Prohibition, Moonshining and NASCAR - I'm no camel, I want beer!
Waar denk je aan als je het woord moonshine hoort? Maneschijn? Houten hutten in de bergen en illegale whiskystokerijen? Als het het laatste is zit je hier goed.
Moonshining is op allerlei manieren geromantiseerd in films en series, in verhalen en zelfs in documentaires. Het gaat allemaal over de drooglegging in Amerika: de periode waarin het verboden was alcohol te produceren en te verkopen. Omdat de vraag naar alcohol groot bleef, ontstonden in de bergen en bossen van de zuidelijke staten illegale stokerijen.
Je kent de beelden wel: houten hutjes met rook, glazen potten, mannen met baarden en soms zonder tanden, jonge jongens vol bravoure en snelle auto’s. Met deze auto’s, ook wel “tankers” genoemd, werd de drank op ingenieuze wijze verborgen en naar dorpen en steden vervoerd. Omdat de handel illegaal was en de staat belastinginkomsten misliep, werden agenten ingezet om deze jongens op te pakken. Het probleem was dat de politieauto’s te traag waren en de jongens goed konden rijden en weinig te verliezen hadden.
In de stokerijen werd whisky gemaakt, een drank die in de volksmond werd gezien als een soort vloeibare klap in je gezicht. Het had iets exotisch door de sfeer van illegaliteit en het hoge risico. Tegenwoordig wordt deze romantiek vaak commercieel uitgebuit en verschijnen er overal bedrijven die legale whisky als “moonshine” op de markt brengen. Iedereen die echte moonshine heeft gekend, en dan bedoel ik niet een slap aftreksel uit een badkuip, heeft vaak een zwak voor de moonshiners. Deze mannen doen niet snel mee aan de huidige hype. Geen enkele mooi vormgegeven fles uit de slijterij kan de eerlijke plattelandsmoonshine evenaren; het mist simpelweg karakter. Bovendien kan in de winkel gekochte whisky nooit echte moonshine zijn: het is immers legaal.
De term moonshine komt van het feit dat de stokerijen ’s nachts, bij maanlicht, werden gebouwd en gerund, ver weg van nieuwsgierige ogen en de wet. De naam zou echter ook afkomstig zijn uit Groot-Brittannië, waar het een aanduiding was voor werk dat ’s avonds werd uitgevoerd.
Vanaf het moment dat de eerste kolonisten aankwamen, werd er al thuis gestookt. Vaak werd drank gemaakt van maïs. Dit liep allemala fantastisch. Zelfs George Washington en Thomas Jefferson hielden zich ermee bezig. Voor vroege moonshiners was het geen bijverdienste of hobby, maar een manier van overleven. Na een slecht oogstjaar kon je van de maïs alsnog alcohol maken. Wanneer belasting zou moeten worden betaald, zouden veel boeren in de problemen komen. Belastinginspecteurs werden vaak aangevallen en met pek en veren besmeurd. Dit leidde in 1794 tot de Whiskey Rebellion, waarbij 13.000 soldaten werden ingezet om de opstand neer te slaan. Rond 1860 probeerde de overheid opnieuw belasting te innen om de burgeroorlog te financieren. De spanningen liepen verder op en dit leidde tot talloze conflicten en legendes.
Het sentiment van het publiek keerde zich uiteindelijk tegen de moonshiners. Totdat de Amerikaanse overheid in 1919 besloot dat er geen alcohol meer geproduceerd, geïmporteerd of verkocht mocht worden. Drinken zelf was echter niet verboden. Hierdoor ontstonden allerlei creatieve manieren om toch aan alcohol te komen. Voor de moonshiners kon het nauwelijks beter: er was geen legale concurrentie meer.
Moonshine, illegaal thuisgestookte drank (meestal whisky), werd in de bossen achter huizen geproduceerd en hield generaties moonshiners en bootleggers (dranksmokkelaars) bezig met het ontduiken van de wet. Het doel was belasting en regelgeving te omzeilen. Nadeel was dan ook meteen dat er geen controle was. Ze stonden er niet bekend om om erg schoon te werken, er viel wel eens een insect in de water en maïsmeel mix, ze droegen geen haarnetjes etc. En doordat er nu meer vraag dan aanbod was werd er van alles gedaan om de winst te verhogen, er kwam drank op suikerbasis, het werd verdund etc.
Naast de illegale status was het drinken van moonshine ook riskant. Slechte moonshine kon ernstige schade veroorzaken of zelfs dodelijk zijn. In de eerste fractie van het distillaat zit methanol, dat in kleine hoeveelheden al blindheid kan veroorzaken. In hogere concentraties kan het dodelijk zijn, drink meer dan je lichaam kan omzetten en je bent er geweest. Sommige moonshiners verkochten gewoon alles wat gebrouwen werd en andere vervingen hun koperen buizen door een autoradiateur waardoor er zelfs glycol bij de mix kon komen. In de jaren 60 was er zelfs een infomercial van de overheid waarin gewaarschuwd werd voor het gif in moonshine.
De reden dat het illegaal was kwam door de belastingen. Voor iedere 750 ml 40% drank eist de overheid $2.14, aangevuld met belastingen per staat. Alaska vraagt zelfs $13 dollar voor een gallon. Hierdoor mist men tot $25 per gallon. Bier en wijn brengt slechts een fractie hiervan op. De misgelopen belastingen konden hoog oplopen. Om het spul, witte whisky, hooch, rotgut, corn liquor of white lightnin', legaal te stoken moet je bewijzen en vergunningen van de overheid hebben. Om dit voor elkaar te krijgen moet je de opstartkosten kunnen betalen voor een distilleerderij die aan alle eisen van toen zou voldoen zal rond de 10.000 dollar hebben gelegen, een illegale stokerij was voor een paar duizend dollar al up and running.
Door de drooglegging groeide de georganiseerde misdaad, met verborgen kroegen die bekendstonden als “speakeasies”. Deze geheime bars hadden verborgen deuren, wachtwoorden en vluchtroutes voor invallen van federale agenten. Als je het hebt over misdaad in deze tijd dan kun je niet om Al Capone heen. Chicago gangster John Torrio (Chicago Outfit) nam Al Capone onder zijn hoede en uiteindelijk nam Capone Torrio's organisatie over.




Hoe maak je moonshine?
Moonshine whisky maken gebeurt via fermentatie en destillatie. Het begint met een beslag van water en maïs (of andere granen), waarin gist de aanwezige suikers omzet in alcohol. Soms wordt extra suiker toegevoegd om de opbrengst te verhogen, al is dat niet noodzakelijk voor het proces.
Na de fermentatie wordt het beslag verhit in een distilleerketel. Alcohol verdampt bij ongeveer 78,3 °C en stijgt op in de vorm van damp. Deze damp wordt via koperen leidingen of een spiraal afgekoeld, waardoor hij weer condenseert tot vloeistof. Zo ontstaat een sterk alcoholisch distillaat.
Het alcoholpercentage werd vroeger niet precies gemeten zoals nu, maar geschat met eenvoudige proefmethoden of later met basale meetinstrumenten zoals een alcoholmeter. Moderne moonshine varieert grofweg tussen 40% en 65%, afhankelijk van het proces en het aantal distillatiestappen. Zeer hoge percentages komen voor, maar zijn niet de norm.
Moonshine hoeft niet te rijpen zoals whisky. Na fermentatie en destillatie is het product direct bruikbaar, waardoor het proces relatief snel kan verlopen. Het eindresultaat is meestal helder en heeft een uitgesproken graan- of maïskarakter.. Sommige mixen het met fruitsmaken om het lekkerder te maken. Dat was beter dan de testjes met mest, thinner, chloor en andere zaken, daar overleden vele mensen aan. Moonshine was erg sterk, afhankelijk van het aantal keren dat het door de stokerij ging. De pot of kan werd gemarkeerd met een X. Stond er XXX op dan was het sterk spul, tot 75%.



Hierdoor werden de bordelen, speakeasies, brouwerijen en distilleerderijen naar een hoger plan getild. Op het hoogtepunt verdiende zijn organisatie meer dan $100 miljoen per jaar. Uiteindelijk verwijderde de burgemeester hem uit zijn stad, hij wilde niet meer met hem meewerken. Ondanks de inzet van Eliot Ness en zijn team kon Al alleen gepakt worden op belastingontduiking waarvoor hij gevangen heeft gezeten op Alcatraz. Hij werd vanwege gezondheidsredenen vrij gelaten en overleed in 1947 aan een hartstilstand.
Ondanks dat de drooglegging werd opgeschort in 1933 werden de bierbrouwers nog steeds niet ontzien. Vanwege een fout van een assistent was 'en bier' weggelaten bij de tekst dat het maken van wijn voor eigen gebruik weer legaal was. Pas in 1978 tekende president Carter een wet die belastingvrijstelling voor bier goedkeurde. In sommige staten bleef alcoholverbod nog tot in de jaren zeventig bestaan. De hoogtijdagen van moonshining waren toen echter al voorbij. Menigeen vind dat het afgelopen was met de uitbraak van de 2e wereldoorlog. De meeste jongens gingen in dienst en gingen na de oorlog iets legalers doen met hun talenten.
Tegenwoordig is de inkoop voor legale distilleerderijen zo betaalbaar dat ondanks de belasting de drank van de moonshiners niet meer goedkoper is. Voor de consument maakt het dus niet veel meer uit tenzij hij de overheid een oor wil aannaaien....
In sommige gevallen mag je thuis bier of wijn maken, tot 757 liter per jaar per huishouden van twee personen, maar je mag dus geen moonshine maken op straffe van 5 jaar celstraf en een boete van $ 10.000. Sommige staten staan het wel toe maar dan moet je wel een vergunning aanvragen en $ 500 per jaar aan belasting betalen. Hierdoor kun je toch moonshine (homebrew) in een slijterij vinden. Ook mag je met een vergunning van de ATF alcohol distilleren voor gebruik als brandstof. E85 bevat ook 85% alcohol, je kunt er dus je auto op laten rijden, net als vroeger de T Ford al kon.
Het bracht en brengt ook flink wat op. Een inval in Tennessee leverde 1.000 gallon jugs op, straatwaarde $50.000. $12.50 per liter. Moonshiners worden zelden opgepakt voor illegale drank productie, maar bijna altijd voor belastingontduiking. Ook worden ze vaker verdacht van witwaspraktijken. Ook omdat deze laatste aantijgingen 15 jaar celstraf opleveren en de ontduiking van belasting 5 jaar. Er wordt bijna altijd beslag gelegd op hun huizen en andere bezittingen zodat hun boetes betaald kunnen worden. In Franklin County, Virginia verkochten moonshiners tussen 1930 en 1935 zoveel drank dat het met de cijfers van 1920 $5,5 miljoen aan belasting zou hebben opgeleverd. De IRS pakte na onderzoek 34 man op, waaronder 19 moonshiners, en 9 ambtenaren. Er werd beveiligingsgeld betaald aan de politie en de sheriff hield alles in de gaten. Door het grote geld en de macht werden kleine bootleggers zelfs weggewerkt. 31 man werd uiteindelijk schuldig geacht en kregen slechts voorwaardelijk tot maximaal 2 jaar celstraf. Dit had weinig invloed op de handel en woog niet op tegen de inkomsten.




Bootleggers
Drankrunners heten in het Engels 'bootleggers'. Deze naam kwam uit de koloniale tijd waarin het product verstopt werd in de rijlaarzen tegen het been. In onze tijd zijn het de mensen die het product van de stokerij naar de klant brengen.


Oakland speedway
Kort stukje geschiedenis over moonshining, Nascar en muscle cars
Racen en NASCAR
Stel, je woont op het platteland tijdens de Grote Depressie. De oogst is mislukt en er is weinig werk. Het enige wat je hebt is je auto. Je hebt er uren genoeg aan gewerkt; er zit inmiddels net zoveel bloed als olie aan de motor. Die auto is je wereld, je enige uitweg naar een beter leven. De auto rijdt goed, maar jij bent een nog betere rijder. Je wint af en toe een race in de omgeving en je valt op bij enkele mensen die je een baan kunnen aanbieden. Ondanks dat de drooglegging voorbij is, staan veel dorpen in het zuiden nog droog. Drank verkopen mag niet, dus ook de leveranciers van legale drank bleven er weg. Het was nog steeds winstgevend om geen belasting te betalen en moonshine te leveren. Je baan wordt dus het afleveren van drank in de droogstaande dorpen. Je moet de politie ontwijken of, als dat niet lukt, ze eruit rijden. Precies waar jij en je auto voor zijn gemaakt! Je rijdt het liefst ’s nachts en zonder lampen; dan zagen ze je niet aankomen. Soms was iemand je al vooruit gereden om te kijken of de route vrij was.
De zogenaamde “whiskycars” of "tankers" werden vaak aangepast om de politie om de tuin te leiden. Schakelaars om de remlichten buiten werking te stellen zodat ze te hard een bocht ingingen of achterop reden. Ook werd de vering aangepast om de wegligging te verbeteren, vooral met een paar honderd liter drank aan boord. De auto zakte dan niet door, waardoor hij minder opviel. Aanpassingen van de laadruimtes zodat bij een doorzoeking niets gevonden werd werkten niet meer, dus het ontwijken van de “Feds” werd steeds belangrijker.
Het waren vaak jonge jongens, soms zelfs 14 jaar. Ze werkten op de boerderij met hun familie en waren gewend met machines en auto’s om te gaan. Ze hadden een mix van street smart, zenuwen en kennis van de omgeving. Junior Johnson vertelde dat hij een lamp en sirene had. Als hij de politie naderde en er was een blokkade, dan zette hij de lamp en sirene aan waardoor men dacht dat er een agent aan kwam en werd de blokkade weggehaald waardoor hij kon doorrijden. Charlie Mincey vertelde: “Je betaalde de moonshiner $2,50 per gallon en verkocht het in de stad voor $3,50 per gallon. Ik nam vaak 200 gallon mee. Mijn eerste auto was een Ford die ik voor $575 kocht en waarvan ik de motor heb laten aanpassen. Bij iedere koplamp in de binnenspiegel ging je ervandoor. Soms als ik me verveelde liet ik de politie bellen en als ze dan kwamen racete ik ervandoor met hen achter me aan.”
De agenten kwamen niet uit de omgeving en kenden hun auto’s niet zo goed als de bootleggers. Deze agenten waren belastinginspecteurs van de Internal Revenue Service en geen coureurs.
Fan van NASCAR? Het bestaan ervan heb je te danken aan de moonshiners en hun bootleggers. Tijdens de drooglegging kwamen de drankrunners erachter dat het nodig was de belastinginspecteurs eruit te rijden. Dit resulteerde in getunede auto’s en uiteraard kleine wedstrijdjes om over op te scheppen. Grote V8-motoren waren de norm. De bestuurders wilden ze sneller en sneller maken, dus werden ze geboord, gehoond en voorzien van turbo’s of superchargers. Vooral de sterke Cadillac-motoren waren gewild, net als later de Chevrolet 350-blokken. Daarom zie je ook best wel Ford hot rods met Chevy-motoren.
In de kleine dorpjes van de jaren 30, 40 en 50 had men weinig vertier, tenzij je armoede als vertier ziet. De meesten hadden geen bioscoop en naar een andere stad rijden kostte tijd en geld. Ook waren er geen grote sportwedstrijden; baseball en football kwamen pas later naar het zuiden. Wat ze wel hadden was ruimte, snelle auto’s en dito bestuurders, en slimme boeren die velden inzetten als racebanen. Voor een kleine vergoeding kon men komen kijken naar de races; de racers verdienden een kleine extra cent en veel extra bravoure.
De races van de bootleggers werden georganiseerde races in de jaren 40. Op 17-12-1947 haalde Big Bill France enkele racers, auto-eigenaren, monteurs en promoters naar het Streamline Hotel in Daytona Beach, Florida om de regels voor het spel op te stellen. Als resultaat werd de National Association for Stock Car Auto Racing opgericht. De winnaar van de eerste NASCAR-race, Red Byron, won op het strand van Daytona op 15-2-1948. De week ervoor had hij zijn auto nog gebruikt voor een run! Het doel was om met standaardauto’s te racen, dezelfde auto’s als waarmee de mensen ernaartoe waren gekomen. Vanaf dat moment kwam er toch een scheiding tussen de whiskycars en de NASCAR-auto’s. De auto’s moesten aan bepaalde eisen voldoen. Toen ze de IRS moesten ontwijken waren er geen regels. Toen NASCAR populairder werd, nam bootlegging af. Whiskycarracers hadden nu een legale en lucratieve outlet voor hun talenten. Inmiddels waren de legale drankleveranciers nu ook in het zuiden aangekomen. Hoewel er graag een biertje wordt gedronken bij het bekijken van een sport, weet ik zo geen andere sport die ontstaan is door drank. 1-0 voor moonshine!
De drooglegging (Prohibition) van 1920 - 1933
Het idee om drank te verbieden kreeg momentum rond 1830. Men geloofde dat alcohol veel te maken had met gekte, armoede en andere slechte zaken. Dit waren ideeën van de Temperance Movement. Het aantal mensen dat zich tegen ‘demon rum’ afzette groeide exponentieel. Honderdduizenden mensen verspreidden het woord en vroege temperancewetten begonnen vorm te krijgen.
In 1838 besloot Massachusetts dat sterke drank alleen nog in grote hoeveelheden mocht worden verkocht zodat mensen met weinig geld niets meer konden kopen. In 1846 werd Maine de eerste staat waarin drank werd verboden. Hierdoor namen ook andere steden en gemeenten soortgelijke maatregelen. Rond 1850 begon de First Reform Era met het idee om veranderingen door te voeren in bepaalde sociale gebieden, met name slavernij. De anti-alcoholbeweging volgde; de Ierse en Duitse immigranten werden nu het focuspunt. De meeste successen kwamen in het westen en zuiden, stadsbewoners waren niet zo geïnteresseerd in het opgeven van alcohol als de bewoners in de Bible Belt waren. De Burgeroorlog zorgde voor een afnemende interesse, maar omdat na de oorlog de drankconsumptie flink toenam werd de interesse weer aangewakkerd.
De Prohibition Party, gevormd in 1869, was het zat om het ontwijkende gedrag op het gebied van de alcoholwetten van de Republikeinen en Democraten te zien. De partij vond dat het verbieden van alcohol het einde zou betekenen van sociale en politieke corruptie. De Women’s Christian Temperance Union werd opgericht in 1873 door zeventig vrouwen uit Hillsboro, Ohio. Zij gingen in een kroeg bidden nadat er een antidemonstratie in hun kerk was geweest. Uiteindelijk kregen ze leden uit het hele land.
Het 18e amendement
De groepen die voor waren hadden hiervoor enkele redenen. Zij vonden dat er een link was tussen drank en antisociaal gedrag zoals kindermishandeling en huiselijk geweld. Ook Henry Ford was een uitgesproken tegenstander van alcoholgebruik; hij vond dat het een negatieve impact had op de productiviteit. Anti-Duits sentiment speelde ook een rol gedurende de Eerste Wereldoorlog. Veel brouwerijen werden gerund door Duitse immigranten. Het sentiment was dat het graan beter gebruikt kon worden om soldaten te voeden in plaats van alcohol te produceren.
Ondanks de inzet van anti-droogleggingsorganisaties werd op 16 januari 1919 het 18e amendement aangenomen. Deze datum kon per staat afwijken. De Volstead Act, beter bekend als de National Prohibition Act, verbood de productie, verkoop, export, import en transport van drank, behalve persoonlijk bezit en het drinken ervan en werd aangenomen op 28 oktober 1919. Als je wijnkelder dus goed gevuld was had je nergens last van, althans zolang je het privé hield. Het voorzag ook in de hoogte van de boetes, uitzonderingen (medicatie en religie) en de alcoholpercentages die werden gekwalificeerd als ‘bedwelmend’. Alles met meer dan 0,5% was boven de limiet.
Problemen met de handhaving en het 21e amendement
Een wet aannemen is één ding, het handhaven ervan is iets anders. Illegale alcoholkoeriers, zoals drugskoeriers tegenwoordig, kwamen veel voor. Zij konden veel geld vragen voor hun diensten om alcohol het land in te smokkelen.
De vraag naar 10.000-dollarbiljetten nam enorm toe rond 1926. Dit zou een teken zijn van grote transacties. Europese rumvloten hadden ook succes. Kleine boten voeren vanaf de kust naar schepen die in internationale wateren lagen en kwamen terug met grote hoeveelheden drank. Smokkelen vanuit Canada was ook makkelijk.
Corruptie binnen de politiek vierde hoogtij; de zakken van politici werden goed gevuld bij het oogluikend toestaan van alle illegale transacties.
Voor de Prohibition waren er 15.000 legale cafés in Amerika. Tegen 1927 waren er 30.000 speakeasies en meer dan 100.000 mensen brouwden thuis hun drank.




Pitsburgh 1922


Het einde van de drooglegging in 1933 wordt gevierd! Met drank waarschijnlijk...
Undercoveragenten konden hun werk ook amper doen. Bij arrestaties kon daarna bijna niemand veroordeeld worden door corruptie binnen het politieapparaat. Ook waren er te weinig mensen gezien de omvang van de industrie. Op een bepaald moment waren er 7.000 arrestaties en slechts 17 veroordelingen in New York City. Veel staten waren het beu. In 1925 hadden zes staten wetten aangenomen waarin de politie geen overtredingen meer hoefde te onderzoeken. Steden in het Midwesten en noordoosten handhaafden de wet helemaal niet meer. De burgemeester van New York, Fiorello LaGuardia, zei in de jaren 40 dat het niet bekend was of de Prohibition goed of slecht was, omdat het volgens hem nooit echt gehandhaafd was.
De Prohibition zorgde ook voor veel economische ellende. Veel brouwerijen gingen failliet of stapten over op de productie van ijs, alcoholvrij bier en maïssiroop. De start van de Grote Depressie zorgde voor een veranderende blik op de Prohibition. Waarom mochten criminelen wel profiteren? De staat liep inkomsten mis.
De cijfers zeiden veel: per 100.000 mensen overleden in 1929 10,7 mannen, ten opzichte van 29,5 in 1911 aan levercirrose. Aan de andere kant waren meer dan 50.000 mensen overleden aan vervuilde drank, die anders niet zouden zijn overleden. Alcoholconsumptie, voor zover deze meetbaar was, daalde met 30 tot 50 procent. Ook waren er meer alcoholisten en cafés (illegaal dan wel) dan voor de Prohibition.
In 1932 werd het 21e amendement aangenomen, de enige wet ooit die rechten herstelde die door een andere wet waren ingetrokken. Nadat 3/4 van de staten de wet had geratificeerd trad hij landelijk in werking. Vroegere tegenstanders sloten zich zelfs aan bij de feesten die ontstonden omdat ook zij inzagen dat de nadelen van alcohol niet opwogen tegen de voordelen van de Prohibition.
De staten moesten daarna zelf regels instellen. In de meeste staten was 21 de leeftijd waarop alcohol mocht worden gedronken, in sommige 18. Pas in 1984 werden er landelijke regels ingevoerd. Ook in deze tijden zijn er nog steeds counties en dorpen die ‘droog’ zijn. In sommige staten mag je zelfs geen alcohol in je auto hebben om mee naar huis te nemen.










Een agent met het bewijs van een in beslag genomen voorraad suiker



De wetshandhavers
De agenten die belast waren met het opsporen van moonshiners en bootleggers waren de belastinginspecteurs van de Internal Revenue Service (IRS), de Amerikaanse versie van onze belastingdienst, maar ook Prohibition agents en Treasury agents waren hierbij betrokken.
In 1862 werd binnen het Department of the Treasury de afdeling Internal Revenue opgericht om binnenlandse belastingen en accijnzen te innen, waaronder hoge belastingen op alcohol en tabak. Importheffingen op buitenlandse goederen, zoals geïmporteerde drank en tabak, vielen niet onder deze afdeling maar onder de douane. In datzelfde jaar werd ook voor het eerst een federale inkomstenbelasting ingevoerd:
Revenue Act 1862:
-
3% op inkomen $600–10.000
-
5% boven $10.000
Deze belasting was tijdelijk en bedoeld om de Amerikaanse Burgeroorlog te financieren. De belastingwet werd in de jaren daarna meerdere keren aangepast. Uiteindelijk werd een substantieel deel van de oorlogskosten gedekt door belastinginkomsten. Na de oorlog verviel de inkomstenbelasting weer. Tegen 1863 nam de afdeling drie detectives aan. Belastingontduiking was sterk toegenomen, en hun taak was het opsporen van fraude en ontduiking van federale belastingen, met name accijnsfraude rond alcohol.
Pas in 1913 werd een nieuwe belastingwet aangenomen: het 16e amendement, waarin de overheid de macht kreeg belasting te heffen over inkomens. Alleen mensen met een inkomen van $3.000 of meer hoefden aangifte te doen (in 2026 geld is dat $ 100.915). In het eerste jaar werd er amper geld geïnd, mede door een tekort aan personeel. In 1919 was men nog bezig met de aangiftes van 1917. Vanaf 1918 werd de naam Internal Revenue Service gebruikt. Dit was nog niet officieel; dat gebeurde pas in 1953. Naar buiten toe werd de naam Bureau of Internal Revenue gebruikt.
Op 16 januari 1919 werd de Prohibition-wet goedgekeurd. De wet bevatte ook de hoogtes van de boetes en de lengtes van de celstraffen bij overtreding. De verantwoordelijkheid voor de handhaving werd gedelegeerd aan het hoofd van de Internal Revenue. De Volstead Act werd aangemomen op 28 oktober 1919. Op 20 januari 1920 werd het land ‘drooggelegd’.
Het had weinig effect op Amerika’s dorst en de criminaliteit nam enorm toe. De Prohibition Unit werd opgericht; zij werden bekend door het aanpakken van gangsters als Al Capone, onder meer door Eliot Ness. Ness had een team samengesteld om Capone aan te pakken. Capone probeerde Ness en zijn team meerdere malen om te kopen. Zij accepteerden dat niet, waardoor hun team de naam The Untouchables kreeg van de pers. Uiteindelijk werd Capone gepakt op belastingontduiking en werd hij twee jaar voor het einde van de Prohibition veroordeeld tot 11 jaar cel.
De voorlopers van de huidige IRS Criminal Investigation Division ontstonden in de negentiende eeuw, toen de overheid onderzoek moest doen naar vermoedens van belastingfraude en accijnsontduiking. Hun taak was het opsporen van (criminele) overtredingen door mensen die zich niet aan de belastingregels hielden. In 1919 werd binnen de belastingdienst de Intelligence Unit opgericht, gespecialiseerd in financiële opsporing. Deze afdeling stond bekend om haar expertise in het volgen van geldstromen en was de enige tak van de IRS waarvan agenten bewapend mochten optreden.
De afdeling werd vooral bekend in de jaren 30 door de veroordeling van public enemy no. 1 Al Capone wegens belastingontduiking. Ook bij grote federale onderzoeken, waaronder de nasleep van de ontvoering van de Lindbergh-baby, kwam hun financiële expertise van pas, bijvoorbeeld bij het traceren van losgeld. In 1978 werd de naam Intelligence Unit officieel veranderd in Criminal Investigation (CI). De IRS Criminal Investigation Division kent al decennialang een uitzonderlijk hoge veroordelingsgraad.
In 1927 werd de Prohibition Unit een aparte afdeling: het Bureau of Prohibition. Op het hoogtepunt werkten er 4.300 man. Door de Prohibition werd het innen en controleren van belastingen minder belangrijk en verdween dit deels naar de achtergrond. Men beschermde niet langer alleen de inkomsten maar stak meer tijd in het aanpakken van criminaliteit. Ze gingen achter gangsters aan. De unit werd uiteindelijk overgezet naar het Department of Justice en bleef daar tot 1933.
Met het einde van de Prohibition in december 1933 kwam ook een einde aan het federale verbod op alcoholproductie en -verkoop. De handhavingstructuren die tijdens de drooglegging waren opgebouwd, waaronder het Bureau of Prohibition, werden grotendeels ontmanteld of gereorganiseerd. Binnen de herstructurering van het Department of the Treasury werden de resterende taken rond alcoholhandhaving ondergebracht in nieuwe of aangepaste eenheden, waaronder de Alcoholic Beverage Unit. De focus verschoof daarbij van het opsporen van illegale productie en smokkel naar regulering en belastingheffing op alcoholische producten.
Een deel van de ‘oude’ medewerkers voegde zich weer bij het US Department of the Treasury en kwam onder de verantwoordelijkheid van de IRS. De nieuwe unit heette de Alcohol Tax Unit (ATU). Na het einde van de Prohibition bleef Eliot Ness binnen het federale systeem werkzaam in de alcohol- en belastinghandhaving. Hij kreeg in 1934 een leidende functie binnen de Alcohol Tax Unit (ATU), waar hij verantwoordelijk werd voor onderzoeken naar belasting- en alcoholgerelateerde overtredingen in de regio Cleveland. De oorspronkelijke leden van zijn Chicago-team, bekend als “The Untouchables”, gingen niet als vaste eenheid mee over, maar vervolgden hun loopbaan binnen verschillende onderdelen van de federale en lokale opsporing.
Het handhaven van de nieuwe wet was lastig. Corrupte ambtenaren konden niet van de ene op de andere dag veranderen. De publieke tolerantie jegens de illegale drankhandel zorgde voor ongeïnteresseerde vervolgers, jury’s en rechters. Misdaadorganisaties gingen gewoon door met hun illegale praktijken. De ATU pakte in de eerste maanden na oprichting veel criminelen op. Steun van burgers groeide en door het oprollen van een aantal grote organisaties veranderde ook de houding van rechters. De criminelen werden echter slimmer, maar dat werden de agenten ook.
Bendes vochten om distilleerderijen en distributienetwerken. Machinegeweren zoals die van Thompson (de Chicago Typewriter) bleven veel gebruikte wapens. Gangsters vermoordden elkaar op straathoeken, in clubs en restaurants. Onschuldige mensen raakten er ook vaak bij betrokken. Burgers die in het begin onder de indruk waren van de glamoureuze gangsters distantieerden zich later van het geweld. De overheid voerde een wet in waarbij alle importeurs en fabrikanten verplicht werden een vergunning te verkrijgen, belasting te betalen en registraties bij te houden van alle vuurwapens. Dit werd de National Firearms Act van 1934. Daarop volgde in 1938 de Federal Firearms Act, waarbij dealers van wapens en munitie een licentie moesten hebben en belasting moesten betalen. De ATU nam deels de verantwoordelijkheid voor de naleving op zich samen met Treasury en Justice.
De ATU nam de Miscellaneous Tax Unit op in de organisatie, die toezicht hield op de naleving van de tabakswetgeving. Dit resulteerde in 1952 in de Alcohol and Tobacco Tax Division. In 1953 werd het Bureau of Internal Revenue omgedoopt tot Internal Revenue Service.
Het vervolgen van moonshiners was gevaarlijk werk. Tussen 1934 en de jaren 60 werden 17 onderzoekers gedood en waren er honderden gewonden door schietpartijen, aanslagen en auto-ongelukken door achtervolgingen. Tijdens de Prohibition waren het er nog meer. Gedurende de jaren 50 was er een Preventative Raw Material Program waarbij inspecteurs moonshiners mochten arresteren als zij door een combinatie van signalen een vermoeden hadden van illegale productie, zoals wanneer men grote hoeveelheden suiker bezat. Een parallel programma drukte verkopers op het hart geen grote hoeveelheden producten te verkopen aan verdachte personen.
In de jaren erna werden de eisen van de wapenwetten steeds strenger, onder meer door de moorden op JFK en RFK en die op Martin Luther King. Door nieuwe wetten kwamen er ook missies bij die te maken hadden met explosieven. In 1972 werd het een zelfstandig bureau. De onderzoeken naar misdaden die te maken hadden met wapens en explosieven werden belangrijker dan alcohol. De kennis en onderzoekstechnieken die men had ontwikkeld bij de naleving van de alcoholwetten werden nu ook gebruikt voor het vervolgen van overtredingen van de wapen-, explosieven- en tabakswet. Door de terroristische aanval op de Twin Towers in 2001 rapporteert het bureau niet meer aan het Department of the Treasury maar aan het Department of Justice.
Het aannemen van de eerste Prohibition Agents zoals Eliot Ness legde de basis voor een institutionele traditie binnen federale opsporing die uiteindelijk zou uitmonden in de moderne ATF Special Agents. Het bureau heet nu voluit: Bureau of Alcohol, Tobacco, Firearms and Explosives.

