratieprojecten. Deze is door Brad Boyajian omgebouwd tot autotransporter met Cummins diesel. De vooras is gedoneerd aan #10 en de achteras en de achterkant aan #8. Deze #5 is nu ook in bezit van Chrome Cars sinds 2018. De display was 'World of science' en 'Versatile Metal Powder'. In begin 2016 is deze op Mecum aangeboden met een schatting van 800.000 tot 1.000.000 dollar. Hij is niet verkocht, hoogste bod was 500.000 dollar. In november nogmaals aangeboden, hoogste bod nu 400.000. Mike Kadletz had deze in bezit voor Boyajian. Mike Kadletz kocht hem van de sloop in Yuma, Arizona. Joe Bortz heeft hem ook in bezit gehad en gekocht van Mike C. Waar de bus daarvoor is geweest is onbekend. Uit een bericht van 2000 op Futurliner.org haal ik dat Don Mayton op vakantie is gegaan naar California en bij zowel Brad als Mike is geweest. Brad zou er twee hebben, één met schade (#8) en nog één (#3). Maar Mike Kadletz heeft er ook één. Welke is dat dan? Dat is #5, die pas later naar Brad ging. Gezien de tijdlijn is de vooras dan ook niet gedoneerd door Brad, maar door Mike. Net als de motor en bak. Vandaar dat Brad er later een Cummins diesel in bouwt. Als je goed kijkt naar de foto's van de bus als deze bij Mike Kadletz staan dan herken je de patronen van de vlekken op de foto's van de losse achterkant.
Op futurliner.org staat dit verwarrende bericht uit 1999 (verwarrend omdat het eerst om 2 exemplaren gaat en daarna om 1) "Mike Kadletz van Bus Conversions Magazine, Long Beach, Californië, heeft ze onlangs gekocht. Mike en ik hebben al veel informatie kunnen uitwisselen. Aangezien Mikes bedoeling is om de Futurliner te moderniseren om reclame te maken voor zijn ombouwbedrijf, heeft hij ermee ingestemd om de onderdelen die hij niet nodig heeft en die wij wel kunnen gebruiken, aan het museum te schenken. Hij heeft ons al de 220-volt motor toegeschreven die de bovenste verlichtingsvin bedient. Bovendien geeft hij ons de originele motor en transmissie uit zijn Futurliner. Bus Conversions Magazine is te bereiken via 1-800-432-3525 of https://www.busconversionmagazine.com. Bedankt Mike voor al de hulp en het schenken van onderdelen voor de restauratie van het museum."
Ik, Arjan, heb Bus Conversion Magazine in augustus 2026 een mail gestuurd met de vraag of Mike Madletz er toen één of twee heeft gekocht. Misschien heeft Mike er wel twee gekocht en is de andere direct doorverkocht aan Brad en de andere later ook. Het betrof immers #8 en #5.
Ik vond op social media een berichtje van ene Mike Martinez over #5:
This was the one that got its rear end smashed stopping another Futurliner behind it that lost its brakes back in the 30s. Brad Boyajian was the man who owned it. I helped rebuild the cab structure and add the frame/bed. It's an old garbage truck chassis. He owed at least one other Futurliner and many classic cars and trucks.
Dat is gek, want de achterkant van #5 was intact en is juist meegegaan om #8 te kunnen restaureren. Dat is de echter met achterschade. Mensen kunnen zich dingen jaren later niet altijd meer goed herinneren.
Futurliner #6
Status: Amerika / Restauratie
De display was 'Energy & Man' en 'High compression power & energy'.
Na zijn GM-carrière kwam hij via via in bezit van Peter Pan Bus Lines. Joe Bortz beweerd deze bus niet aan hen verkocht te hebben. Er is ook niet direct bekend dat deze bus in zijn bezit was. Er zijn echter foto's van deze bus met #3 met Joe en zijn zoon Marc erop. #6 heeft dus in ieder geval bij hem gestald gestaan. Meerdere mensen hebben beide bussen zien staan en er zijn meerdere foto's van. Tevens is er een foto van de restauratie bij Peter Pan met de bus erop voordat zij aan de slag gingen. Dit is 100% dezelfde bus. Dus als Bortz hem niet direct aan hem verkocht is dan is hij alsnog wel bij hem terecht gekomen. Er is ook een foto van de vaste transporteur van Bortz met een sleepwagen met #6 erachter. Ene Ernie uit Vernon Hills. Iemand tagt ook ene Ernie Vole bij deze foto van Joe Bortz op Facebook.
Peter Pan Bus Lines kocht hem in 1998 in de omgeving van Chicago en in 2000 restaureerde zij de bus voor een geschatte $200.000 en werd deze jarenlang ingezet als promotievoertuig. In 2007 is hij teruggebracht naar het originele GM kleurenschema. In 2024 werd nr. 6 verkocht voor $925.000 aan een particuliere verzamelaar uit Los Angeles, eigenaar van de Caretakers Collection. De vraagprijs van Peter Pan was $ 998.900. De Futurliner ondergaat momenteel opnieuw een uitgebreide restauratie en zal volgens GM (melding via hun website) vanaf december 2025 te zien zijn in het Petersen Automotive Museum (update juli 2026, dit is nog niet gebeurd). Een facebook post van december 2025 van Rob Ida (IDA Automotive) verteld ons dat ze met de letters en ander trim delen bezig zijn. Deze Futurliner krijgt de look van de originele 1940 versie en niet de update van 1953. Deze Futurliner kwam al in nette staat bij Rob Ida begin 2024. Ze werken keihard maar zijn er nog niet. Volg hun facebookpagina voor de mooiste dingen waaronder deze Futurliner. GM vermeld op zijn site news.gm.com dat een Futurliner (deze dus), die oorspronkelijk werd gerestaureerd door de eigenaren van het in Massachusetts gevestigde Peter Pan Bus Lines, die werd verkocht in 2024 aan een ondernemer en voertuigverzamelaar uit Los Angeles, nu weer gerestaureerd wordt.
Op de website dbusiness.com vond ik een mooi verhaal over de restauratie:
Maker van op maat gemaakte racebanen uit Clinton Township herbouwt diorama voor landelijke restauratie van GM Futurliner. Door Tim Keenan – 27 januari 2026
David Beattie van Slot Mods in Clinton Township, links, en Rob Ida staan voor een Futurliner die wordt gerestaureerd bij Rob Ida Concepts in New Jersey. Zodra het voertuig klaar is, zal het te zien zijn in het Petersen Automotive Museum in Los Angeles en uiteindelijk in het GM Heritage Center in Grand Blanc. David Beattie, eigenaar van Slot Mods in Clinton Township, bouwt normaal gesproken ingenieuze en ogenschijnlijk onmogelijke, op maat gemaakte slotcar-racebanen. Nu helpt hij een autoverzamelaar uit Californië en een restauratie-expert uit New Jersey bij het herstellen van een voertuig dat ooit door het land reisde om mensen te inspireren met de mogelijkheden van de toekomst.
Slechts één GM Futurliner is momenteel voor het publiek te bezichtigen. Deze staat in het National Auto & Truck Museum in Auburn, Indiana. Binnenkort komt daar een tweede bij dankzij Ida, Beattie en Matt Katz, eigenaar van de Caretakers Collection in Beverly Hills, Californië. Katz kocht een jaar geleden een van de overgebleven Futurliners van het in Massachusetts gevestigde Peter Pan Bus Lines. Het voertuig werd “in de huidige staat” aangeboden op Facebook Marketplace voor 975.000 dollar — zonder onderhandelingsruimte.
“Ik ben gespecialiseerd in vreemde eenden in de bijt,” zegt Katz, die meer dan 70 auto’s in zijn collectie heeft, waaronder twee Oldsmobile Aerotech concept cars, de Colani Horch Mega-Roadster, een Ferrari 812, een McLaren Speedtail en een Shelby Cobra Mk1. “Er staan auto’s in mijn collectie waar ik als kind van droomde, en er staan wagens tussen waarvan andere mensen droomden om ze te bouwen.”
Het Amerikaanse publiek was gegrepen door de originele Futurliners die voor en na de Tweede Wereldoorlog door het land trokken. Vandaag de dag heeft Slot Mods, dat een futuristisch stadsgezicht (diorama) creëerde voor een herontworpen Futurliner, zich aangesloten bij het team van restauratie-experts. De unieke aard van de Futurliner haalde Katz over om hem aan te schaffen, al is hij van plan de bus na voltooiing uit te lenen aan het Petersen Automotive Museum in Los Angeles en het GM Heritage Center in Grand Blanc.
Nadat de koop rond was, werd de Futurliner naar de werkplaats van Ida in New Jersey gebracht. Die werkplaats moest speciaal worden aangepast om het gigantische voertuig te kunnen herbergen: er was een op maat gemaakte deur nodig, een bovenloopkraan om de grote carrosseriepanelen te hijsen en steigers zodat Ida en zijn twee medewerkers bij de bovenkant konden komen.
“We werken er nu negen of tien maanden aan en hebben enorme vooruitgang geboekt. Het vergde veel meer werk dan we dachten, maar dat is altijd zo,” zegt Ida, die eerder 's werelds snelste motorfiets (de Gyronaut X-1), verschillende Tuckers en een Holman-Moody Ford Falcon-racewagen uit 1963 restaureerde.
“Dit is niet zoals het restaureren van een Chevy uit ’57,” zegt Ida. “Het lijkt meer op een archeologische opgraving. Terwijl je laag voor laag sloopt, komt er nieuwe informatie naar boven. Nadat we hem helemaal hadden gestript, moesten we de gehele carrosserie opnieuw opbouwen.”
Naast het maken van nieuwe carrosseriepanelen moesten Ida en zijn team een kunststof koepel fabriceren voor de bestuurderscabine, die bereikbaar is via een spiraaltrap.
“Het project veranderde van een restauratie in een enorm technisch vraagstuk met veel maatwerk en het maken van onderdelen die absoluut nergens meer te krijgen zijn,” aldus Ida.
Aan elke kant van de voltooide Futurliner komen klapdeuren van circa 5 meter lang die automatisch openen. Daaruit vouwt een diorama uit dat aan de ene kant een futuristische stad toont (van 1,8 bij 3,6 meter) zoals GM-ingenieurs die eind jaren 30 voor zich zagen, compleet met kleine bewegende autootjes die worden aangestuurd door magneten onder de 'straten'. Aan de andere kant komt een scène uit de historische Parade of Progress. Die opstelling bevat een vloot van bewegende, op maat gemaakte Futurliner-slotcars op schaal 1:43.
De uitvouwbare displays en de racebaan moesten eveneens vanaf nul worden opgebouwd, en dat is waar Slot Mods om de hoek kwam kijken. Beattie, een bekende naam in de wereld van autoverzamelaars, werd vanaf het allereerste begin bij het project betrokken. “Toen ik de Futurliner kocht, vroeg ik me af of ik naar een Hollywood-bedrijf moest stappen om het diorama na te maken,” zegt Katz. “Toen herinnerde ik me het werk van Dave en heb ik hem gebeld.” “De reden dat ik voor Dave koos in plaats van een Hollywood-ontwerper is de interactie. Ik vind het heel belangrijk dat, waar dit voertuig ook terechtkomt, een kind een controller vast kan pakken en echt interactief bezig kan zijn.”
Het diorama van de Parade of Progress zal ook een miniatuurversie tonen van de verplaatsbare tent die GM de 'Aer-O-Dome' noemde en die plaats bood aan 1.500 mensen. De tent, die geen interne steunpalen had, werd gebruikt voor lezingen en demonstraties van de nieuwste wetenschappelijke wonderen. GM noemde het “de tent van de toekomst”. Daarnaast maakt Beattie kleine uitvoeringen van de exposities die de rest van de Futurliner-vloot in de jaren 40 en 50 tijdens hun tournees door het land vervoerde. “(Katz) wilde dat ik de originele inhoud van de trucks zou namaken,” zegt Beattie, die verwacht tussen de 300.000 en 500.000 dollar te factureren voor zijn werkzaamheden aan het project, waaronder R&D, ontwerp, fabricage en installatie.
“We hebben uren aan YouTube-video's bekeken om te bestuderen hoe dit mechanisme werkte,” legt hij uit. “Elke stap kostte enorm veel tijd. Het kost me meer dan een jaar om mijn deel voor de Futurliner af te ronden.”
Zodra ze klaar zijn, worden de displays per vrachtwagen naar New Jersey vervoerd en gemonteerd in de volledig gerestaureerde Futurliner.
Wanneer het totale project is afgerond, vermoedelijk eind januari of begin februari, wordt het voertuig op een dieplader naar Los Angeles getransporteerd. Het oorspronkelijke plan was om het in december af te hebben, zodat Jay Leno ermee naar het Petersen Museum kon rijden voor een tentoonstelling, maar die plannen moesten vooralsnog in de ijskast.
Katz, die zijn fortuin vergaarde met de verkoop van zijn fintech-bedrijf Verify aan Visa, wil dat zoveel mogelijk mensen zijn nieuwste aanwinst kunnen zien. Hij geeft aan dat hij het voertuig graag zelf van L.A. naar Grand Blanc wil rijden, met geplande tussenstops onderweg, zodat mensen hem met eigen ogen kunnen bewonderen — net zoals bij de originele Parade of Progress. “Ik denk dat mijn mond openvalt als ik hem dadelijk klaar zie,” zegt Katz. “Het is zo'n prachtig ontwerp. De beslissing om terug te keren naar de glazen koepel van de originele versie geeft de bus echt zijn energie en unieke karakter.”
Futurliner #7
Status: Duitsland / Restauratie
Nr. 7 – “Out of the City Muddle”
Futurliner nr. 7 presenteerde tijdens de Parade of Progress de tentoonstelling “Out of the City Muddle”, waarin GM de problemen rond stedelijke verkeersdrukte en snelwegcongestie liet zien en mogelijke oplossingen voor de toekomst presenteerde. Dit is de 'Tom Learned' bus die onder een luifel in de sneeuw is weggehaald.
Na zijn periode bij GM werd de Futurliner in 1956 verkocht aan Square D Electrical, dat hem gebruikte als promotievoertuig. Rond 1960 werd hij ingezet als servicewagen voor een raceteam uit New Hampshire. In 1964 kwam hij terecht bij Beaulieu’s autosloperij in New Hampshire, waar hij met een lege tank werd achtergelaten. Daar bleef hij ongeveer twintig jaar staan. In 1984 ontdekte restauranteigenaar Kendrick Robbins de Futurliner tijdens zijn zoektocht naar een mobiele saladebar. Hij kocht het voertuig voor 3.000 dollar en haalde het pas begin jaren 90 naar zijn terrein in New Hampshire. Door de jaren heen raakte de wagen verder in verval. Veel onderdelen, waaronder deuren, motor, transmissie, ruiten en interieurdelen, werden verwijderd en opgeslagen.
In 2000 ontdekte NATMUS Futurliner-restaurateur Don Mayton het voertuig na een lange zoektocht. Hij fotografeerde de wagen en documenteerde de slechte staat waarin hij verkeerde. In 2005 besloot Robbins het voertuig te verkopen omdat hij verhuisde en de Futurliner moest worden verplaatst.
De nieuwe eigenaar werd Tom Learned, die de Futurliner in november 2005 liet bergen onder zeer moeilijke omstandigheden. De wagen stond half vastgevroren achter een oude schuur en moest met lieren en sleepmateriaal worden verplaatst. Bij het ophalen bleek dat grote delen van de carrosserie beschadigd waren, maar dat veel originele onderdelen nog aanwezig waren. In een droge opslagruimte vond Learned onder andere deuren, interieuronderdelen, bekleding, schakelaars, trimdelen en documentatie uit de vroegere Square D-periode.
De identificatie als Futurliner nr. 7 is gebaseerd op verschillende aanwijzingen. Learned vond op tientallen onderdelen markeringen met “Job #7”, waaronder op interieurpanelen, bekleding en tanks. Daarnaast kwamen de gevonden Square D-documentatie en de bekende gebruiksgeschiedenis overeen met het verhaal van nr. 7.
Learned begon met de conservering en voorbereiding voor een volledige restauratie. De Futurliner werd veilig binnen opgeslagen en onderging onder meer zandstralen, metaalwerk en conservering.
In 2017 verkocht Tom Learned de Futurliner aan ChromeCars in Duitsland, dezelfde eigenaar als van Futurliner nr. 5 en 9. ebay geeft zelf aan dat de verkocht is voor $ 495.000. Dus niet rechtstreeks gekocht Tom Learned maar via eBay. Daar wordt hij waarschijnlijk verder gerestaureerd en uiteindelijk behouden als een van de weinige overgebleven exemplaren. Er bestaat enige discussie rond de identificatie van nr. 7, omdat ook Peter Pan Bus Lines een Futurliner met dit nummer claimde, dit moet echter #6 zijn. De wagen van Learned/ChromeCars wordt door veel liefhebbers en onderzoekers gezien als het authentieke exemplaar, mede dankzij de gevonden “Job #7”-markeringen en de aansluitende historische gegevens. #7 is inmiddels doorverkocht aldus Christian Zöllner van Chrome Cars in een bericht uit 2024.
Verhaaltje van Futurliner.org:
Gesproken met Kendrick Robbins over zijn Futurliner. Hieronder volgt nog een klein stukje geschiedenis van zijn Futurliner. Hij vertelde dat hij heeft gesproken met de (inmiddels overleden) eigenaar van de sloperij waar hij zijn Futurliner vandaan heeft gehaald. De eigenaar van de sloperij vertelde dat er op een dag een man kwam aanrijden in deze vreemde bus en wilde weten of hij deze machine wilde overnemen. Terwijl ze stonden te praten, kwam de Futurliner zonder benzine te zitten. De sloperij gaf aan dat ze de Futurliner wel wilden hebben. Vervolgens hebben ze aan de achterkant de remleidingen doorgesneden en de Futurliner met een tractor 50 meter de sloperij op geduwd. Daarbij hebben ze de achterbumper in elkaar gedrukt. De sloperij heeft het bovenste luik bij de bestuurder open laten staan. Bovendien ontbrak het luchtfilter van de motor. In de loop der jaren is er zoveel water in de motor gelopen dat de carterpan is doorgeroest. Hij is daar zo jarenlang blijven staan totdat Ken hem kocht.
Voordat hij op de sloperij terechtkwam en naast zijn gebruik als demonstratievoertuig voor "Square D", is het op een gegeven moment een mobiele werkplaats geweest voor een raceteam. Aan de binnenkant stonden een draaibank en wat reparatieapparatuur voor de racerij. Ken is er tot op heden niet in geslaagd om te achterhalen welk raceteam dit was. Het kan zijn dat Square D een race team sponsorde. Twee bronnen hebben dit bevestigd (Indiana en New Hampshire).
Berichtje van de broer van Kendrick Robbins, Jeff:
Don,
Mijn naam is Jeff Robbins en Kendrick is mijn broer. Hij heeft de Futurliner afgelopen zomer inderdaad naar zijn boerderij in Maine gebracht. Hij is nu bezig zijn oude ‘Post & Beam’-schuur te verstevigen, zodat deze het gewicht van de Futurliner kan dragen. Op die manier kan hij de restauratie daar, op een droge plek, voortzetten.
Ken is al jarenlang onderdelen aan het verwijderen en in een droge omgeving aan het opslaan om verdere achteruitgang te voorkomen. Het kan je daarom nog wel eens verbazen dat hij de meeste onderdelen waarvan jij dacht dat ze ontbraken, daadwerkelijk in zijn bezit heeft. Hij wist tot voor kort niets van je uitgebreide website. Pas toen ik hem begin januari 2002 ontdekte, kwam hij ermee in aanraking. Toen hij voor het eerst door je website begon te bladeren, had hij volgens mij het gevoel dat hij ‘was gestorven en in de hemel terecht was gekomen’.
Ken heeft zelf een omvangrijke verzameling informatie over Futurliners, maar die valt duidelijk in het niet bij de hoeveelheid gegevens en foto's die op jouw website te vinden zijn.
Ken is momenteel tot eind januari op vakantie in Florida. Bij zijn terugkeer zal hij contact met je opnemen. Hij kijkt ernaar uit om met je te praten en zijn aanbod om enkele originele onderdelen beschikbaar te stellen opnieuw te doen. Ik denk dat je hem dit jaar ook op jullie reünie kunt verwachten. Ook ik heb met veel plezier door je website gekeken en waardeer de tijd en moeite die zowel in de website als in het restauratieproject zijn gestoken.
Bedankt dat je een belangrijk stukje autogeschiedenis bewaart!
Met vriendelijke groet,
Jeff Robbins
Norfolk, Massachusetts
Futurliner #8 ADF859017
Status: Zweden / Restauratie
Momenteel wordt deze Futurliner gerestaureerd door Nicklas Jonsson in Zweden aldus NATMUS.
In 1956 raakte deze Futurliner zwaar beschadigd toen hij van achteren werd aangereden door een andere Futurliner waarvan de remmen het hadden begeven tijdens een bergachtige route (volgens het verhaal van een van de voormalige Parade-deelnemers). De schade was zo groot dat GM besloot het voertuig niet te repareren en het uit dienst te nemen. In 1959, toen GM een Futurliner schonk aan de Michigan State Police, gaf het bedrijf ook deze beschadigde Futurliner mee als bron voor reserveonderdelen. GM vulde het interieur zelfs volledig met onderdelen (van de gecrashde bus?)..
Vanaf het moment van de aanrijding voerde de leiding een strikte veiligheidsregel in: Futurliners moesten op de snelweg minimaal 300 voet (circa 90 meter) afstand van elkaar bewaren. Alle voertuigen hadden radio's, maar alleen het voorste en achterste voertuig hadden een zender. Wat ik mij wel afvraag, welke bus is er achterop gereden en heeft dus ook schade gehad?
Nadat de politie hun "goede" Futurliner uiteindelijk uit dienst had genomen in 1967, werd de onderdelen-Futurliner verkocht aan Jack en Bill Braun uit Spring Lake, Michigan, die hem gebruikten ter promotie van hun autosloperij. Zij kochten de bus in 1969 via een veiling van de staat Michigan. Futurliner.org zegt dat beide Futurliners werden verkocht aan deze truck sloperij in Kalamazoo voor $ 1.200 per stuk. Dat zou betekenen dat ze beide daar waren. Volgens een ander stuk op de site waar de Braun broers zelf vertellen zouden ze beide bussen voor $ 1.100 hebben gekocht. Halverwege de jaren tachtig werd het voertuig verkocht aan Brent Knight uit Roselle, Illinois. in 1989 komt de bus Bij Joe Bortz terecht. Eind jaren negentig werd de Futurliner teruggevonden op een autosloperij in Yuma, Arizona. Daarna werd hij verkocht aan William Pozzi, die hem vervolgens, samen met Futurliner nr. 3, verkoopt aan Boyajian. In 2007 verkocht Boyajian nr. 8 aan Nicklas Jonsson in Zweden, samen met het nog goede achterste gedeelte en carrosseriedelen van nr. 5. De display was 'Around the farm house clock'.
Futurliner #9
Status: Duitsland / Restauratie
Dit exemplaar staat sinds 2016 bij Chrome Cars in Duitsland blijft in privé eigendom.
Bob Valdez kocht deze voormalige Makita Tools-promotiewagen in 1984 en gaf hem een rood-wit-blauw thema in Amerikaanse vlagstijl. Hij bouwde de Futurliner om met een bar in een Art Deco-stijl.
Afgezien van mogelijk nr. 10, was Futurliner nr. 9 jarenlang een van de meest opvallende exemplaren. Dat kwam niet alleen door het opvallende kleurenschema. Na de aankoop door Bob Valdez in 1984 werd #9 een opvallende verschijning in de San Fernando Valley. Valdez woonde in Sherman Oaks en gebruikte de Futurliner regelmatig, waardoor de bus in de jaren tachtig en negentig op verschillende plaatsen in de omgeving werd gezien. Waarnemingen noemen onder meer Sherman Oaks, Van Nuys, Moorpark en locaties achter Guitar Center (Ventura Boulevard).
Het was juist deze Futurliner die Don Mayton tijdens een zakenreis in Californië zag. Bij een verkeerslicht in Palm Springs zag hij #9 en heeft er toen foto's van gemaakt. De ontmoeting inspireerde hem om zelf een Futurliner te restaureren — wat uiteindelijk leidde tot de restauratie van Futurliner nr. 10.
Nr. 9 werd door ChromeCars naar Duitsland gehaald en krijgt alleen een update in het interieur werd in eerste instantie vermeld. Op facebook is in een bericht uit 2017 op te maken dat hij toch gerestaureerd wordt maar in de kleuren van Bob Valdez blijft. Opmerking: deze Futurliner heeft tijdens een transport ooit in een greppel gelegen. Deze had geen display maar was de ontvangstruimte. De restauratie duurde van 1984 tot en met 1990. In 1998 heeft deze in MotorHome magazine gestaan. Hij zou toen voor 90% af zijn en de ombouw had zo'n $150.000 gekost. De motor is een 366 ci GMC benzinemotor met een Allison 4 speed. Hij heeft twee versnellingsbakken en heeft ruim 8.000 mijl gereden sinds de restauratie. Deze heeft al eens de 80 mph gehaald. Contactgegevens waren in 2013: Bob Valdez, 8800 Eton Ave SPC #87, Canoga Park, CA 91304, 818-7097572.
Op een blog van Van Nuys Boomers kwam ik foto's tegen van #9 voor de restauratie. Hieronder de tekst van dit blog:
In 1994 zagen mijn vriend Grant en ik dit bijzondere voertuig in een zijstraat van Vanowen Street, tussen Havenhurst en Balboa Boulevard. Grant vertelde dat hij het voertuig eerder op Ventura Boulevard had gezien. Hij wist dat het afkomstig was van een wereldtentoonstelling, maar wist niet meer welke. Die avond ben ik wat onderzoek gaan doen en ontdekte ik dat het voertuig afkomstig was van de New York World's Fair van 1939. Dat sprak me aan, omdat mijn vader die wereldtentoonstelling had bezocht en er af en toe over vertelde. Misschien had hij destijds wel precies deze bus gezien.
Uiteindelijk legde ik de foto's weg en vergat ik ze, totdat ik ze vorige week weer tegenkwam en inscande. Deze keer ben ik meteen het internet opgedoken om meer informatie te vinden. Ik denk dat de bus op onze foto's toebehoorde aan iemand uit Los Angeles. Twee van de bussen werden aan Californië toegeschreven. Volgens het artikel arriveerde de andere bus pas rond 1999 in Californië. Op een andere website stond een foto van dezelfde bus. De schrijver vermeldde bovendien dat hij de bus eveneens op Ventura Boulevard had gezien.
Een verhaaltje op futurliner.org:
Conrad (Connie) Vaughan
616 N. Wilson
Royal Oak, MI 48067
Hallo Don,
Ik heb je brief onlangs ontvangen en heb me afgevraagd hoe ik het beste aan dit project kan bijdragen. Ik heb de laatste achttien maanden van de tournee met de Parade meegemaakt en was betrokken bij de ‘eindoplossing’, oftewel het afbreken en opruimen van alle apparatuur. Dat gebeurde in een loods in Hamtramck.
Tijdens de laatste dagen van die werkzaamheden ging het gerucht dat de Futurliners zouden worden gesloopt. Dat leek me zonde, na al die uren die ik had doorgebracht met zo’n kolos, meestal nummer 9. Er was ook die keer dat ik was ‘uitverkoren’ om een Futurliner met een nieuwe motor van San Antonio naar El Paso te begeleiden, nota bene op nieuwjaarsdag. Met een snelheid van maximaal 65 km/u.
Hoe dan ook, het was een soort liefdesgeschiedenis geworden met een behoorlijk interessant stukje geschiedenis. Toen de geruchten over het slopen van de Futurliners steeds sterker werden, heb ik, om een lang verhaal kort te maken, een extra wieldop meegenomen. Tot op de dag van vandaag is het een prachtig ding. Hij is gemaakt van roestvrij staal en ik kan me geen betere bestemming voorstellen dan dat hij onderdeel wordt van jouw project.
Als je iemand in de omgeving van Royal Oak kent die naar Auburn gaat, laat diegene dan contact met me opnemen. Zo niet, dan kan ik altijd wel een manier bedenken om hem naar je op te sturen.
Ik hoor graag van je.
Futurliner #10 ADF859010
Status: Amerika / Volledig gerestaureerd en rijdend
Eigendom van het National Automotive and Truck Museum (NATMUS) in Auburn, Indiana. Dit is een van de bekendste Futurliners en verschijnt regelmatig op evenementen. Deze Futurliner werd aanvankelijk verkocht aan muzikant Vic Hyde (Niles, Michigan). In de bestuurdersruimte van de Futurliner van Vic Hyde werd een logboek gevonden waarin de dagelijkse gereden kilometers waren bijgehouden. De registratie eindigde bij 25.000 mijl, precies de kilometerstand die de teller aangaf toen het voertuig werd gekocht van GM. Inmiddels weet ik dat Vic Hyde niet #10 had maar #3. Zie hieronder de uitleg. Later (eigenlijk dus direct na GM) maakte #10 een tour door het Midwesten als promotievoertuig voor Goebel-bier uit Detroit. Zij kochten hem in 1956 en verbouwde hem flink. Frank Frye reed hem vanaf 1957/1958. Daarna nam zijn broer Jack Frye het over. Goebel zette hem is als Goebel Land Cruiser. Toen Goebel rond 1960 in financiële problemen raakte, verkochten zij de bus aan Pulte Construction in Detroit. De chauffeur van Goebel (Jack Frye) werd ook ingehuurd door Pulte. Pulte wilde de gigantische bus gebruiken om een nieuw huizenbouwproject in Florida te promoten. Tijdens de rit naar het zuiden kreeg de bus bij Perry (Florida) echter een motorbrand na een kapotte drijfstang. De bus is daarna naar de bouwlocatie van Pulte gesleept. Na verloop van tijd (jaren 70) belandde het voertuig bij Cadillac-dealer Dreisbach & Sons in Detroit, Michigan, waar hij jarenlang als blikvanger/uithangbord heeft gestaan. In foto's uit 1975 valt te zien dat hij was gaan roesten, de bumper ontbrak en de GM letters weg waren. Deze en een andere van Dreisbach (De witte Wegner #6) en de rode #3 van Vic Hyde (zie verderop) werden gekocht door een restauranteigenaar die ze wilde ontmantelen. Volgens Joe Bortz ene Mike C. Deze restauranteigenaar had er zelfs twee bijgekocht (de Michigan State Police bussen). In de jaren 80 werden ze echter overgenomen door Joe Bortz die inzag dat het zonde was om er de zaag in te zetten. Omdat ze beide in de horeca zaten overtuigde Joe hem ze aan hem te verkopen. Bortz schonk #10 in 1992 aan het National Automotive and Truck Museum of the United States in Auburn, Indiana toen hij erachter kwam dat restauratie van de 5 er niet in zou zitten. Tussen 1999 en 2007 werd de Futurliner in Michigan volledig gerestaureerd door Don Mayton (voormalgi GM Plant Manager) en een door hem samengesteld team. In 2017 keerde de bus terug naar het museum, na veel getourd te hebben langs verschillende evenemente, waar hij momenteel te bezichtigen is. Display was 'Opportunity for youth'. De winnende Fisher Body Craftsman Guild automodellen werden er tentoongesteld. Ook de 'Three Dimensional Sound' Exhibition hoort bij #10.
Dat het vaststellen van de eigenaren van de Futurliners lastig is zeggen de volgende twee verhalen:
Ingezonden brief van Bob Bryant uit Notre Dame, Indiana in het blad Hemmings Classic Car van sept. 2019 (#180):
THE ARTICLE ON GM’S PARADE OF PROGRESS in HCC #177 was interesting. On page 86 is my friend Vic Hyde’s Futurliner; the pockmark where a projectile hit the center of the windshield appears visible. Vic had the Futurliner parked behind his home in Niles, Michigan. He envisioned using the Futurliner as a traveling stage as he was a one-man-band entertainer, but that didn’t work out for a variety of reasons. The Futurliner was then donated to the NATMUS Museum in Auburn, Indiana, many years ago.
Futurliner.org vermeld deze tekst uit de maart/april 1977 editie van 'Special-Interest Autos, geschreven door Bill Williams. Hieruit kun je niet herleiden of Vic Hyde de bus direct kocht in 1956 of in de jaren 70, wat vreemd zou zijn want hij was toen al aardig vervallen tijdens het bezit van Dreisbach & Sons. Goebel zegt hem namelijk gekocht te hebben in 1956. Inmiddels weet ik hoe het komt, het is namelijk niet #10 maar #3.
Vic Hyde (1913-1995) uit Niles, Michigan is de eigenaar van GM Futurliner #10, die in 1940 werd gebouwd als een van de twaalf exemplaren. Van zes andere is bekend dat ze de tijd hebben overleefd, maar die van Vic lijkt in de beste staat te verkeren. We vroegen Vic om ons meer te vertellen over zijn Futurliner. Hier is zijn verslag:
"Ik heb gehoord dat GM $1,25 miljoen neertelde voor de hele reeks, wat neerkwam op een investering van zo'n$ 100.000 per stuk. Ik denk dat een van de redenen dat ze ze 'Futurliners' noemden was dat ze vol zaten met zeer geavanceerde snufjes — zoals de schuivende panelen van gegolfd roestvrij staal, 'Autronic Eye'-koplampbediening, 'bubble'-cabines met airconditioning, dual-range Hydra-Matic-transmissie, dubbele voorwielen, stuurbekrachtiging, enzovoort. Ik vond in de cabine een schrijfblokje met een logboek waarin elke dag de mijlenstand werd bijgehouden. Dat verslag stopte bij 25.000 mijl, wat exact is wat de teller aangaf toen ik dit apparaat kocht. Ik ben muzikant en entertainer en hoopte de bus oorspronkelijk te gebruiken om mee op tournee te gaan, maar ik kwam erachter dat ik er geen geschikte verzekering voor kon krijgen."
Na even zoeken bleek HCC (Hemmings Classic Car magazine) #177 online te staan en bevat exact het hieronder genoemde artikel uit 'Special-Interest Autos uit 1977. Wat een toeval! Hieruit kun je echter afleiden dat Vic Hyde op dat moment de bus in bezit moet hebben. Dus dan zou hij de vervallen bus van Dreisbach inderdaad gekocht hebben om op te knappen en om te bouwen tot tourbus. Er wordt gesproken over een schade aan de voorruit. Op de foto bij het artikel zie je een beschadiging aan de ruit en zie je een bus in GM outfit, dus met de originele kleuren en teksten rondom. Dan zou Vic dus niet #10 hebben gehad. Argh... Ik ga ervan uit dat Bob Bryant deels gelijk heeft maar dat wellicht de bus toch niet gedoneerd is, dit was immers een andere bus. Zou dit de Dreisbach/Wegner bus #3 zijn? Die bij Bortz stond met een nog veel kapottere voorruit? Even de foto's vergeleken en dit is hem! Vic Hyde had #3! Hoe lang is onbekend, maar in een brief van Braun aan Bortz uit 1988 blijkt dat hij hem verkocht had, dat kan dus recent zijn.
Wie Vic was is ook nog wel interessant:
Vic Hyde (1913-1995), bekend als de "moderne rattenvanger van Hamelen", "multitrompettist" en "internationaal muziekfenomeen", is woensdag na een periode van ziekte overleden in het Alachua Nursing Center in Gainesville, Florida. Hij werd 82 jaar. Hyde, die woonde in Hawthorne, Florida, en voorheen afkomstig was uit Niles, verhuisde daarheen in 1981. Met zijn komische one-man-bandshow reisde hij de hele wereld over. Zijn optreden omvatte zo'n 65 muziekinstrumenten, waarvan hij er soms meerdere tegelijk bespeelde.
In 1978 trad hij op tijdens het Four Flags Area Apple Festival in Niles. Volgens The Tribune was dat de eerste keer in zijn vijftigjarige carrière dat hij in zijn geboorteplaats optrad.
In de jaren dertig en veertig speelde hij onder meer voor Rudy Vallee, Sophie Tucker, Guy Lombardo, Liberace, Ella Fitzgerald, Lawrence Welk en Frank Sinatra. Later trad hij ook op voor The Osmonds, Bob Hope, Johnny Cash en Bobby Darin. Daarnaast verzorgde hij optredens voor de koningin van Engeland en voor de Amerikaanse presidenten Harry Truman, Dwight Eisenhower en Gerald Ford.
Vic Hyde werd in Chicago geboren als Victor Heide. Hij veranderde later de spelling van zijn achternaam nadat hij post ontving waarin hij vanwege de Duitse naam "Heide" voor nazi werd uitgemaakt. Hij was een gepassioneerd verzamelaar en restaurateur van antieke auto's. Op een gegeven moment bezat hij zelfs de grootste verzameling driewielige voertuigen ter wereld.
En om het compleet te maken vond ik dit stukje in the Futurliner Newsletter van NATMUS waarin ze een verhaal hebben geplaatst over Donny Orebaugh die connecties heeft met Dale Wegner en dit verteld:
At our Martinsburg, WV show in Sept., Donny Orebaugh of Harrisonburg VA told us that a Chevrolet dealer in Harrisonburg had a Futurliner sometime between 1965 and 1972 and it was used for band concerts in the area. Donny visited us again at the Carlisle show and provided the name of the retired dealer (Dale Wegner). Dale lives in Harrisonburg and Stu Allen (one of our volunteers from Staunton, VA) was able to visit him to talk about the Futurliner. So far, we know that Dale Wegner was one of a group of dealers that purchased ten Futurliners in the mid 60's. He says that Dick Knapp who ran Anchor Motor Freight, (car haulers for GM) got them all involved in buying these surplus GM vehicles. Dale's mentor, Tom Dreisbach, had two more Futurliners at his Cadillac dealership in Michigan. Dale had his wrecker driver pick up the Futurliner in Detroit and drive it to Virginia. Dale had it repainted mostly white with his Chevrolet dealership logo (Wegner Chevrolet) and used it for advertising his dealership. He loaned the vehicle to community groups as a travelling stage around the area and it was used at the county fairgrounds. Dale says that some time in the early 70's he talked to Tom Dreisbach and found out that the Dreisbach Futurliner had a broken windshield. Since the Wegner Chevrolet Futurliner was no longer being used he gave it to Dreisbach and it was returned to Detroit. Our #10 Futurliner had the Dreisbach and Cadillac logo still visible when we got it. We have information that around 1990 or 1991, Dreisbach sold the three Futurliners which were taken to Chicago. Most likely, our #10 Futurliner, the Wegner Chevrolet Futurliner and a third unit were the three that ended up with Joe Bortz in Chicago. Mr. Wegner gave Stu one picture of his Futurliner and believes he has more. He is going to follow up with some of his contacts from Dreisbach Cadillac to give us some additional history. We’ll update as more information becomes available.
Het Goebel verhaal:
Fred en Marge Carpenter hebben een zaak in auto-memorabilia. Ze staan op tal van autobijeenkomsten in de oostelijke helft van het land. In 2004 stonden ze op de jaarlijkse Oldsmobile Homecoming, waar ze onder meer wat documentatie over de Futurliner bij zich hadden. Fred en Marge hebben ons project geweldig geholpen door het via hun zakelijke netwerk onder de aandacht te brengen. Al Batts had verschillende kleurenbrochures gemaakt zodat onze vrijwilligers iets hadden om te laten zien. Fred had een van die brochures opgehangen in hun stand in Lansing. Een bezoeker zag het boekje en riep meteen tegen Fred dat hij de bestuurder van de Goebel Futurliner kende. Fred droeg de stand direct over aan Marge en knoopte een gesprek met de man aan.
Om een lang verhaal kort te maken: de bezoeker beloofde ervoor te zorgen dat de oud-bestuurder van de Goebel Futurliner contact met Fred zou opnemen. Niet veel later kreeg Fred inderdaad een telefoontje van Frank Frye, die eind jaren 50 voor Goebel Beer werkte. Hieronder lees je het verhaal van Frank en Jack Frye, zoals Fred dat telefonisch en per brief ontving.
De Goebel Land Cruiser werd aangekondigd als "Een nieuw concept in public relations!" Het voertuig kon worden ingezet voor picknicks, braderieën, inzamelingsacties, optochten, toespraken, shows en andere buitenactiviteiten.
"De pr-afdeling van de Goebel Brewing Company uit Detroit kocht Futurliner #10 (onze huidige Futurliner) in 1956. Goebel liet hem opknappen bij een standbouwbedrijf in Detroit. (Op een zwart-witfoto is de rechterkant te zien met belettering vlak boven de aluminium sierlijst, en de tekst GOEBEL BEER op de voor- en zijkanten.)
Bij deze opknapbeurt werd de rechterzijde omgebouwd tot een podium voor de sprekers van Goebel. Op de foto hieronder zie je Frank Frye zelf in actie tijdens een toespraak. Aan de linkerkant zat een miniatuurbrouwerij die liet zien hoe het bier van Goebel werd gebrouwen.
Frank Frye werd in 1957 of 1958 de eerste bestuurder. Tijdens zijn studie werkte Frank al als parttime gids in de Goebel Circus Room. Na zijn studie stapte hij over naar de baan als fulltime chauffeur, wat hij zo'n twee jaar heeft gedaan. Volgens Frank werd de wagen in het begin alleen in Michigan gebruikt. Maar omdat Goebel hun bier ook verkocht in het French Quarter van New Orleans, herinnert Frank zich dat hij er een week of twee, drie naartoe is gereden.
Achter de bestuurdersstoel had Frank altijd een koelbox met blikjes bier staan. Dat bier was uitsluitend bedoeld voor de lokale bierdistributeur die het evenement sponsorde; het publiek kreeg niks. Toen in Lansing de radiateur lek raakte en de motor oververhit raakte, giet Frank een paar blikken bier in de radiateur. Zo kon hij langzaam naar de dichtstbijzijnde GM-dealer rijden. Dankzij deze noodoplossing kwam hij toch nog op tijd aan bij het volgende evenement. Omdat de Futurliner een complete en krachtige geluidsinstallatie had, werd de wagen door organisatoren vaak gebruikt als centraal podium bij allerlei buitenactiviteiten. Vooral dorpsfeesten in de kleinere steden van Michigan maakten er graag gebruik van, maar ook braderieën en optochten waren populair.
Toen Frank in 1958 bij Goebel stopte om zijn masteropleiding te vervolgen, nam zijn broer Jack Frye het stuur van de Land Cruiser over. Kort daarna kreeg Goebel Brewing te maken met financiële problemen, waardoor ze in 1960 moesten stoppen met het Land Cruiser-project. De brouwerij werd in 1964 uiteindelijk overgenomen door Stroh Brewery Company. Vandaard dat iemand een link dacht te hebben tussen Stroh en een Futurliner, maar dat is #10 geweest.
Jack Frye werd ontslagen en Goebel verkocht de Land Cruiser aan Pulte Construction in Detroit. Pulte nam Jack vervolgens weer in dienst om het voertuig naar Florida te rijden, waar ze een groot nieuwbouwproject wilden promoten. Ten zuidoosten van Tallahassee, vlak bij het stadje Perry, sloeg er echter een drijfstang door het motorblok en vloog de wagen in brand. Jack moest zich snel uit het voertuig veiligstellen en hulp inschakelen. Hij herinnert zich ook nog dat er een verslaggever van de lokale krant naar de plek van het ongeluk kwam om foto's te maken. Vervolgens zorgde Jack ervoor dat het voertuig naar de bouwplaats van Pulte werd gesleept, waarna hij zelf terugkeerde naar Detroit."
Waar was #10 tijdens de restauratie (1998–2006)?
Hoewel het voertuig eigendom was van NATMUS (het National Automotive and Truck Museum in Auburn, Indiana), stond hij tijdens de restauratie niet in het museum zelf.
-
De locatie: Een schuur/werkplaats in Zeeland, Michigan (nabij Grand Rapids).
-
Waarom daar? NATMUS had in de jaren '90 zelf niet de middelen en mankracht om een project van deze omvang aan te pakken. Projectleider Don Mayton stelde een "Partner Program" voor: hij verzamelde een team van zo'n 25 tot 30 toegewijde vrijwilligers in West-Michigan. Zij brachten de bus naar Michigan om hem daar stap voor stap, met gesponsorde onderdelen en donaties, te restaureren.
De speciale banden is nog een verhaal apart. Hoewel de 10:00 x 20 banden met witte wangen een gangbare maat waren voor vrachtwagens, waren de originele Futurliner-banden voorzien van letters met de tekst General Motors Parade of Progress U S Royal Fleetway. Don probeerde een bandenfabrikant te vinden die nieuwe banden met deze opstaande letters kon maken. Uiteindelijk bleek de Coker Tire Company daartoe bereid, mits Don ze een originele band stuurde om te kopiëren. De kosten voor het ontwerpen en ontwikkelen van de gietvorm vielen echter buiten het budget van het museum met $ 35.000. In diezelfde periode restaureerde Ron Pratte Futurliner nr. 11. Hij had eveneens banden nodig en hoorde van Don Maytons onderzoek. Coker Tire Company was de enige fabrikant die de moeite had genomen een offerte uit te brengen. Het museum kon echter niemand vinden die de kosten voor de mal als donatie op zich wilde nemen waarop hij aanbood de kosten voor de gietvormen voor zijn rekening te nemen. Don stuurde een van de originele banden naar Coker Tire Company. Coker liet vervolgens zijn engineers een mal ontwerpen. Daarna liet Coker een prototypeband maken, werden er tests uitgevoerd en werden zowel DOT-goedkeuring als goedkeuring van General Motors verkregen. Vervolgens kon de daadwerkelijke productie van de banden beginnen. We ontvingen de banden uiteindelijk in het late voorjaar van 2007. Als dank voor Dons hulp schonken Coker Tire Company en Ron Pratte een volledige set banden aan het National Automobile & Truck Museum. Tegen die tijd waren er ook andere Futurliner-restauraties gaande die deze speciale banden goed konden gebruiken.
Waar was hij tussen 2007 en 2017?
Toen de restauratie in 2006/2007 klaar was, bleef Futurliner #10 nog een hele periode onder de directe hoede van Don Mayton en zijn restauratieteam in Michigan. In plaats van direct stilgezet te worden in het museum, ging de bus "on tour" als een rijdend boegbeeld:
-
Autoshows en evenementen: De bus reisde door heel de VS (en voornamelijk het Midwesten) langs grote klassiekerevenementen, waaronder de beroemde Woodward Dream Cruise in Detroit, opnames voor tv-programma's en lokale carshows.
-
Onderhoud & Stalling: Als hij niet op een show stond, werd hij gestald en onderhouden in de werkplaats/garage van het vrijwilligersteam in Michigan.
-
Historische erkenning (2014): In deze periode (2014) werd Futurliner #10 officieel opgenomen in de National Historic Vehicle Register van de Amerikaanse Library of Congress.
De definitieve terugkeer naar NATMUS (2017)
Rond 2016/2017 werd het restauratieteam van vrijwilligers (veelal op leeftijd) langzaam ontbonden en werd de 'tournee'-agenda afgebouwd. Vanaf 2017 is de Futurliner definitief "thuisgekomen" in de hallen van het NATMUS Museum in Auburn, Indiana. Daar staat hij sindsdien op een permanente ereplaats tentoongesteld voor het publiek (en verlaat hij het museum alleen nog bij heel speciale uitzonderingen).
Futurliner #11
Status: Amerika / Gerestaureerd
Het kan zijn dat dit de bus is die aan de Michigan State Police (VIN=ADF859016) was gegeven en door hen gebruikt werd als de Safetyliner. Het (foute) verhaal zou zijn dat zij hem naar een sloop in Spring Lake, Michigan reden waar hij een paar jaar verbleef. Daarna ging hij rijdend naar Chicago naar de Braun Brothers (hun tweede Futurliner) en is vervolgens bij Joe Bortz terechtgekomen. Dit deel klopt echter niet. Net als #8 werd deze Futurliner (Safetyliner) geveild door de staat en kochten de Braun broers ook deze. Hun sloperij zat in Spring Lake , Michigan en niet in Chicago, Illinois. Zij runde de sloop tot en met 1990. Inmiddels heb ik gelezen op Futurliner.org dat de bus verkocht is aan Michael Carroll uit Roselle, Illinois. De onderdelen bus met schade is ook naar Roselle gegaan, maar dan naar Brent Knight. Dit is allemaal te lezen in een brief van de Brauns aan Brotz. Richard en Mario Petit uit Montreal, Canada kochten de bus volgens een verhaal van Michael Carroll in 1997. Ook dit deel klopt weer niet, Joe Bortz heeft deze bus gekocht en de Petit broeders hebben hem van hem gekocht in 1997 voor $ 1.800, het hoogste bedrag van de 5. Zij hebben er een reclame bus voor FIDO telecomproducten van gemaakt.
Tijdens een onderzoek van NATMUS bleek dat de FIDO Futurliner degene was die General Motors in 1959 aan de Michigan State Police heeft geschonken. De politie gebruikte deze als hun Safetyliner (zie elders). Toen ik mijn (red. Don Mayton) presentatie over het Futurliner Restauratieproject gaf voor de Western AACA (Antique Automobile Club of America), vertelde een van de leden op de vergadering dat hij bij een lokale garage voor zware vrachtwagens werkte en de motor van de State Police Futurliner had vervangen door een nieuwere, krachtigere GMC V6. Volgens Mario werd hun Futurliner geleverd met een 401 cubic inch V6-motor uit de periode 1965-1974. Dit komt overeen met de herinnering van dit lokale AACA-lid.
Deze bus is in de Fido look uitgedost om reclame te maken voor mobiele telefoons. Deze restauratie kostte 'maar' $ 300.000. De bedoeling was om twee Futurliners te restaureren (welke?) maar omdat de eerste al duur genoeg was en het zakelijk ook niet handig was is dat niet gebeurd. Hierdoor waren er veel parts over zoals een voorruit, rubbers en sierlijsten. Deze zijn verkocht aan Don Mayton voor #10. Daarna is de bus gerestaureerd naar de originele staat en via Barrett-Jackson aangeboden. Tijdens de Barrett-Jackson 35th Anniversary Scottsdale Auction in 2006 werd deze imposante bus – inmiddels bekend als de ‘Barrett-Jackson Futurliner’ – aan de veiling toegevoegd. De Futurliner ging op zaterdag 21 januari onder de hamer. Al vóór de verkoop was bekend dat de eigenaar hoopte op een opbrengst van enkele honderdduizenden dollars. Toen de hamer viel, was het bedrag echter een stuk hoger. Na een spannende biedstrijd wist de bekende verzamelaar en filantroop Ron Pratte de Futurliner voor maar liefst 4,4 miljoen dollar (inclusief fees) te bemachtigen. Daarmee was het op dat moment het op één na duurste Amerikaanse voertuig dat ooit op een veiling was verkocht.
Deze bus zou #11 moeten zijn wat niet strookt met het verhaal van Peter Pan, hun ex-Oral Roberts parts bus zou ook #11 zijn. De politiebus kan dus ook #4 zijn, maar dan heeft het veilinghuis het ook mis.
Ron Pratte was een man die in korte tijd voor tientalle miljoenen dollars klassiekers kocht op de veiling. In 2015 verkocht hij #11 weer, samen met een groot deel van zijn collectie, nu ook weer voor $4 miljoen plus $ 650.000 aan extra donaties. De opbrengst ging namelijk naar de Armed Forces Foundation. De koper is onbekend. Overigens bracht de verkoop van een deel van zijn collectie hem ruim $40 miljoen op. Tijdens de Barrett-Jackson Scottsdale-veiling van 2015 van deze Futurliner werd het exemplaar ook weer aangeduid als nr. 11. Wie moet je nu geloven? Het veilinghuis of de eigenaar van de Oral Roberts bus? De display was 'March of tools' en 'A car is born'.
Wat ik nog wel gek vind, en niet thuis kan brengen, is een foto van #11 uit 1994 waarop de bovenzijde een vergane laklaag heeft in een lichtblauwe kleur. Naar mijn weten is geen enkele bus lichtblauw bovenop geweest. Toch zie je op de foto van Joe Bortz dat één van de 5 bussen lichtblauw is aan bovenzijde.
Als dit de Safetyliner is die echt gebruikt werd dan hoort dit verhaal van Officer William Rials hier thuis:
Om een of andere reden — ik weet niet of dit alleen voor ons exemplaar gold of voor alle Futurliners — hadden deze voertuigen de neiging om te gaan aquaplaneren. Het was een lange, hete zomer met weinig regen en ik was onderweg ten noorden van Detroit. Kort daarvoor had het geregend en het wegdek was nat. Toen ik een groot kruispunt naderde, raakte ik het rempedaal slechts licht aan. De achterkant van de Safetyliner begon meteen uit te breken. Het verkeerslicht sprong op rood terwijl de Safetyliner in een glijpartij terechtkwam en dwars over het kruispunt gleed. Ik vocht om de voorkant van het voertuig vóór de achterkant te houden. Dit soort spanning had ik niet nodig! Ik had geluk: niemand reed nog door rood. Toch zag ik in gedachten de krantenkoppen al voor me: “Safetyliner van de State Police doodt vijf mensen.”
Deze neiging tot aquaplaneren had grote invloed op mijn rijstijl. Bij sneeuw of ijs reed ik dan ook stapvoets. Een andere keer reed ik een klein stadje binnen voor hun jaarlijkse kermis. Waarschijnlijk wilden de gemeentebestuurders indruk maken, want de straat waar ik over reed was pas opnieuw geasfalteerd.
Opnieuw naderde ik een stopbord en raakte ik voorzichtig de rem aan. Opnieuw verloor de Safetyliner grip. Door de bolling van de weg gleed het voertuig naar rechts en schuurde langs de stoeprand. Ook deze keer had ik geluk: er stonden geen geparkeerde auto's langs dat deel van de straat.
Het besturen van de Futurliner was altijd een bijzondere maar vermoeiende ervaring. Het geluidsniveau in de cabine was enorm en ik kwam vaak volledig uitgeput aan. Pas toen ik gehoorbescherming ging gebruiken veranderde dat. Wat een verschil!
Tijdens de eerste jaren dat we ermee reden lag de topsnelheid rond de 41 mijl per uur (ongeveer 66 km/u). Totdat ik toevallig met een andere Futurliner-bestuurder sprak. Hij vertelde me dat er ergens op de aandrijfas, ongeveer tweederde van de weg naar achteren, een kleine versnellingsbak zat die de topsnelheid beperkte.
Geweldig nieuws! De snelheid op de snelweg steeg daardoor naar ongeveer 60 mijl per uur (ongeveer 97 km/u).
Toen wij de twee Futurliners van GM ontvingen, zat daar één voorwaarde aan vast: we mochten ze nooit terugbrengen voor reparaties en mochten het Technical Center niet lastigvallen met vragen over de werking ervan.
Een begrijpelijke afspraak, maar als we die snelheidsbegrenzer eerder hadden ontdekt, had dat ons heel wat lange en vermoeiende ritten kunnen besparen.
Futurliner #12
Status: Onbekend
Display was 'Precision and Durability'. Historici (waaronder NATMUS) vermoeden heel sterk dat het ongeval in Georgia in 1956 plaatsvond met Futurliner #1 of Futurliner #12. Het voertuig raakte van de weg, sloeg over de kop en werd ter plaatse door GM als 'total loss' afgeschreven en gesloopt voor onderdelen.
De ontdekking van de vijf Futurliners door Joe Bortz eind jaren 80 is een van de meest bijzondere verhalen uit de autogeschiedenis. Bortz kocht deze vijf bussen tegelijk van een man (Mike C.) die ze in zijn achtertuin had staan. De eigenaar wilde ze doorsnijden om er een thema-restaurant van te maken (vergelijkbaar met hoe oude treincoupés wel eens als restaurant worden gebruikt zoals Victoria Station). Bortz kocht ze om te voorkomen dat ze op de schroothoop of onder een snijbrander zouden eindigen. Omdat de restauratie en opslag van vijf bussen van dit formaat onhaalbaar was voor één verzamelaar, heeft Bortz de bussen uiteindelijk verkocht. Hij bezat #10 die hij schonk aan het NATMUS. #3, #5 en #8, deze gingen alle 3 naar Brad Boyajian. #3 is door Kindig-It gerestaureerd en nu onderdeel van de Albaugh collection. #5 is een car hauler en is bij Chrome Cars en #8 is in Zweden. De laatste 5e bus is nu juist het probleem. Dat is een bus die volgens Joe Bortz verkocht is aan twee Canadese heren. Dit zullen de broers Petit zijn die er de eerder genoemde Fido bus van maakten en deze later volledig restaureerde en verkochten aan Ron Pratte. Volgens Joe Bortz was deze verkocht voor $ 1.800, Pratte betaalde er $4 miljoen voor. Dit is dus #11 of #4. Dit verhaal is nu wel duidelijk. Op de foto met de 5 Futurliners staan van links naar rechts #5, #11 (of #4) #10, #3 en #8. Blijft nog het verhaal over, en de foto's, dat #3 en #6 (De Wegner bus) langs route 41 staan en door tig mensen zijn gezien. #6 is naar Peter Pan gegaan maar pas laat in de jaren 90 (1998). De vraag is aan wie heeft Joe Bortz hem verkocht? Hij zegt namelijk dat hij er geen één verkocht heeft aan hen. Het verhaal zou anders ook gek zijn, Joe zou er dan namelijk 6 hebben gehad en hij beweert dat het er 5 zijn, ook in een interview in een autoblad. In een krant uit 1991 staat wel dat hij ze allemaal gekocht heeft, alle 9 overgebleven exemplaren. Dat zou gek zijn en groot nieuws. Futurliner.org vermeld zelfs een keer 8.
Een stukje door Joe Bortz zelf:
Eind jaren tachtig kwam mijn middelbare-schoolvriend Al Gartzman met een gouden tip. Hij wist vrijwel zeker dat hij een man op het spoor was die in het bezit was van een Futurliner-bus — een van die iconische, door General Motors gebouwde voertuigen voor hun Parade of Progress-evenementen in de jaren veertig en vijftig. Al wist dat ik verknocht was aan alles wat met 'dream cars' uit die tijd te maken had, en dan met name de conceptauto's van GM. Tijdens mijn eerste gesprek met de eigenaar, Mike C., bleek hij zo'n Futurliner niet zomaar te hebben staan: het ding stond gewoon bij hem in de achtertuin. Een GM Futurliner, in een achtertuin... hoe dan? Aangezien ik destijds nog geen computer had, vroeg ik Mike om me een foto te sturen. En waarempel: daar stond inderdaad zo'n reusachtige bus in zijn tuin in een voorstad van Chicago. In de maanden die volgden hielden we contact, waarbij hij steeds meer prijsgaf. Eerst liet hij doorschemeren dat hij misschien wel twee Futurliners had, toen drie, toen vier... en uiteindelijk bleken het er maar liefst vijf te zijn. Deze andere 4 had hij opgeslagen westelijk van Chicago aan North Avenue aan een verlaten stuk van een industrieterrein. Ik vond het fantastisch om te weten waar bijna de helft van de totale Futurliner-vloot zich bevond, maar ik voelde er weinig voor om zelf zulke kolossen te bezitten — laat staan vijf tegelijk!
Na ongeveer een jaar telefoneren nodigde Mike me uit om bij hem langs te komen. Daar kon ik de Futurliner ten slotte met eigen ogen bewonderen. Het voertuig was vele malen indrukwekkender en groter dan ik op basis van de foto's had verwacht. Ik was er eerlijk gezegd even stil van. Op dat moment vond ik het nog steeds een prima taakverdeling dat híj́ de eigenaar was en ik slechts de bewonderaar.
Ik vroeg mij af waarom iemand in 's hemelsnaam vijf van die bussen zou verzamelen. Tijdens een van mijn bezoeken kwam het moment van de waarheid en biechtte Mike het op. Hij liep zijn huis in en kwam terug met schetsen en bouwtekeningen die zijn ware plannen onthulden. Hij zei: "Joe, ik weet dat jij in de horeca zit, dit idee ga je geweldig vinden." Een van mijn favoriete restaurants destijds was Victoria Station — een zaak opgebouwd rond een centraal hart met daaraan gekoppelde goederenwagons waarin de gasten zaten. Het kippenvel stond op mijn armen bij de gedachte dat deze zeldzame GM Futurliners met de snijbrander te lijf gegaan zouden worden om als eethoek te dienen. Op dat exacte moment wist ik dat ik moest ingrijpen.
Dat was het startsein voor de onderhandelingen. Ik wilde de bussen redden van een lot dat erger was dan de sloop: een leven als verminkt en versneden schroot. Weken later kwamen Mike en ik een prijs overeen. Pas op dat moment drong de vraag tot me door wat ik er in vredesnaam mee moest. Zoals mijn moeder aan de eettafel altijd zei: "Je ogen zijn weer eens groter dan je maag." Mijn aanvankelijke plan was om alle vijf de bussen volledig te restaureren en op te nemen in de Bortz-collectie van conceptauto's en ontwerpstudies. Drie van de bussen liet ik overbrengen naar het terrein voor een pand dat ik bezat aan Highway 41, een drukke verbindingsweg tussen Chicago en Milwaukee. Het transport van voertuigen van dit formaat kostte minimaal duizend dollar per stuk, of ze nu één straat verder moesten of vijf mijl. Boven die afstand liep de teller per mijl hard op. Jarenlang stonden de bussen daar langs de snelweg. Zonder uitzondering stond er altijd wel een groepje nieuwsgierigen op en om de bussen als ik er kwam kijken.
Ik heb zelfs nog even gespeeld met het idee om de achterkant van één bus zo om te bouwen dat mijn Pontiac Bonneville Special uit 1954 erin zou passen. Het leek me fantastisch om op een autoshow aan te komen met de Futurliner en, zodra de menigte wat gekalmeerd was, de zijpanelen omhoog te klappen om de Bonneville Special te onthullen.
Al snel haalde de realiteit me in. De kosten om één zo'n bus te restaureren — laat staan vijf — waren astronomisch. Tel daar de logistieke rompslomp en opslagkosten bij op, en ik moest concluderen dat het simpelweg onhaalbaar was. Dit grandioze plan om bijna de helft van de Futurliner-vloot te restaureren en te huisvesten vergde te veel, terwijl er ook nog andere iconische conceptauto's op restauratie stonden te wachten.
De enige juiste keuze was om de bussen over te dragen aan liefhebbers die de taak van behoud en restauratie konden voortzetten. Vier bussen kwamen terecht bij particuliere verzamelaars, waaronder twee Canadese heren die me met 1.800 dollar het hoogste bedrag ooit voor een van de bussen betaalden. Voor de vijfde bus wist ik de perfecte bestemming: het National Automobile & Truck Museum of the United States in Auburn, Indiana. Die bus is inmiddels volledig in oude glorie hersteld en toert elke zomer door het land. Met die beslissing is de historische plek van deze iconische Futurliner voor de toekomst veiliggesteld.
Dat ik deze vijf bussen heb weten te redden van de ondergang, vervult me nog altijd met trots. Het heeft mijn roeping versterkt om unieke 'dream cars' en conceptauto's voor het nageslacht te bewaren. Deze automobiele kunstwerken zijn ooit ontworpen door de absolute top van de Amerikaanse auto-industrie in haar hoogtijdagen. Ik hoop dan ook van harte dat General Motors, ook in de huidige tijd, de historische voertuigen in hun bezit zal blijven beschermen, zodat deze schatten niet verloren gaan voor komende generaties.
Ooggetuigen bericht uit 2000: Daryl Scott geeft aan 2 Futuliners te hebben zien staan vlabij Route 41 North Cicago. Deze twee verdwenen vlak daarna, later kwam hij erachter dat de bussen naar Bortz waren gegaan of waren gedoneerd. (Red. feitelijk waren ze al van Bortz als je het verhaal hierboven leest). De meeste waarnemingen en foto's tonen 2 Futurliners bij het restaurant langs route 41
Vijf Futurliners waren bijna getransformeerd tot restaurant. Op de bouwtekeningen is het ontwerp te zien voor dit restaurant, dat geïnspireerd was op de Victoria Station-keten in Chicago (waarbij goederenwagons werden gebruikt in plaats van GM-bussen).
Dreisbach en Wegner
Onlangs verschenen er drie foto's in de Futurliner Facebook-groep waarop een niet-genummerde Futurliner te zien is, voorzien van reclameopschriften voor Dale Wegner Chevrolet in Harrisonburg, Virginia.
Het verhaal gaat dat Wegner deze Futurliner later verkocht aan Dreisbach Cadillac, dat het voertuig (samen met twee andere, hun eigen en een nog rode bus van Wegner met een kapotte voorruit, doorverkocht aan de bekende verzamelaar Joe Bortz. In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, staat dit voertuig los van de bekende $4.1 miljoen kostende Futurliner (#11) uit de collectie van Ron Pratte, die via Canadese eigenaren werd gerestaureerd als Fido reclame bus. Omdat de bekende geschiedenis van de door Bortz gekochte bussen (zoals Futurliner nr. 10) niet volledig aansluit op het specifieke Wegner-exemplaar, bestaat de mogelijkheid dat dit in werkelijkheid Futurliner nr. 6 betreft. Over de vroege geschiedenis van nr. 6 vóór de periode waarin hij in het bezit kwam van Bortz is namelijk maar weinig met zekerheid bekend. Peter Pan heeft die bus echter in bezit gehad. Er was lange tijd twijfel over of het #6 of #7 was, totdat duidelijk werd dat de bus van Chrome Cars #7 was. Toch is het verhaal van #6 en Joe Bortz nog een apart verhaal omdat deze Wegner bus niet op de foto staat waar de 5 Bortz bussen samen op staan, maar wel op foto met #3 langs Route 41 samen met Joe Bortz. Bortz beweert dat Peter Pan de bus niet rechtstreeks van hem hebben gekocht. Dit maakt het plausibel maar niet mogelijk volgens Bortz zelf, dat Bortz er 6 had, hoe dan ook is hij betrokken bij 6 bussen. Welicht hielp hij Mike C (Michael Carroll?) van nog een Futurliner af, wie zal het zeggen.
Dreisbach & Sons Chevrolet-Cadillac
Toen General Motors in 1956 stopte met de Parade of Progress, werden de overgebleven Futurliners verkocht en geschonken. Autodealer Dreisbach and Sons (uit Detroit / Plymouth, Michigan) kocht destijds drie van deze voertuigen op. Ze gebruikten in ieder geval Futurliner #10 als een opvallend rijdend reclamebord langs de weg om hun Cadillac-dealerbedrijf te promoten. In de jaren 80 werden de drie Futurliners van Dreisbach overgenomen door de bekende autoverzamelaar Joe Bortz. Wat weer ontkracht kan worden omdat Joe Bortz vertelt dat een restaurantontwikkelaar drie Futurliners kocht van Dreisbach. Later kocht hij er twee bij. Joe heeft ze alle 5 tegelijk gekocht. #3, #5, #8 en #10 zijn zeker, de 5e is of #4 of #11. Er zou een document bestaan dat meer kan vertellen over de Dreisbach periode. De Dreisbach & Sons Cadillac Co. News van juli 1975. Dit heb ik nog niet kunnen vinden. #4 is hoogstwaarschijnlijk de Oral Roberts bus, dus het zou #11 moeten zijn, zeker omdat het veilinghuis dat de Pratte bus verkocht hem aanprees als #11.
Dale Wegner Chevrolet
Dale Wegner Chevrolet (een GM-dealer uit Harrisonburg, Virginia) bezat tussen ongeveer 1965 en 1972 in ieder geval één Futurliner. Wegner leende dit immense voertuig regelmatig uit aan lokale evenementen, kermissen en de gemeenschap, waar het werd ingezet als een mobiel podium voor muzikale optredens. Historici vermoeden dat de "Wegner Futurliner" na die periode via handelaars/verzamelaars is doorgegeven en mogelijk overeenkomt met een van de voertuigen die later in de Dreisbach-/Bortz-collectie belandden (zoals Futurliner #6).
Ene Jay Balog reageerde op facebook bij een foto van Joe Bortz dat #10 jaren aan Grand River in Detroit stond bij volgens hem Klett Cadillac. Dat blijkt de oude naam te zijn van Dreisbach. Ik heb deze persoon in juli 2026 gevraagd of hij daar zeker van is. Dit zou namelijk betekenen dat #10 al eerder gekocht is, wellicht direct vanaf GM/Knapp. Mocht ik antwoord krijgen dan zal ik dit hier melden.
Het verhaal van #8 en #11, de Michican State Police Futurliners/Safetyliners.
Het betreft een bericht van 2000 en van iets eerder van Futurliner.org website:
Wally Snow liet een foto zien die hij had gevonden aan de muur van een fotograaf in Spring Lake, Michigan. Op de foto stond een Futurliner op een plaatselijke autosloperij. Het was een oude foto en de fotograaf wilde hem niet aan ons afstaan. Verschillende liefhebbers van oude auto’s wisten zich echter te herinneren om welke sloperij het ging. Helaas bestaat die sloperij inmiddels niet meer. Ed herinnerde zich de naam van de oorspronkelijke eigenaar en ging op onderzoek uit. De sloperij bevond zich bij de kruising van US 31 en Pontaluna Road in de omgeving van Spring Lake. Ed sprak met de eigenaar, Bill Braun, die zich herinnerde dat er op een gegeven moment twee Futurliners op het terrein hadden gestaan. De eerste was de oorspronkelijke Futurliner van de Michigan State Police, die door GM aan de staatspolitie was geschonken. Hij weet nog dat ze de bus in Lansing hadden opgehaald en naar de sloperij hadden gereden. Later werd deze verkocht aan een man in Chicago, maar niet aan Joe Bortz. Toen de Futurliner bij de Michigan State Police in gebruik was, was hij blauw met crème geschilderd. Aan de hand van alle foto's die ik heb kunnen vinden, hebben we deze Futurliner uiteindelijk kunnen herleiden tot de ‘FIDO’, oftewel de Canadese Futurliner. Ik heb contact met FIDO opgenomen en zij bevestigden dat hun Futurliner bij ontvangst inderdaad blauw en crème was. De tweede Futurliner die op de sloperij stond, ging eveneens naar Chicago, maar deze moest worden gesleept. Ed en ik zijn van plan om met Bill Braun af te spreken om te zien of hij zich nog kan herinneren waar deze tweede Futurliner vandaan kwam en aan wie hij uiteindelijk werd verkocht.
Afgelopen week (januari 2000) hadden Del Carpenter, Ed DeVries en ikzelf (Red. Don Mayton) de gelegenheid om een bezoek te brengen aan Jack en Bill Braun van Braun Brothers Enterprises in Spring Lake, Michigan (West-Michigan). Ik schat dat ze respectievelijk 65 en 70 jaar oud zijn en ze hebben veel bedrijven gehad, voornamelijk in de autosector. Tot zo'n 10 jaar geleden waren ze eigenaar van een grote autosloperij in Spring Lake. In 1969 (voor zover zij zich kunnen herinneren) woonde Jack een voertuigveiling bij van de staat Michigan in Lansing, Michigan. Van de voertuigen die de staat veilde, waren er twee Futurliners. Eén daarvan was blauw geverfd en werd door de Michigan State Police gebruikt als hun "Safety Liner"; de tweede lag vol met onderdelen. Jack Braun werd de trotse eigenaar van twee Futurliners voor een totaalprijs van $ 1.100. Hij besloot de "Safety Liner" naar huis te rijden, aangezien deze in zeer goede staat verkeerde en de vertegenwoordiger van de staatspolitie aangaf dat hij uitstekend was onderhouden. Er werd hem verteld dat zij (de vertegenwoordiger van de staatspolitie) hem het parkeerterrein af zouden rijden omdat het voertuig zo gigantisch groot was. Hun chauffeur raakte bij het uitrijden echter een auto op het parkeerterrein. De staatspolitie van Michigan bood hem een politie-escorte aan om Lansing te verlaten, wat Jack accepteerde. Deze Futurliner (Safety Liner) werd zonder problemen naar Spring Lake gereden. Later stuurde Jack een takelwagen om de tweede Futurliner op te halen en naar Spring Lake te slepen. De takelwagen was niet in staat om de voorkant van de Futurliner op te tillen, dus werd er een trekstang bevestigd en is de Futurliner op die manier naar de sloperij gesleept. Beide Futurliners hadden een kentekenbewijs (title) uit Michigan uit 1941 (wat gek is omdat er eerder gezegd werd dat alle Futurliners bij de ombouw in 1953 een title kregen met 1950 daarop). .
Toen de tweede Futurliner eenmaal naar Spring Lake was gesleept, bleek deze vol te liggen met onderdelen, waaronder een groot aantal wieldoppen. Ook lagen er extra voorruiten en veel mechanische onderdelen in. De Futurliners stonden langs de weg voor de sloperij geparkeerd en trokken veel aandacht. Mensen bekeken ze met het idee om ze te kopen en om te bouwen tot dingen zoals circusvoertuigen, autotransporters en campers. Uiteraard was niemand serieus genoeg om ook daadwerkelijk het geld neer te tellen om ze te kopen. In deze periode stopten vrachtwagenchauffeurs vaak om de glimmende wieldoppen te bewonderen en kochten ze deze om op hun eigen vrachtwagens te zetten. De meeste wieldoppen zijn op deze manier verdwenen, omdat vrachtwagens uit die tijd dezelfde wielmaat hadden.
Eén van de bezoekers bleek een agent van de staatspolitie van Michigan te zijn die de leiding had over de "Safety Liner". Hij legde in detail uit wat de tentoonstelling inhield. Aan de ene kant zat een kaart van de staat Michigan met alle politiebureaus en een lijst van hun functies. De andere kant bestond uit een tv met een doorlopende film met een reeks veiligheidsboodschappen.
Het publiek zorgde voor veel overlast door steeds te stoppen en te kijken, dat Jack en Bill de Futurliners op het terrein van de sloperij hebben gezet. Toen we vorige week in hun kantoor voor gebruikte auto's stonden, hing er een luchtfoto aan de muur waarop we nog net de bovenkanten van de Futurliners op de sloperij konden zien.
UIteindelijk namen ze het besluit om beide Futurliners te persen/slopen. Een week voordat ze hier echter aan toe kwamen, doken er twee heren uit Chicago op die begonnen te onderhandelen over de koop van beide Futurliners. Jack herinnert zich dat deze mannen zeiden dat ze professoren waren. Hoe dan ook, er werd een prijs overeengekomen. Nadat het contante geld ($ 2.500) op tafel was gelegd, ontstond er een meningsverschil over de prijs en de deal klapte bijna. Ze besloten om de beste van de twee Futurliners (de blauwe van de staatspolitie) terug te rijden naar Chicago (om precies te zijn: Roselle, Illinois). Toen Jack vroeg waar ze voor gebruikt gaan worden, vertelden de kopers dat dat een geheim was.
De tweede Futurliner bleef nog zo'n 10 jaar op de sloperij staan, totdat de gebroeders Braun besloten de werf te sluiten en het terrein te verkopen (dit was blijkbaar 10 jaar voor het interview, dus 1990, en daarmee is de andere bus in 1980 naar Chicago gereden. De tweede Futurliner werd uiteindelijk ook naar de regio Chicago gesleept. De Brauns hadden de koopovereenkomst, de serienummers en de namen van de kopers nog.
Volgens mijn gegevens is de (blauwe) Futurliner van de staatspolitie van Michigan naar Canada gegaan en uiteindelijk geëindigd als de FIDO Futurliner. Dit heb ik getraceerd door foto's van de blauwe Futurliner te volgen.
Ook volgens mijn gegevens is de 2e Futurliner terechtgekomen bij Brad Boyajian in Californië. Ook dit is getraceerd doordat deze Futurliner alle onderdelen erin had liggen. Met de nummers die we nu hebben, zouden we ook dit moeten kunnen bevestigen. Hieronder volgen de details aan wie ze zijn verkocht:
#1 - (Bill denkt dat dit de blauwe bus was en deze liep perfect)
1941 GMC Bus
Voertuig-nr: ADF859016
Motor-nr: 302 23637
Michigan kenteken-nr: C340571
Verkocht aan: Michael Carroll
250 Lincoln
Roselle, Ill. 60172
(312) 529-6697 (Het nummer klopt niet meer, ik heb het gecontroleerd en de telefoniste in de regio Chicago gebeld; de enige Michael Carroll is niet deze persoon.)
#2 - (Bill zei dat ze deze bus nooit aan het lopen hebben gekregen.)
1941 GMC Bus
Voertuig-nr: ADF859017
Motor-nr: 302 29 182
Michigan kenteken-nr: 340570
Verkocht aan: Brent Knight
57 W. Glenlake
Roselle, Ill. 60172
(312) 529 0789 (Het nummer klopt niet meer)
Deze informatie is afkomstig uit een brief die door Bill Braun naar Joe Bortz is gestuurd. Daarnaast bevatte de brief ook de bank waarop de cheque was uitgeschreven. In één alinea werd vermeld dat Vic Hyde in Niles, Michigan een Futurliner had, maar op de datum van deze brief (6 mei 1988) had hij deze verkocht. Vic Hyde werd geïnterviewd in het tijdschrift Special Interest Autos in hun uitgave van maart-april 1977 en op dat moment was hij eigenaar van een Futurliner. Ik zou feedback van degenen die een Futurliner bezitten op prijs stellen om mij uw serienummers en motornummers te laten weten, dan zullen we proberen de geschiedenis van elk van hen verder te traceren.
Als iemand in de regio Chicago deze eerdere eigenaren op het spoor kan komen, zou ik de hulp op prijs stellen.
Het verhaal van 'Parader' Harold Hardenbrook
Voormalig Parader Harold Hardenbrook nam telefonisch contact op.
Harry vertelde dat hij zich eind 1952 bij de Parade voegde, vlak voordat deze in 1953 weer van start ging. Hij bleef zo’n anderhalf jaar bij de Parade werken. Harry was net afgestudeerd aan Michigan State toen hij werd aangenomen als spreker (lecturer). Voordat ze de weg op gingen, verzamelden ze op het terrein van de Michigan State Fairgrounds in Detroit. Daar moesten ze, zonder enige instructie vooraf, de gigantische Futurliners in rondjes sturen om te oefenen. Als hij het zich goed herinnert, reed hij in Futurliner #4 of #5. Een tijdje heeft hij ook in een van de ondersteunende vrachtwagens gereden, maar dat vond hij niks vanwege het vele schakelen.
Hun testrit (de shake down) vond plaats in Frankfort, Kentucky, en hun eerste echte show was in de lente van 1953 in Lexington, Kentucky. Die allereerste presentatie werd gegeven voor een zaal met honderden journalisten; iedereen was stijf van de zenuwen. Midden in Harry’s presentatie stond 'Boss' Kettering (Charles Kettering, de beroemde GM-topman en het brein achter de Parade) op uit het publiek. Hij stapte het podium op om de jonge Harry er persoonlijk doorheen te helpen tijdens die spannende eerste show.
Toen ze in Orlando, Florida waren, kreeg de Parade de tweede geproduceerde Corvette ooit toegewezen om te laten zien. Harry kreeg de eervolle taak om deze gloednieuwe Corvette van Orlando naar de volgende show in Jacksonville te rijden. "Er waren maar twee manieren om in een Futurliner te rijden," vertelde Harry, "en dat was langzaam en uiterst voorzichtig." De remmen waren simpelweg niet berekend op het enorme gewicht van de voertuigen. Wanneer het vooruitgeschoven team (advance team) de route verkende die de Futurliners zouden afleggen, moesten ze erg opletten op de hellingen in de weg, de hoogte van viaducten en het maximale gewicht dat de wegen en bruggen konden hebben. Tijdens een lange afdaling werden de remmen zo heet dat de rook er vanaf sloeg.
Een ander groot probleem was de lange stoet van voertuigen. De Parade had een Cadillac als eerste auto, gevolgd door personenauto's van de verschillende GM-merken, de imposante Futurliners, de ondersteunende vrachtwagens, en tot slot weer een Cadillac als achterste wagen. Er was zoveel sprake van optrekken en afremmen dat het leek alsof ze nooit op hun bestemming zouden aankomen; de stoet bewoog zich voort als een accordeon. In totaal bestond de hele Parade volgens hem uit zo'n 65 voertuigen.
Als spreker verzorgde Harry vier verschillende presentaties:
-
Een demonstratie van een machine die mat hoe glad de binnenkant van een cilinder was.
-
Een ingewikkelde wetenschappelijke demonstratie die ver boven het petje van het publiek ging (en daarom al snel werd geschrapt).
-
Een presentatie rondom de klassieke Curved Dash Oldsmobile.
-
Een chemische demonstratie waarbij hij stoffen mengde om schuim te maken.
Wanneer ze in een stadje aankwamen, werden ze vaak gevraagd om een demonstratie te geven voor de lokale tv-zender. In de jaren 50 waren dat uiteraard altijd live-uitzendingen. Tijdens een tv-optreden in een stadje in het zuiden sneed Harry zichzelf voor de neus van de camera. Er zat direct bloed op zijn overhemd en zijn lichtgrijze jasje. Onverstoorbaar wikkelde hij zijn zakdoek om zijn hand en maakte hij de demonstratie gewoon af!
Jaarrapport Industrial Nucleonics Corporation 1959
Het bedrijf vermeld dat ze drie mobiele display bussen gekocht hebben en uitgerust hebben met hun apparatuur om ze zo te kunnen promoten bij potentiële klanten. Deze bussen werden gebruikt door GM bij hun Parade of Progress. Dit zijn dus drie van de 9 bussen die in Columbus. Ohio terecht zijn gekomen.
Volgens een bericht op Futurliner.org zou er één gesloopt zijn na een crash. Van de andere twee is het lot onbekend. Er zou een foto bestaan maar ondanks dat Nucleonics/AccuRay alle jaarverslagen online heeft staan heb ik niks kunnen vinden. De foto zou uit 1962/1963 moeten zijn en twee bussen tonen. Wat ik wel heb gevonden is een filmpje op Youtube waarin een manager geinterviewd wordt. Op de achtergrond rijdt een Futurliner voorbij. Deze was nog steeds rood/wit maar zonder GM markering en voorzien van AccuRay logo's.
Berichtje uit 1999 van Futurliner.org over de Brad Boyajian bussen
Dit fragment beschrijft de bussen van Brad Boyajian (waar restaurateur/monteur Bill Putman destijds voor werkte).
Bill Putman belde vandaag en gaf me wat meer informatie over hun Futurliners.
Hun tweede Futurliner is zojuist zijn werkplaats binnengesleept. Hij is aan de achterkant zwaar beschadigd, wat overeenkomt met de schade die is vastgelegd door Douglas Dean. Douglas vertelde me dat een van de Futurliners op een steile helling zijn remmen verloor, op een andere Futurliner botste en dat de achterkant daarbij volledig werd vernield. Omdat het bijna het einde van het Parade of Progress-programma was, besloot GM de bus die aan de achterkant was gecrasht niet meer te repareren. Later werd deze aan de achterzijde beschadigde Futurliner aan de Michigan State Police geschonken als onderdelenvoertuig.
Bill vertelde dat het interieur vol ligt met onderdelen. Hoewel hij nog geen inventarisatie heeft gemaakt van wat er allemaal in ligt, is hij wel van plan een lijst te maken en me dat te laten weten. In de achterbak ziet hij al een zo goed als nieuwe aluminium grille, en twee gegoten rubberen bumperdelen: één met een "G" en de andere met de "M". Als we er zelf een moeten laten gieten, hebben we in ieder geval een origineel referentiepunt. Hij zei dat de bumperdelen niet meer bruikbaar zijn, behalve om te gebruiken als mal om nieuwe van te gieten.
Deze tweede Futurliner is #8, want hij heeft het "GM-8"-embleem/plaatje gevonden dat tussen de twee koplampen zit en dat op veel foto's te zien is. Ook zei hij dat er nog restanten zijn van een stuk plastic dat de koplampen bedekte. Deze tweede Futurliner is zó verweerd dat hij niet meer te redden valt, behalve voor de onderdelen. Hij heeft wél de originele aandrijflijn er nog in liggen. Allebei hun Futurliners hebben van die kleine markeringslichtjes die op veel foto's te zien zijn en die wij verder nog nergens hadden aangetroffen. Dit zijn gele lampjes aan de voorkant en rode aan de achterkant. Ik heb al met Bill gesproken over het overnemen van een setje. Daar zal ik in de toekomst mee aan de slag moeten. Hij gaf aan dat de tweede Futurliner een generator heeft, terwijl de eerste dat nooit heeft gehad. De grote elektriciteitskast achterin verschilt aanzienlijk door de verschillende toepassingen.
In de april 2012 newsletter staat het volgende:
Chuck Snow meldde dat we wellicht per toeval zijn gestuit op het mysterie van de twee verdwenen Futurliners. Tijdens de Cleveland Autorama op zaterdag 17 maart 2012 kwamen er twee mannen uit Galion, Ohio, langs bij de Futurliner-stand. Zij herinnerden zich dat een bedrijf uit hun woonplaats, North Electric, in 1959, 1960 en 1961 een Indy-racewagen bezat. Deze auto stond bekend als de "North Electric Special" en werd bestuurd door Bob "Cave Man" Christie. De wagen veroorzaakte destijds een van de grootste kettingbotsingen ooit op de Indy 500.
Het raceteam maakte gebruik van twee voertuigen om de auto te vervoeren en de crew onder te brengen. Volgens de heren hadden deze voertuigen deuren met opstapjes naar de cabine, waarin de bestuurdersstoel precies in het midden stond met daarachter een halfronde bank voor vier passagiers. Ook waren ze uitgerust met grote generatoren in het achtercompartiment — kenmerken die zeer sterk aan Futurliners doen denken.
Toen een Zwitsers bedrijf North Electric overnam, ontdekten ze na twee jaar de racewagen. Omdat de nieuwe eigenaren niets met de racewereld hadden, werden de twee voertuigen naar de plaatselijke autosloop Levant gebracht. Inmiddels is dat sloperijterrein niks meer dan een leeg veld. Er is grondig uitzoekwerk nodig om te achterhalen of dit verhaal klopt. Mocht iemand hier meer informatie over hebben, laat het mij dan vooral weten!
Dan is er nog dit verhaaltje van Andy Elliott:
Heb je ooit gehoord van geruchten dat er al vóór de Petit ‘Fido’ een Futurliner in Canada terecht is gekomen?
Ik volg al een tijdje een verhaal dat mogelijk daarop zou kunnen wijzen, maar tot nu toe is er nooit iets concreets uit gekomen. Een man met wie ik sprak, zweerde dat hij een paar jaar geleden een Futurliner voor 1.500 dollar had kunnen kopen, maar van de deal had afgezien. Zijn beschrijving van dubbele voorwielen, een hoge bestuurderscabine en heel veel roest klinkt in ieder geval veelbelovend, zeker omdat hij zelf helemaal niets van Futurliners weet! Hoe dan ook, veel succes met alles en nogmaals bedankt voor je antwoord.
Groeten,
Andy Elliott
Peterborough, Canada
FUTURLINERS IN PHOENIX
Chris Contest schrijft:
“Hoi Don,
Ik werk bij GM’s Desert Proving Ground in Mesa, Arizona. Ongeveer twee jaar geleden las ik een plaatselijke krant en zag ik een advertentie waarin stond dat een nalatenschap was verkocht. Als onderdeel daarvan waren twee GM-‘future trucks’ uit de jaren dertig verkocht aan een plaatselijke autosloperij. De voertuigen stonden daar opgeslagen. Mijn vader — die ook bij GM werkt — en ik zijn gaan kijken en hebben een camera meegenomen. Ze waren allebei compleet, maar verkeerden in verschillende stadia van ernstig verval. Misschien was iemand je al op deze voertuigen gewezen, maar als dat niet zo is, staan ze er misschien nog steeds.
Ik kon geen contact meer krijgen met dezelfde sloperij, maar die bevindt zich aan Buckeye Road, in de buurt van de bedding van de Salt River. Als je meer informatie nodig hebt, kan ik opnieuw proberen de sporen te volgen.
Eén van de twee was in een afschuwelijke witte kleur geschilderd en miste veel onderdelen. De andere zag er eerlijk gezegd uit alsof hij door een trein van achteren was aangereden, hoewel het interieur nog intact was.
We zijn in de cabines geklommen en het uitzicht en de zitpositie zijn iets wat ik werkelijk nooit zal vergeten.
De eigenaar wilde ongeveer 12.000 dollar voor beide hebben. We hebben nog overwogen om hier lokaal een GM-restauratieteam op te zetten, maar daarvoor is uiteindelijk nooit toestemming gegeven.
Als deze voertuigen nog geen onderdeel zijn van jullie overzicht, zou ik ze zeker verder onderzoeken.
Veel succes, en je website is geweldig.”
Don antwoordt:
“Chris,
We volgen iedere aanwijzing op. We hebben foto's ontvangen van twee Futurliners die op een autosloperij in Yuma, Arizona stonden. Zouden dit dezelfde twee Futurliners kunnen zijn?
We hebben de geschiedenis van die Futurliners kunnen volgen tot in Californië. De ene ging naar een man genaamd Brad Boyajian (#8) en de andere naar Mike Kadletz (#5).
Als deze locatie inderdaad in Yuma ligt, zijn dit waarschijnlijk dezelfde Futurliners.
Als je de oude foto's nog hebt, zouden we graag kopieën daarvan ontvangen. We proberen namelijk de geschiedenis van alle Futurliners bij te houden. Van de twaalf exemplaren die zijn gebouwd, hebben we er inmiddels negen kunnen traceren.”
In juli 2001 stuurt Chris 6 foto's van de 2 Futurliners op een sloperij bij Phoenix in 1997 naar Don. Hij bevestigd zijn vermoeden. Dit betreft inderdaad #8 en #5. Dus bussen die naar Brad Boyajian en Mike Kadletz zijn gegaan.
In de nieuwsbrief van Futurliner.org van april 2008 staat een verwarrend stuk over het aantal bussen die Joe Bortz gekocht zou hebben, deze keer niet vertaald om te laten zien hoe de info tot mij komt.
Joe Bortz As you know, the vehicle that is now our restored #10 was at one time owned by Joe Bortz in Illinois. Joe owned 8 of the 12 at one time and they were parked along Hwy 41 in Lake Bluff, North Chicago IL. (We occasionally get notes from people who recall seeing them back the 80’s and early 90’s.) Here is a photo of Joe taken back in the 1991 with his son Marc. Neither of these vehicles in this particular photo is #10. One of these became Brad Boyajian’s project and the other one here one went to the FIDO Co. in Canada.
Op 24 oktober 2024 is Don Mayton, de drijvende kracht achter de restauratie van #10, overleden.
Parade of Progress in Canada
Futurliner in Carlisle 2009
Joe Bortz Futurliner
GM Parade of Progress Deel 3/4
GM Parade of Progress Deel 1/4
GM Parade of Progress Deel 4/4
Kindig-It Restauratie
GM Parade of Progress Deel 2/4
GM Parade of Progress historie
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() |









































































































































