Life is one Cadillac after another
Er waren geen wijzigingen aan de Model G-motor voor 1908, maar de geadverteerde pk-score werd verhoogd van 20 naar 25. Dit kwam door de nieuw ingestelde Association of Licensed Automobile Manufacturers-paardenkrachtformule, die het Model G een vermogen van 25,6 pk gaf.
Cadillac was altijd conservatief geweest met pk-ratings. De ALAM-classificatie was eveneens conservatief en gaf dezelfde beoordeling aan elke motor met dezelfde boring en hetzelfde aantal cilinders. Er werd geen rekening gehouden met het ontwerp, de nauwkeurigheid of precisie van de fabricage, de superieure pasvorm en toleranties, enzovoort.
Hoewel Cadillac een stem had in het vaststellen van de ALAM-formule, nam het al snel de disclaimer op dat het dezelfde beoordeling kreeg als de minst geavanceerde fabrikant. Hoewel motoren werden getest op het werkelijk ontwikkelde vermogen, duurde het vele jaren voordat de maximale paardenkrachten bekend werden gemaakt.
Het Model G werd in november 1907 geïntroduceerd. De verkoop en productie in het kalenderjaar bedroegen 1.030 exemplaren (1907-1908).
De omvangrijke, gecompliceerde planetaire transmissies in de luxe viercilinders waren een te grote sprong ten opzichte van de ééncilinder, die inmiddels passé was geworden. Het aangepaste Model G-ontwerp vormde een solide basis voor de "Thirty", die tot 1914 het enige model van Cadillac zou zijn. De overgang naar een leidende positie op het gebied van luxeauto's zou nog zeven jaar op zich laten wachten. Het Model H werd geïntroduceerd in juni 1907. De verkoop en productie in dat kalenderjaar bedroegen 509 exemplaren (1906-1908). Dit was het laatste jaar voor de planetaire transmissie van de luxe viercilinders en het tegen de klok in starten bij Cadillac.
De enige overgebleven Brush-ontwerpen waren de koperen watermantel en het spatsmeersysteem. Beide bleven bij Cadillac in gebruik tot 1914.
Enkele honderden van de ongeveer 16.000 geproduceerde eencilinder-Cadillacs zijn nog steeds in handen van verzamelaars over de hele wereld.
Een prominente Australische verzamelaar merkte tijdens een bezoek aan Hershey op: "Wie een auto met één cilinder wil restaureren, besturen en ervan genieten, kan het beste een Cadillac zoeken."
.
De Dewar Trophy
De RAC (Royal Automobile Club, de Britse ANWB) wilde een test uitvoeren betreffende de standaardisatie van onderdelen. Alleen Cadillac bood zich hiervoor aan. In 1908 werden drie Model K's geselecteerd door de RAC uit de voorraad van de Anglo-American Motor-Car Company, de Londense agent van Cadillac. Fred Bennett zorgde voor de import van vele Cadillacs naar het Verenigd Koninkrijk. De UK was de grootste importeur van auto's.
In 1907 werden er 11.700 auto's gebouwd, maar er werden er bijna net zoveel geïmporteerd. De naam Cadillac stond al goed aangeschreven, mede door de goede producten van L&F. De naam Leland Build stond al synoniem voor kwaliteit. Op 29 februari werden de 25 mijl afgelegd naar het Brooklands-circuit, dat net een jaar open was. Daar reden ze 10 rondjes, in totaal 30 mijl. De RAC sloeg de auto's op en haalde ze op 2 maart volledig uit elkaar.
De RAC gooide alle onderdelen op één hoop en voegde er nog 89 vervangingsonderdelen van de agent aan toe. Hieruit werden weer drie stapels gemaakt, waaruit drie Model K's werden opgebouwd.
Ze kregen de bijnaam "Harlekijn" vanwege hun verschillende kleuren. Deze drie auto's werden op 12 maart gestart en reden opnieuw rondjes op Brooklands. Om 14:00 uur op vrijdag 13 maart hadden de auto's 500 mijl gereden. Eén exemplaar werd daarna weer opgeslagen tot juni voor de RAC Reliability Run. Hier won men de Dewar Trophy voor de indrukwekkende demonstratie van de uitwisselbaarheid van onderdelen.
General Motors
In 1908 bood William Durant, de oprichter van GM, $3 miljoen voor Cadillac. Leland vroeg echter $3,5 miljoen en Durant weigerde.
Cadillac werd echter steeds succesvoller en Durant probeerde het opnieuw. Inmiddels was de prijs opgelopen tot $4,125 miljoen en uiteindelijk ging de verkoop door voor $4,5 miljoen. Durant betaalde met de winsten die hij had behaald met Buick. Op 29 juli 1909 werd Cadillac Motor Car Co. een volledige dochteronderneming van General Motors Co. en werd Henry Leland president en algemeen directeur van Cadillac Motor Car Co. Durant wilde met zijn strategie auto's aanbieden in ieder segment. Klanten konden eerst een goedkope Chevrolet kopen en via de andere merken opklimmen naar een Cadillac. Cadillac was het meest luxe merk van GM, maar stond qua luxe nog wel onder Pierce-Arrow of Duesenberg. Productie- en verkoopcijfers 1909: 5.903 exemplaren. Men moest nu echt erkennen dat de markt voor ééncilinderauto's inmiddels was opgedroogd. Cadillac ging verder met een ontwerp dat zijn oorsprong had in 1906: het Model G van 1907-1908.
Door de massaproductie van één enkel model was Cadillac in staat om een auto van hoge kwaliteit te bieden tegen een redelijke prijs: $1.400 voor het Model "Thirty", tegenover $2.000 voor het Model G.
De eerste gesloten auto's
In de begintijd van het autorijden in Amerika zorgden het feit dat de meeste auto's open waren en de slechte reisomstandigheden ervoor dat autorijden in de winter bijna onmogelijk was. Fabrikanten toonden daarom de nieuwe modellen in de winter op de autoshows en namen bestellingen op met aflevering in de lente en zomer. Cadillac's modeljaar viel samen met het kalenderjaar en de productie van het nieuwe jaar stond voor de deur.
Vanaf 1910 ging Cadillac zich meer bezighouden met gesloten auto's. Men had een goede reputatie opgebouwd op het gebied van kwaliteit en waarde. Met voldoende vraag naar de volledige productiecapaciteit introduceerde men de 1911-modellen in de late zomer van 1910 en had men aan het begin van het kalenderjaar al een aanzienlijk percentage van de modelproductie van 1911 afgeleverd. Cadillac produceerde minder dan de vraag en klanten waren bereid om de levering op elk gewenst moment te accepteren of zo lang te wachten als nodig was voor de aflevering.
1911
Basisprijs: $1.800.
Innovaties: ontwikkeling van de elektrische starter en elektrische verlichting voor het modeljaar 1912.
De starter werd aangedreven door de oliepomp en diende ook als generator voor de verlichting. Daarnaast kon hij de accu laden. Zie ook de pagina over de elektrische starter.
1912-1917
"Standard of the World" werd voor het eerst gebruikt in de herfst van 1912 voor de auto's van modeljaar 1913.
De Thirty kostte inmiddels $2.000: $600 meer dan in 1908.
Een Cadillac Touring uit 1914 (motornummer 92.524) werd bekroond met de Dewar Trophy van 1913 tijdens een 1.000-mijlstest die in september/oktober 1913 door Fred Bennett werd uitgevoerd.
In mei 1916 reden Erwin G. "Cannonball" Baker en W.M.F. Sturm in 7 dagen, 11 uur en 52 minuten met een V8 Cadillac Roadster van Los Angeles naar New York City. Ze verbeterden daarmee hun vorige tijd, gereden met een ander automerk, met 3 dagen, 19 uur en 23 minuten.
De Northwestern Military and Naval Academy onder leiding van kolonel Royal Page Davidson gebruikte Cadillac Model 30 chassis voor allerlei militaire experimenten. Deze wordt vaak gezien als de eerste volledig gepantserde Amerikaanse pantserwagen. De carrosserie werd ontworpen en gebouwd door Davidson en zijn studenten van de Northwestern Military and Naval Academy. Er werd maar één exemplaar van deze specifieke volledig gepantserde auto gebouwd.
Modeljaar 1917: Geïntroduceerd in augustus 1916.
Verkoop en productie modeljaar: 18.002 exemplaren.
Durant terug bij GM en Leland richt Lincoln op
Door de aankoop van aandelen "kocht" William Durant zich samen met Louis Chevrolet en de familie DuPont weer naar de top van GM.
In 1910 was hij door de aandeelhouders weggewerkt bij GM vanwege grote schulden en omdat hij een deal voor de overname van de Ford Motor Company niet kon afronden.
General Motors Corp. werd opgericht op 13 oktober 1916 in Delaware. General Motors Co. werd op 1 augustus 1917 overgenomen door General Motors Corp. General Motors Corp. was vanaf dat moment het actieve bedrijf en Cadillac Motor Car Co. werd een divisie van General Motors.
Henry Leland verliet Cadillac in juni 1917 en Richard H. Collins werd president en algemeen directeur. Leland vertrok vanwege een meningsverschil tussen hem en Durant.
De overheid had Cadillac gevraagd Liberty-vliegtuigmotoren te bouwen, maar Durant weigerde. Hij was een pacifist. Leland richtte vervolgens de Lincoln Motor Company op, kreeg het contract van $10.000.000 en ging de V12 Liberty-motor bouwen. Na de oorlog werd de fabriek omgebouwd voor de productie van luxe auto's. De V8 zou deels geïnspireerd zijn op de Liberty-motor. In 1922, na slechts vijf jaar, ging het erg slecht met Lincoln en ging men failliet. Henry Ford deed het enige bod: $8 miljoen. Ford bood eerst $5 miljoen, maar de rechter ging daar niet mee akkoord omdat de goed uitgeruste fabriek alleen al een waarde van $16 miljoen had.
Ford had dit lage bod expres uitgebracht uit wraak voor Lelands rol bij Cadillac. Na de verkoop stuurde Ford direct eigen mensen naar de fabriek om de boel te stroomlijnen. Ford-directielid Ernest Liebold kwam op 10 juni 1922 naar de fabriek om het ontslag van Wilfred te eisen. Toen duidelijk werd dat dit het plan van Henry Ford was, vertrok ook Henry Leland.
Henry Leland overleed uiteindelijk in 1932.
1918:
De Touring kost $2.590, de Imperial kost $4.285. In 1918 werd Richard Collins de nieuwe president en general manager. Hij werd in mei 1921 opgevolgd door H.H. Rice. Collins vertrok samen met twee andere GM-executives vanwege salarisproblemen. Men zou na een audit een percentage van de winst ontvangen. De heren hadden echter al vóór de audit een bedrag naar zichzelf overgeschreven. Deze bedragen moesten worden terugbetaald.
Pierre DuPont vond het vertrek van Collins een groot verlies voor Cadillac.
H.H. Rice werd het nieuwe hoofd van Cadillac. Hij had echter meer financiële kennis dan productiekennis. Rice werkte al als treasurer bij GM vanaf 1916. Daarvoor werkte hij bij Waverly, waar hij in 1904 begon als fabrieksmanager, daarna vicepresident werd en later president.
Vanaf 1918 was hij vicepresident van GM. In 1921 werd hij president en general manager van Cadillac, totdat hij in 1925 assistent werd van de president van GM. In 1931 verliet hij GM en hij overleed in 1938.
DuPonts tactvolle en recht-door-zee-benadering van het selectieproces van executives was één van de belangrijkste bijdragen aan de reorganisatie van GM. De algemene toestand van de naoorlogse economie, tekorten aan materialen, spoorwegstakingen en de voltooiing en ingebruikname van een nieuwe fabriek resulteerden in een productiedaling bij Cadillac in de periode 1920-1921. Met het uitstekende verkoopresultaat van het Type 57 (1918-1919), lange wachtlijsten van enthousiaste klanten en de druk van de wederopbouw in het land en binnen het bedrijf, bouwde Cadillac het nieuwe Type 59 gedurende twee jaar zonder noemenswaardige styling- of mechanische veranderingen.
1922:
De introductieprijzen van de nieuwe Type 61 waren vrijwel hetzelfde als die van het Type 59. In januari 1922 volgde een drastische prijsverlaging, gevolgd door een kleinere daling in december 1922.
Dit waren de eerste prijsverlagingen voor Cadillac en hiermee volgde het merk een trend in de sector. Verhoogde productieschema's, hogere efficiëntie in de nieuwe productiefaciliteiten en economische druk maakten deze reducties mogelijk en noodzakelijk. De 4-deurs Touring begon bij $3.940, werd later verlaagd naar $3.150 en uiteindelijk naar $2.885.
De Imperial daalde van $5.390 via $4.600 naar $4.400.
-
GM richt samen met Standard Oil de Ethyl Corporation op voor de verkoop van antiklopbrandstoffen (no knock fuels).
-
Productie- en verkoopcijfers voor 1922-1923: 41.001 exemplaren.
-
Voor modeljaar 1924 werden remmen op alle vier de wielen geïntroduceerd.
-
1924: introductie van de sneldrogende Duco-lak.
Hoe Cadillac 'The standard of the world' werd

Bijeenkomst van enkele leden van de ALAM in 1910. Men reed in elkaars auto's en wisselde ideeën uit.

1907 Model H

In de Dewar Trophy zit Wilfred Leland Jr., de kleinzoon van Henry Leland, mede-oprichter van Cadillac

Alle onderdelen van de 3 auto's werden door elkaar gegooid.



Julian Bennett, de kleinzoon van Fred S. Bennett, met de Dewar Trophy. In 2003 spande Julian zich in om de prestaties van zijn voorvader te herhalen in dezelfde 1903 6,5 pk ééncilinder-Cadillac waarmee Fred succesvol deelnam aan de 1000-mijlproef van 1903.

De 6500e Liberty-motor gebouwd in de Lincoln-fabriek. Links op de foto Henry en zijn zoon Wilfred Leland.



De Cadillac importeur van de UK, Fred Bennett liet door zijn medewerkers 4 (exacte getal onbekend) 1:3 schaalmodellen maken van de 1912 Roadster. DIt is er één van. De kinderen zijn de kleinkinderen van Hery Leland.



William 'Bill'Crapo Durant (1861-1947) achter zijn bureau rond 1915/1916.






