Life is one Cadillac after another
Het modeljaar 1952 markeerde het vijftigjarige gouden jubileum van Cadillac. Hoewel er aan de carrosserieën slechts subtiele wijzigingen in styling en trim werden doorgevoerd, waren sommige details specifiek ontworpen om deze mijlpaal te vieren. Zo werden de iconische V-emblemen op zowel de motorkap als de achterklep voor dit jaar exclusief in goud uitgevoerd. De Series 62 Sedan kreeg bovendien een rondere, hogere achterklep, wat aanzienlijk meer bagageruimte opleverde. Achteruitrijlampen behoorden voortaan tot de standaarduitrusting en werden fraai geïntegreerd in de achterlichtbehuizing. Aan de achterzijde introduceerden Cadillac voor alle modellen een nieuw, kenmerkend designdetail: een dubbel uitlaatsysteem waarvan de eindpijpen elegant door de hoeken van de achterbumper naar buiten staken.
De typeaanduidingen en emblemen op de achterklep varieerden per serie. De standaarduitrusting werd flink opgewaardeerd en omvatte voortaan onder meer zelfopwindende klokken, een verbeterde Dual-Range Hydra-Matic-transmissie, verfijnde richtingaanwijzers en een antiverblindingspiegel. Tegen meerprijs konden kopers hun jubileummodel naar hartenlust personaliseren: de Hydra-Matic-automaat op de grote Series 75 kostte $ 186, een ruitensproeier $ 11, een oliefilter $ 11, de innovatieve stuurbekrachtiging $198, de automatische grootlichtsensor (Autronic Eye) $ 52 en elektrische ramen $ 139. Met de krachtigste motor van de gehele Amerikaanse auto-industrie op zak, beleefde Cadillac een fantastisch verkoopjaar waarin de 1.300.000ste Cadillac aller tijden van de band rolde. Tevens wordt de man die later de vleugels tekend voor de 1959 modellen in dienst genomen. Dave Holls start in juni 1952 en zijn eerste klus is het ontwerpen van het logo van de Coupe de Ville voor 1953 onder leiding van Ed Glowacke. Dave had een opleiding en diploma in industrieel ontwerpen.
De Tankfabriek in Cleveland
Achter de schermen deed zich in deze periode een heel andere, militaire realiteit voor. General Motors sleepte een omvangrijke overheidsorder in de wacht voor de productie van de T41-tank en het daarop gebaseerde T41 gemotoriseerde tweeling-40mm-afweergeschut voor de Koreaanse Oorlog. Het Amerikaanse leger plaatste de eerste bestellingen rond augustus 1950. De tank werd officieel de "Walker Bulldog" gedoopt, als eerbetoon aan generaal Walton Walker die een jaar eerder tragisch om het leven was gekomen bij een ongeluk met een Jeep. Tijdens een demonstratie voor president Harry S. Truman op de Aberdeen Proving Ground in februari 1951 werd de tank officieel gepresenteerd.
De start van de grootschalige serieproductie liep aanvankelijk vertraging op door complexe technische problemen bij de integratie van een nieuwe afstandsmeter in de stalen geschutskoepel. Door het escalerende verloop van de Koreaanse Oorlog en de acute vraag van het Amerikaanse leger, werd de productie medio 1951 halsoverkop opgestart. Vanwege deze enorme haast moesten er tijdens en zelfs ná de fabricage talloze modificaties aan de lopende band worden doorgevoerd.
Cadillac had speciaal voor dit project in augustus 1950 een gigantische leegstaande fabriek in Cleveland (de Cleveland Tank Plant) ingericht voor de productie van de Walker Bulldog en aanverwante gevechtsvoertuigen, zoals de Cadillac M42 Duster. De fabriek bood werk aan maar liefst 3.700 arbeiders en leverde in maart 1951 de allereerste productieversie van de M41 Walker Bulldog af. De eerste officiële batch van acht Bulldogs werd uiteindelijk in juli van dat jaar formeel overgedragen aan het Amerikaanse leger.
De Geboorte van een Legende: De Cadillac Eldorado
In de jaren vijftig waren stijl en pk-vermogends de absolute sleutels tot het verkopen van auto's, en niemand begreep dat beter dan Cadillac. Hoewel de styling van jaar tot jaar evolueerde, hield het merk vast aan een ijzersterke visuele kern. Hierdoor zag elke nieuwe uitvoering er weliswaar "fris" en modern uit, maar bleef de auto tegelijkertijd direct herkenbaar als "The Standard of the World". Cadillac versterkte dit exclusieve imago met enkele van de meest iconische advertentiecampagnes uit die tijd. In het begin van de jaren vijftig produceerde het merk een reeks spraakmakende advertenties waarin de auto majestueus werd afgebeeld boven een fonkelende ketting van diamanten, smaragden of robijnen, vergezeld van eenvoudige, treffende miniverhalen. Een van die verhalen vertelde over een krantenjongen die al 31 jaar lang smachtend naar Cadillacs had gekeken, en inmiddels was uitgegroeid tot een succesvol industrieel die op het punt stond zijn allereerste exemplaar te bestellen: "Geen compromissen dit keer!" kopte de advertentie trots.
Ter viering van het vijftigjarige jubileum pakte General Motors in 1952 groots uit met drie exclusieve, peperdure limited editions—stuk voor stuk prestigieuze cabriolets. Buick introduceerde de Skylark voor $ 5.000 (ruim $ 1.500 duurder dan een reguliere Roadmaster Convertible) en Oldsmobile presenteerde de 98 Fiesta met een prijskaartje van $ 5.715. Ter vergelijking: voor het prijsverschil tussen de Fiesta en een Super 88 Convertible kon een koper er destijds moeiteloos een basis-88 tweedeurs coupé bij kopen.
Het absolute kroonjuweel van deze verjaardagsmodellen verscheen binnen de Series 62 van Cadillac: de Eldorado. In het eerste modeljaar (1953) werden er slechts 532 exemplaren van gebouwd, hoofdzakelijk vanwege de astronomische astronomische consumentenprijs van $ 7.750. Deze drie speciale jubileummodellen van GM werden van de reguliere lopende band gehaald en grotendeels met de hand opgebouwd. Zelfs met deze torenhoge verkoopprijzen slaagde General Motors er destijds niet in om winst te maken op deze prestigeprojecten. De grote publiekstrekkers van de Eldorado waren een volledig op maat gemaakt interieur, een revolutionaire, diep gebogen "panoramische" voorruit, een sportief verlaagde taillelijn (beltline) en een metalen afdekkap in plaats van een stoffen hoes om de neergeklapte cabrioletkap strak te verbergen.
De mooiste Cadillac is een Ghia
Ok, het is een persoonlijk mening van mij, maar het is een schitterende auto.
Italiaanse Elegantie op een Amerikaans Fundament: De 1953 Cadillac Series 62 door Ghia
In de jaren vijftig bezocht de gemiddelde Amerikaanse autoliefhebber die op zoek was naar ultieme luxe een Cadillac-dealer. Alternatieven zoals Ford’s Continental Mark II of Chrysler’s C-300 konden qua verfijning misschien wedijveren met een 'Caddy', maar ze haalden het niet bij het prestige van het luxemerk van General Motors.
Binnen die groep kopers bestond een selecte categorie vermogende enthousiastelingen voor wie de standaard showroommodellen niet exclusief genoeg waren. Zij kozen voor een route die in de vroege jaren 1900 heel populair was, maar in de jaren vijftig nagenoeg een verloren kunstvorm was geworden: coachbuilding. Men bestelde een kaal, rollend chassis bij de dealer om dit vervolgens naar een Europees designhuis te verschepen voor een volledig handgebouwde carrosserie. Een van de meest zeldzame en adembenemende resultaten van deze benadering is de 1953 Cadillac Series 62 door Ghia. Een sculpturaal meesterwerk waarvan er slechts twee zijn gebouwd.
De Strategie van Luigi "Gigi" Segre
Om te begrijpen hoe deze auto tot stand kwam, moeten we kijken naar de interne verschuivingen bij Carrozzeria Ghia in Turijn. Het Italiaanse designhuis, destijds al 37 jaar oud, paste zich in de vroege jaren vijftig aan de veranderende markt aan. In plaats van unieke carrosserieën voor rijke individuen, richtte het bedrijf zich steeds meer op prototypes en serieproductie voor grote fabrikanten zoals Volkswagen, Volvo en Chrysler.
In 1953 nam hoofdontwerper Luigi "Gigi" Segre de leiding van het bedrijf over. Segre lanceerde direct een aantal spraakmakende projecten om het imago van Ghia wereldwijd een enorme boost te geven. Hoewel de focus lag op contracten met grote autofabrikanten, wilde hij dolgraag de traditionele, exclusieve carrosseriebouw voor de rijkste elite weer relevant maken. Segre zag een enorme potentie in de bloeiende Amerikaanse markt en besloot te demonstreren waartoe Ghia in staat was door een van de meest populaire Amerikaanse luxewagens te transformeren.
Een totale transformatie vanaf het Cabrio-Chassis
Segre nam contact op met een Cadillac-dealer in New York en bestelde twee complete, rollende chassis van de Series 62, die per schip naar Turijn werden gebracht. Een cruciaal technisch detail is dat Segre specifiek koos voor het chassis van de Convertible (cabriolet) in plaats van de Coupé. Omdat een cabriolet-chassis van de fabriek uit zwaarder was verstevigd om het gebrek aan een vast dak te compenseren, bood dit platform een superieure structurele stijfheid voor het handgebouwde aluminium project.
In Turijn boog het team zich over de basislijnen die oorspronkelijk door GM's legendarische ontwerper Harley J. Earl waren getekend. Ghia behield de enorme wielbasis van 126 inch (3.200 mm) volledig intact, inclusief de standaard Cadillac-techniek zoals de stuurbekrachtiging en de trommelremmen. De rest van de auto ging echter onherkenbaar op de schop.
De carrosserie werd volledig opgebouwd uit met de hand geklopte aluminium panelen. Segre slaagde erin de auto er aanzienlijk kleiner, compacter en moderner uit te laten zien dan de massieve, volumineuze fabriekswagen. Hij creëerde een lage, gestroomlijnde Gran Turismo met perfecte proporties, versierd met subtiele details: bescheiden achtervinnen, discrete chromen strips en een onmiskenbaar Italiaanse frontgrille.
Het interieur: een echte rijdersauto
Ghia trok de weelderige stijl van het exterieur naadloos door in de cockpit. Het beslist Amerikaanse interieur werd volledig gestript. Hoewel het dashboardoppervlak zelf – inclusief de lay-out van de meters – om praktische redenen werd overgenomen van de fabrieks-Cadillac, werd de rest volledig naar Italiaanse maatstaven herontworpen.
Het grote, brede Amerikaanse stuurwiel werd vervangen door een kleiner, sportiever exemplaar met een houten rand. Omdat Segre van de auto een rasechte rijdersauto voor lange afstanden (Grand Tourer) wilde maken, werd de traditionele achterbank volledig verwijderd. In plaats daarvan bouwde Ghia een met hoogwaardig leder bekleed bagagecompartiment dat exact ruimte bood aan vier op maat gemaakte koffers.
Puur Amerikaans bloed onder de kap
Ondanks de gedaanteverwisseling bleef het kloppend hart onder de motorkap oer-Amerikaans. De auto werd aangedreven door de befaamde Cadillac 331 CID overhead valve V8-motor.
Technische Specificaties:
-
Motor: 331 CID (5,4 liter) atmosferische V8
-
Vermogen: 210 pk
-
Koppel: 330 lb-ft (ca. 447 Nm)
-
Aandrijving: Achterwielaandrijving (RWD)
-
Transmissie: 4-traps Hydra-Matic automaat
-
Gewicht: ca. 1.900 kg (geschat)
Dankzij de aluminium carrosserie was de Ghia-variant honderden kilo's lichter dan de fabriekswagen. Bovendien had Ghia de motor lager in het chassis gemonteerd, wat zorgde voor een lager zwaartepunt en een beduidend scherper en wendbaarder weggedrag. Het was weliswaar geen hardcore sportwagen, maar een uiterst snelle en comfortabele cruiser.
Hollywood-mythe versus de werkelijkheid: Het mysterie van Rita Hayworth
De eerste voltooide auto maakte zijn publieke debuut op de Parijse Autosalon van 1953 en veroorzaakte overal een absolute sensatie. Jarenlang werd er een zeer hardnekkig en romantisch verhaal verteld over de herkomst van deze showauto.
De traditionele lezing luidde dat prins Aly Khan (de schatrijke jetsetter en ex-man van Hollywood-legende Rita Hayworth) de auto in Parijs kocht als een ultiem, astronomisch duur verzoeningscadeau om haar na hun scheiding weer voor zich terug te winnen. Wat de verwarring compleet maakte, is dat in de loop der decennia beide overgebleven Ghia-Cadillacs door opeenvolgende eigenaren op veilingen zijn aangeprezen als "de echte auto van Rita Hayworth".
Het Petersen Museum schept duidelijkheid
De speculatie stopte definitief toen het Petersen Automotive Museum in Los Angeles na grondig archiefonderzoek officieel afstand nam van de celebrity-claim. Joseph Harper, associate curator van het Petersen, verklaarde klip-en-klaar:
"The Ghia Cadillac was never owned or built for Rita Hayworth. After some extensive research, the museum stopped representing it as such some time ago due to a complete absence of evidence—despite previous claims made by previous owners."
Hoofdcurator Leslie Kendall ontdekte dat het museum de legende in het verleden simpelweg had overgenomen uit de verhalen van eerdere eigenaren die de waarde van de auto wilden opschroeven. Omdat er geen flintertje bewijs voor de Hollywood-connectie te vinden was, werd het verhaal geschrapt.
Het Ware Lot van de Twee Ghia-Cadillacs
Nu de rook rond de Hollywood-mythen is opgetrokken, weten we dat de twee handgebouwde meesterwerken elk een totaal eigen, even fascinerende als turbulente levensloop hebben gehad. Ze verschillen niet alleen in herkomst, maar ook wezenlijk in hun technische opbouw en uiterlijk.
Exemplaar 1: De Petersen Museum-auto (Het 'Aubergine' Mysterie)
-
De unieke opbouw: Dit specifieke exemplaar onderscheidt zich van zijn tweelingbroer door het interieur: het werd door Ghia uitgerust met een luxueuze, op maat gemaakte voorbank in plaats van losse stoelen.
-
Het omzwerven en de foute kleur: Nadat de auto in de jaren vijftig door verschillende handen was gegaan, doken er gaandeweg vreemde restauraties op. De auto belandde op een gegeven moment aan de Amerikaanse westkust en werd later gekocht door een verzamelaar in Duitsland. Toen oprichter Robert E. Petersen de auto van deze Duitse verzamelaar kocht om hem naar Los Angeles te halen, was de carrosserie overgespoten in een flets, ijskast-achtig wit. Deze kleur was historisch incorrect en deed het ontwerp totaal geen recht.
-
De restauratie: Omdat de fabriekspapieren van Ghia ontbraken en de échte, allereerste originele kleur niet met 100% zekerheid was vast te stellen, nam het museum een gedurfde maar meesterlijke beslissing. Ze lieten de auto volledig restaureren en spoten hem in een diepe, elegante bordeauxrode/aubergine-achtige kleur. Deze tint werd specifiek gekozen om de sculpturale kwaliteiten en de Italiaanse dynamiek van het ontwerp maximaal te complementeren. Vandaag de dag is deze auto een vaste publiekstrekker in het museum (en was hij kort te zien in de film Iron Man uit 2008 in de garage van Tony Stark).
Exemplaar 2: De Lee Carr-auto (Van Casinokleurenschema tot Concours-winnaar)
-
De unieke opbouw: Dit exemplaar werd door Ghia geleverd met twee losse, lederen kuipstoelen en subtiele uiterlijke verschillen, zoals een net iets andere grille en het ontbreken van parkeerlichten aan de voorzijde.
-
De cover van Road & Track (1955): In zijn begindagen was dit exemplaar een absolute blauwe schoonheid. De auto was zó indrukwekkend dat hij prominent op de cover van het prestigieuze magazine Road & Track (januari 1955) schitterde, uitgevoerd in een stijlvol tweekleurig schema: blauw met een zilveren/witte inzet aan de zijkant.
-
De foute jaren in Las Vegas: Hierna kende de auto een veel wilder bestaan. De wagen stond jarenlang als paradepaardje tentoongesteld in de beroemde autocollectie van het Imperial Palace Casino in Las Vegas. De droge casinolucht en het gebrek aan onderhoud deden de auto absoluut geen goed. Om hem 'spectacular' te maken voor het gokpubliek, kreeg hij een set goud-geanodiseerde Sabre-wielen en een foute, niet-originele grille. Bovendien bleek de auto puur als rollend showmodel te zijn weggezet; vitale zaken zoals de volledige elektrische bedrading ontbraken simpelweg.
-
De redding en Jay Leno: De auto werd uiteindelijk op een veiling gekocht door verzamelaar Lee Carr, die begon aan een monsterklus. De legendarische restaurateur Mike Fennel werd ingeschakeld om de auto body-off aan te pakken. Er werd een compleet kabelboomsysteem getrokken, de foute gouden modificaties verdwenen, en de auto werd exact teruggebracht naar zijn glorieuze fabriekskleurstelling: historisch correct blauw met een zilver/witte flank.
Tegenwoordig is deze legendarische 'blauwe' variant (die in 2016 nog voor 1.430.000 dollar werd geveild) een absolute ster op de meest exclusieve Concours d'Elegances ter wereld. De ultieme kroon op het werk volgde toen Carr met de auto op bezoek ging bij Jay Leno's Garage. Leno – die normaal gesproken alles al heeft gezien – noemde deze zeldzame Italiaans-Amerikaanse kruising vol ontzag "the Cadillac that beat Rolls-Royce".
Hoewel de auto in de populaire literatuur nog altijd onlosmakelijk met Rita Hayworth verbonden is, ontbreekt elk sluitend historisch bewijs. Het is echter een nuance die niets afdoet aan de status van de wagen. Dankzij de recente, minutieuze restauraties hebben beide auto's na zeventig jaar eindelijk hun rechtmatige status terug: niet als 'leuk Hollywood-speelgoed', maar als twee van de meest exclusieve, grensverleggende designiconen uit de gouden eeuw van de autogeschiedenis.
De Vergulde auto en de Presidentiële Vuurdoop
Eldorado—in het Spaans geschreven als El Dorado—betekent letterlijk "De Vergulde". Volgens de overlevering was het een legendarisch gouden koninkrijk vol onmetelijke rijkdommen dat zich, zo geloofde men althans, diep in de met sneeuw bedekte bergen van het huidige Colombia moest bevinden. In de loop der eeuwen was de naam "Eldorado" synoniem geworden voor het allerbeste van alles: extreme weelde, fabelachtige rijkdom en het goede leven. Het was dan ook een volkomen logische keuze om deze naam te verbinden aan de verbluffende nieuwe toplimo van Cadillac. De naam was het resultaat van een interne wedstrijd die was uitgeschreven om een passende benaming te vinden voor deze jubileumauto. Mary-Ann Marini, een secretaresse van de merchandisingafdeling, won de competitie en haar winnende suggestie werd trots op de flanken van de nieuwe Cadillac gemonteerd.
De originele Eldorado kan in historisch opzicht in hetzelfde licht worden geplaatst als de legendarische V16 van 23 jaar daarvoor, al verschilde het karakter wezenlijk. In plaats van de ingetogen, klassieke waardigheid van de Sixteen, blonk de Eldorado uit in flamboyante flair en pure Amerikaanse bravoure. Maar net als zijn voorvader kostte hij een vermogen: met zijn prijs van $ 7.750 was hij maar liefst 87% duurder dan een standaard Series 62 Convertible. Voor datzelfde geld had een koper destijds letterlijk drie auto's tegelijk kunnen aanschaffen: een reguliere Cadillac 62 cabriolet, een Pontiac sedan én een Chevrolet Business Coupé. Net als de V16 uit de jaren dertig was de Eldorado bovendien uiterst exclusief en zeldzaam.
Het grote publiek maakte voor het eerst kennis met de Eldorado via de televisie. Op 20 januari 1953 werd Dwight D. Eisenhower, de mateloos populaire held uit de Tweede Wereldoorlog, over Pennsylvania Avenue gereden naar zijn eerste inauguratie als president van de Verenigde Staten. De wereld keek ademloos toe hoe de kersverse leider van de vrije wereld—staand en zwaaiend—plaatsnam op de achterbank van deze sportieve, elegante machine.
Als je daar vandaag de dag bij stilstaat, is dat een fascinerende gedachte. 1953 ligt historisch gezien nog niet eens zo heel ver achter ons. Toch zat de president van de Verenigde Staten hier in een volledig open auto. Er was geen bepantsering, geen kogelvrij glas en geen zware beveiliging; en niemand die langs de route stond, dacht daar destijds iets vreemds van. Amerika had haar politieke onschuld nog niet verloren. De toeschouwers konden hun ogen die middag simpelweg niet afhouden van die schitterende Eldorado—zonder twijfel de meest glamoureuze machine die ooit uit het naoorlogse Detroit was komen rollen.
De Transformatie van een Droommachine
De Eldorado van 1953, die nauwgezet was gemodelleerd naar de El Dorado concept-car uit 1952, was de allereerste 'droommachine' uit de koker van GM-designchef Harley Earl die daadwerkelijk in productie werd genomen—zij het op uiterst beperkte schaal en gelijktijdig met de eveneens nieuwe Chevrolet Corvette. Hét grote designkenmerk was de revolutionaire, panoramische voorruit: een visuele voorbode van wat de auto-industrie in de jaren vijftig te wachten stond. De Eldorado was drie centimeter lager dan de reguliere Series 62 en bezat een optisch langer en slanker silhouet, hoewel de totale lengte exact gelijk was. Het interieur was weelderig bekleed met het allerbeste leder, terwijl de schitterende verchroomde spaakwielen de wagen van een extra vleugje elegantie voorzagen. Tot de riante standaarduitrusting behoorden onder meer een radio, een verwarmingssysteem, luxe whitewall-banden, stuurbekrachtiging en de automatische Hydra-Matic-transmissie. Een fabrieksairconditioning kon tegen een stevige meerprijs van $ 620 worden meebesteld. Mocht er destijds nog enige twijfel hebben bestaan over het feit dat Cadillac oppermachtig was in de prestigeklasse, dan werd die door de Eldorado in één klap weggevaagd.
De Grote Brand in Livonia
Het modeljaar 1953 ging echter ook de boeken in vanwege een onverwachte industriële crisis. Op 12 augustus 1953 legde een verwoestende brand de complete GM Hydra-Matic-transmissiefabriek in Livonia (Michigan) in de as. Om de autoproductie niet volledig stil te hoeven leggen, sloeg General Motors noodgedwongen een ongekende tactische brug: dat jaar werden ruim 28.000 Cadillacs noodgedwongen uitgerust met de Dynaflow-automaat van aartsrivaal en zustermerk Buick.
Van Exclusieve Concept naar Volumemodel
De futuristische Cadillac Le Mans showcar uit 1953 oefende een enorme invloed uit op het uiteindelijke ontwerp van de Eldorado voor 1954. Hoewel de traditionele coupés met vaste deurstijlen in 1954 niet meer terugkeerden in het leveringsprogramma, deed de Eldorado dat uiteraard wel. Slechts een jaar na de introductie was de directie van Cadillac er weliswaar van overtuigd dat ze met het origineel een krachtig statement hadden afgegeven, maar men wist ook dat er met een oplage van slechts 532 handgebouwde auto's simpelweg geen droog brood te verdienen viel. Het was tijd voor een nieuw type Eldorado: een model dat in grotere aantallen kon worden geproduceerd en zodoende een aanzienlijke winstmarge kon opleveren.
De Eldorado van 1954 was dan ook van een heel ander ras en werd logischerwijs tegen een compleet andere consumentenprijs in de markt gezet: $ 5.738—een daling van ruim $ 2.000 ten opzichte van zijn voorganger. Hoewel dit nieuwe model direct herkenbaar was aan het geribbelde, glanzende metaalwerk op de onderste achterspatborden en de goudkleurige Cadillac-logo's, was hij optisch een stuk minder onderscheidend dan het exclusieve origineel.
Toch bleek de prijsstrategie een schot in de roos; de auto was nu immers "slechts" $ 1.300 duurder dan de reguliere Series 62-modellen. Ondanks een relatief kort modeljaar wist de Eldorado in 1954 al 2.150 kopers te verleiden. Dit aantal steeg door naar 3.950 stuks in 1955, om in 1956 zelfs nog eens te verdubbelen. In dat laatste jaar werd de Eldorado-reeks bovendien uitgebreid met een oogverblindende hardtop coupé, de Seville. Deze variant kreeg met $ 6.556 exact hetzelfde prijskaartje mee als de legendarische cabriolet, die vanaf dat moment officieel werd omgedoopt tot de Biarritz.
Het Tijdperk van de 'Dagmars'
De reguliere Cadillac-modellen ondergingen voor het modeljaar 1954 eveneens ingrijpende uiterlijke wijzigingen. De carrosserie werd optisch lager en slanker en het front werd voor het eerst gekenmerkt door een volledig geïntegreerde bumper/grille-combinatie. Hierin waren twee enorme, verchroomde bumperrosetten verwerkt die in de volksmond al snel bekend kwamen te staan als "Dagmars"—een directe, ondeugende knipoog naar de destijds buitengewoon goedgevormde NBC-televisiester Virginia Ruth Egnor.
'Dagmar' was de artiestennaam van deze blonde bombshell, die in de seizoenen 1950–1951 grote bekendheid verwierf in de tv-show Broadway Open House. Hierin verscheen zij steevast in loeistrakke, nauwsluitende jurken die haar uiterst gulle boezem extra accentueerden. Wie deze dame destijds in profiel bekeek, begreep direct waarom de prominente, puntige chroomkogels op de Cadillacs uit de jaren vijftig massaal haar naam kregen toebedeeld.
Aerodynamica en Ruitpartijen
Niet alleen het front onderging deze transformatie; het volledige silhouet van de auto werd strakgetrokken. Zo behoorde de moderne panoramische voorruit voortaan op alle modellen tot de standaarduitrusting, gecombineerd met een brede, elegant weggewerkte luchtinlaat over de gehele breedte van de motorkap. De sedans kregen hierbij een unieke chroomlijst direct boven de glaslijn, waarmee een ingebouwd zonneklepeffect (sunvisor) werd gecreëerd. De coupés werden daarentegen gezegend met een prachtig doorlopende, gebogen achterruit die in de designboeken bekend kwam te staan als de Florentine-stijl.
Deze vloeiende glaspartijen liepen uit in een volledig opnieuw ontworpen achterzijde. Om de illusie van een straaljager compleet te maken, werd de achterbumper strakker getrokken en werden de ronde, dubbele uitlaateinden vanaf dit modeljaar chic geïntegreerd in de verticale bumperhoeken. Het was het ultieme bewijs dat Cadillac in 1954 vanuit elke hoek snelheid en luxe moest uitstralen.
De Evolutie van 1954: Meer Luxe en Technologische Standaarden
Het chassis van de Series 62 was voor het modeljaar 1954 gezegend met een gloednieuwe, langere wielbasis, waardoor de auto’s ook zo’n 65 kilo (140 pond) zwaarder waren geworden. Een opvallend kenmerk van dit specifieke model was het ontbreken van de traditionele ventilatiesleuven (louvres) op de achterschermen. Zowel de motorkap als de achterklep waren voorzien van trotse gouden V-emblemen en merklogo's, terwijl glimmende metalen dorpellijsten over de volledige lengte van de flank liepen. De exclusieve Coupé de Ville-modellen waren te herkennen aan elegante script-logo's op de achterste dakstijlen van de hardtop.
De Eldorado—die destijds officieel nog altijd als onderdeel van de Series 62 werd beschouwd—was voorzien van gouden emblemen en trok de aandacht met geribbelde panelen achter de achterwielen om dit deel visueel te benadrukken. Deze panelen waren gemaakt van geëxtrudeerd aluminium. Cadillac bouwde hiermee zelfs een unieke, eenmalige Eldorado Coupé voor de president van de Reynolds Metals Company (een van 's werelds grootste aluminiumproducenten). Bij de reguliere productie-cabriolet waren ook de verchroomde spaakwielen, een op maat gemaakt interieur en het Cadillac-logo in reliëf op de stoelleuningen inbegrepen.
Het jaar 1954 was bovendien een mijlpaal voor de standaarduitrusting. Zaken als automatische ruitensproeiers, stuurbekrachtiging, een modern 12-volts elektrisch systeem en geavanceerde aluminium zuigers prijkten voor het eerst op de lange lijst van fabrieksstandaarden. Opvallend genoeg was de vierdeurs sedan uit de Series 62 dit jaar zeven centimeter korter dan de andere carrosserievarianten. Een andere bijzondere, eenmalige creatie voor dit modeljaar was een exclusieve, handgebouwde Sedan de Ville. Voor wie nog meer luxe wenste, bood de optielijst uitkomst: rembekrachtiging kostte $ 48, een radio $ 120, airconditioning $ 620 en de glanzende chromen spaakvelgen stonden voor $ 325 in de boeken.
Droomauto's op de Motorama en de bewezen V8
De assemblage van de 1954-modellen ging op 4 januari 1954 officieel van start, na een productiestop van 25 dagen om de fabriek om te bouwen naar de nieuwe productielijn. Kort daarna stal Cadillac de show op de prestigieuze GM Motorama met een reeks futuristische, uit glasvezel (fiberglass) opgetrokken concept-cars. Hiertoe behoorden de Park Avenue vierdeurs sedan, de El Camino Coupé en de La Espada Cabriolet. Vooral de Park Avenue—een bloedmooie vierdeurs hardtop (gebouwd onder special order #1930)—oogstte op de show aanzienlijk meer lof en belangstelling van het publiek dan de overige droomauto's.
Onder de motorkap werd het vermogen nog altijd geleverd door de mechanische trots van de divisie: de 331 CUI kopklep V8 die in 1949 was gedebuteerd. Hoewel het opgegeven vermogen op papier steeg van 210 naar 230 pk, waren er onderhuids nagenoeg geen wijzigingen doorgevoerd. In werkelijkheid had Cadillac de vermogenscijfers voor het modeljaar 1953 destijds opzettelijk conservatief laag ingeschat, om in 1954 met deze 'marketingtruc' een indrukwekkende pk-winst te kunnen presenteren. De Eldorado maakte gebruik van exact deze standaard Cadillac-motor en deelde de rijke uitrusting van zijn voorganger, maar de wagen deelde nu wel exact dezelfde carrosserie met de reguliere Series 62 Convertible—zonder het unieke, afwijkende plaatwerk van het 1953-model.
1955: De Eldorado slaat terug
De Eldorado van 1955 was een aanzienlijk opvallendere verschijning dan zijn voorganger uit 1954. Dat was een bewuste keuze; zowel het publiek als de directie vond dat Cadillac zich er in '54 iets te gemakkelijk vanaf had gemaakt door de Eldorado louter als een luxere Series 62 Cabriolet te presenteren. Dat zou in 1955 niet nog eens gebeuren! Het model werd gezegend met een volledig eigen identiteit. Spectaculaire, scherp getekende rocketship-staartvinnen prijkten trots boven de ronde achterlichten op de achterschermen, waardoor de Eldorado voortaan in één oogopslag herkenbaar was.
De traditionele spatbordkappen (fender skirts) werden naar de prullenbak verwezen en de wielkasten werden aanzienlijk vergroot. Hierdoor kwamen de flitsende, nieuwe "Sabre-spoke" wielconstructies optimaal tot hun recht. Hoewel deze exclusieve wielen aanvankelijk pas gepland stonden voor het modeljaar 1958, besloot Cadillac ze nu al exclusief aan de Eldorado-kopers aan te bieden. Als ultiem bewijs van exclusiviteit werd het dashboard van elke geproduceerde Eldorado voorzien van een klein koperen plaatje waarin de naam van de trotse eigenaar persoonlijk was gegraveerd.
De overige Cadillac-modellen behielden vooralsnog de subtielere, kleinere achterlichten met het vertrouwde vin-ontwerp dat inmiddels was uitgegroeid tot hét handelsmerk van het merk. Dankzij deze effectieve, evolutionaire facelifts bleef de ijzersterke basislook uit 1954 ook in 1955 en 1956 de showrooms domineren.
1955: Recordverkopen en de visionaire Eldorado Brougham
Hoewel er voor het modeljaar 1955 geen radicale esthetische wijzigingen aan de carrosserieën werden doorgevoerd, was de line-of-products wel voorzien van een groot aantal verfijningen. De grille werd opnieuw getekend met aanzienlijk bredere ruimtes tussen de chromen lamellen, en de parkeerlichten verhuisden naar een positie direct onder de koplampen. Aan de flanken vormden de stootstrips voortaan een strakke, rechte hoek met de verticale rand van de achterdeuren (bij de sedans) of de achterspatborden (bij de Series 62 en 60 Special), wat de dynamische lijn van het plaatwerk extra accentueerde.
De elegant gebogen Florentine-achterruit deed vanaf dit jaar ook zijn intrede op de sedans. Aan de achterzijde werd de kentekenplaat voortaan geflankeerd door drie chique, horizontale chromen sierlijsten. De prestigieuze Coupé de Ville onderscheidde zich met een goudkleurig naamplaatje op de C-stijl. Ook op technisch vlak was er nieuws: voor het eerst monteerde Cadillac standaard tubeless-banden (zonder binnenband) op haar modellen.
Het vermogen van de befaamde V8-motor leek nagenoeg parallel te stijgen met de exploderende verkoopcijfers. Voor 1955 bereikte de standaardkrachtbron een vermogen van 250 pk, dankzij een verhoogde compressieverhouding van 9,0:1 en een herzien, efficiënter inlaatspruitstuk. De Eldorado kreeg door de montage van dubbele viervoudige (four-barrel) carburateurs nog een extra dosis vitamine ingespoten. Dit bracht het geadverteerde vermogen op een ontzagwekkende 270 pk—een cijfer dat in de Amerikaanse auto-industrie destijds alleen werd geëvenaard door de 275 pk sterke Packard Caribbean.
Volgens Motor Life Magazine bezorgde deze krachtkuur de Eldorado een theoretische topsnelheid van maar liefst 188 km/u (117 mph). Opmerkelijk genoeg wist Cadillac de prijs van deze schitterende cabriolet laag te houden: met een prijskaartje van $ 5.814 was hij slechts $ 76 duurder dan de optisch veel soberder uitgevoerde versie van 1954. De markt reageerde enthousiast en de productie steeg naar 3.950 stuks—het hoogste productieaantal dat de open Eldorado ooit zou bereiken. Motor Trend rapporteerde overigens een brandstofverbruik van ongeveer 1 op 5,5 (12,9 mijl per gallon) in stadsverkeer voor een reguliere Series 62 Sedan met de 250 pk sterke basismotor.
Met een totale productie van maar liefst 140.777 eenheden over alle modellijnen heen, vestigde Cadillac in 1955 een historisch nieuw verkooprecord. De Eldorado van dit modeljaar is dan ook met recht een gecertificeerde Milestone Car.
Het Sensationele Brougham-Concept
Op 19 januari 1955 stal Cadillac de show op de New York Motorama met de introductie van de futuristische Eldorado Brougham. Deze adembenemende concept-car werd in een recordtijd van minder dan 74 dagen met de hand opgebouwd en fungeerde als de directe wegbereider voor de fabelachtig dure, in zéér beperkte oplage geproduceerde Eldorado Broughams van 1957 en 1958.
Deze stijlloze vierdeurs hardtop beschikte over zogeheten suicide doors (achterdeuren die naar achteren openden, waardoor er bij geopende portieren geen B-stijl in de weg zat) en een ingenieus draaibare bestuurdersstoel om de instap te vergemakkelijken. Het ontwerp leunde sterk op enkele stijlelementen van de Park Avenue droomauto uit 1954, waaronder de diep uitgesneden voorste wielkasten, een verzonken achterdaklijn en opvallend ver naar voren geplaatste staartvinnen.
Het Brougham-concept was bovendien uitgerust met een revolutionaire opstelling van vier koplampen, gekoppeld aan de automatische Autronic Eye-grootlichtassistent. Het dak was opgetrokken uit prachtig geborsteld roestvrij staal, de carrosserie rustte op een hypermoderne luchtvering en de wagen was gespoten in een exclusieve, iriserende 'kameleongroene' lak. De uitlaatgassen werden chic afgevoerd via speciale openingen die in de achterbumper waren geïntegreerd. Het publiek reageerde laaiend enthousiast op deze droomauto; een reactie die de directie van Cadillac ter harte nam, aangezien veel van deze radicale stijlelementen vanaf 1957 ongewijzigd op de exclusieve productiemodellen zouden debuteren.
De 'Moodcars' en het Mirakel van Warhoops (zie Motorama bij Geschiedenis)
Naast de grote publiekstrekkers presenteerde Cadillac voor 1955 een reeks zogeheten 'moodcars': thematische showmodellen die speciaal waren aangekleed voor specifieke doelgroepen. Hiertoe behoorden de Celebrity (een vuurrode hardtop coupé), de St. Moritz (een weelderige Eldorado Convertible) en de Westchester (een exclusieve Fleetwood 60 Special).
Tegelijkertijd toonde General Motors op de Motorama de uiterst wild gestileerde LaSalle II Sedan en Roadster concept-cars. Het is een klein wonder dat deze twee historische droomauto's vandaag de dag nog bestaan. Eind jaren tachtig wist de bekende Amerikaanse autoverzamelaar Joe Bortz beide voertuigen, samen met twee andere unieke GM-concepten, op het nippertje te redden van de legendarische autodemontagefirma Warhoops nabij Detroit—waar ze eigenlijk al decennia eerder hadden moeten worden vernietigd. Bortz restaureerde de tweezits Roadster naderhand in volle glorie, terwijl de Sedan bewust in zijn originele, zwaar verweerde 'schrootstatus' is geconserveerd.
De LaSalle II-modellen waren voor hun tijd technisch grensverleggend: ze waren uitgerust met een experimentele, lichtgewicht aluminium 2.5-liter V6-motor met brandstofinjectie, een onafhankelijke achterwielophanging en unieke remtrommels die optisch één geheel vormden met de velgen. Een bitterzoet detail was tot slot verwerkt in het LaSalle II-embleem: dit bevatte de afbeelding van een hazewindhond. Het was een eerbetoon van Harley Earl aan zijn eigen geliefde hond, die tragisch genoeg tijdens de ontwikkeling van deze modellen was overleden.
1956: De vierdeurs Hardtop en de grotere V8
In 1956 ontketende Cadillac een ware revolutie in de showroom met de introductie van haar allereerste vierdeurs hardtop zonder B-stijl: de Sedan de Ville. Het model sloeg in als een bom en scoorde direct bijna evenveel verkooporders als de reguliere Coupe de Ville en de standaard Series 62 Sedan gecombineerd. Vanwege dit doorslaande succes besloot Cadillac de Eldorado-reeks uit te breiden met een dichte hardtop-variant, die de naam Seville kreeg toebedeeld. Om het onderscheid helder te houden, werd de iconische cabrioletversie vanaf dat moment officieel omgedoopt tot de Eldorado Biarritz.
Onder de motorkap debuteerde voor het eerst een grotere variant van de in 1949 geïntroduceerde kopklep V8. De cilinderinhoud werd opgeboord van 331 naar 365 CUI (6,0 liter), wat het standaardvermogen naar een gezonde 285 pk tilde. Deze mechanische upgrade ging echter niet zonder slag of stoot; de motor werd gekoppeld aan een vernieuwde versie van de Hydra-Matic-automaat, die in de praktijk helaas een stuk storingsgevoeliger bleek dan zijn bullitproof voorgangers.
Bovendien liep de grotere V8 warm onder de motorkap: de radiateur was in feite ondergedimensioneerd voor de extra pk's, wat in de beginjaren leidde tot diverse meldingen van gescheurde cilinderkoppen. Desondanks stonden de 1956-modellen op een kwalitatief hoger plan; hoewel het uiterlijk slechts evolutionair was bijgeschaafd, reden en stuurden de wagens merkbaar moderner dan hun voorgangers.
Exclusiviteit
Ook in 1956 stuurde Cadillac weer een selectie tot de verbeelding sprekende 'moodcars' het nationale showcircuit op. Zie het stuk over de Motorama beurzen voor de foto's en meer info. Hiertoe behoorden de Castilian (een luxueuze interpretatie van de nieuwe Eldorado Seville), de Gala (gebaseerd op de populaire Sedan de Ville) en de Palomino (een weelderige Series 62 Convertible). De meest opvallende creatie was echter de Maharani, een op de Fleetwood 60 Special gebaseerde showcar die was uitgerust met unieke, functionele interieurvoorzieningen die men normaal gesproken alleen in campers aantrof. Deze rijdende paleisauto maakte in de jaren negentig eveneens deel uit van de befaamde Bortz-collectie.
De absolute koning van het showcircuit was dat jaar de Cadillac XP40 (gebouwd onder styling order #2491), beter bekend als de Eldorado Brougham Town Car. Deze adembenemende concept-car werd puur gebouwd om het vermogende publiek alvast warm te maken voor de aanstaande introductie van de uiteindelijke, handgebouwde Eldorado Brougham-productieauto.
Het doel was om de allerduurste en meest exclusieve auto ter wereld op de markt te brengen—een rijdend kunstwerk dat in aanschafprijs zelfs de prestigieuze modellen van Rolls-Royce moeiteloos zou overtreffen. Doordat legendarische vooroorlogse giganten als Packard en Duesenberg inmiddels definitief tot het verleden behoorden, lag deze absolute topmarkt nu volledig open voor Cadillac. De divisie had haar rivalen definitief op de knieën gedwongen en droeg met trots en recht haar titel: "The Standard of the World".
Wagons
Cadillac bouwde zelf nooit wagons in deze tijd. Het waren altijd speciale bestellingen van rijke klanten, beroemdheden of hotels. Of ombouw varianten van Hess & Eisenhardt of andere carrosseriebedrijven voor gebruik bij begrafenisondernemingen, als ambulances of voor andere doeleinden. Denk aan Ecto 1 van de Ghostbusters film. In de jaren vijftig verschenen enkele van de meest bijzondere voorbeelden, zoals de Brooks Stevens Series 62 wagon uit 1953 en de Hess & Eisenhardt View Master en Broadmoor wagons uit het midden van het decennium.
De Cadillac View Master Wagon is één van de meest bijzondere voorbeelden van de jaren vijftig waarin Cadillac zelf géén stationwagon bouwde, maar via gespecialiseerde carrosseriebouwers toch een uiterst exclusieve wagon ontstond. De View Master werd gebouwd door Hess & Eisenhardt uit Cincinnati, Ohio, een gerenommeerde carrosseriebouwer die onder andere ook ambulances, rouwauto's en speciale voertuigen bouwde. Cadillac leverde de basis en de auto's werden via het Cadillac-netwerk verkocht, maar de uiteindelijke carrosserie werd door Hess & Eisenhardt vervaardigd.
De basis was een 1955 of 1956 Cadillac Series 62 met de lange 129 inch wielbasis. De carrosseriebouwers gebruikten daarbij onderdelen van de commerciële Cadillac-modellen uit de 86 serie, zoals een verstevigde cowl en vloerconstructie. Voor de achterklep werd zelfs gebruikgemaakt van glasdelen afkomstig van de Chevrolet Nomad stationwagon. Voor extra bruikbaarheid kon de koper zelfs kiezen voor Cadillac-opties en een volledige dakdrager over de gehele lengte van het dak. De auto was leverbaar als zes- of negenpersoons uitvoering, waarbij de meeste klanten kozen voor de versie met drie zitrijen.
Wat de View Master zo bijzonder maakte was dat het geen eenvoudige "omgebouwde Cadillac" was. Het was eigenlijk een soort Amerikaanse tegenhanger van de Europese shooting brake: de luxe en prestaties van een Cadillac gecombineerd met de praktische ruimte van een wagon.
Kenmerken:
-
365 cubic inch V8 (modeljaar 1956);
-
Hydra-Matic automatische transmissie;
-
keuze uit een zes- of negenpersoons uitvoering;
-
vaak drie zitrijen;
-
luxueuze Cadillac-afwerking;
-
houten sierpanelen (DI-NOC en fiberglass "woodgrain") die het uiterlijk van een klassieke woodie gaven;
-
een enorme hoeveelheid glas rondom.
De auto was bedoeld voor zeer vermogende klanten die iets wilden wat niemand anders had. Bekende eigenaren zouden onder andere bokser Joe Louis, Dean Martin, Burt Lancaster en Procter & Gamble-topman Earle Gamble zijn geweest.
De productie bleef extreem beperkt:
-
in totaal werden ongeveer 19 View Masters gebouwd in 1955 en 1956;
-
daarvan waren er ongeveer zeven uit modeljaar 1956.
De Cadillac Broadmoor Skyview Wagon behoort tot de meest exclusieve en opvallende Cadillacs uit de jaren vijftig. Net als de View Master was het geen officieel Cadillac-productiemodel, maar een speciale creatie van de carrosseriebouwers van Hess & Eisenhardt. De auto werd gebouwd in opdracht van het luxueuze Broadmoor Hotel in Colorado Springs, Colorado, dat zijn gasten in dezelfde stijl wilde vervoeren als waarin ze verbleven.
Het Broadmoor was één van de meest prestigieuze resorts van Amerika en trok rijke gasten, beroemdheden en zakenmensen uit het hele land. Voor het vervoer van gasten vanaf het treinstation en de luchthaven wilde het hotel geen gewone limousine of taxi gebruiken, maar een voertuig dat direct de luxe en status van het resort uitstraalde. Cadillac was daarvoor de perfecte basis.
De Skyview Wagon werd gebouwd op een Cadillac Series 62 chassis en kreeg door Hess & Eisenhardt een volledig aangepaste carrosserie. De auto combineerde de elegantie van een Cadillac limousine met de praktische ruimte van een stationwagon. De lange carrosserie bood plaats aan meerdere passagiers en hun bagage, terwijl grote ramen zorgden voor een panoramisch uitzicht — vandaar de naam Skyview.
Kenmerkend waren:
-
de lange, elegante carrosserie op Cadillac-basis;
-
grote zijruiten en een ruim passagierscompartiment;
-
een verhoogd dak voor extra hoofdruimte;
-
luxe bekleding en Cadillac-afwerking;
-
de imposante aanwezigheid van een limousine gecombineerd met de functionaliteit van een wagon.
De Broadmoor wagons waren vooral bedoeld als hoteltransport, niet als privé-auto. Waar de Hess & Eisenhardt View Master werd gemaakt voor individuele klanten die een unieke Cadillac wilden bezitten, had de Skyview een duidelijke commerciële functie: gasten moesten al bij aankomst ervaren dat ze bij één van de beste hotels van Amerika waren gearriveerd.
De productie bleef uiterst beperkt. Voor het Broadmoor werden slechts enkele exemplaren gebouwd, waardoor deze auto's tegenwoordig tot de zeldzaamste naoorlogse Cadillacs behoren. Sommige bronnen spreken van slechts enkele exemplaren van de Skyview-serie, waarbij de exacte aantallen per modeljaar verschillen. 1955 6 exemplaren en voor 1956 2 exemplaren.
De Broadmoor Skyview laat goed zien hoe bijzonder het Cadillac-programma in de jaren vijftig was. Hoewel Cadillac geen officiële stationwagon aanbood, kon een klant met voldoende middelen of prestige toch vrijwel alles laten bouwen. In een tijd waarin Cadillac de absolute top van de Amerikaanse automobielwereld vertegenwoordigde, waren zulke speciale carrosserieën een moderne voortzetting van de klassieke coachbuilding-traditie uit de jaren dertig.
Via Bangshift.com kwam ik achter een bericht uit 2017 waaruit blijkt dat iemand drie van de 55ers heeft en één 56er. Dat is de helft van de productie!
De auto's zijn in redelijk slechte staat en moeten gerestaureerd worden, maar dat zijn ze waard. Ze lijken vrij compleet. De foto's van de 55er versies staan al bij een bericht op Bring a Trailer in 2014. Ze zouden te koop zijn via eBay in Santa Clarita, Californië. Er staat een linkje bij van foto's uit 2004 aldus de website. Bij de foto's zelf staat 2023 en 2017. Verwarrend. De foto's staan nu ook onderaan in de gallerij. In 2017 bood eigenaar Cliff de 56er aan op eBay en met nog 5 dagen te gaan stond de prijs al $ 45.525. De bodemprijs was nog niet gehaald en aangezien hij de auto nog heeft getuige een facebook post van 2026 (laatste foto) is de auto niet verkocht. De auto's die gezien zijn op Bangshift zijn in bezit van Cad Cliff (Facebooknaam) uit Gavilan Hills, Californië. In 2024 maakte Billy Biscayne (Facebooknaam) enkele foto's. Die zie je hier.
De andere 56er stond in 2015 op eBay en was al gerestaureerd. Hij stond te koop in Conrad, Iowa voor $ 195.000. In 2017 is het voertuig gezien in het Vintage Car Museum & Event Center in Weatherfort Texas. Charles Phoenix heeft een leuk kort filmpje gemaakt over de uit in het museum. Bekijk hier de video.
De vroege jaren 50 waren een tijd van grote voorspoed

1952 Cadillac bij de autobeurs in Chicago.

Dual Range Hydra-Matic

Iedere Cadillac had vanaf nu 2 uitlaten in de bumper.

Voor het eerst was hydraulische stuurbekrachtiging leverbaar. In de bestuurdersstoel zit Rita Brown van de PR-afdeling van Cadillac. Zij ontdekte dat "parkeren en manoeuvreren uit een garage met het grootste gemak gaat".

De Walker Bulldog tank met Harry Truman.

In 1952 was dit de eerste Eldorado









_JPG.jpg)
_JPG.jpg)

.jpg)
.jpg)

1955 Eldorado met een eigen ontwerp voor de achterzijde. 1953 was een uniek ontwerp, 54 was niet uniek genoeg en 55 was de gulden middenweg.



Cadillac Townsman, een luxe versie met vinyl dak, een Golden Anniversary model op basis van de Series 60 Special Fleetwood.

Eén van de 4 1953 LeMans dreamcars. Kijk voor alle info bij het GM Motorama deel bij Geschiedenis.

De 1953 Orleans (# 1619). De eerste 4 deurs hardtop, voorloper van de 1956 Sedan de Ville


De 1954 El Camino dreamcar


La Espada dreamcar uit 1954

1954 Park Avenue dreamcar

1955 Eldorado Brougham Dreamcar (Order #2253)




Foto 1 toont de La Salle II sedan zoals deze bij Warhoops is weggehaald door Joe Bortz, foto 2 toont de sedan in 2024 samen met de roadster in het Petersen museum. Foto 3 toont de productie van de roadster en op foto 4 zie je de afbeelding van de hond van Earl.

Voorstel voor de 1956 Sedan de Ville. Je ziet hier de florentine curve, deze vloeit vanaf het dak naar de zijkant, gelijk met de achterdeur. De foto is van Cadillac's fotograaf Neil Madler en is van 7 maart 1955.


Custom 1956 Cadillac met de koplampen van een 1958 model.






































































































































Wayne Turner (eigenaar van meerdere wagons) vertelt:
Onder het artikel op Bring a Trailer staat een reactie uit 2014 van deze verzamelaar. Aangezien zijn originele bericht nogal warrig en rommelig was geschreven, is hieronder een heldere samenvatting van zijn verhaal:
Ik wil graag wat informatie delen, aangezien mijn vrouw en ik Mr. Hess (de man zelf) persoonlijk hebben gekend. We hebben ooit een gezamenlijk evenement georganiseerd voor de Cad/LaSalle (Buckeye-regio) en de AACA (Zuid-Ohio-regio). Mr. Hess nam toen zijn diaprojector mee en heeft ruim 100 van ons een paar uur lang fantastisch vermaakt. Hij vertelde over de JFK-auto (Lincoln), de Secret Service-limousines uit '56, de Packard Darrins uit '41 (de allerbeste), de Executive Lincoln-conversies, en vele andere projecten.
Maar goed, om terug te komen op het onderwerp: het Broadmoor-project.
De officiële titel is de Broadmoor Skyview (met plexiglas panelen in het dak voor die prachtige sightseeing-trips op Pike's Peak). Deze auto's hebben een zeer lage overbrengingsverhouding (versnelling) om een grote wagen met 12 welgestelde burgers de Pike's Peak op te krijgen.
-
Er zijn er 6 gebouwd in 1955 en 2 in 1956.
-
Ze waren allemaal rood met beige daken, rode geplooide lieren bekleding en beige vinyl afwerking aan de bovenkant.
-
Het zijn 12-persoons wagens met 4 zitrijen. Alle stoelen kijken naar voren, waarbij de eerste 1/3e van de zitting opklapbaar is om toegang te bieden tot de achterste banken.
-
De voorstoel is verstelbaar (maar niet elektrisch) en de ramen werken met een zwengel (ook niet elektrisch).
De stationwagons met een normale wielbasis heten officieel de Custom Viewmaster (dit staat in sierletters op elk achterscherm geschreven). Dit was een passieproject van Mr. Hess, die dol was op stationwagons. Hij smeekte de Cadillac-divisie om ze te bouwen en dacht dat ze er wel 75 tot 100 per jaar van konden verkopen. Het was een soort testprogramma, omdat stationwagons rond die tijd (1952) erg populair waren.
In 1952 diende Mr. Hess 8 ontwerpen in voor wagons op basis van de 62-serie. Hij was afgestudeerd aan het GM Institute en onderhield goede banden met de heren in Detroit. Maar zij bepaalden de prijs en het ontwerp volledig. Het personeel van Cadillac gaf de voorkeur aan een strakke carrosserie zonder 'Woody'-afwerking (geen Country Squire-invloeden), maar Mr. Hess hield juist van dat minder formele, meer ontspannen en gezinsvriendelijke karakter — de associatie met vakanties, honden, kinderen en picknicks die een stationwagon zo sympathiek maakt.
-
1955: 7 Viewmasters geproduceerd.
-
1956: 12 Viewmasters geproduceerd.
Het glas bij het achterste zijscherm dat Mr. Hess in zijn ontwerpen van 1952 verwerkte, was er al láng voordat de Nomad, Safari of andere wagons dat hadden. Mogelijk is Mr. Hess wel de grondlegger van dat effectieve ontwerpkenmerk dat tot in de jaren '70 werd gebruikt.
Voor de modellen uit 1955 ontving Hess & Eisenhardt (H/E) een rijdend chassis met de voorkant, de voorruit en 15 cm (6 inch) dak vanaf de voorruit gemeten. De rest van het dak fabriceerden ze zelf. Het glas voor de achterste zijschermen werd speciaal gegoten — het was dus géén Nomad-, Buick- of Pontiac-glas (de bovenste ruit van de achterklep was wél van een Nomad). De voordeuren kwamen van de Fleetwood 60 Special. De achterdeuren werden alleen aan de bovenkant aangepast om ze haaks te maken op de langere daklijn.
Ik heb echt een hekel aan stationwagons die dezelfde achterdeur en ruit gebruiken als een sedan en dan het achterste zijglas vreemd laten aansluiten. Dat ziet er goedkoop uit, alsof de wagen is gebouwd uit restjes van een sedan.
De daklijn van Hess heeft een prachtige, meervoudige bolling (compound curvature) die naar achteren toe afloopt. Het is echt een geweldige auto om het land mee te doorkruisen, wat wij in 1992 deden toen we met onze groene Custom Viewmaster naar de Grand National in Phoenix reden. Hij weegt bijna 2.200 kg (4800 lbs), maar daardoor ligt hij véél beter op de weg dan een Chevrolet uit die tijd. En met de enkele 4-barrel 331 cu in Cadillac-motor haal je nog steeds bijna 1 op 8,5 (20 mpg). Veel Viewmasters werden besteld met de Eldorado dubbele 4-barrel optie en watergekoelde transmissie, maar persoonlijk geef ik de voorkeur aan de enkele 4-barrel opstelling.
Oh, de achterschermen en de middelste Fleetwood-opvulstukken werden geleverd in dozen. Het was dus veel meer werk dan een simpele ombouw van een sedan.
-
In 1960 werd er zo'n conversie besteld door Central Cadillac (Frank Porter, de manager van Central, was zelf een wagon-liefhebber).
-
Vervolgens bestelde Rickenbaugh Cadillac een rode '56 voor Dhr. Johnson uit Denver. Een jonge Rick Rickenbaugh wikkelde die deal af — ik heb hem nog gesproken een paar jaar voor zijn vliegongeluk (vreselijk aardige man).
Bij de 1956-modellen werden ze besteld met de middenstijl al gemonteerd en de daklijn doorgetrokken tot voorbij die B-stijl. Ik bezit zelf één model uit '56 en kan je vertellen dat hun (H/E) aanpak toen slimmer was en veel tijd en ergernis bespaarde. Ze maakten de interieurlijsten uit één stuk met veel loodwerk, terwijl die van '56 uit 4 verstek zagen stukken rond de achterste schermen bestaan. Hetzelfde geldt voor het binnenwerk van de achterdeuren.
Mr. Hess klaagde er wel over dat de Viewmasters niet winstgevend waren. Tot slot zorgde de agressieve winstmarge van de dealers ervoor dat de prijs ruim boven de $10.000 uitkwam. Dat heeft de verkoop waarschijnlijk erg geholpen, want voor minder geld kon je én een Ford Country Squire én een Fleetwood met airco kopen!
Oh, mijn e-mail is: kennedithturner@hotmail.com als je wilt kletsen, want ik houd 35 jaar later nog steeds van deze hobby.
Wayne's Eigen Collectie
De gerestaureerde Broadmoor op de foto hierboven is toevallig onze auto! De foto is duidelijk een paar jaar geleden genomen bij Ault Park (de autoshow in Cincinnati, Ohio).
Die dag moesten we deze Broadmoor én 3 van de slechts 7 gebouwde Custom Viewmaster-wagons (die gebouwd zijn op het chassis van de Serie 62 sedan met de deuren van een 60 Special en vele andere maatwerk-onderdelen) klaarmaken en er naartoe rijden:
-
Mijn vrouw reed in de Joe Louis-wagon (witte woody met rood interieur).
-
Mijn zoon reed in de zwarte woody (met zijn originele groen/witte lederen interieur).
-
Onze goede vriend, wyle Bernie DeWinter van de Professional Car Society, reed in de groene wagon met strakke carrosserie, genaamd Porter. (Ja, vernoemd naar Porter Wagoner! We hebben hem ontmoet in Auburn en hem persoonlijk verteld dat we onze auto naar hem hadden vernoemd... ja, we zijn zonder twijfel vreemde vogels!).
Ik bezit 6 van de slechts 7 gebouwde 1955 Custom Viewmaster stationwagons. Elke auto is heel anders, terwijl de Broadmoors (alle 6) identiek waren. Dat gezegd hebbende, zou ik die Broadmoors zo weer kopen en restaureren, maar ik heb mijn handen vol aan de Viewmasters, Muntz Jets en andere auto's.
Als kenner van Cadillac — met name de modellen uit de jaren '40 en '50 — kan ik je vertellen dat de vormgeving van Willard Hess (van Hess-Eisenhardt) van absolute topklasse is. Het zijn geen vierkante dozen op wielen, maar auto's met prachtige glooiende lijnen (compound curves); heerlijk om naar te kijken.
Er is momenteel nog slechts 1 Custom Viewmaster (uit 1955) onbekend, aangezien ik de overige 6 bezit. Weet iemand wat er is gebeurd met de koperkleurige auto die oorspronkelijk werd geleverd aan Central Cadillac in Cleveland, Ohio?
Ik ben er trots op dat ik de witte wagon van Harry Karl / Joe Louis bezit, evenals die van Dhr. Gamble (van Procter & Gamble, besteld via Thompson Bros. in Cincinnati, Ohio).
Ik zou hier uren over door kunnen gaan, maar ik hoor graag jullie reacties!
Mijn telefoonnummer is: 937-212-3691 (Dayton, Ohio). Bedankt!
Aangezien zijn nummer openbaar staat op de site heb ik hem hier ook laten staan. Of het nummer na al die tijd nog actief is weet ik niet.

