
Rosie the Riveter
Rosie the Riveter was niet één vrouw.
Zij was Geraldine Doyle die werk vond als een metaalpersbediener bij de American Broach & Machine Co in Ann Arbor, Michigan. Zij was Rose Will Monroe, een Ford-medewerker die daadwerkelijk als “riveter” werkte aan de B-24-bommenwerpers bij de Willow Run-fabriek in Ypsilanti, Michigan. Zij was Rosalind P. Walter uit Long Island die tijdens de nachtdienst in de fabriek werkte die de Corsair-jachtvliegtuigen bouwde. Zij was de inspiratie voor de hit Rosie the Riveter uit 1942. Dat Rosie niet één persoon was, was op twee manieren waar. Er waren vele vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog die “Rosie” belichaamden. Duizenden en duizenden vrouwen namen traditionele mannelijke down-and-dirty banen over in de fabrieken en op de scheepswerven. Maar zelfs het icoon zelf was niet één specifiek individu. Rosie the Riveter, zoals wij haar kennen, is een fusie van culturele fragmenten, sommige echt, sommige fictief.
Tijdens het vertrek van de Amerikaanse mannen om te vechten aan de fronten van de Tweede Wereldoorlog laten zij belangrijke banen achter die van vitaal belang zijn in onder meer de fabrieken. Dit waren meestal booming businesses vanwege de toegenomen vraag naar alles door de oorlog, maar ook gewone banen die nodig zijn voor het dagelijks leven, zoals op een postkantoor. Er ontstond een hachelijke situatie waardoor de Amerikaanse overheid zich richtte tot de War Advertising Council die een enorme campagne startte om vrouwen te overreden om te gaan werken. Bekend onder de naam “Women in War Jobs campaign” wordt het beschouwd als de meest succesvolle rekruteringscampagne van de Amerikaanse reclame-industrie.
De propaganda-campagne maakte gebruik van een reeks overtuigende patriottische posters en berichten met verschillende versies van het inmiddels legendarische icoon “Rosie the Riveter”. Eén versie van Rosie, geschilderd door Norman Rockwell, illustrator van de Saturday Evening Post, beeldt het tegenovergestelde af van vooroorlogse vrouwelijkheid. Een gespierde vrouw in een overall, een klinkhamer op haar schoot en een lunchtrommel.
De campagne was gericht op verschillende groepen vrouwen. Allereerst vrouwen die al een baan hadden, in het bijzonder minderheden en met een slecht betaalde (bij)baan, werden aangemoedigd om over te stappen naar een beter betalende baan in een fabriek. Vervolgens werden meisjes gerekruteerd die nauwelijks van school af waren. En, nadat het duidelijk werd dat er nog meer werknemers nodig waren, getrouwde vrouwen met kinderen die niet hoefden, of zelfs niet wilden werken. De campagne was doordrongen van overtuigende boodschappen, met name het belang van patriottisme en het idee dat de oorlog eerder zou eindigen als de achtergebleven vrouwen de schoenen van een afwezige man zouden vullen. Angstpropaganda drong erop aan dat als vrouwen luilakken zouden blijven, er meer mannen aan het front zouden sterven. Afro-Amerikaanse vrouwen werden het meest getroffen door de vraag naar vrouwelijke werknemers. Er wordt wel gezegd dat het samenwerken van blanken en zwarten in deze periode het afbreken van sociale barrières stimuleerde. Afro-Amerikanen waren nu in staat de basis te leggen voor de naoorlogse burgerrechtenrevolutie door het gelijkstellen van segregatie aan de nazi-blanke suprematie-ideologie.
De inspanningen van de campagne waren enorm succesvol. In 1945 maakten al 18 miljoen vrouwen deel uit van de beroepsbevolking, een stijging van 12 miljoen ten opzichte van 1940. Veel van deze vrouwen waren tewerkgesteld in traditionele door mannen gedomineerde rollen zoals aerodynamische ingenieurs, spoorwegarbeiders, tramchauffeurs en hout- en staalfabriekmedewerkers. Ondanks het feit dat deze vrouwen hetzelfde deden als hun afwezige mannelijke collega’s, verdienden zij ongeveer 65% minder. Zij hadden ook te kampen met een negatieve houding van mannelijke collega’s, uitsluiting van hogere functies en andere glazenplafondeffecten. Dus hoe past Rosie the Riveter in dit alles?
Het belangrijkste eerst: wat is een riveter? Een riveter is de Engelse naam voor de persoon die klinknagels zet met een klinkhamer. Een klinkhamer is een noodzakelijk stuk gereedschap in de producerende industrie. Veel van de vrouwen die geïnspireerd waren door de campagne en toetraden tot de beroepsbevolking werkten zelden met een klinkhamer, simpelweg omdat hun werk dat niet van hen vroeg. In feite is het aantal vrouwen dat productierollen vervulde nooit meer dan 10% van de 18 miljoen werkende vrouwen geweest. Het Rosie-fenomeen kwam tot stand nadat Amerika zich in 1941 in de oorlog mengde.
Canada ging de VS voor met hun Ronnie, The Bren Gun Girl, Veronica Foster in het echte leven, en in het Verenigd Koninkrijk was er sprake
van Canary Girls in de munitie-industrie.
Rosie werkte bij Ford, de Corsair-fabriek en was telefoniste.
Een liedje met de titel Rosie the Riveter, geschreven door John Jacob Loeb en Redd Evans, werd uitgebracht in de eerste maanden van 1942. De tekst beschreef precies wat de overheid voor ogen had: “Ze is een deel van de lopende band, ze schrijft geschiedenis, ze werkt aan de overwinning, Rosie the Riveter.” De persoon die de inspiratie was voor het lied was Rosalind P. Walter; zij kwam van “oud geld” en werkte tijdens de nachtdienst in de fabriek die de Corsair-jachtvliegtuigen bouwde. Later werd zij filantroop, een bestuurslid van de WNET publieke tv-zender in New York en een vroege en langdurige aanhanger van de Charlie Rose interviewshow.
Op 29 mei 1943 verscheen Rockwells afbeelding van Rosie op de voorkant van de Saturday Evening Post. Hij was de populairste illustrator van het land; zijn covers bereikten een enorm publiek, hierdoor werd Rosie flink onder de aandacht gebracht. Rockwells illustratie toont een gespierde vrouw tijdens haar lunchpauze met een klinkhamer op haar schoot, een lunchtrommel en onder haar Penny loafers een exemplaar van Hitlers Mein Kampf. Op haar lunchtrommel staat “Rosie”. Lezers herkenden hierin direct de Rosie van het liedje. Rosie’s gespierde lichaamsbouw, vieze gezicht en versleten overall suggereren dat zij op haar gemak is in de fabriek, traditioneel de werkplek van de man, en daarmee de oorlogsinspanningen steunt. Zij ziet er sterk en zelfverzekerd uit, heel anders dan een sierlijke “dame”. De patriottische symboliek in het schilderij is moeilijk te missen. Behalve de wapperende “Old Glory” (de vlag) op de achtergrond draagt zij enkele patriottische buttons op haar borst, met inbegrip van de “V” van victory. Rockwells model was de 19-jarige Mary Doyle uit Vermont. Zij was telefoniste in Arlington en geen klinknagelzetter. In het najaar van 1942 poseerde Doyle tweemaal voor Gene Pelham, de fotograaf van Rockwell. Norman werkte liever met foto’s dan met een echt model. De eerste foto’s waren onbruikbaar omdat zij een gewone bloes droeg en geen werkbloes. Zij kreeg $10 voor het modellenwerk (nu $130, stand 2017). In 1949 trouwde zij met Robert J. Keefe en kreeg zij de naam Mary Doyle Keefe. Rockwell tekende zijn Rosie als een grotere vrouw dan zijn model. Hier had hij achteraf spijt van en 24 jaar na dato stuurde hij haar een brief waarin hij vertelde dat zij de mooiste vrouw was die hij ooit had gezien en zich verontschuldigde voor het grove lichaam in de tekening. “Ik moest een soort reus van je maken”, schreef hij.
Sinds de publicatie van de tekening hebben critici een sterke gelijkenis opgemerkt tussen Rosie en de profeet Jesaja zoals hij wordt afgebeeld in Michelangelo’s schilderij uit 1509 op het plafond van de Sixtijnse Kapel. In 2002 werd het originele schilderij verkocht bij Sotheby’s voor bijna $5 miljoen. Mary en haar man werden uitgenodigd en waren dan ook aanwezig toen het schilderij verkocht werd. In juni 2009 heeft het Crystal Bridges Museum of American Art in Bentonville, Arkansas, het schilderij verworven van een particuliere verzamelaar voor zijn permanente tentoonstelling.
In 1943 werd ook een promotiefilm voor oorlogsobligaties gemaakt waarin een echte levende Rosie the Riveter voorkwam. Rose Will Monroe, een jonge 23-jarige vrouw uit Bobtown, Kentucky, wiens man door een auto-ongeluk om het leven kwam en met een kind plus één onderweg was, zocht werk bij Fords Willow Run-vliegtuigfabriek in Ypsilanti. Daar werkte zij als een klinknagelzetter aan de fabricage van B-24’s toen zij werd opgemerkt door acteur Walter Pidgeon. Hij was naar de fabriek gekomen om te acteren in een promotiefilm en had gehoord dat er een echte Rosie werkte met een klinkhamer. Gezien het succes van het liedje en van Rockwells cover was het een onweerstaanbaar idee om een echte Rosie in het filmpje te hebben. Zij werd gevraagd om mee te doen aan het filmpje. Zij belichaamde door advertenties, journaals en reclames het Rosie the Riveter-beeld en werd op grote schaal erkend als een vertederend en blijvend beeld van Amerikaans patriottisme. Rose heeft nooit gebruikgemaakt van haar korte faam en roem en is altijd blijven werken. Eerst als taxichauffeur en later als oprichter van Rose Builders, een aannemersbedrijf. Toen zij 50 werd vervulde zij haar droom en haalde zij haar vliegbrevet. In 1978 stortte zij neer als de motor vastliep tijdens het opstijgen. Zij verloor hierbij een nier en het zicht in haar linkeroog. Zij stierf aan nierfalen op 31 mei 1997 in Clarksville, Indiana, op de leeftijd van 77.
Maar terwijl Rockwells versie van Rosie de meest populaire versie zou zijn van die tijd, is er vandaag de dag nog een andere versie van Rosie, een meisje dat haar biceps flext en een polkadotsjaaltje om haar hoofd draagt. Deze Rosie werd in 1942 bedacht door kunstenaar J. Howard Miller. Hij werd ingehuurd door een reclamebureau om een afbeelding te maken voor de Westinghouse Electric and Manufacturing Company. Fabrieksarbeidster Geraldine Hoff (later Doyle) was 17 en kort werkzaam als bediende van een metaalpers en was waarschijnlijk het model. Miller had waarschijnlijk een foto van haar die hij gebruikte voor de poster. De foto beeldt een vrouw af achter een draaibank. Doyle heeft nooit geclaimd deze vrouw te zijn, maar dacht zichzelf te herkennen. Dit werd door de pers overgenomen en als waarheid geïnterpreteerd. In werkelijkheid is de vrouw op de foto Naomi Parker Fraley. Dit is inmiddels bewezen. Wie echter de inspiratie voor de poster is geweest, zullen we nooit kunnen achterhalen. J.H. Miller is al lang geleden overleden. De bedoeling van de poster was om de productiviteit alsmede het moraal hoog te houden, niet om meer vrouwen te werven. De poster was bedoeld voor eigen gebruik in de fabriek van 15 t/m 28 februari 1943. Het publiek ontdekte hem pas in de jaren tachtig. Tegenwoordig is de afbeelding een van de meest opgevraagde uit het Nationaal Archief en een geliefd artikel voor feministen.
Veel mensen blijven Rosie interpreteren als een feministisch icoon, maar revisionistische historici benadrukken dat zij dat oorspronkelijk niet was. Zij werd toegeëigend door verschillende partijen voor soortgelijke redenen: het naar de werkplek lokken van vrouwen. Helaas was voor veel vrouwen, die inmiddels gewend waren aan werken en aan financiële onafhankelijkheid, Rosie’s doel komen te vervallen aan het eind van de oorlog. Het vakblad van de Kaiser-scheepswerven bracht het nogal bot: zij gaven aan dat de helm en brander weer van de mannen waren omdat de vrouwen ze weer zouden inleveren nu de oorlog voorbij was. De vrouwen zouden zogenaamd weer leuke kleren aan willen en er mooi uitzien. Dit was niets meer dan een praatje van de directie. Toch zat er niets anders op dan weer naar huis te gaan. Hoewel werkgevers gewend waren geraakt aan vrouwen op de werkvloer, dwong de terugkomst van militairen hen ertoe in te zien dat het slechts tijdelijk was. De vrouwen die buitenshuis bleven werken werden onder druk gezet om meer sociaal geaccepteerde en lager betaalde banen te vervullen. Hoewel de verschillen tussen man en vrouw dus weer terugkwamen, was het te laat om de sluizen te sluiten. Het duurde niet lang voordat de dochters van deze vrouwen de funderingen van deze ouderwetse ideeën begonnen te slopen. Hierdoor werd de weg geëffend voor vrouwen om een hogere opleiding te volgen en om uit te blinken in professionele rollen. Hoewel de behoefte aan Rosie-propaganda niet meer nodig is, heeft haar “We Can Do It”-mentaliteit een afdruk achtergelaten in de geschiedenis.


Deze Westinghouse poster werd korte tijd gebruikt om het moraal hoog te houden en was getekend in 1942 door J. Howard Miller. Deze poster werd in de jaren 80 populair maar heeft eigenlijk niets van doen met Rosie the riviter.

Dit is de illustratie die Norman Rockwell schilderde aan de hand van foto's die hij had laten maken van Mary Doyle. Het verscheen op de cover van het populaire 'The Saturday Evening Post'. Het originele schilderij is recent verkocht voor $5 miljoen.


Rosie was ook de inspiratiebron voor een film (zie poster hierboven) en een musical (de foto hieronder toont (een deel van) de cast)


Mary Doyle Keefe werd 92 en overleed in 2015


Rose Will Monroe werkte bij de Ford fabriek in Willow Run en werd gevraagd mee te doen in een korte promotiefilm als een 'real life' Rosie the riviter.

De Amerikaanse fabrieksarbeidster Geraldine Hoff Doyle (1924–2010) was mogelijk de vrouw die door Miller als model werd gebruikt, zonder dat zij daar zelf van op de hoogte was. Doyle dacht zichzelf te herkennen in een foto in het blad Modern Maturity uit 1984 en op de “We Can Do It!”-poster. Dit is echter nooit bewezen en inmiddels zelfs ontkracht. De media brachten haar na haar dood nog steeds in verband met de foto en de poster.
Inmiddels is bekend dat de foto waarop
Geraldine dacht zichzelf te herkennen achter een draaibank in Ann Arbor, Michigan, in werkelijkheid een foto van Naomi Parker Fraley. Zij werkte achter haar draaibank bij de Alameda Naval Air Station op 24 maart 1942. Fraley overleed op 20 januari 2018 op 96-jarige leeftijd. Tot aan haar dood probeerde zij zo veel mogelijk ruchtbaarheid te geven aan deze correctie en het misverstand rond de identificatie.

Het gaat om deze foto, hier afgebeeld op het boek 'The Patriotic Tide'. Op de foto zie je Naomi Parker Fraley. De foto is gemaakt om te laten zien dat de vrouwen veiligheidskleding dragen tijdens hun werk en ook hun haren moeten wegstoppen zodat ze niet in een machine terecht kunnen komen. Hiervoor dragen de dames bandana's. Er was geen plek voor glamour op de werkplek, 'safety first'.


Interview met Mary Doyle Keefe in 2012
Op straat zou je haar waarschijnlijk gewoon voorbijlopen zonder nog eens om te kijken: een aantrekkelijke oudere vrouw met een zachte glimlach en zorgvuldig gekapt zout-en-peper haar. Maar als ze een exemplaar van de toen populaire Saturday Evening Post bij zich zou dragen met de potige, wilde, roodharige Rosie the Riveter op de cover, zou je interesse wel gewekt zijn. Mary was namelijk Rosie. Mary, die onlangs 90 werd en in het McLean tehuis in Simsbury woont, was het model voor het historische affiche van de Amerikaanse kunstenaar Norman Rockwell. Ze herinnert zich nog duidelijk hoe ze eindigde als de vrouw met de biceps op de poster die Amerika duidelijk maakte dat vrouwen klaar waren om hun bijdrage te leveren in oorlogstijd. De moeder van 4, grootmoeder van 11 en overgrootmoeder van 3 vertelt.
V. Het is lang geleden dat je poseerde voor de foto. Wat herinner jij je?
A. Ik was 19 jaar en telefoniste, en we waren buren. Hij gebruikte wel vaker buren voor zijn schilderijen. Hij had de voorkeur om foto’s te schilderen, dus fotografeerde zijn fotograaf mij. Ik moest op verschillende manieren poseren en op een bepaalde manier kijken. Ik kan me niet herinneren of ik met een bepaalde blik moest kijken, ik ben 90 en kan het me niet precies herinneren. Ik moest twee keer poseren omdat ik de eerste keer een witte bloes en verkeerde schoenen aanhad [Saddle shoes, red.]. Norman wilde dat ik een blauw shirt aantrok en instappers. Mijn oom poseerde ook voor hem en staat op één van zijn Four Freedoms-schilderijen.
V. Rosie heeft een ongelooflijke blik en killer biceps. Jij ook?
A. Helemaal niet (lacht). Anders dan mijn gezicht en rode haar is het lichaam verfraaid door Rockwell. Ik was veel kleiner en vroeg me af hoe hij mij er zo uit wilde laten zien totdat ik het schilderij zag. Ik was ooit een keer bij de “Big E” met twee andere modellen die wel eens met hem hadden gewerkt als onderdeel van een opdracht, en toen kwam er iemand op mij af die vroeg waar ik toch de kracht vandaan haalde om de hele tijd te poseren met een klinkhamer op mijn schoot. Ik had nog nooit zo’n hamer gezien of er één vastgehouden voor de foto’s. Norman had die toegevoegd. Nadat het af was, belde hij mij om zich te verontschuldigen dat hij mij zo fysiek sterk had geschilderd.
V. De poster werd niet alleen iconisch vanwege zijn patriottische boodschap, maar ook als iets wat de deur opende voor de onafhankelijkheid van vrouwen en hun waarde buitenshuis. Zag jij het ook zo?
A. Ik stond er niet bij stil en ik zag mezelf niet als belichaming van de moderne vrouw. Er was een oorlog gaande en je deed wat je moest doen. En in een kleine stad als Arlington was het een kwestie van weten dat hij schilderde en vaak mensen vroeg om te poseren voor zijn foto’s. Ik besefte niet wat er zou gebeuren toen de Saturday Evening Post uitkwam. Ik was er trots op dat ik kon helpen en dat de Rosie-poster door het land ging om te helpen met de verkoop van oorlogsobligaties. Ik denk dat dat haar vooral beroemd heeft gemaakt.
V. Was jij een onafhankelijke vrouw in die tijd?
A. Ik vond mezelf niet onafhankelijk en ook na het uitkomen van de poster vond ik mezelf geen beroemdheid. Door de jaren heen heb ik op scholen gesproken over Rosie. Er was een Veteranendag na 9/11 op de school van een van mijn kleinkinderen en zij vroegen veteranen om te vertellen. Mijn kleindochter vertelde de leraar over mij en die zei dat alleen veteranen mochten vertellen. Toen ze zei dat ik Rosie was, mocht ik ook komen.
V. Heb je ooit een modellencarrière overwogen na het poseren voor de foto?
A. Nee hoor (lacht).
V. Rosie was een van de vele voorstellingen van de geest van het land in die tijd. Wat vind je van de geest van deze tijd?
A. Ik zou willen dat we die weer terugkregen. Je dacht meer over het land als één geheel. Ik herinner me dat er een bloeddonatieprogramma was. Arlington was zo klein dat ik met twee andere modellen naar New York reed om bloed te geven. Ik weet niet of mensen dat nog steeds doen.
V. Ik begrijp dat Rosie’s biceps nog steeds worden gebruikt in het McLean House voor een goed doel. Leg eens uit?
A. Een paar jaar geleden kwamen twee verpleegkundigen naar mijn deur en ze kwamen met een idee om mensen te laten vaccineren tegen de griep. Ze vroegen of ik kon helpen met promotie. Ze maakten kopieën van de cover en gaven die weg bij een griepprik; ik zou ze dan signeren. Ze hadden nog nooit zo’n hoge opkomst en daarom doen we het ieder jaar.
V. Zou je weer poseren voor de poster als je nog een kans had?
A. Ik zou het opnieuw doen. Ik heb ervan genoten. Het was helemaal niet slecht. Ik heb een exemplaar van het tijdschrift aan de muur hangen en enkele andere memorabilia. Het waren mijn “15 minutes of fame”.
Dit is het in 1942 uitgebrachte lied over Rosie the Riviter. Geschreven door John Jacob Loeb en Redd Evans.

Het schilderij van Jesiah in de Sixstijnse kapel

Henry Ford's historische bommenwerperfabriek, het thuis van vele Rosies en de latere fabriek van GM transmissies, is een belangrijk deel van de geschiedenis. Door een donatie van $50 red je een vierkante foot (± 1/9e m2). Doel is om een klein stukje te redden voor een nieuwe ruimte voor het Yankee Air Museum. De rest van het terrein is inmiddels leeg en klaar voor de toekomst.
Op 24 oktober 2015 kwamen 2.096 vrouwen en meisjes gekleed als Rosies uit 16 staten en Canada, inclusief 44 'echte' Rosies uit de jaren 40 bij elkaar bij de Willow Run Fabriek. Dit alles om een nieuw wereld record te vestigen om zoveel mogelijk Rosies bij elkaar te krijgen. Dit is gelukt! Doel was ook om de aandacht te vestigen op fabriek.

Het antwoord van het noordwesten van de USA op Rosie the Riviter. Wendy the Welder. Zij werkten op de scheepswerven van Kaiser.



